< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

De rechtbank zal het maken van procesafspraken tussen het OM en de verdediging op dit moment in deze zaak niet toestaan. De rechtbank stelt daarbij voorop dat de rechtbank niet onwelwillend staat tegenover het maken van dergelijke afspraken. Het maken van procesafspraken als voorgesteld is een recent fenomeen in de strafrechtelijke praktijk, dat tot nu toe slechts ingezet lijkt te worden in uitzonderlijke gevallen, te weten oude zaken en/of complexe en omvangrijke zaken die zich jarenlang voortslepen. Daarbij gaat het ook om zaken waarbij de verwachting is dat proceseconomisch voordeel behaald zou kunnen worden; noemenswaardige ontlasting van het strafrechtsysteem. Van een dergelijk uitzonderlijk geval is naar het oordeel van de rechtbank op dit moment (nog) geen sprake. In casu betreft het (vooralsnog) een zaak tegen een enkele verdachte, welke verdachte zich relatief kort in voorlopige hechtenis bevindt vanwege een verdenking van betrokkenheid bij feiten die zich in een recent verleden zouden hebben afgespeeld. Het definitieve proces-verbaal is nog niet gereed en er is geen zicht op of en zo ja, welke onderzoekswensen er bij de verdediging zullen zijn. De rechtbank ziet om die reden op dit moment niet in welk proceseconomisch voordeel er behaald zou kunnen worden. Dat laat onverlet dat dit op een later moment wel aan de orde zou kunnen zijn.

Uitspraak



RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/319938-21

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting op 11 maart 2022

Tegenwoordig: mr. Bordenga-Koppes, voorzitter,

mr. Van den Berg en mr. Ter Haar, rechters,

mr. Akkerman, officier van justitie, en

mr. Hoek en Barin, griffiers.

De voorzitter doet de zaak tegen de verdachte uitroepen.

De verdachte is via videoconferentie, waarbij sprake is van een directe beeld- en

geluidsverbinding met de rechtbank, ter terechtzitting verschenen en antwoordt op de vragen

van de voorzitter te zijn:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1978 in [geboorteplaats] ,

wonende in [adres 1] ,

nu verblijvende in de P.I. Grave in Grave.

Als raadsman van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. J. Michels, advocaat te Oldenzaal.

De voorzitter vermaant de verdachte oplettend te zijn op hetgeen hij zal horen en deelt hem mee dat hij niet tot antwoorden verplicht is.

De voorzitter deelt mee dat een van de griffiers vanwege de voorschriften die zijn gesteld in verband met de uitbraak van het COVID-19 virus (coronavirus) niet fysiek in de zittingszaal aanwezig kan zijn. De griffier is per videoconferentie bij de behandeling ter terechtzitting aanwezig. Daarbij is sprake van een eenzijdige beeld- en geluidsverbinding.

De officier van justitie draagt de zaak voor overeenkomstig de op de wijze genoemd in artikel 261, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering vervaardigde tenlastelegging.

De officier van justitie vordert schorsing van het onderzoek ter terechtzitting, omdat het strafrechtelijk onderzoek op dit moment nog niet is voltooid. De officier van justitie heeft het voornemen om schorsing van het onderzoek op de terechtzitting te vorderen bij dagvaarding aan verdachte kenbaar gemaakt.

De officier van justitie deelt, zakelijk weergegeven, het volgende mee.

Er is een stand van zaken proces-verbaal uitgebracht. Het einddossier is eind april 2022 voorhanden. Er wordt nader ingezoomd op de bevindingen. Dan gaat het om andere locaties, andere verdachten. Verdachte wordt stapsgewijs met die bevindingen geconfronteerd. Dat moet allemaal nog plaatsvinden. Het onderzoek is in volle gang, maar is wel in de afrondende fase. De zaak kan worden voortgezet op 7 juni 2022 om 09.00 uur.

Wat betreft de voorlopige hechtenis merk ik het volgende op. De ernstige bezwaren die er waren, zijn alleen maar versterkt. Er is wat verder ingezoomd op een eerdere bekende locatie, [adres 2] in Hengelo. Er is een nieuwe locatie in Losser bijgekomen. Daarnaast lijkt het er op dat verdachte in ieder geval voorhanden heeft gehad, maar mogelijk ook gehandeld heeft in zwaar professioneel vuurwerk. Er zijn in ieder geval meer dan 1700 nitraten in de woning aangetroffen. Daarnaast zijn er ook zo’n 1500 stuks Oxycodon pillen aangetroffen. Het is vermeld op lijst I van de Opiumwet en daarmee een harddrug. Dat zal allemaal op de tenlastelegging komen. Het onderzoek is veelomvattend geweest. Diverse locaties en verschillende verdachten. Dat komt nu tot een afronding. Daarmee is de onderzoeksgrond er voor nu in ieder geval nog steeds totdat het einddossier er is. Daarnaast geldt ook de recidivegrond nog steeds. Verdachte heeft geen reguliere bron van inkomen. Hij bevindt zich in een zeer lucratief netwerk. Als hij op vrije voeten komt, dan denk ik dat we moeten vrezen voor herhaling. Dan de vraag of er ruimte is voor een schorsing van de voorlopige hechtenis. Als je kijkt naar de stand van zaken op dit moment in combinatie met de proceshouding van verdachte, zou een schorsing het onderzoek kunnen doorkruizen. Gisteren heeft de verdediging uw rechtbank en mij stukken vanuit de P.I. doen toekomen, waaruit naar voren komt dat verdachte te boek staat als een modelgevangene. Dat is op zich heel mooi meegenomen, maar het levert wat mij betreft onvoldoende persoonlijke belangen op die voorrang moeten hebben op het strafvorderlijk belang. Daar komt bij dat de reclassering niets met verdachte kan in verband met zijn ontkennende houding.

Dan over de mails die ik uw rechtbank eerder deze week heb gestuurd, namelijk de vraag in hoeverre uw rechtbank open staat voor het maken van procesafspraken. In de mail die ik u heb gestuurd, heb ik aansluiting gezocht bij een uitspraak van de Rotterdamse rechtbank. In die zaak wordt uitgebreid ingegaan op het maken van procesafspraken en de waarborgen die daaromheen zouden moeten hangen. Ik ben van mening dat deze zaak zich daar goed voor zou kunnen lenen, zodat het OM en de verdediging overeenstemming zouden kunnen bereiken door te bekijken wat voor feiten er zijn en wat daar een mogelijk passende straf bij zou kunnen zijn met een bandbreedte. Het ingaan van dergelijke besprekingen houdt dan ook in dat we vrij vlot inhoudelijk de zaak zouden kunnen afhandelen. Daarom de vraag wat we dan op de volgende zitting begin juni zouden gaan bespreken. Als uw rechtbank het toestaat en het einddossier er eind april is, hebben we de hele maand mei om tot afspraken te komen. In de mail heb ik tevens beschreven dat ik hierover eerder contact met de verdediging heb gehad en zij daarin een alleszins redelijke indruk maakten. Wat de waarborgen hieromtrent betreft; er is nog geen regeling. Er is nog geen richtlijn en er is nog geen wet. Ik vind het wel van belang dat de rechtbank Rotterdam dat ook zag en daar een toetsingskader voor naar voren heeft gebracht. Zij overweegt of er sprake is van een eerlijk proces en of er sprake is van consensualiteit. Wat die waarborgen betreft wordt dan bekeken of de procedure in zijn geheel ‘a fair trial’ is geweest. Procesafspraken als zodanig zijn niet in de wet opgenomen, maar er zijn toch veel vormen in de wet te vinden, zoals een transactie of een schikking. Daarnaast zijn er vele Europese landen die dergelijke modaliteiten hebben. Om die reden is het Europese Hof ook bekend met het maken van procesafspraken. Een lang verhaal kort; ik verzoek bij deze of uw rechtbank wil toestaan dat het OM en de verdediging een poging ondernemen om procesafspraken te maken.

Verdachte deelt desgevraagd mee dat hij het met zijn advocaat over de procesafspraken heeft gehad.

De raadsman deelt, zakelijk weergegeven, het volgende mee.

De procesafspraken zijn een onontgonnen gebied, ook voor mij als raadsman. Ik ben gaan denken over het maken van procesafspraken op het moment dat verdachte voor de laatste maal werd gelicht. Toen werden in relatie tot de eerste en tweede verdenking verschillende locaties genoemd. Bij die locaties horen steeds andere personen/verdachten. Ik heb met verdachte gesproken en heb naar aanleiding daarvan het OM de vraag voorgelegd of dergelijke procesafspraken wat het OM betreft bespreekbaar zijn. Daar leken mogelijkheden voor te zijn. Hangende eventuele afspraken vind ik wel dat het mij vrijstaat om verzoeken met betrekking tot de voorlopige hechtenis te doen. Ik hoorde de officier van justitie zeggen dat het einddossier eind april 2022 beschikbaar is. Dat moet ik dan nog lezen en bespreken met verdachte. Afhankelijk van de beslissing van de rechtbank moet dan worden bekeken of er onderzoekswensen ingediend gaan worden dan wel of er procesafspraken te maken zijn. Er moet dan wel snel duidelijkheid komen over de definitieve tenlastelegging, zodat het kan worden verdisconteerd in eventueel te maken afspraken, maar het is ook vervlochten met het formuleren van onderzoekswensen.

Met betrekking tot de voorlopige hechtenis vraag ik uw rechtbank om de voorlopige hechtenis van verdachte te schorsen. Er is geen sprake van de situatie van artikel 67a lid 3 Wetboek van Strafvordering gelet op de vuurwapenfeiten waar verdachte van verdacht wordt. Verdachte wordt voor feit 1 gekoppeld aan een Opiumwetverdenking. Enerzijds lijkt dat een voltooid delict te zijn en anderzijds hebben we het over voorbereidingshandelingen. Wat mij betreft zijn we nu in de fase aanbeland dat die verdenking geconcretiseerd moet worden. Er zijn koppelingen te maken richting verdachte op basis van bakengegevens en observaties. Maar voor zijn betrokkenheid is een groot aantal zaken ook nog niet duidelijk. Dat mag na ommekomst van drie maanden voorlopige hechtenis geconcretiseerd worden. Anders moet het gevolgen hebben voor het voortduren van de voorlopige hechtenis in die zin dat de voorlopige hechtenis dan moet worden opgeheven wegens het ontbreken van ernstige bezwaren. Daar zijn ook voorbeelden van in de rechtspraak te vinden. Voor feit 2 zijn de ernstige bezwaren er niet. Er ligt geen 140 Wetboek van Strafrecht/11b Opiumwet dossier. De vraag rijst dan met wie verdachte een criminele organisatie heeft gevormd. Op dit moment is verdachte namelijk de enige die in voorlopige hechtenis zit. Ik kan wel allerlei kruisverbanden gaan trekken met mensen met wie hij mogelijkerwijs dingen heeft gedaan die de Opiumwet raken, maar dat lijkt me niet de taak van de verdediging. Dat moet geconcretiseerd worden. Wat betreft feit 3 refereer ik mij aan uw oordeel.

Wat betreft de gronden; er is geen sprake van collusiegevaar. Daar is geen indicatie voor. De recidivegrond is altijd lastig in dit soort zaken. Als raadsman is het aanlokkelijk om te kijken naar de justitiële documentatie van verdachte en dan de stelling te poneren dat er geen eerdere veroordelingen voor de Opiumwet zijn, dus geen sprake van recidivegevaar. Ik heb ook gekeken naar de beschikking van de rechter-commissaris. Dit onderzoek staat niet op zichzelf. Nadat verdachte is aangehouden, zijn er meerdere mensen aangehouden, maar die zijn ook alras weer naar huis gegaan. Ook leden van de familie [naam] . Dat onderzoek is uitgemond in een andere zaak. Daar werd een grote partij harddrugs aangetroffen in de woning. In die zaak vond het OM dat de verdachten hangende het onderzoek hun berechting in vrijheid mochten afwachten. Als andere mensen die mogelijkheid vergund wordt, waarom zou dat dan niet voor verdachte kunnen gelden? Ik geloof best dat er sprake is van enig gevaar voor recidive, maar dat er sprake is van een ernstig gevaar voor recidive kan niet worden aangenomen. Als u vindt dat er wel sprake is van recidivegevaar dan kan dat door het stellen van voorwaarden ingeperkt worden tot een maatschappelijk aanvaardbaar niveau. Wat betreft de persoonlijke belangen van verdachte merk ik op dat de financiële situatie substantieel slechter is geworden doordat verdachte zich ruim drie maanden in voorlopige hechtenis bevindt. Verdachte kampt met de nodige gezondheidsklachten en meer in het bijzonder hartklachten. Hij krijgt in de P.I. niet altijd de medische aandacht die hij verdient. Verdachte heeft een persoonlijk belang in de zin van de gezondheidssituatie. Hij heeft een relatief jong gezin en wil zich graag ontfermen over de kinderen om daarmee ook zijn vrouw te ontlasten. De kinderen lijden behoorlijk onder de voorlopige hechtenis. Het heeft behoorlijke impact op het gezin.

Welke voorwaarden kunnen er dan worden verbonden aan de schorsing van de voorlopige hechtenis voor bepaalde tijd (tot aan de inhoudelijke behandeling van de strafzaak)?

Verdachte zal zich niet begeven op de adressen genoemd in de vordering inbewaringstelling in Nijmegen en Ewijk en [adres 3] in Hengelo en [adres 4] in Losser;

Een driedaagse meldplicht bij het politiebureau in Enschede;

Onderwerpen aan elektronisch toezicht.

Er zijn zo’n drie werkdagen nodig om het elektronisch toezicht te regelen. Verdachte heeft de bereidheid en de capaciteiten om zich te committeren aan de voorwaarden. Daar heb ik ook de rapportages van de P.I. voor overgelegd. De duur van het onderzoek en het feit dat de andere betrokkenen in dit dossier niet in voorlopige hechtenis zitten, kunt u ook nog betrekken bij uw overwegingen.

De officier van justitie deelt, zakelijk weergegeven, het volgende mee.

De ernstige bezwaren en gronden zijn onverkort aanwezig. Wat betreft de schorsing dient het strafvorderlijk belang te prevaleren boven het persoonlijk belang van verdachte.

De raadsman deelt op de vraag van de voorzitter hoe de proceshouding van verdachte zich verhoudt met het maken van procesafspraken, zakelijk weergegeven, het volgende mee.

In het kader van het maken van procesafspraken kan ik u zeggen dat het een tactische keuze van de verdediging is dat verdachte inhoudelijk gaat verklaren op het moment dat het einddossier beschikbaar is.

Op de vraag van de oudste rechter hoe ver het OM zal gaan wat betreft de aanhouding van medeverdachten en het maken van proces-afspraken deelt de officier van justitie, zakelijk weergegeven, het volgende mee.

Verdachte begeeft zich in een bepaald netwerk. We hebben op dit moment nog niet bepaald helder hoe of wat. Er zijn wel samenwerkingsverbanden die we op dit moment nog niet kunnen duiden. De rollen van de mensen die nog in dit onderzoek komen, kunnen van ondergeschikter belang zijn. Als er meer verdachten aangehouden gaan worden, dan sluit ik niet uit dat daar ook procesafspraken mee gemaakt gaan worden. Vanuit dat oogpunt is het maken van procesafspraken met verdachte op dit moment wel proceseconomisch, ook als er nog meer verdachten aangehouden gaan worden.

De rechtbank onderbreekt hierop het onderzoek voor beraad in raadkamer. Na hervatting deelt de voorzitter, zakelijk weergegeven, het volgende mee.

De rechtbank zal het maken van procesafspraken tussen het OM en de verdediging op dit moment in deze zaak niet toestaan. De rechtbank stelt daarbij voorop dat de rechtbank niet onwelwillend staat tegenover het maken van dergelijke afspraken. Het maken van procesafspraken als voorgesteld is een recent fenomeen in de strafrechtelijke praktijk, dat tot nu toe slechts ingezet lijkt te worden in uitzonderlijke gevallen, te weten oude zaken en/of complexe en omvangrijke zaken die zich jarenlang voortslepen. Daarbij gaat het ook om zaken waarbij de verwachting is dat proceseconomisch voordeel behaald zou kunnen worden; noemenswaardige ontlasting van het strafrechtsysteem. Van een dergelijk uitzonderlijk geval is naar het oordeel van de rechtbank op dit moment (nog) geen sprake. In casu betreft het (vooralsnog) een zaak tegen een enkele verdachte, welke verdachte zich relatief kort in voorlopige hechtenis bevindt vanwege een verdenking van betrokkenheid bij feiten die zich in een recent verleden zouden hebben afgespeeld. Het definitieve proces-verbaal is nog niet gereed en er is geen zicht op of en zo ja, welke onderzoekswensen er bij de verdediging zullen zijn. De rechtbank ziet om die reden op dit moment niet in welk proceseconomisch voordeel er behaald zou kunnen worden. Dat laat onverlet dat dit op een later moment wel aan de orde zou kunnen zijn.

De rechtbank, gehoord de officier van justitie, de raadsman en verdachte, schorst het onderzoek in verband hiermee tot de terechtzitting van 7 juni 2022 om 09.00 uur (pro forma). Deze termijn van schorsing is langer dan één maand maar niet langer dan drie maanden om de klemmende reden dat in verband met de te verwachten duur van het strafrechtelijk onderzoek niet te verwachten is dat het onderzoek ter terechtzitting eerder kan worden hervat.

De rechtbank stelt het dossier in handen van de officier van justitie.

De rechtbank beveelt de oproeping van verdachte voor die terechtzitting, met tijdige kennisgeving van die zittingsdatum aan de raadsman.

Dit proces-verbaal is door de voorzitter en een van de griffiers vastgesteld en ondertekend.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature