< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Concurrentie- en relatiebeding

Uitspraak



RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer : 9506875 \ CV EXPL 21-2532

Vonnis in kort geding van 25 november 2021

in de zaak van

[eiser] ,wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. R.T. Profijt,

tegen

de besloten vennootschap TWENTEPOORT LOGISTIEK B.V.,gevestigd en kantoorhoudende te Wierden,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Twentepoort,

gemachtigde: mr. E. Hagendoorn.

1 De beslissing in het kort

1.1.

In deze procedure vordert [eiser] schorsing van het tussen partijen overeengekomen concurrentie- en relatiebeding. Omdat het beding is opgenomen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en de kantonrechter van oordeel is dat het beding onvoldoende specifiek/concreet is gemotiveerd, wijst de kantonrechter de vordering toe en schorst hij het overeengekomen concurrentie- en relatiebeding.

2 De procedure

2.1.

De kantonrechter heeft kennis genomen van de dagvaarding, de brief van Twentepoort van 9 november 2021 en de door beide partijen ingediende producties.

2.2.

Op 11 november 2021 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden.

2.3.

Vandaag wordt het vonnis uitgesproken.

3 De feiten

3.1.

Twentepoort is een transportbemiddelaar. Haar focus ligt op Oost-Europa en Centraal-Azië.

3.2.

[eiser] is op 1 augustus 2019 in dienst getreden bij Twentepoort in de functie van Commercieel Medewerker Binnendienst Junior. [eiser] had een contract voor bepaalde tijd tot 1 augustus 2020. Dit contract is eenmaal verlengd, tot 1 augustus 2021.

3.3.

In de schriftelijke arbeidsovereenkomst zijn onder meer de volgende bepalingen opgenomen:

Artikel 1 2 – concurrentie- en relatiebeding

De concurrentie binnen de branche, waarin werkgever haar bedrijfsactiviteiten verricht, is zeer groot. In de uitoefening van de functie verwerft werknemer strategische en concurrentiegevoelige kennis, ervaring en informatie van de onderneming van werkgever (waaronder begrepen doch niet beperkt tot prijsstellingen, uitgebrachte offertes en historische verkoopgegevens alsmede gegevens van alle relaties van werkgever), waarmee werkgever zich onderscheidt van haar concurrenten en waarmee in belangrijke mate haar marktpositie wordt bepaald. Met deze kennis, ervaring en informatie kan werknemer werkgever zodanig concurrentie aandoen, dat dit grote nadelige (financiële) gevolgen zal hebben voor werkgever. Werkgever heeft aldus een zwaarwegend bedrijfsbelang (zoals bedoeld in artikel 7:653 lid 2 BW) bij toepassing van het in dit artikel opgenomen concurrentie- en relatiebeding, waarmee zij haar strategische informatie, bedrijfs- c. q. concurrentiegevoelige kennis, ervaring en informatie alsmede haar marktpositie kan beschermen.

Het is werknemer verboden om gedurende de arbeidsovereenkomst alsmede binnen een tijdvak van twee jaar na beëindiging van de arbeidsovereenkomst direct of indirect in Nederland in enigerlei vorm werkzaam te zijn bij een bedrijf gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan dat van werkgever en/of aan werkgever gelieerde ondernemingen of zich (direct of indirect) zelfstandig te vestigen met een bedrijf gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan dat van werkgever en/of aan werkgever gelieerde ondernemingen of hierin een aandeel of (financieel) belang van welke aard dan ook te hebben dan wel activiteiten te ontplooien gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan die van werkgever en/of aan werkgever gelieerde ondernemingen.

Het is werknemer verboden om gedurende de arbeidsovereenkomst alsmede binnen een tijdvak van twee jaar na beëindiging van de arbeidsovereenkomst relaties/afnemers van werkgever en/of aan werkgever gelieerde onderneming (waaronder begrepen zij die in de zes kalendermaanden voorafgaand aan het beëindigen van de arbeidsovereenkomst relaties/afnemers zijn geweest en zij waarmee werkgever en/of een aan werkgever gelieerde onderneming op het moment van beëindiging van de arbeidsovereenkomst in onderhandeling was) te benaderen voor de verkoop van producten c.q. diensten, gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan de producten c.q. diensten die werkgever en/of een aan werkgever gelieerde onderneming produceert/verhandelt/aanbiedt, anders dan in de normale uitoefening van zijn functie bij werkgever.

Het is werknemer verboden, zonder schriftelijke toestemming van werkgever, gedurende de arbeidsovereenkomst alsmede binnen twee jaar na beëindiging van de arbeidsovereenkomst, in enigerlei vorm werkzaam te zijn bij c.q. voor c.q. ten behoeve van relaties/afnemers van werkgever en/of aan werkgever gelieerde onderneming (waaronder begrepen zij die in de zes kalendermaanden voorafgaand aan het beëindigen van de arbeidsovereenkomst relaties/afnemers zijn geweest en zij waarmee werkgever en/of een aan werkgever gelieerde onderneming op het moment van beëindiging van de arbeidsovereenkomst in onderhandeling was, anders dan in de normale uitoefening van zijn functie bij werkgever.

Artikel 14 - boetebeding

(…)

Bij overtreding en/of niet-nakoming van het bepaalde in artikel 11, 12 en/of 13 van onderhavige arbeidsovereenkomst, verbeurt werknemer, in afwijking van het bepaalde in artikel 7:650 lid 3 en 5 BW, jegens werkgever een onmiddellijk opeisbare boete van € 7.500,- (zegge: zevenduizend vijfhonderd euro) per overtreding en/of niet-nakoming en een boete van € 500 (zegge: vijfhonderd euro) voor iedere dag dat de overtreding en/of niet-nakoming voortduurt. Werkgever is gerechtigd in plaats van het verbeuren van deze boete volledige schadevergoeding te vorderen. Werkgever is in dat geval voorts gerechtigd nakoming van onderhavige arbeidsovereenkomst en/of ontbinding daarvan te vorderen, alles te vermeerderen met kosten en rente.

(…)

3.4.

De arbeidsovereenkomst is per 1 augustus 2021 geëindigd.

3.5.

[eiser] heeft van het bedrijf Transheroes te Hengelo (O) het aanbod gekregen om daar in dienst te treden. Ook Transheroes is een transportbemiddelaar. Zij verzorgt wereldwijd transporten.

4 Het geschil

4.1.

[eiser] vordert – samengevat – bij voorlopige voorziening het tussen partijen overeengekomen concurrentie- en relatiebeding geheel of gedeeltelijk te schorsen, en te oordelen dat het [eiser] is toegestaan om bij Transheroes in dienst te treden. [eiser] voert aan dat de motivering van het beding tekortschiet, dat er geen sprake is van zwaarwegende bedrijfsbelangen aan de zijde van Twentepoort en dat het belang van Twentepoort bij het in stand houden van het concurrentie- en relatiebeding niet opweegt tegen het belang van [eiser] bij schorsing van het beding.

Daarnaast vordert [eiser] veroordeling van Twentepoort in de kosten van deze procedure.

4.2.

Twentepoort heeft op meerdere gronden geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.

5 De beoordeling

5.1.

In een kortgedingprocedure als deze beoordeelt de kantonrechter of eiser een zodanig spoedeisend belang heeft dat van hem niet mag worden verwacht de uitkomst van een bodemprocedure af te wachten. De kantonrechter moet daarbij beoordelen of op voorhand voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter het concurrentie- en relatiebeding conform artikel 7:653 lid 3 sub a of b BW geheel of gedeeltelijk zal vernietigen, waardoor de kantonrechter daarop vooruit kan lopen en de vordering tot gehele/gedeeltelijke schorsing van het concurrentie- en relatiebeding kan toewijzen.

5.2.

Volledigheidshalve merkt de kantonrechter op dat de beslissing slechts voorlopig van aard is. Als een van de partijen een bodemprocedure aanhangig maakt, is de bodemrechter niet aan het oordeel van de voorzieningenrechter gebonden. In het geval de bodemrechter, na schorsing van het concurrentiebeding door de voorzieningenrechter, de vordering van [eiser] tot (gedeeltelijke) vernietiging van het concurrentie- en relatiebeding alsnog afwijst, heeft dat tot gevolg dat [eiser] (met terugwerkende kracht) de in de arbeidsovereenkomst opgenomen boetes alsnog (in beginsel) verschuldigd is.

5.3.

De kantonrechter is van oordeel dat Transheroes een concurrent van Twentepoort is en Transheroes dus onder de reikwijdte van het overeengekomen concurrentiebeding valt. Beide ondernemingen verrichten immers dezelfde werkzaamheden (het verzorgen van transporten) en de regio’s, waarin zij actief zijn, overlappen. Dat beide ondernemingen mogelijk een ander focusgebied hebben, doet daar niets aan af. Door [eiser] wordt ook niet betwist dat (in ieder geval) enigszins sprake is van concurrentie tussen beide ondernemingen. Omdat [eiser] is aangeboden bij Transheroes in dienst te treden en zijn WW-uitkering in december 2021 eindigt, heeft [eiser] belang bij de gevraagde voorlopige voorziening.

5.4.

Het uitgangspunt voor de beoordeling is dat een concurrentie- en/of relatiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet rechtsgeldig is. Als toch een dergelijk beding in een contract voor bepaalde tijd wordt opgenomen, moet schriftelijk worden gemotiveerd welke zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen het beding noodzakelijk maken. Dit vergt per geval een specifieke afweging en motivering.

5.5.

Het overeengekomen concurrentie- en relatiebeding is schriftelijk gemotiveerd en voldoet wat dat betreft aan de (formele) vereisten. De kantonrechter is echter van mening dat de motivering in dit geval inhoudelijk tekortschiet. Het beding bevat slechts een algemene opsomming van belangen. Uit de motivering blijkt niet met welke specifieke kennis, ervaring en informatie van de onderneming deze werknemer het bedrijfsdebiet van deze specifieke werkgever in gevaar kan brengen.

5.6.

Tijdens de mondelinge behandeling kwam naar voren dat het Twentepoort met name te doen is om het feit dat [eiser] bekend is met de marges die Twentepoort hanteert en hij deze kennis bij een concurrent – zoals Transheroes – zou kunnen ge-/misbruiken. In het concurrentiebeding wordt echter niets genoemd over ‘marges’ en wordt er slechts in algemene termen over ‘prijsstellingen’ gesproken.

5.7.

Daarnaast blijkt niet uit de motivering dat de situatie van werknemer in de afweging is meegenomen om een concurrentie- en relatiebeding in de arbeidsovereenkomst op te nemen, en voor welke duur. Uit de motivering blijkt bijvoorbeeld niet dat aspecten als dat [eiser] (twee maal) een contract had voor een jaar en dat hij een juniorfunctie had, in de overwegingen zijn meegenomen. Ook wordt in het beding niet specifiek op de functie van [eiser] ingegaan.

5.8.

Nu de motivering in het concurrentie- en relatiebeding onvoldoende specifiek en concreet is geformuleerd, acht de kantonrechter op voorhand aannemelijk dat de bodemrechter het overeengekomen beding zal vernietigen. De kantonrechter schorst dan ook dit beding en de boetebepaling die ziet op het concurrentie- en relatiebeding, totdat het concurrentie- en relatiebeding door tijdsverloop niet meer geldt of in een bodemprocedure uitspraak is gedaan over een vordering tot geheel/gedeeltelijk vernietigen van het beding ex artikel 7:653 lid 3 BW . Wat [eiser] meer of anders heeft gevorderd wordt afgewezen. Het voorlopig oordeel van de kantonrechter is dus dat het concurrentie- en relatiebeding [eiser] niet verbiedt werkzaamheden voor Transheroes te verrichten .

5.9.

Gezien het voorgaande komt de kantonrechter niet toe aan een belangenafweging, dus de vraag of de werknemer door het beding onbillijk wordt benadeeld in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever.

5.10.

Twentepoort wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten van [eiser] , tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op:

- explootkosten € 125,03

- griffierecht € 85,00

- salaris gemachtigde € 498,00 (2,0 punten × tarief € 249,00)

Totaal € 708,03

5.11.

De gevorderde nakosten zullen conform de landelijke aanbeveling worden begroot op het tarief van een half punt gemachtigdensalaris, met een maximum van € 124,00.

5.12.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten zal worden toegewezen, zoals hieronder vermeld in de beslissing.

6 De beslissing in kort geding

De kantonrechter

6.1.

schorst het tussen partijen overeengekomen concurrentie- en relatiebeding en de boetebepaling, voor zover deze boetebepaling ziet op het concurrentie- en relatiebeding, in zijn geheel met onmiddellijke ingang, totdat het beding door tijdsverloop niet meer geldt of in een bodemprocedure uitspraak is gedaan over een vordering tot geheel/gedeeltelijk vernietigen van het beding ex artikel 7:653 lid 3 BW ;

6.2.

veroordeelt Twentepoort in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op € 708,03, en de nakosten tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op € 124,00, beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

6.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2021. (JK)


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature