< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Een 45-jarige werf- en wagenparkbeheerder van de gemeente Amsterdam is door de rechtbank Overijssel veroordeeld tot een celstraf van 43 maanden omdat hij zijn werkgever en een leasebedrijf voor miljoenen euro’s heeft opgelicht en het geld heeft witgewassen. Hierbij werkte hij samen met zijn vrouw en twee andere medeverdachten. De vrouw (46) is veroordeeld tot een celstraf van 32 maanden. Het totale gestolen bedrag zit rond de 3 miljoen euro.

Een 53-jarige medeverdachte uit Amsterdam is voor zijn beperktere rol in veroordeeld tot een voorwaardelijke celstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 240 uur. Een 71-jarige Amsterdammer krijgt een werkstraf opgelegd van 200 uur.

Uitspraak



RECHTBANK OVERIJSSEL

Afdeling Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08/960101-15 (P) (LP)

Datum vonnis: 6 april 2020

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum 1] 1974 te [geboorteplaats] ,

thans niet ingeschreven in de Basisregistratie Personen, volgens eigen opgaaf wonende te [adres 1] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van

1 oktober 2018, 3 maart 2020, 5 maart 2020 en 23 maart 2020.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. E. van Doorn en van hetgeen door verdachte en zijn raadsman mr. A. Admiraal, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er kort en zakelijk weergegeven op neer dat verdachte, werkzaam bij de gemeente Amsterdam als werf-/wagenparkbeheerder, de gemeente Amsterdam en [bedrijf 1] , het bedrijf dat aankopen van onder andere voertuigen voor de gemeente administratief regelde, 7,5 jaar lang heeft opgelicht. Daarvoor heeft hij onder meer facturen opgemaakt van niet daadwerkelijk geleverde goederen en diensten en deze valse facturen bij de gemeente of [bedrijf 1] ingediend. Hij heeft daarmee ruim 3 miljoen euro ontvangen en dat geld heeft hij witgewassen door het aan allerlei zaken uit te geven. Bij een en ander hebben verdachtes echtgenote en tevens medeverdachte [medeverdachte 1] , het bedrijf op haar naam: [bedrijf 2] , medeverdachte [medeverdachte 2] en zijn bedrijf [bedrijf 3] en medeverdachte [medeverdachte 3] en zijn [bedrijf 4] verdachte geholpen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte (na de toegestane wijziging ter terechtzitting van 3 maart 2020) dat:

1.

Hij,

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 januari 2008 tot en met 7 september 2015 te (Amsterdam), althans (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

(in zijn hoedanigheid als wagenparkbeheerder/werfbeheerder werkzaam bij de gemeente Amsterdam ( [stadsdeel] ) verantwoordelijk voor de inkoop en het beheer van goederen en diensten voor en/of ten behoeve van het wagenpark en de werven)

de gemeente Amsterdam en/of [bedrijf 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten:

(via [bedrijf 2] )

Een (giraal) geldbedrag van in totaal € 864.852,40 door de gemeente Amsterdam overgemaakt aan [bedrijf 2] en/of

Een (giraal) geldbedrag van in totaal € 2.162.097,69 door de gemeente Amsterdam overgemaakt aan [bedrijf 1] , waarvan [bedrijf 1] in totaal € 2.013.488,65 over heeft gemaakt aan [bedrijf 2] en/of

(via [bedrijf 3] )

Een (giraal) geldbedrag van in totaal € 134.817,40 door de gemeente Amsterdam overgemaakt aan [bedrijf 3] en/of

Een (giraal) geldbedrag van in totaal € 51.229,74 door de gemeente Amsterdam overgemaakt aan [bedrijf 1] , welk gehele bedrag [bedrijf 1] over heeft gemaakt aan [bedrijf 3] en/of

(via [bedrijf 4] )

- Een giraal geldbedrag van in totaal € 873.432,35 door de gemeente Amsterdam overgemaakt aan [bedrijf 4] ,

hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) met het vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

de bedrijven [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] opgericht en/of laten oprichten en zich middels deze bedrijven voorgedaan als betrouwbare leverancier van goederen en/of diensten en/of werkzaamheden ten behoeve van (het wagenpark en/of de werven) van de gemeente Amsterdam en/of

zich voorgedaan als bevoegd en/of gemandateerd tot het plaatsen van meerdere bestellingen van goederen en/of diensten en/of werkzaamheden bij [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] en/of [bedrijf 4] en/of

meerdere bestellingen geplaatst en/of laten plaatsen (via [bedrijf 1] ) bij [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] en/of [bedrijf 4] en/of

meerdere facturen op naam van [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] en/of [bedrijf 4] heeft opgemaakt en/of laten opmaken en/of deze vervolgens heeft verstuurd en/of heeft laten versturen naar en/of ingediend bij de gemeente Amsterdam en/of [bedrijf 1] en/of

(schriftelijke en mondelinge) mededelingen gedaan over de gefactureerde goederen en/of diensten en/of werkzaamheden aan de gemeente Amsterdam en/of aan [bedrijf 1]

de indruk gewekt dat goederen en/of diensten en/of werkzaamheden vermeld op deze facturen aan de gemeente Amsterdam en/of [bedrijf 1] geleverd en/of verricht zijn door [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] en/of [bedrijf 4] , terwijl deze goederen en/of diensten en/of werkzaamheden niet zijn geleverd en/of verricht,

waardoor de gemeente Amsterdam en/of [bedrijf 1] (telkens) werden bewogen tot bovenomschreven afgifte(s).

2.

Hij,

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 januari 2008 tot en met 7 september 2015 te Amsterdam, althans (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

één of meerdere geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten:

81 facturen op naam van [bedrijf 2] aan de gemeente Amsterdam (ZD p.17 en bijlage p.132 ev),

113 facturen op naam van [bedrijf 2] aan [bedrijf 1] (ZD p.19 en bijlage p. .318 ev),

16 facturen op naam van [bedrijf 3] aan de gemeente Amsterdam (ZD p.18 en bijlage p. 199 ev),

6 facturen op naam van [bedrijf 3] aan [bedrijf 1] (ZD p.20 en bijlage p. 436 ev),

28 facturen op naam van [bedrijf 5] (bijlage p.227-254),

63 facturen op naam van [bedrijf 6] BV (bijlage p.255-317),

3 facturen op naam van [bedrijf 4] aan de gemeente Amsterdam (bijlage p. 102, 1513 en 1525),

valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, door:

(ten aanzien van de facturen op naam van [bedrijf 2] :)

- in de facturen op naam van [bedrijf 2] aan de gemeente Amsterdam en/of [bedrijf 1] valselijk en in strijd met de waarheid een omschrijving van goederen en/of diensten en/of werkzaamheden en/of een prijs en/of (totaal)bedrag te vermelden alsof die goederen en/of diensten en/of werkzaamheden geleverd en/of verricht zijn door [bedrijf 2] , terwijl deze goederen en/of diensten en/of werkzaamheden niet zijn geleverd en/of verricht door [bedrijf 2] en/of

(ten aanzien van de facturen op naam van [bedrijf 3] :)

- in de facturen op naam van [bedrijf 3] aan de gemeente Amsterdam en/of [bedrijf 1] valselijk en in strijd met de waarheid een omschrijving van goederen en/of diensten en/of werkzaamheden en/of een prijs en/of (totaal)bedrag te vermelden alsof die goederen en/of diensten en/of werkzaamheden geleverd en/of verricht zijn door [bedrijf 3] , terwijl in werkelijkheid die goederen en/of werkzaamheden niet zijn geleverd en/of verricht door [bedrijf 3] en/of

(ten aanzien van de facturen op naam van [bedrijf 5] en [bedrijf 6] BV)

in de facturen op naam van [bedrijf 5] en/of [bedrijf 6] valselijk en in strijd met de waarheid een omschrijving van goederen en/of een prijs en/of (totaal)bedrag te vermelden alsof die goederen geleverd zijn door [bedrijf 5] en/of [bedrijf 6] , terwijl in werkelijkheid die goederen niet geleverd zijn door [bedrijf 5] en/of [bedrijf 6] en/of

in de facturen van [bedrijf 5] en/of [bedrijf 6] valselijk en in strijd met de waarheid te vermelden dat de facturen afkomstig zijn van [bedrijf 5] en/of [bedrijf 6] en/of

(ten aanzien van de facturen van [bedrijf 4] )

- in de facturen op naam van [bedrijf 4] aan de gemeente Amsterdam valselijk en in strijd met de waarheid een omschrijving van goederen en/of een prijs en/of (totaal)bedrag te vermelden alsof die goederen geleverd zijn door [bedrijf 4] , terwijl in werkelijkheid die goederen niet geleverd zijn door [bedrijf 4] ,

met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

en/of (vervolgens)

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse en/of vervalste facturen die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen als ware het/deze echt en onvervalst

en/of valse en/of vervalste facturen die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen opzettelijk heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad

door:

81 facturen op naam van [bedrijf 2] aan de gemeente Amsterdam,

113 facturen op naam van [bedrijf 2] aan [bedrijf 1] ,

16 facturen op naam van [bedrijf 3] aan de gemeente Amsterdam,

6 facturen op naam van [bedrijf 3] aan [bedrijf 1] ,

3 facturen op naam van [bedrijf 4] aan de gemeente Amsterdam

te versturen en/of te laten sturen aan en/of in te dienen bij de gemeente Amsterdam en/of [bedrijf 1] en/of

28 facturen op naam van [bedrijf 5] ,

63 facturen op naam van [bedrijf 6] BV,

door te sturen aan en/of af te geven bij [bedrijf 4] ,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededaders wisten of redelijkerwijs moesten vermoeden dat voornoemde facturen bestemd waren om gebruik van te maken als ware deze facturen echt en onvervalst

3. ((gewoonte)witwassen artt. 420bis en 420ter Sr)

Hij,

Op diverse tijdstippen in of omstreeks de periode 1 januari 2008 tot en met 7 september 2015 te Amsterdam, althans (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen,

immers heeft hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededaders,

a. a) van een of meerdere (grote) geldbedragen van in totaal € 3.012.939,44 bestaande uit:

€ 126.043,95 (6.1 Overschrijvingen naar Rabobankrekening ten name van [naam 5] ),

€ 185.544,- (6.2: betalingen voor de drie voertuigen van het merk Porsche , type Cayenne),

€ 14.888,- (6.3: betaling voor het voertuig van het merk Mini ),

€ 40.000,- (6.4: betaling voor het vaartuig merk Baja),

€ 15.000,- (6.4: betaling voor het vaartuig merk Chapparal),

€ 8.000,- (6.4: betalingen voor het vaartuig merk Sea Ray),

€ 18.345,65 (6.5: betalingen aan het [hotel 1] Maastricht),

€ 3.568,24 (6.5: betalingen aan het [hotel 2] te Valkenburg aan [adres 2] ),

€ 1.040,93 (6.5: betalingen voor het vliegticket naar Suriname ten name van [naam 1] ),

€ 5.078,33 (6.5: betalingen voor overige reizen),

€ 1.542.063,- (6.6: uitgaven in [casino] en ten behoeve van online gokken),

€ 212.800,- (6.7: uitgaven bij [juwelier] te Maastricht),

€ 63.587,50 (6.7: uitgaven bij [opticien] te Maastricht),

€ 60.122,07 (6.7: uitgaven bij diverse tabakswinkels en loterij loten),

€ 598.428,88 (6.7: diverse uitgaven),

€ 98.349,77 (6.8: betalingen voor huurkosten op verschillende locaties),

€ 20.079,12 (6.9: overschrijvingen naar derden),

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats, en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of verborgen of verhuld wie de rechthebbende is of het voorhanden heeft,

en/of

b) een of meerdere (grote) geldbedragen van in totaal € 3.012.939,44 bestaande uit:

€ 126.043,95 (6.1 Overschrijvingen naar Rabobankrekening ten name van [naam 5] ),

€ 185.544,- (6.2: betalingen voor de drie voertuigen van het merk Porsche, type Cayenne),

€ 14.888,- (6.3: betaling voor het voertuig van het merk Mini),

€ 40.000,- (6.4: betaling voor het vaartuig merk Baja),

€ 15.000,- (6.4: betaling voor het vaartuig merk Chapparal),

€ 8.000,- (6.4: betalingen voor het vaartuig merk Sea Ray),

€ 18.345,65 (6.5: betalingen aan het [hotel 1] Maastricht),

€ 3.568,24 (6.5: betalingen aan het [hotel 2] te Valkenburg aan [adres 2] ),

€ 1.040,93 (6.5: betalingen voor het vliegticket naar Suriname ten name van [naam 1] ),

€ 5.078,33 (6.5: betalingen voor overige reizen),

€ 1.542.063,- (6.6: uitgaven in [casino] en ten behoeve van online gokken),

€ 212.800,- (6.7: uitgaven bij [juwelier] te Maastricht),

€ 63.587,50 (6.7: uitgaven bij [opticien] te Maastricht),

€ 60.122,07 (6.7: uitgaven bij diverse tabakswinkels en loterij loten),

€ 598.428,88 (6.7: diverse uitgaven),

€ 98.349,77 (6.8: betalingen voor huurkosten op verschillende locaties),

€ 20.079,12 (6.9: overschrijvingen naar derden),

verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van voornoemde geldbedragen gebruik gemaakt,

terwijl hij, verdachte en/of één of meer van zijn mededaders, wisten dat voornoemde geldbedragen – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf.

3 De voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

De raadsman heeft ten aanzien van feit 2 bepleit de dagvaarding partieel nietig te verklaren, omdat 22 facturen van [bedrijf 2] (met een totaalbedrag van € 198.910,99) van de in totaal 81 in de dagvaarding vermelde facturen van [bedrijf 2] niet zijn gespecificeerd en niet zijn terug te vinden in het strafdossier. Daardoor is volgens de verdediging niet duidelijk wat de inhoud van die facturen is en waartegen verweer dient te worden gevoerd, zodat de tenlastelegging niet voldoet aan de vereisten van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (Sv).

De rechtbank overweegt dat uit de inhoud van het dossier, in het bijzonder uit de inhoud van het proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-835 – waarnaar in de tenlastelegging ook wordt verwezen – (pagina 132-134 van ZD Valsheid in geschrift), duidelijk is op welke facturen van [bedrijf 2] de verdenking tegen verdachte ter zake van valsheid in geschrift zich concreet richt.

De rechtbank stelt vast dat geen 81, maar 59 facturen van [bedrijf 2] zijn aangetroffen in het strafdossier (pagina 140-198 van ZD Valsheid in geschrift), welke als bijlagen zijn gevoegd bij het proces-verbaal van bevindingen 11DIF15-375 (pagina 135-136 van ZD Valsheid in geschrift). In het ter aanvulling op voornoemd proces-verbaal opgemaakte proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-835 wordt onder meer bevestigd dat 59 facturen van [bedrijf 2] zijn verstrekt door de gemeente Amsterdam. Dit maakt echter niet dat uit de in de dagvaarding opgenomen tenlastelegging onvoldoende duidelijk blijkt waarvoor verdachte terecht staat. Het ontbreken van de 22 facturen van [bedrijf 2] kan naar het oordeel van de rechtbank daarom niet leiden tot nietigheid van de dagvaarding en dient te worden beoordeeld in het kader van de bewijsvraag.

De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat dit onderdeel van de tenlastelegging aan de vereisten van artikel 261 van het wetboek van Strafvordering voldoet en verwerpt het nietigheidsverweer.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding ook overigens geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De bewijsoverwegingen

4.1

Inleiding

Aanleiding start onderzoek:

In februari 2015 is door medewerkers van de Dienst Infrastructuur van de Landelijke Eenheid van Politie, in het kader van de bestrijding van witwassen onderzoek gedaan naar zogeheten “patserboten”. Dat zijn grotere, vaak snelle, opvallende en vooral dure types speedboten, die populair zijn binnen het criminele milieu. Bij dit onderzoek kwam verdachte in beeld en ten aanzien van hem en zijn echtgenote/medeverdachte [medeverdachte 1] is de verdenking gerezen dat beiden zich bezighielden met (gewoonte)witwassen, gelet op het feit dat zij verscheidene dure goederen hadden aangeschaft, te weten 3 snelle motorboten en 19 voertuigen, waaronder 3 Porsches, terwijl een en ander niet in verhouding stond tot hun (vermoedelijke) gezamenlijke inkomsten uit arbeid die werden geschat op een totaalbedrag van maximaal 6.900 euro bruto per maand.

Op grond van voornoemde verdenking is in juni 2015 op last van de officier van justitie het onderzoek 26Hippo ingesteld. Op 21 juli 2015 is door de rechter-commissaris op vordering van officier van justitie een machtiging verleend tot een strafrechtelijk financieel onderzoek (SFO) teneinde meer inzicht te verkrijgen in de vermogensposities van verdachte en [medeverdachte 1] .

Verdenking ter zake van oplichting, valsheid in geschrift en witwassen

Bij aanvang van het onderzoek bleek onder meer dat op de bankrekening van [bedrijf 2] en Adviezen ( [bedrijf 2] ), het bedrijf dat op naam stond van [medeverdachte 1] , door de gemeente Amsterdam ( [stadsdeel] ) diverse girale overschrijvingen waren gedaan voor een totaalbedrag van ongeveer € 500.000,--, ter voldoening van facturen van [bedrijf 2] ten laste van de gemeente Amsterdam. In verband met het gerezen vermoeden dat sprake zou kunnen zijn van onterechte betalingen door de gemeente Amsterdam aan [bedrijf 2] is de gemeente Amsterdam als toenmalig werkgeefster van verdachte eind augustus 2015 geïnformeerd. De gemeente Amsterdam is daarop een eigen intern onderzoek, onderzoek Tulp, gestart, dat (deels) parallel met het SFO is uitgevoerd en waarvan het onderzoeksrapport Tulp is toegevoegd aan het strafdossier.

Uit het opsporingsonderzoek en het onderzoek Tulp is gebleken dat in de periode vanaf januari 2008 tot en met september 2015 diverse malen geldbedragen zijn overgemaakt door de gemeente Amsterdam of [bedrijf 1] ter voldoening van ingediende facturen door [bedrijf 2] , [bedrijf 4] ( [bedrijf 4] ) en van [bedrijf 3] ( [bedrijf 3] ), waarbij naar voren kwam dat die facturen zeer waarschijnlijk vals zijn, omdat de gefactureerde goederen en/of diensten nooit lijken te zijn geleverd of uitgevoerd,

onder meer omdat uit de bankafschriften van [bedrijf 2] niet bleek van enige uitvoering van bedrijfsactiviteiten zoals inkoop van goederen en betaling van bedrijfskosten.

Uit onderzoek naar de bankrekeningen op naam van [medeverdachte 1] en/of verdachte kwam naar voren dat zij diverse malen aanzienlijke geldbedragen hebben ontvangen, afkomstig van [bedrijf 2] , [bedrijf 4] en [bedrijf 3] en dat zij die geldbedragen hebben gebruikt voor privé-uitgaven en privébetalingen, op grond waarvan de verdenking is gerezen dan wel nader geconcretiseerd ter zake van oplichting, valsheid in geschrift en witwassen.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen voor het onder 1, 2 (in beide cumulatieven) en 3 (in beide cumulatieven) ten laste gelegde op grond van de daartoe in haar schriftelijk requisitoir omschreven bewijsmiddelen. Daarbij heeft zij zich op het standpunt gesteld dat verdachte nooit enig goed of dienst heeft geleverd en dat daarom alle facturen fictief zijn en daarmee alle door de gemeente en [bedrijf 1] verrichtte betalingen onterecht zijn gedaan.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de aan de verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten en heeft daartoe - kort samengevat - primair gesteld dat er, met uitzondering van de door [bedrijf 4] gefactureerde bedragen, geen sprake is van (bewijs voor) fictieve facturen en daarmee ook geen sprake van oplichting of valsheid in geschrift.

De verdediging heeft zich ten aanzien van de aan verdachte onder 1 ten laste gelegde oplichting via [bedrijf 4] gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De verdediging heeft ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde subsidiair aangevoerd dat, indien daadwerkelijk niet geleverd zou zijn en verdachte te kwader trouw betalingen heeft ontvangen, nog steeds geen sprake is van het bewegen tot afgifte van het geld door het aannemen van een valse hoedanigheid of een samenweefsel van verdichtsels en aldus het handelen door verdachte niet kan worden aangemerkt als oplichting in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht (Sr).

De verdediging heeft over feit 2 subsidiair, voor zover het de facturen van [bedrijf 2] en [bedrijf 3] betreft, aangevoerd dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is, omdat die facturen zowel materieel als intellectueel geen valsheden bevatten.

De verdediging heeft zich ten aanzien van het aan de verdachte onder 3 ten laste gelegde (gewoonte)witwassen gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, nu verdachte heeft verklaard dat hij geen bedrijfsadministratie voerde en ook geen belasting heeft afgedragen door de inkomsten die hij genoot met [bedrijf 2] en hij die gelden wel heeft uitgegeven.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de ten laste gelegde feiten, gelet op hun onderlinge samenhang, gezamenlijk bespreken. De inhoud van de bewijsmiddelen wordt steeds gebruikt voor het bewijs van het feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft.

De rechtbank gaat daarbij uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Aangifte gemeente Amsterdam

Op 2 oktober 2015 is door [aangever] namens de gemeente Amsterdam aangifte gedaan van onder meer oplichting en valsheid in geschrift, nadat uit onderzoek was gebleken dat de praktijk rondom de inkoopprocessen afwijkend was ten opzichte van de voorgeschreven procedure en onder meer was vastgesteld dat betalingen van grote bedragen van [bedrijf 1] naar [bedrijf 2] (de rechtbank begrijpt: [bedrijf 2] ) waren gedaan ter zake van onder meer 7 gefactureerde tractoren, die niet werden aangetroffen op de gemeentewerf in [stadsdeel] en eventuele onderhoudskosten aan voertuigen die nooit geleverd zijn, op grond waarvan het vermoeden is ontstaan dat verdachte als wagenparkbeheerder/coördinator en werfbeheerder van [stadsdeel] de gemeente Amsterdam heeft opgelicht door opdrachten te initiëren en goed te keuren en voor ontvangst van goederen en diensten te tekenen, terwijl die nooit geleverd zijn. Op 16 november 2016 is ook aangifte gedaan tegen [bedrijf 4] , omdat deze ook een rol heeft gespeeld bij voorgaande.

Functie en werkzaamheden van verdachte

Verdachte is van 1 januari 2004 tot 2 december 2015 werkzaam geweest bij de gemeente Amsterdam. Vanaf 1 januari 2007 was hij in dienst als wagenpark- en werfbeheerder van het [stadsdeel] bij de gemeente Amsterdam. In die hoedanigheid was hij onder meer verantwoordelijk voor de inkoop van voertuigen, appendages en onderhoud/reparaties met betrekking tot het wagenpark en de werven waar de voertuigen zijn geplaatst.

Het inkoopproces en het beheer van voertuigen van de gemeente Amsterdam

[bedrijf 1] is het administratiekantoor voor het wagenpark van de gemeente Amsterdam. De door de gemeente Amsterdam gekochte voertuigen worden administratief ondergebracht bij [bedrijf 1] .

[bedrijf 1] beheert de voertuigen. De gemeente Amsterdam is de eigenaar van de voertuigen.

[bedrijf 13] was tot 2014 verantwoordelijk voor de administratieve afhandeling van bestellingen door Stadsdelen bij [bedrijf 1] . Vanaf 2014 heeft het [bedrijf 14] die taak overgenomen.

Girale betalingen door gemeente Amsterdam ter zake van facturen van [bedrijf 2]

- In de periode van 14 januari 2009 tot en met 29 juli 2015 is door de gemeente Amsterdam door middel van 52 girale overschrijvingen een geldbedrag van in totaal € 864.852,40 overgemaakt aan [bedrijf 2], ter voldoening van 81 facturen van [bedrijf 2] aan de gemeente Amsterdam, welke facturen door [bedrijf 2] waren verzonden in de periode van 15 december 2008 tot en met 29 juli 2015 ter zake van door [bedrijf 2] verrichte werkzaamheden en/of geleverde goederen voor/aan de gemeente Amsterdam;

- In het dossier zijn 59 van de 81 facturen van [bedrijf 2] aan de gemeente Amsterdam aangetroffen;

- In de periode van 24 april 2009 tot en met 19 augustus 2015 is door de gemeente Amsterdam een geldbedrag van in totaal € 2.162.097,69 overgemaakt aan [bedrijf 1] , ter voldoening door [bedrijf 1] van 113 facturen van [bedrijf 2] aan [bedrijf 1] (door [bedrijf 1] ontvangen in de periode van 16 april 2009 tot en met 24 juli 2015) ter zake van door [bedrijf 2] verrichte werkzaamheden en/of geleverde goederen voor/aan de gemeente Amsterdam;

-In het dossier zijn 109 van de 113 facturen van [bedrijf 2] aan [bedrijf 1] aangetroffen;

Girale betalingen door [bedrijf 1] aan [bedrijf 2] ter zake van facturen van [bedrijf 2]

- In de periode van 28 april 2009 tot en met augustus 2015 is door [bedrijf 1] door middel van 28 girale overschrijvingen in totaal een geldbedrag van € 2.013.488,65 overgemaakt aan [bedrijf 2] , ter voldoening van 113 facturen van [bedrijf 2] aan [bedrijf 1] (door [bedrijf 2] aan [bedrijf 1] verzonden in de periode van 16 april 2009 tot en met 24 juli 2015);

Bevindingen ten aanzien van facturen van [bedrijf 2] aan de gemeente Amsterdam

In de 81 rechtstreeks aan de gemeente Amsterdam verzonden facturen zijn verschillende werkzaamheden (rioleringswerkzaamheden en reparaties) en materialen ten behoeve van het wagenpark of de werven gedeclareerd.

Opvallend aan de facturen is dat:

- als projectnaam verschillende (benamingen van) gemeentewerven zijn vermeld;

- bij de referentie altijd een naam en soms ook een nummer vermeld is; dat de naam van verdachte op 56 facturen is vermeld, vaak alleen, soms met een andere naam erbij;

- vanaf 1 oktober 2012 is gefactureerd met verschillende btw-tarieven, terwijl het btw-tarief sinds 1 oktober 2012 is verhoogd naar 21%;

- de vermelde betalingstermijn varieert tussen de 8 en 14 dagen;

- er continu wisselingen in telefoon- en faxnummers plaatsvinden, met wisselende vermelding van een vast telefoonnummer en een mobiel telefoonnummer.

Bevindingen ten aanzien van facturen [bedrijf 2] aan [bedrijf 1]

In de 113 aan [bedrijf 1] verzonden facturen worden voertuigen en appendages gedeclareerd, alsmede klein materieel en arbeidsloon.

De door [bedrijf 2] aan [bedrijf 1] verzonden facturen voor door de gemeente Amsterdam bestelde voertuigen en appendages voldoen niet aan de door de Belastingdienst gestelde eisen.

Opvallend aan de facturen is verder dat:

- er is gevarieerd in het vermelde vaste en mobiele telefoonnummer;

- de type voertuigen en appendages veelal beginnen met de aanduiding “ [aanduiding] ”;

- een standaard opmaak ten aanzien van de factuurnummers ontbreekt: er is een mix zichtbaar van verwijzingen naar dagen en maanden;

- in 2012 op 5 en 6 december 2012 56 facturen naar [bedrijf 1] worden verstuurd, 24 voor het aanbrengen van snelheidsafhankelijke sproeisystemen en 32 voor het aanbrengen van fijnstof beperkende maatregelen;

- op alle facturen de leverdatum ontbreekt en wordt vermeld: “geleverd” met een omschrijving van de goederen.

Bevindingen ten aanzien van bedrijfslocatie, bedrijfsvoering en bedrijfsadministratie [bedrijf 2]

Blijkens informatie van de Kamer van Koophandel is [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum 2] 1973, ( [medeverdachte 1] ) wonende te [adres 3] , sinds 28 november 2008 gestart met eenmanszaak [bedrijf 2] en Adviezen , met als bezoekadres: [adres 4] , en luidt het postadres [adres 5] .

Volgens het uittreksel van de Kamer van Koophandel heeft [bedrijf 2] de navolgende activiteiten: “groothandel in containers en klein gereedschap, het leveren van diensten op technisch, operationeel en facilitair gebied en tevens bedrijfsorganisatie-adviesbureau.

Het bedrijfsadres van [bedrijf 2] betreft een hooischuur die sinds 2008 werd verhuurd aan [medeverdachte 1] . Vanaf ongeveer 2012 werd de huur door [verdachte] (verdachte) en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) opeens voor een heel jaar vooruit per bank overgemaakt aan verhuurster [naam 2] en sindsdien heeft [naam 2] hen niet meer bij de hooischuur gezien. Zij heeft wel gezien dat verdachte regelmatig met een vriend aan het klussen was met auto’s en dat verdachte er dan bij zat.

Uit de verstrekte fiscale gegevens blijkt dat de door [medeverdachte 1] zelf opgegeven omzet over 2009 tot en met 2012 telkens € 0,-- bedroeg en € 0,-- omzetbelasting is betaald. Over de jaren 2013 tot en met 2016 is geen omzet opgegeven.

Betrokkenheid van [medeverdachte 1] bij [bedrijf 2]

- Op de laptop van [medeverdachte 1] zijn onder meer relevante e-mails van [bedrijf 2] en offertes van [bedrijf 2] aangetroffen.

- [medeverdachte 1] heeft in augustus 2015 op verzoek van verdachte namens [bedrijf 2] telefonisch contact gezocht met [bedrijf 1] in verband met een factuur van [bedrijf 2] die nog niet was voldaan en heeft daarna daarover met verdachte gesproken.

- Vanaf het emailadres [mailadres] (gekoppeld aan mevrouw [naam 3] ) is op 8 december 2013 een email verzonden aan hetzelfde emailadres (gekoppeld aan “ [bedrijf 8] ) met in de bijlage drie facturen van 9 december 2013 op naam van [bedrijf 2] aan [bedrijf 1] ; deze email had het onderwerp: afdrukken en opsturen”;

- [medeverdachte 1] heeft blijkens een e-mail van 10 juni 2014 facturen van [bedrijf 2] geprint en verzonden.

- [medeverdachte 1] had wetenschap van de bankrekening van [bedrijf 2] en heeft ook feitelijk gebruik gemaakt van de bankrekening, gelet op (onder meer) de door haar op verzoek van verdachte gedane vijf overboekingen van 20.000 euro.

Analyse van de bankrekening [rekeningnummer 1] op naam van [bedrijf 2]

Uit analyse van de bankrekening van [bedrijf 2] blijkt dat tegenover alle door de gemeente Amsterdam bijgeschreven bedragen ter voldoening van de gefactureerde diensten en goederen/materialen geen uitgaven zijn terug te vinden die kunnen wijzen op daarvoor gemaakte inkoopkosten of onkosten, waardoor geen inkoopwaarde van de omzet wordt getoond dan wel kan worden vastgesteld. De inkoopprijs van de gefactureerde goederen en diensten blijkt niet uit de bankgegevens en daarmee ontbreekt een goederenstroom.

Bevindingen ten aanzien (van ontbreken) van wetenschap bij werknemers van de gemeente Amsterdam ter zake van verrichte werkzaamheden en levering van goederen door [bedrijf 2]

Werfmedewerkers, onder wie [getuige 1] , die in het kader van het onderzoek Tulp zijn gehoord hebben verklaard het bedrijf [bedrijf 2] niet te kennen en de facturen van [bedrijf 2] niet te herkennen. Tegenover de rechter-commissaris hebben de als getuige gehoorde (voormalig) werfmedewerkers [getuige 2] , [getuige 3] , [getuige 4] , [getuige 5] , [getuige 1] , [getuige 6] en [getuige 7] overeenkomstig verklaard en heeft getuige [getuige 1] zijn eerdere verklaring bevestigd.

Mevrouw [getuige 8] , medewerkster Ondersteuning [stadsdeel] , heeft verklaard dat voor de ontvangen facturen de bevestiging ter zake van geleverde diensten en/of goederen mondeling van verdachte kwam. Zij ging in haar functie van financieel medewerkster met verdachte eenmaal per week zitten voor facturen waarvan zij geen pakbon had of waarvan de omschrijving vaag was en als hij een specificatie kon geven, dan was het goed voor haar.

Bevindingen inzake onderzoek op de vier gemeentewerflocaties van de gemeente Amsterdam

In de facturen van [bedrijf 2] die rechtstreeks aan de gemeente Amsterdam zijn gestuurd zijn verschillende werkzaamheden (rioleringswerkzaamheden, reparaties) en materialen ten behoeve van het wagenpark of de werven gedeclareerd.

In de facturen aan [bedrijf 1] zijn voertuigen en appendages gedeclareerd en klein materieel en arbeidsloon.

Op 15 november 2015 is in samenwerking met de gemeente Amsterdam op vier locaties (de werf [werf 1] , de parkeerplaats [parkeerplaats] , de werf [werf 2] en de werf [werf 3] ) onderzoek gedaan naar de daar aanwezige voertuigen en appendages, teneinde te controleren of de door [bedrijf 2] via [bedrijf 1] gefactureerde voertuigen en/of appendages op één van de locaties konden worden aangetroffen, waarbij is vastgesteld dat:

-de 9 gefactureerde voertuigen (waaronder 7 Shibauru RB940 mini-tractoren van 107.630 euro) en 3 RB350 hogedrukunits niet aanwezig waren; RB940 en RB350 zijn daarbij een niet bestaande typeaanduiding;

-de 17 gefactureerde losse appendages niet aanwezig waren en dat 2 gefactureerde appendages niet thuis te brengen waren, omdat type RB5000 een niet bestaand type is;

- gefactureerde appendages en aanpassingen op voertuigen die door andere leveranciers zijn geleverd, te weten PM10 systemen en een snelheidsafhankelijk sproeisysteem, al standaard bleken te zijn ingebouwd, zodat het onwaarschijnlijk is dat dit achteraf is gebeurd;

- de hydraulische kantelbak niet is aangetroffen;

Overige bevindingen inzake de op de facturen van [bedrijf 2] vermelde goederen/onderdelen

De zuigunits van het merk Fiedler (en niet zoals door [bedrijf 2] gefactureerd: Fiegler-zuigunits) zijn geleverd door [bedrijf 9];

De leveranciers van de voertuigen ( [bedrijf 10] , [bedrijf 9] BV en [bedrijf 11] ) hebben verklaard dat PM10 een fijnstofnorm is en geen aanpassing betreft en dat dit dus een verzonnen aanpassing is en niet achteraf geplaatst kan worden;

De gefactureerde zoutoplosser merk Nibo type RB5000 bestaat niet.

Ten aanzien van facturen van [bedrijf 3]

Girale betalingen door gemeente Amsterdam aan [bedrijf 3] ter zake van facturen van [bedrijf 3]

- In de periode van 7 januari 2014 tot en met 14 april 2015 is door de gemeente Amsterdam door middel van 7 girale overschrijvingen een geldbedrag van in totaal € 134.817,40 overgemaakt aan [bedrijf 3] ter voldoening van 16 facturen van [bedrijf 3] aan de gemeente Amsterdam (door [bedrijf 3] verzonden aan de gemeente Amsterdam in de periode van 29 november 2013 tot en met 24 februari 2015) ter zake van door [bedrijf 3] verrichte werkzaamheden en/of geleverde goederen voor/aan de gemeente Amsterdam;

- In de periode van 14 april 2014 tot en met 14 april 2015 is door de gemeente Amsterdam giraal een geldbedrag van in totaal € 51.229,74 overgemaakt aan [bedrijf 1] ter voldoening van 6 facturen d.d. 6 maart 2015 van [bedrijf 3] aan [bedrijf 1] ad telkens € 8.538,29, ter zake van door [bedrijf 3] verrichte werkzaamheden en/of geleverde goederen voor/aan de gemeente Amsterdam; Op 14 april 2015 is ter zake van voornoemde 6 facturen € 51.229,74 door [bedrijf 1] overgemaakt aan en bijgeschreven op de bankrekening van [bedrijf 3];

Bevindingen ten aanzien van facturen [bedrijf 3] aan de gemeente Amsterdam

De 16 aan [stadsdeel] van de gemeente Amsterdam verzonden facturen zien op werkzaamheden inzake vorstbeveiliging, aanpassingen aan met name veegmachines (DIN-platen en heftafels), de levering van twee zuigunits, schadeherstel koelblok en onderhoud hydrauliek.

Bevindingen ten aanzien van bedrijfslocatie, bedrijfsvoering, bedrijfsactiviteiten en bedrijfsadministratie [bedrijf 3]

Blijkens het uittreksel van de Kamer van Koophandel is [bedrijf 3] als onderneming gestart op 22 oktober 2013 en opgeheven op 1 november 2015. [bedrijf 3] betrof een eenmanszaak op naam van [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum 3] 1966 (medeverdachte [medeverdachte 2] ), met als activiteiten: onderhoud en reparaties van machines, installaties en voertuigen.

Het bedrijfsadres van [bedrijf 3] aan de [adres 6] te Hoofddorp is een loods die volgens de verhuurder [naam 4] door [medeverdachte 2] werd gebruikt om aan auto’s te sleutelen. De huur van de loods was overeengekomen met verdachte en [medeverdachte 2] . Verdachte was er alleen in het begin een keer. De huur werd door [medeverdachte 2] overgemaakt vanaf de bankrekening [rekeningnummer 2] . In het begin heeft [medeverdachte 1] ook wel de huur betaald. Zij is in het begin één keer op de bedrijfslocatie geweest om in het kantoor te kijken.

In de loods is, behoudens enkele bankafschriften van [bedrijf 3] en 2 betalingsoverzichten van de gemeente aan [bedrijf 3] , geen bedrijfsadministratie gevonden.

Het merendeel van de bedrijfsadministratie van [bedrijf 3] is aangetroffen bij verdachte thuis. Aldaar lagen offertes en facturen van [bedrijf 3] , een brief van de Belastingdienst, een brief van ING met betrekking tot de verstrekking van een betaalpas inclusief pincode en inloggegevens voor het internetbankieren, alsmede een lijst met zaken die geregeld moesten worden.

Overige bevindingen ten aanzien van [bedrijf 3]

In de bij verdachte thuis aangetroffen laptop zijn 6 facturen van [bedrijf 3] aangetroffen, welke facturen zijn gericht aan [bedrijf 1] , gedateerd zijn op 6 maart 2015 en een totaalbedrag van

€ 51.229,74 opleveren. Voornoemd bedrag is door [bedrijf 1] aan [bedrijf 3] betaald op 14 april 2015.

In deze laptop zijn ook chatgesprekken aangetroffen tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] :

- in het chatgesprek op 23 februari 2015 geeft verdachte tegenover [medeverdachte 2] aan dat [medeverdachte 2] gebeld kan worden voor de levering van hydrosystemen en dat hij gewoon “ja” moet zeggen; - in het chatgesprek op 11 maart 2015 geeft verdachte tegenover [medeverdachte 2] aan dat [medeverdachte 2] gebeld kan worden door [bedrijf 1] , dat [medeverdachte 2] netjes moet spreken, dat ze [medeverdachte 2] gaan vragen wanneer hij gaat leveren en dat [medeverdachte 2] dan moet aangeven: “volgende week woensdag, 6 stuks hydraulische vuilopbouw.

In het Whatsapp-gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 2] op 12 april 2014 vraagt verdachte aan [medeverdachte 2] wat 8 ruggen voor hem zouden zijn. In het Whatsapp-gesprek op 15 april 2014 geeft verdachte tegenover [medeverdachte 2] aan: “als iemand belt om iets te vragen heb je van de [bedrijf 10] ’s en [bedrijf 12] ’s de hydrauliek en dinplaat aangepast” en “dit zijn voertuigen van 3 weken geleden”.

Analyse bankrekening [rekeningnummer 2] op naam van [bedrijf 3]

De bankgegevens en mutaties zijn inzake bankrekening [rekeningnummer 2] zijn verstrekt over de periode van 4 september 2013 tot en met 30 november 2015.

De bankrekening staat op naam van [bedrijf 3] . Vertegenwoordiger namens [bedrijf 3] is [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum 3] 1966. De bankpas staat op naam van [medeverdachte 2] .

De bankrekening is uitsluitend gevoed met:

- 7 overboekingen in de periode van 7 januari 2014 tot en met 23 maart 2015 door de gemeente Amsterdam, [stadsdeel] , voor een totaalbedrag van € 134.817,40 ter zake van door [bedrijf 3] ingediende facturen;

- een overboeking op 14 april 2015 door [bedrijf 1] voor een totaalbedrag van € 51.229,74.

Het totaalbedrag aan bijschrijvingen bedraagt € 186.047,14.

Het totaalbedrag aan afschrijvingen bedraagt € 186.096,15.

Analyse van de facturen van [bedrijf 3] aan de gemeente Amsterdam

In het kader van onderzoek Tulp heeft de gemeente Amsterdam de ontvangen facturen van [bedrijf 3] onderzocht. Het werd aannemelijk bevonden dat alle door [bedrijf 3] aan de gemeente direct en indirect in rekening gebrachte producten en/of diensten niet zijn geleverd aan de gemeente Amsterdam. Aan deze conclusie ligt het volgende ten grondslag.

- Verdachte ontving facturen van [bedrijf 3] in zijn zakelijke e-mail en was vervolgens

rechtstreeks verantwoordelijk voor het aanbrengen van deze facturen bij de financiële

administratie van het [stadsdeel] , wat resulteerde in de daadwerkelijke betaling van

dergelijke facturen;

- Volgens mededeling van meerdere medewerkers en leidinggevenden van de werven van

[stadsdeel] zijn zij niet bekend met [bedrijf 3] of de door deze firma fictief verrichtte

werkzaamheden of leveranties;

- De door [bedrijf 3] in rekening gebrachte producten met omschrijving "Zuigunit Fiegler" zijn

tevens in rekening gebracht door de firma [bedrijf 2] via [bedrijf 1] (soortelijke modus

operandi), waarbij is vastgesteld dat dergelijke zuigunits niet bestaan en niet zijn geleverd. Er bleken namelijk wel twee zuigunits te zijn geleverd, deze waren echter van het merk Fiedler en zijn geleverd door de firma [bedrijf 9] ;

- Alle door [bedrijf 3] bij de gemeente Amsterdam en bij [bedrijf 1] in rekening gebrachte

producten zijn niet aangetroffen op de werf;

- [medeverdachte 2] heeft verklaard de in rekening gebrachte producten niet te hebben geleverd.

Ten aanzien van de facturen van [bedrijf 4]

Girale betalingen door gemeente Amsterdam aan [bedrijf 4] zake van facturen van [bedrijf 4]

- In de periode van 24 maart 2009 tot en met 20 december 2011 is door de gemeente Amsterdam door middel van girale overschrijvingen een geldbedrag van in totaal

€ 873.432,35 is overgemaakt aan [bedrijf 4] ter voldoening van in totaal 58 facturen van [bedrijf 4] aan de gemeente Amsterdam (door [bedrijf 4] verzonden in 2009, 2010 en 2011).

Voornoemde 58 facturen betreffen doorbelastingen van door verdachte aan [bedrijf 4] gezonden facturen ter zake van de volgens die facturen door [bedrijf 5] en [bedrijf 6] B.V. ( [bedrijf 6] ) geleverde goederen aan de gemeente Amsterdam.

Verklaring van [medeverdachte 3]

Blijkens de verklaring van [medeverdachte 3] en de door hem overhandigde facturen werden in de facturen van [bedrijf 4] hele andere goederen gedeclareerd dan op de facturen van [bedrijf 5] en [bedrijf 6] stonden vermeld, deed [medeverdachte 3] dit op verzoek van verdachte, gaf verdachte aan [medeverdachte 3] door welke omschrijving hij in de facturen aan de gemeente Amsterdam moest gebruiken en zette verdachte hem enigszins onder druk om die omschrijvingen te gebruiken. De goederenstroom van [bedrijf 6] heeft [bedrijf 4] nooit fysiek gezien. [bedrijf 4] betaalde slechts de factuur en factureerde die weer door aan de gemeente met daarbovenop een provisie.

Ten aanzien van de overige relevante feiten en omstandigheden

Verklaring verdachte ter terechtzitting

Verdachte heeft verklaard dat hij ‘ [bedrijf 2] was’ en dat hij de facturen van [bedrijf 2] heeft verzonden naar de gemeente Amsterdam en [bedrijf 1] . Voor verschillende van de gefactureerde goederen bedacht hij zelf namen.

Verdachte heeft voorts verklaard dat alle facturen van [bedrijf 5] en [bedrijf 6] door hem vervalst zijn en dat hij deze heeft doorgezet naar [bedrijf 4] , zodat deze onderneming bij de gemeente kon factureren. Verdachte heeft erkend dat een goede bedrijfsadministratie bij [bedrijf 2] ontbrak en dat hij bij de Belastingdienst geen aangifte heeft gedaan van zijn inkomsten uit de door [bedrijf 2] verrichte diensten en werkzaamheden.

Verdachte heeft verklaard dat hij gebruik heeft gemaakt van de bankrekening op naam van [naam 5] . Verdachte heeft voorts erkend dat de in de tenlastelegging onder feit 3 vermelde betalingen door hem zijn gedaan en dat hij die betalingen heeft gedaan van zijn inkomsten uit zijn werk als werfbeheerder bij de gemeente en van zijn inkomsten uit [bedrijf 2] .

Overschrijvingen van bankrekening [rekeningnummer 2] op naam van [bedrijf 3] naar bankrekeningen van [medeverdachte 1] e/o [verdachte]

Van de bankrekening van [bedrijf 3] zijn 6 overboekingen in 2014 en 7 overboekingen in 2015, voor een totaalbedrag van € 110.050,--, gedaan naar de privérekeningen [rekeningnummer 3] (een overschrijving van € 18.750,--) en [rekeningnummer 4] (12 overschrijvingen voor in totaal € 91.300,--) op naam van [medeverdachte 1] e/o [verdachte] .

Van de bankrekening van [bedrijf 3] is in totaal voor € 32.000,-- opgenomen aan contant geld en is € 11.000,-- uitgegeven bij [casino]. De uitgaven in het casino werden gedaan op momenten dat verdachte en [medeverdachte 1] daar aanwezig waren.

Overschrijvingen van bankrekening [rekeningnummer 5] op naam van [bedrijf 4] naar bankrekening van [medeverdachte 1] e/o [verdachte]

Van de bankrekening van [bedrijf 4] zijn 20 overboekingen in 2009, 23 overboekingen in 2010 en 45 overboekingen in 2011, voor een totaalbedrag van € 783.284,42, gedaan naar de privérekening [rekeningnummer 4] op naam van [medeverdachte 1] e/o [verdachte] .

Overschrijvingen van bankrekeningen van [bedrijf 2] ADV ( [bedrijf 2] ) en van [medeverdachte 1] en/of [verdachte] naar bankrekening [rekeningnummer 6] op naam van [naam 5]

Uit nader onderzoek naar voornoemde bankrekening van [naam 5] blijkt dat op deze bankrekening in de periode van 1 januari 2008 tot en met 15 december 2014 onder meer (door middel van diverse girale overboekingen) de navolgende totaalbedragen zijn bijgeschreven/gecrediteerd:

€ 94.000,-- van [bedrijf 2] ADV, tegenrekening [rekeningnummer 1] ;

€ 10.250,-- van [medeverdachte 1] e/o [verdachte] , tegenrekening

[rekeningnummer 4] ;

- € 21.793,95 € 21.793,95 van [medeverdachte 1] e/o [verdachte] , tegenrekening [rekeningnummer 3]

Het totaalbedrag van voornoemde overschrijvingen in voornoemde periode bedraagt

€ 126.043,95.

Het aan de bankrekening van [naam 5] gekoppelde adres was [adres 3] te Badhoevedorp; het toenmalige adres van verdachte en [medeverdachte 1] .

Persoonlijke situatie van verdachte en [medeverdachte 1]

Verdachte en [medeverdachte 1] zijn op 27 juli 2007 in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd in Haarlemmermeer. Beiden zijn gezamenlijk eigenaar van de woning [adres 3] te Badhoevedorp en staan (gedurende de onderzoeksperiode) ingeschreven op voornoemd adres.

Bevindingen ten aanzien van financiële situatie verdachte en [medeverdachte 1]

Bij aanvang van het onderzoek bleken verdachte en/of [medeverdachte 1] zeven bankrekeningen op hun naam te hebben staan, waaronder (op naam van [medeverdachte 1] ) een betaal- en spaarrekening van [bedrijf 2] . Van deze zeven rekeningen waren er drie al actief bij het begin van de onderzoeksperiode met een totaalsaldo op 1 januari 2008 van € 1.823,83.

Het totaalbedrag aan door verdachte en [medeverdachte 1] giraal ontvangen inkomsten uit arbeid en/of uitkering in de onderzoeksperiode van 3 januari 2008 tot en met 5 september 2015/1 januari 2008 tot en met 21 augustus 2015 bedroeg € 314.714,18.

Van dit totaalbedrag was € 216.064,71 afkomstig van [stadsdeel] van de gemeente Amsterdam. Het resterende bedrag ad € 98.649,47 was afkomstig van verschillende werkgevers en/of uitzendbureaus.

De gemiddelde inkomsten uit loon over voornoemde periode, totaal 92 maanden, bedroegen € 3.421,00 per maand. Het verschil tussen de gemiddelde maandelijkse legale inkomsten uit arbeid en de gemiddelde contante opnames is een negatief bedrag van € 1.617,00.

Verdachte en [medeverdachte 1] zijn elkaars fiscale partners.

Blijkens de door verdachte ingediende aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2011 tot en met 2014 bedroeg het arbeidsinkomen bij zijn werkgever gemeente Amsterdam, [stadsdeel] , gemiddeld € 47.129,00.

Blijkens de door [medeverdachte 1] ingediende aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2008 tot en met 2014 bedroeg het gemiddelde arbeidsinkomen € 21.103,00. Het arbeidsinkomen van [medeverdachte 1] over 2013 en 2014 was blijkens de gedane aangiften verwaarloosbaar.

De eigen woning-schuld van verdachte en [medeverdachte 1] over 2011 toe en met 2014 bedroeg telkens € 164.723,00. Over 2014 werd een bedrag van € 11.794,00 aan rente betaald.

Contante geldopnames door verdachte en/of [medeverdachte 1]

In de periode van 3 januari 2008 tot en met 6 september 2015 is door verdachte en/of [medeverdachte 1] voor een totaalbedrag van € 463.473,21 contant geld opgenomen. Per jaar bedroeg het totaalbedrag aan contante geldopnames:

2008: € 16.700,00

2009: € 53.030,00

2010: € 86.340,00

2011: €122.732,02

2012: € 32.908,56

2013: € 29.300,00

2014: € 77.904,23

2015: € 48.058,40 (tot 7 september 2015)

De gemiddelde geldopname per maand over voornoemde periode van in totaal 92 maanden bedroeg € 5.038,00.

Contante geldstortingen op rekeningen van verdachte en/of [medeverdachte 1]

Uit de banktransacties blijkt dat verdachte en [medeverdachte 1] in deze periode voor een totaalbedrag van € 63.712,14 aan contante geldstortingen op hun bankrekeningen hebben gedaan.

De waardering van het bewijs

Feit 1 en feit 2

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van het voorgaande komen vast te staan dat op geen enkele wijze sprake is geweest van door [bedrijf 2] en [bedrijf 3] en [bedrijf 4] (voor zover het de facturen betreft die in het kader van dit strafrechtelijk onderzoek relevant zijn) feitelijk verrichte werkzaamheden/diensten en/of geleverde goederen tegenover de door hen bij de gemeente Amsterdam en [bedrijf 1] ingediende facturen.

Tijdens zowel het onderzoek van de gemeente als dat van de politie is voor het verweer van verdachte dat er door of via hem wel degelijk goederen en diensten zijn geleverd geen enkele aanwijzing gevonden, terwijl daarnaar gedegen onderzoek heeft plaatsgevonden. Zo constateert de rechtbank in dit verband onder meer dat:

- meerdere werfmedewerkers in het kader van het onderzoek hebben verklaard [bedrijf 2] / [bedrijf 2] niet te kennen en/of de facturen van [bedrijf 2] niet te herkennen;

- meerdere op verzoek van de verdediging gehoorde getuigen tegenover de rechter-commissaris weliswaar hebben verklaard over op de gemeentewerven uitgevoerde werkzaamheden, maar niet specifiek hebben verklaard over door verdachte en/of (werknemers van) [bedrijf 2] / [bedrijf 2] verrichte werkzaamheden/diensten en/of door [bedrijf 2] / [bedrijf 2] geleverde goederen; ook zij hebben bovendien verklaard [bedrijf 2] / [bedrijf 2] niet te kennen;

- de in gebruik zijnde locaties van de gemeentewerf [stadsdeel] in november 2015 uitvoerig zijn onderzocht, maar dat dit niet heeft geleid tot het aantreffen van gefactureerde voertuigen en/of onderdelen; de verklaring van getuige [getuige 3] zoals afgelegd tegenover de rechter-commissaris op 8 april 2019 de bevindingen betreffende het op die locaties uitgevoerde onderzoek geenszins ontkracht;

- van [bedrijf 2] een bedrijfsadministratie ontbreekt en op geen enkele wijze is gebleken van

inkoop van goederen en betaling van personeel ten behoeve van de aan de gemeente Amsterdam gefactureerde werkzaamheden en/of goederen;

- evenmin is gebleken van andere bedrijfsactiviteiten en bij de Belastingdienst door/namens [bedrijf 2] nooit aangifte is gedaan ter zake van verschuldigde van omzetbelasting;

- [bedrijf 2] niet was gevestigd op een reguliere bedrijfslocatie en/of in een reguliere bedrijfsruimte, maar op een locatie die uitsluitend geschikt was voor opslag;

- uit de bankrekeninggegevens van [bedrijf 3] niet is gebleken van afschrijvingen ter zake van ingekochte goederen en/of andere zaken ten behoeve van bedrijfsvoering;

- net als bij [bedrijf 2] ook bij het onderzoek naar [bedrijf 3] op geen enkele wijze enige aanwijzing is gevonden van door dit bedrijf geleverde goederen of diensten. Goederen zijn niet teruggevonden, medewerkers kennen het bedrijf ook niet.

De rechtbank stelt vast dat verdachte pas tijdens de behandeling van de civiele zaak van de gemeente Amsterdam tegen (onder meer) verdachte voor het eerst, doch niet nader onderbouwd, heeft verklaard dat voor de ingediende facturen wel degelijk werkzaamheden/diensten zijn verricht en/of goederen zijn geleverd. In feite heeft hij tijdens het onderzoek ter zitting deze blote stelling herhaald en wederom niet nader onderbouwd of geconcretiseerd. De enige nadere onderbouwing zou moeten volgen uit de door de verdediging ter zitting van 3 maart 2020 overgelegde schriftelijke verklaring van getuige [getuige 9] . Deze is echter volstrekt in strijd met zijn eerder afgelegde verklaring. Gelet ook op alle overige verklaringen in het dossier acht de rechtbank die nadere verklaring ongeloofwaardig. Er is derhalve geen aanknopingspunt voor het verweer van verdachte en dit verweer wordt dan ook als ongeloofwaardig terzijde geschoven.

De rechtbank stelt vast ten aanzien van de facturen van [bedrijf 2] dat 59 facturen van de in de tenlastelegging vermelde 81 facturen in het dossier zijn aangetroffen. Op grond daarvan is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden dat ten aanzien van de ontbrekende 22 facturen sprake is geweest van valsheid in geschrift. Dat geldt evenzeer voor 4 facturen van [bedrijf 2] aan [bedrijf 1] die ontbreken in het dossier, zodat de rechtbank verdachte voor wat betreft deze facturen zal vrijspreken van het onder 2 ten laste gelegde. Het ontbreken van deze facturen heeft echter geen consequenties voor het onder 1 ten laste gelegde, nu de bewijsmiddelen voldoende informatie geven over de omstandigheden waaronder de gemeente en [bedrijf 1] de in de tenlastelegging opgenomen bedragen hebben overgemaakt.

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen vast komen te staan dat (in elk geval) 59 facturen van [bedrijf 2] aan de gemeente Amsterdam, (in elk geval) 109 facturen van [bedrijf 2] aan [bedrijf 1] , 16 facturen van [bedrijf 3] aan de gemeente Amsterdam, 6 facturen van [bedrijf 3] aan [bedrijf 1] , 28 facturen op naam van [bedrijf 5] , 63 facturen op naam van [bedrijf 6] en 3 facturen op naam van [bedrijf 4] aan de gemeente Amsterdam valselijk zijn opgemaakt en dat deze zijn verzonden aan de gemeente Amsterdam en/of [bedrijf 1] , die hierdoor en door mededelingen van verdachte hierover in de veronderstelling verkeerden dat de gefactureerde goederen waren geleverd en/of dat de gefactureerde diensten en/of werkzaamheden waren verricht en tot betaling van de facturen zijn overgegaan. Uit de inhoud van de bewijsmiddelen volgt dat verdachte niet alleen zelf de facturen van [bedrijf 2] heeft opgemaakt en verstuurd, maar op sturende en intensieve wijze betrokken is geweest bij de facturering van [bedrijf 3] en [bedrijf 4] aan de gemeente Amsterdam en/of [bedrijf 1] .

Nu deze facturen vals waren, is er sprake geweest van een onjuiste voorstelling van zaken tegenover de gemeente Amsterdam en [bedrijf 1] . Naar het oordeel van de rechtbank is hiermee sprake geweest van het aannemen van een valse hoedanigheid, listige kunstgrepen en samenweefsels van verdichtsels.

Op basis van de valse facturen zijn de gemeente Amsterdam en [bedrijf 1] bewogen om de in de bewijsmiddelen weergegeven gelden te betalen aan [bedrijf 2] , [bedrijf 3] en [bedrijf 4] .

Daarnaast is komen vast te staan dat de door de gemeente Amsterdam en [bedrijf 1] gestorte geldbedragen op de bankrekening van [bedrijf 2] , [bedrijf 3] en [bedrijf 4] vrijwel geheel en direct na die stortingen zijn overgeboekt naar de privérekening van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] . Verdachte heeft aldus gehandeld met het oogmerk om zichzelf en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen.

Op grond van het vorenoverwogene acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan oplichting, zoals onder 1 ten laste is gelegd, alsmede dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan het plegen van valsheid in geschrift en het opzettelijk gebruik maken van die valse en/of vervalste facturen, zoals onder 2 ten laste is gelegd.

Medeplegen

Betrokkenheid medeverdachte [medeverdachte 1] bij [bedrijf 2]

Uit de inhoud van de bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van de rechtbank dat [medeverdachte 1] op een actieve en significante wijze betrokken is geweest bij de oplichting via de facturen van [bedrijf 2] .

Dat blijkt onder meer uit de volgende feiten en omstandigheden:

- [bedrijf 2] is door haar opgericht en stond op haar naam; de bedrijfslocatie was door haar gehuurd en de huur is aanvankelijk door haar voldaan;

- gedurende de korte tijd waarbinnen telefoongesprekken van verdachte zijn afgeluisterd is gebleken dat zij op verzoek van verdachte telefonisch contact heeft gezocht met [bedrijf 1] in verband met een nog niet betaalde factuur van [bedrijf 2] en dat zij op verzoek van verdachte facturen van [bedrijf 2] heeft geprint;

- [medeverdachte 1] had wetenschap van de bankrekening van [bedrijf 2] en heeft ook feitelijk gebruik gemaakt van de bankrekening, gelet op (onder meer) de door haar op verzoek van verdachte gedane vijf overboekingen van 20.000 euro.

Op grond van het voorgaande is ter zake van de facturen van [bedrijf 2] sprake geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] , die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank ter zake van de facturen van [bedrijf 2] ook het ten laste gelegde medeplegen van valsheid in geschrift en medeplegen van het opzettelijk gebruikmaken van een geschrift, als ware het echt en onvervalst wettig en overtuigend bewezen.

Betrokkenheid medeverdachte [medeverdachte 2] bij de facturen van [bedrijf 3]

Uit de inhoud van de bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van de rechtbank dat [medeverdachte 2] op een actieve wijze betrokken is geweest bij de oplichting via de facturen van [bedrijf 3] . [medeverdachte 2] heeft van verdachte meermalen doorgekregen hoe hij moest antwoorden in geval van telefoontjes van de gemeente Amsterdam en/of [bedrijf 1] .

Blijkens een WhatsApp-gesprek op 12 april 2014 wordt aan [medeverdachte 2] gevraagd wat “8 ruggen” voor hem zouden zijn en kort daarna wordt besproken hoe hij ingeval van vragen over een factuur moet reageren.

De bankpas van [bedrijf 3] is aangetroffen bij verdachte. Met de bankpas van [bedrijf 3] is onder meer contant geld opgenomen bij [casino] . Via de bankrekening van [bedrijf 3] is 110.050 euro overgemaakt naar de bankrekening van verdachte en [medeverdachte 1] . [medeverdachte 2] heeft zelf verklaard dat hij contant loon van de bankrekening heeft opgenomen, huur heeft overgemaakt en belasting heeft betaald. Derhalve heeft hij zelf ook de beschikking gehad over de bankrekening van [bedrijf 3] en daarvan gebruik gemaakt.

Op grond van het voorgaande is ter zake van de facturen van [bedrijf 3] sprake geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] , die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank ter zake van de facturen van [bedrijf 3] ook het ten laste gelegde medeplegen van valsheid in geschrift en medeplegen van het opzettelijk gebruikmaken van een geschrift, als ware het echt en onvervalst wettig en overtuigend bewezen.

Feit 3

Uit hetgeen ten aanzien van feit 1 en 2 is overwogen, in onderling verband en samenhang bezien met de verklaring van verdachte te terechtzitting dat hij de onder feit 3 vermelde overschrijvingen van geldbedragen, betalingen en uitgaven, zoals gerelateerd in het proces-verbaal zaaksdossier witwassen LEFC915003-74, heeft gedaan van de inkomsten uit zijn werkzaamheden bij de gemeente en van zijn inkomsten als zelfstandig ondernemer van de werkzaamheden als leverancier met [bedrijf 2] , volgt naar het oordeel van de rechtbank dat alle gelden die verdachte heeft gebruikt voor de betreffende overschrijvingen, betalingen en uitgaven afkomstig zijn van enig misdrijf, te weten oplichting en valsheid in geschrift, verkregen gelden. De door verdachte ontvangen salarissen uit zijn werkzaamheden uit dienstverband bij de gemeente kunnen, in aanmerking genomen het daaruit af te leiden besteedbaar inkomen, de door hem gedane overschrijvingen, betalingen en uitgaven ten bedrage van ruim 3 miljoen euro niet verklaren. Evenmin is gebleken van andere, legale ontvangsten van geldbedragen door verdachte.

De door de gemeente Amsterdam en [bedrijf 1] gestorte geldbedragen op de bankrekening van [bedrijf 3] en [bedrijf 4] zijn vrijwel geheel en direct na die stortingen overgeboekt naar de privérekening van verdachte en [medeverdachte 1] . Daarnaast heeft verdachte gebruik gemaakt van de door de gemeente Amsterdam en [bedrijf 1] op de rekening van [bedrijf 2] gestorte geldbedragen. Verdachte wist dat die geldbedragen afkomstig waren van misdrijf en heeft met gebruikmaking van die gelden de herkomst van die geldbedragen verhuld, die geldbedragen overgedragen, omgezet en daarvan gebruik gemaakt.

De rechtbank is op grond van de grote hoeveelheid aan overschrijvingen, betalingen en uitgaven en de lange termijn waarbinnen deze overschrijvingen, betalingen en uitgaven hebben plaatsgevonden van oordeel dat sprake is van gewoontewitwassen.

Betrokkenheid medeverdachte [medeverdachte 1] bij het (gewoonte)witwassen

Uit de inhoud van de bewijsmiddelen volgt dat verdachte en [medeverdachte 1] gezamenlijk de beschikking hebben gehad over de bankrekening van [bedrijf 2] en eigen bankrekeningen. Uit de diverse gedane betalingen en uitgaven blijkt dat beiden gebruik hebben gemaakt van de beschikbare gelden door middel van onder meer de bestedingen bij [casino] . [medeverdachte 1] heeft voorts geprofiteerd van de door misdrijf verkregen gelden door middel van aankopen van diverse (luxe) goederen en andere uitgaven. Aldus is sprake geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen beiden die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank ook het ten laste gelegde medeplegen van (gewoonte)witwassen wettig en overtuigend bewezen.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

Hij,

in periode van 1 januari 2008 tot en met 7 september 2015 in Nederland,

tezamen en in vereniging met anderen, meermalen,

met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen

van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel

van verdichtsels,

in zijn hoedanigheid als wagenparkbeheerder/werfbeheerder werkzaam bij de gemeente Amsterdam ( [stadsdeel] ) verantwoordelijk voor de inkoop en het beheer van goederen

en diensten voor en/of ten behoeve van het wagenpark en de werven,

de gemeente Amsterdam en [bedrijf 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten:

(via [bedrijf 2] )

Een giraal geldbedrag van in totaal € 864.852,40 door de gemeente Amsterdam overgemaakt aan [bedrijf 2] en

Een giraal geldbedrag van in totaal € 2.162.097,69 door de gemeente Amsterdam overgemaakt aan [bedrijf 1] , waarvan [bedrijf 1] in totaal € 2.013.488,65 over heeft gemaakt aan [bedrijf 2] en

(via [bedrijf 3] )

Een giraal geldbedrag van in totaal € 134.817,40 door de gemeente Amsterdam overgemaakt aan [bedrijf 3] en

Een giraal geldbedrag van in totaal € 51.229,74 door de gemeente Amsterdam overgemaakt aan [bedrijf 1] , welk gehele bedrag [bedrijf 1] over heeft gemaakt aan [bedrijf 3] en

(via [bedrijf 4] )

- Een giraal geldbedrag van in totaal € 873.432,35 door de gemeente Amsterdam overgemaakt aan [bedrijf 4] ,

hebbende hij, verdachte en zijn mededaders telkens met het vorenomschreven oogmerk

– zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

middels de bedrijven [bedrijf 2] en [bedrijf 3] voorgedaan als betrouwbare leverancier van goederen en diensten en werkzaamheden ten behoeve van het wagenpark en/of de werven van de gemeente Amsterdam en

meerdere bestellingen geplaatst en laten plaatsen (via [bedrijf 1] ) bij [bedrijf 2] en

[bedrijf 3] en [bedrijf 4] en

meerdere facturen op naam van [bedrijf 2] en [bedrijf 3] en [bedrijf 4] heeft opgemaakt en/of laten opmaken en deze vervolgens heeft verstuurd en/of heeft laten versturen naar en/of ingediend bij de gemeente Amsterdam en [bedrijf 1] en

mededelingen gedaan over de gefactureerde goederen en/of diensten en werkzaamheden aan de gemeente Amsterdam en aan [bedrijf 1] en

de indruk gewekt dat goederen en diensten en werkzaamheden vermeld op deze facturen aan de gemeente Amsterdam en [bedrijf 1] geleverd en/of verricht zijn door [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] en/of [bedrijf 4] , terwijl deze goederen en diensten en werkzaamheden niet zijn geleverd of verricht,

waardoor de gemeente Amsterdam en [bedrijf 1] telkens werden bewogen tot bovenomschreven afgiftes.

2.

Hij,

in de periode van 1 januari 2008 tot en met 7 september 2015 in Nederland,

tezamen en in vereniging met anderen,

meerdere geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten:

59 facturen op naam van [bedrijf 2] aan de gemeente Amsterdam (ZD p.17 en bijlage p.132 en volgende),

109 facturen op naam van [bedrijf 2] aan [bedrijf 1] (ZD p.19 en bijlage p. .318 en volgende),

16 facturen op naam van [bedrijf 3] aan de gemeente Amsterdam (ZD p.18 en bijlage p. 199 en volgende),

6 facturen op naam van [bedrijf 3] aan [bedrijf 1] (ZD p.20 en bijlage p. 436 en volgende),

28 facturen op naam van [bedrijf 5] (bijlage p.227-254),

63 facturen op naam van [bedrijf 6] BV (bijlage p.255-317),

3 facturen op naam van [bedrijf 4] aan de gemeente Amsterdam (bijlage p. 102, 1513 en 1525),

valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst, door:

(ten aanzien van de facturen op naam van [bedrijf 2] :)

- in de facturen op naam van [bedrijf 2] aan de gemeente Amsterdam en [bedrijf 1] valselijk en in strijd met de waarheid een omschrijving van goederen en/of diensten en/of werkzaamheden en/of een prijs en/of (totaal)bedrag te vermelden alsof die goederen en/of diensten en/of werkzaamheden geleverd en/of verricht zijn door [bedrijf 2] , terwijl deze goederen en/of diensten en/of werkzaamheden niet zijn geleverd en/of verricht door [bedrijf 2] en

(ten aanzien van de facturen op naam van [bedrijf 3] :)

- in de facturen op naam van [bedrijf 3] aan de gemeente Amsterdam en/of [bedrijf 1] valselijk en in strijd met de waarheid een omschrijving van goederen en/of diensten en/of werkzaamheden en/of een prijs en/of (totaal)bedrag te vermelden alsof die goederen en/of diensten en/of werkzaamheden geleverd en/of verricht zijn door [bedrijf 3] , terwijl in werkelijkheid die goederen en/of werkzaamheden niet zijn geleverd en/of verricht door [bedrijf 3] en

(ten aanzien van de facturen op naam van [bedrijf 5] en [bedrijf 6] BV)

in de facturen op naam van [bedrijf 5] en/of [bedrijf 6] valselijk en in strijd met de waarheid een omschrijving van goederen en/of een prijs en/of (totaal)bedrag te vermelden alsof die goederen geleverd zijn door [bedrijf 5] en/of [bedrijf 6] , terwijl in werkelijkheid die goederen niet geleverd zijn door [bedrijf 5] en/of [bedrijf 6] en/of

in de facturen van [bedrijf 5] en/of [bedrijf 6] valselijk en in strijd met de waarheid te vermelden dat de facturen afkomstig zijn van [bedrijf 5] en/of [bedrijf 6] en

(ten aanzien van de facturen van [bedrijf 4] )

- in de facturen op naam van [bedrijf 4] aan de gemeente Amsterdam valselijk en in strijd met de waarheid een omschrijving van goederen en/of een prijs en/of (totaal)bedrag te vermelden alsof die goederen geleverd zijn door [bedrijf 4] , terwijl in werkelijkheid die goederen niet geleverd zijn door [bedrijf 4] ,

met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

en vervolgens

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse en/of vervalste facturen die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen als ware deze echt en onvervalst

en/of valse en/of vervalste facturen die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen opzettelijk heeft afgeleverd en voorhanden heeft gehad

door:

59 facturen op naam van [bedrijf 2] aan de gemeente Amsterdam,

109 facturen op naam van [bedrijf 2] aan [bedrijf 1] ,

16 facturen op naam van [bedrijf 3] aan de gemeente Amsterdam,

6 facturen op naam van [bedrijf 3] aan [bedrijf 1] ,

3 facturen op naam van [bedrijf 4] aan de gemeente Amsterdam

te versturen en/of te laten sturen aan en/of in te dienen bij de gemeente Amsterdam en [bedrijf 1] en

28 facturen op naam van [bedrijf 5] ,

63 facturen op naam van [bedrijf 6] BV,

door te sturen aan en/of af te geven bij [bedrijf 4] ,

terwijl hij, verdachte, en zijn mededaders wisten of redelijkerwijs moesten vermoeden dat voornoemde facturen bestemd waren om gebruik van te maken als ware deze facturen echt en onvervalst;

3.

Hij,

op diverse tijdstippen in de periode 1 januari 2008 tot en met 7 september 2015 in Nederland,

tezamen en in vereniging met anderen,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededaders,

a. a) van meerdere (grote) geldbedragen van in totaal € 3.012.939,44 bestaande uit:

€ 126.043,95 (6.1 Overschrijvingen naar Rabobankrekening ten name van [naam 5] ),

€ 185.544,- (6.2: betalingen voor de drie voertuigen van het merk Porsche, type Cayenne),

€ 14.888,- (6.3: betaling voor het voertuig van het merk Mini),

€ 40.000,- (6.4: betaling voor het vaartuig merk Baja),

€ 15.000,- (6.4: betaling voor het vaartuig merk Chapparal),

€ 8.000,- (6.4: betalingen voor het vaartuig merk Sea Ray),

€ 18.345,65 (6.5: betalingen aan het [hotel 1] Maastricht),

€ 3.568,24 (6.5: betalingen aan het [hotel 2] te Valkenburg aan [adres 2] ),

€ 1.040,93 (6.5: betalingen voor het vliegticket naar Suriname ten name van [naam 1] ),

€ 5.078,33 (6.5: betalingen voor overige reizen),

€ 1.542.063,- (6.6: uitgaven in [casino] en ten behoeve van online gokken),

€ 212.800,- (6.7: uitgaven bij [juwelier] te Maastricht),

€ 63.587,50 (6.7: uitgaven bij [opticien] te Maastricht),

€ 60.122,07 (6.7: uitgaven bij diverse tabakswinkels en loterij loten),

€ 598.428,88 (6.7: diverse uitgaven),

€ 98.349,77 (6.8: betalingen voor huurkosten op verschillende locaties),

€ 20.079,12 (6.9: overschrijvingen naar derden),

de herkomst verhuld,

en

b) meerdere (grote) geldbedragen van in totaal € 3.012.939,44 bestaande uit:

€ 126.043,95 (6.1 Overschrijvingen naar Rabobankrekening ten name van [naam 5] ),

€ 185.544,- (6.2: betalingen voor de drie voertuigen van het merk Porsche, type Cayenne),

€ 14.888,- (6.3: betaling voor het voertuig van het merk Mini),

€ 40.000,- (6.4: betaling voor het vaartuig merk Baja),

€ 15.000,- (6.4: betaling voor het vaartuig merk Chapparal),

€ 8.000,- (6.4: betalingen voor het vaartuig merk Sea Ray),

€ 18.345,65 (6.5: betalingen aan het [hotel 1] Maastricht),

€ 3.568,24 (6.5: betalingen aan het [hotel 2] te Valkenburg aan [adres 2] ),

€ 1.040,93 (6.5: betalingen voor het vliegticket naar Suriname ten name van [naam 1] ),

€ 5.078,33 (6.5: betalingen voor overige reizen),

€ 1.542.063,- (6.6: uitgaven in [casino] en ten behoeve van online gokken),

€ 212.800,- (6.7: uitgaven bij [juwelier] te Maastricht),

€ 63.587,50 (6.7: uitgaven bij [opticien] te Maastricht),

€ 60.122,07 (6.7: uitgaven bij diverse tabakswinkels en loterij loten),

€ 598.428,88 (6.7: diverse uitgaven),

€ 98.349,77 (6.8: betalingen voor huurkosten op verschillende locaties),

€ 20.079,12 (6.9: overschrijvingen naar derden),

overgedragen en omgezet en van voornoemde geldbedragen gebruik gemaakt,

terwijl hij, verdachte en zijn mededaders, wisten dat voornoemde geldbedragen

– onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 225, 326 en 420bis juncto 420ter van het Wetboek van Strafrecht . Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De rechtbank stelt vast dat de onder 1 bewezen verklaarde oplichting en het onder 2 bewezen verklaarde valsheid in geschrift een voortgezette handeling opleveren, nu sprake is van gelijksoortigheid van elkaar in tijd opvolgende handelingen, waaraan één ongeoorloofd wilsbesluit ten grondslag ligt. De verdachte heeft immers teneinde de gemeente Amsterdam en [bedrijf 1] te bewegen de facturen te betalen meerdere vervalste stukken ingediend, zodat hem daarvan in wezen één verwijt kan worden gemaakt.

Het onder 1 en 2 bewezen verklaarde levert op:

De voortgezette handeling van:

feit 1

het misdrijf: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegden

feit 2

het misdrijf: medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegden

het misdrijf: medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

het misdrijf: medeplegen van gewoontewitwassen.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezen verklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, rekening houdend met een overschrijding van de redelijke termijn, gevorderd verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 68 maanden, met aftrek van voorarrest.

7.2

.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gesteld dat er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn van vervolging van bijna 3 jaar en heeft primair bepleit om in geval van een bewezenverklaring te volstaan met oplegging van een onvoorwaardelijke taakstraf van 720 uur in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf.

De verdediging heeft geheel subsidiair bepleit om in geval van een bewezenverklaring een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden op te leggen.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte, zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich gedurende ruim 7 jaar stelselmatig en op geraffineerde wijze schuldig gemaakt aan het medeplegen van oplichting en valsheid in geschrift door het opmaken van valse facturen en het gebruikmaken daarvan, door van de daarmee (via de door de gemeente Amsterdam en [bedrijf 1] aan [bedrijf 2] , [bedrijf 3] en [bedrijf 4] gedane betalingen) verkregen gelden een zeer luxe leven te leiden. De rechtbank rekent dat verdachte zwaar aan. De integriteit van het financiële en economische verkeer staat of valt met het vertrouwen dat gesteld wordt en gesteld moet kunnen worden in de juistheid van stukken die tot enig bewijs dienen, zoals de facturen in kwestie. Door gebruikmaking van valse stukken wordt dat vertrouwen ernstig geschaad.

De rechtbank neemt het verdachte in het bijzonder kwalijk dat hij de oplichting en valsheid in geschrift heeft gepleegd als ambtenaar, in de uitoefening van zijn functie als wagenparkbeheerder van de gemeente Amsterdam, en op die wijze jarenlang structureel en op zeer omvangrijke schaal ernstig misbruik heeft gemaakt van gemeenschapsgelden.

De omstandigheid dat verdachte jarenlang zijn gang kon gaan dat er sprake was van een gebrekkige controle bij de gemeente Amsterdam maakt het handelen van verdachte niet minder strafbaar.

Verdachte heeft welbewust gehandeld, kennelijk slechts met het oog op persoonlijk financieel gewin en heeft bij het plegen van de strafbare feiten een sleutelrol vervuld, waarbij hij zijn mededaders ook aanstuurde. De rechtbank stelt in dit verband vast dat het handelen van verdachte en zijn mededaders enkel is beëindigd, doordat verdachte in het kader van een ander opsporingsonderzoek in beeld is gekomen. Door het handelen van verdachte zijn de gemeente Amsterdam en [bedrijf 1] voor zeer grote bedragen benadeeld. Verdachte heeft zich voorts gedurende lange tijd schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen van de grote geldbedragen die hij met zijn oplichtingspraktijken binnenkreeg. Het witwassen van crimineel geld vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer ernstig aan. Het in omloop zijn van dergelijke witgewassen geldbedragen uit crimineel vermogen heeft een sterk corrumperende werking en daardoor wordt bovendien de onderliggende criminaliteit gefaciliteerd. Met zijn handelen heeft verdachte opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie onttrokken en daaraan een schijnbaar legale herkomst verschaft. Op het witwassen staan dan ook hoge straffen.

Verdachte ontkent de oplichting en valsheid en geeft daarmee op geen enkele manier blijk van inzicht in de kwalijkheid van zijn handelen en heeft er ook geen verantwoordelijkheid genomen.

Naar het oordeel van de rechtbank kan op dergelijke feiten niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het verzoek van de verdediging om aan verdachte een meervoud aan maximale taakstraffen op te leggen, doet op geen enkele wijze recht aan de ernst van de bewezen verklaarde feiten.Bij het bepalen van de duur van de op te leggen gevangenisstrafstraf heeft de rechtbank acht geslagen op het op naam van verdachte gestelde uittreksel uit de Justitiële Documentatie. Daaruit volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank de oriëntatiepunten voor de straftoemeting van het LOVS en de straffen die de rechtbank voor soortgelijke feiten pleegt op te leggen als uitgangspunt genomen.

Verdachte is door de burgerlijk rechter veroordeeld tot het terugbetalen van de materiele schade aan de gemeente Amsterdam. Ook heeft deze zaak geleid tot strafontslag voor verdachte. Voor zover de verdediging heeft willen betogen dat verdachte hierdoor al voldoende is gestraft, miskent zij dat terugbetaling en strafontslag inherent zijn aan het handelen van verdachte jegens de gemeente Amsterdam. De rechtbank overweegt dat deze twee gevolgen zo voorzienbaar waren voor verdachte dat ze strafrechtelijk gezien geen gewicht in de schaal leggen.

De rechtbank overweegt ten aanzien van de door de verdediging gestelde overschrijding van de redelijke vervolgingstermijn het navolgende. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling van de zaak ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar na aanvang van de redelijke termijn. De redelijke termijn vangt aan op het moment dat een verdachte in redelijkheid de verwachting kan hebben dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een stafvervolging zal worden ingesteld. De rechtbank neemt in dit geval 7 september 2015 als uitgangspunt, aangezien verdachte op deze datum is aangehouden.De rechtbank stelt vast dat in dit geval sprake is geweest van overschrijding van de redelijke termijn met meer dan een jaar, op grond van het tijdsverloop tot de regiezitting, het tijdsverloop tot de verhoren bij de rechter-commissaris en het tijdsverloop tot de inhoudelijke behandeling van de zaak. Dit tijdsverloop is naar het oordeel van de rechtbank niet aan verdachte te wijten. Een en ander levert een zodanige overschrijding van de redelijke termijn op dat een korting van 10% dient te worden toegepast op de hierna op te leggen straf.

Alle omstandigheden afwegende acht de rechtbank in dit geval oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden passend en geboden, hetgeen na aftrek van voornoemde korting een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 43 maanden impliceert.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op artikel 47, 56 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 en feit 2

De voortgezette handeling van:

feit 1

het misdrijf: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegden

feit 2

het misdrijf: medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegden

het misdrijf: medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

Feit 3

het misdrijf: medeplegen van gewoontewitwassen.

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 43 (drieënveertig) maanden;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.R. Schimmel, voorzitter, mr. B.T.C Jordaans en

mr. V.P.K. van Rosmalen, rechters, in tegenwoordigheid van H. Kamp, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 6 april 2020.

Mr. Van Rosmalen voornoemd is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de Nationale Politie, Landelijke Eenheid, Dienst Infrastructuur, onderzoek 26Hippo / LEFC915003, met de daarbij gevoegde bijlagen. Tenzij hierna ander wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Waar in dit vonnis [medeverdachte 1] staat wordt bedoeld medeverdachte [medeverdachte 1]

ZD valsheid in geschrift/oplichting, proces-verbaal van verhoor aangever 11DIF15-417, pagina 466-469

ZD valsheid in geschrift/oplichting, proces-verbaal van aangifte LEFC915003-790, pagina 484-485

Rapport Tulp 2B

ZD valsheid in geschrift/oplichting, proces-verbaal van verhoor getuige LEFC915003-833 (getuige [getuige 10] , pagina 462-465), proces-verbaal van aangifte verhoor aangever 11DIF15-417 (pagina 466-469), proces-verbaal verhoor getuigen LEFC915003-790 (getuigen [getuige 11] en [getuige 12] , pagina 476-483) en rapport Tulp 2B

ZD valsheid in geschrift/oplichting, proces-verbaal van bevindingen 11DIF15-46, pag. 79-85

ZD valsheid in geschrift/oplichting, proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-835, pag. 132-134

ZD valsheid in geschrift/oplichting, proces-verbaal van bevindingen 11DIF15-375, met bijlagen, pagina 135-137 en 140-198

ZD valsheid in geschrift/oplichting, proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-836, pagina 318-320

ZD valsheid in geschrift/oplichting, pagina 325-435

ZD valsheid in geschrift/oplichting, proces-verbaal van bevindingen 11DIF15-63, pag. 114-119

ZD valsheid in geschrift/oplichting, proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-836, pagina 318-319

ZD valsheid in geschrift/oplichting, pagina140-198

ZD valsheid in geschrift/oplichting, proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-375, pagina 135-136

ZD valsheid in geschrift/oplichting, pagina 325-435

ZD valsheid in geschrift/oplichting, proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-836, pagina 319

ZD valsheid in geschrift/oplichting, uittreksel Kamer van Koophandel 34318132, pagina 54

ZD valsheid in geschrift/oplichting, proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-107, pagina 805-806

ZD witwassen, proces-verbaal van bevindingen 11DIF15-93, pagina 95-97 en proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-848, pagina 269-271

ZD valsheid in geschrift, proces-verbaal van relaas LEFC915003-836 (pagina 27) en proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-811 (pagina 734 en volgende)

ZD valsheid in geschrift, proces-verbaal van bevindingen 11DIF1-383 (pagina 788-789), 11DIF15-384 (pagina 790-791) en 11 DIF15-418 (pagina 792-791)

ZD valsheid in geschrift, proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-813 (pagina 751-765)

ZD valsheid in geschrift, proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-815 (pagina 40-51) en proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-814 (pagina 767-786)

ZD valsheid in geschrift/oplichting, proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-496, pagina 795-801

Rapport Tulp 2A

Rapport Tulp 2A

ZD valsheid in geschrift/oplichting, proces-verbaal van bevindingen 11DIF15-397, pagina 513

ZD valsheid in geschrift, proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-517 (pagina 564 e.v.), proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-521 (pagina 606 e.v.), proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-532 (pagina 650-676)

ZD valsheid in geschrift, proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-697, pagina 694-714

ZD valsheid in geschrift, proces-verbaal van bevindingen LFC915003-693 (pagina 692-693), proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-697 (pagina 694-714), proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-699 (pagina 715-727)

ZD valsheid in geschrift/oplichting, proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-490 (pagina 728-729), proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-491 (pagina 730) en proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-492 (pagina 731)

ZD valsheid in geschrift/oplichting, proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-573, pagina 86-89

ZD valsheid in geschrift/oplichting, proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-669 met bijlagen, pagina 436-461 en proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-573, pagina 87

ZD valsheid in geschrift/oplichting, proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-761,

pagina 199-204

ZD valsheid in geschrift/oplichting, uittreksel Kamer van Koophandel, pagina 55

ZD valsheid in geschrift/oplichting, proces-verbaal van verhoor getuige 11DIF15-402, pagina 809-811

Pagina 890

ZD valsheid in geschrift/oplichting, proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-669, pagina 436-440

ZD valsheid in geschrift/oplichting, proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-488, pagina 1158-1159

ZD valsheid in geschrift, proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-573, pagina 86-89

Rapportage Tulp, deelonderzoek 2.C.C. [bedrijf 3] [medeverdachte 2] , pagina 4 en 5

ZD valsheid in geschrift/oplichting, proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-853, pagina 90-112 + proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-854, pagina 223-225

PD [medeverdachte 3] , proces-verbaal van verhoor getuige 11DIF15-395, pag. 5-14

ZD valsheid in geschrift/oplichting, proces-verbaal van bevindingen 11DIF15-39, pagina 128-131

ZD valsheid in geschrift/oplichting, proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-573, pagina 86-89

ZD valsheid in geschrift/oplichting, proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-856, pagina 1032

ZD valsheid in geschrift/oplichting, proces-verbaal van bevindingen 11DIF15-40 (pagina 120-123) en proces-verbaal van bevindingen 11DIF15-386 (pagina 124-127)

ZD witwassen, proces-verbaal bevindingen LEF915003-526, pagina 280-285

ZD witwassen, proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-842, pagina 33-35

ZD witwassen, proces-verbaal van relaas LEFC915003-764, pagina 9

ZD witwassen, proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-825, pagina 72

ZD witwassen, proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-229, pagina 77

ZD witwassen, proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-825, pagina 72

ZD witwassen, proces-verbaal van bevindingen 11DIF15-98, pagina 167-168 en bijlagen, pagina 169-268

ZD witwassen, proces-verbaal van bevindingen 11DIF15-93, pagina 95-97 en bijlagen, pagina 94-166

ZD witwassen, proces-verbaal van bevindingen 11DIF15-98, pagina 168

ZD witwassen, pv van bevindingen LEFC915003-825, pagina 72

ZD witwassen, proces-verbaal van bevindingen LEFC915003-825, pagina 72-74


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature