< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Daarom schorst de voorzieningenrechter het bestreden besluit tot en met zes weken na de beslissing op bezwaar. Het verplaatsen van de roekennesten voor het broedseizoen is daarmee niet mogelijk in 2023. Dit kan vervelend zijn voor de bewoners aan de Schoolstraat. De voorwaarden in artikel 3.3 vierde lid van de Wnb zijn echter geschreven om beschermde diersoorten zoals roeken te beschermen. Daar kan niet lichtvaardig mee worden omgegaan, anders komt er van daadwerkelijke bescherming niets terecht. De enkele stelling dat bewoners er last van hebben is dus onvoldoende. De voorzieningenrechter neemt verder geen enkel risico op een verdere verslechtering van de staat van instandhouding, zeker nu het zo snel zo slecht gaat met de roeken in Laarbeek.

Uitspraak



RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 22/2948

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 december 2022 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

De Faunabescherming (Stichting), uit Amstelveen, verzoekster

(gemachtigde: mr. B.N. Kloostra),

en

het college van Gedeputeerde Staten van Noord Brabant (het college)

(gemachtigde: mr. L.M.C. Cloodt).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laarbeek, (de gemeente)

(gemachtigde: [naam] en [naam] ).

Zitting

1. In deze uitspraak beslist de voorlopige voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van eiseres tegen de verlening van een ontheffing aan de gemeente voor het verjagen van een roekenkolonie en het verplaatsen van roekennesten woningen in de gemeente Laarbeek (de ontheffing).

2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 21 december 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.

3. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. De motivering van die uitspraak vermeldt de voorzieningenrechter hierna onder de beslissing.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- schorst het primaire besluit tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;

- veroordeelt het college tot betaling van € 1.518,00 aan proceskosten aan verzoekster;

- bepaalt dat het college het griffierecht van € 365,- aan verzoekster moet vergoeden;

Totstandkoming van het besluit

4. Op 20 juli 2022 heeft de gemeente bij het college een aanvraag ingediend voor een ontheffing op grond van artikel 3.3, eerste lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor het verjagen van een roekenkolonie en het verplaatsen van roekennesten op overlastlocaties in de buurt van woningen in de gemeente Laarbeek voor de periode van 1 oktober 2022 tot en met 31 december 2026. De gemeente heeft deze ontheffing gevraagd in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid als bedoeld in artikel 3.3, vierde lid onder b, van de Wnb, om kolonies roeken die in de gemeente Laarbeek in enkele gevallen overmatige overlast veroorzaken te mogen overplaatsen en om de roeken op de overlastlocaties te mogen worden vestoren. Bij de aanvraag heeft de gemeente het Roekenbeschermingsplan 2022-2026 “Laarbeker roeken” opgesteld door [naam] van Foreest Groen Consult B.V., in samenwerking met [naam] van Bosgroep Zuid Nederland gevoegd (verder: roekenbeschermingsplan). Dit is een actualisatie van eerdere roekenbeschermingsplannen die golden voor de dorpskern van Mariahout. Dit roekenbeschermingsplan maakt deel uit van het bestreden besluit.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen.

6.1

In het bestreden besluit staan de mogelijke effecten van de ingreep (het verjagen van roeken en het verplaatsen van nesten) beschreven. Hierbij worden 4 locaties genoemd met in totaal minimaal 49 nesten. De voorzieningenrechter begrijpt het bestreden besluit aldus dat in het bestreden besluit hiervoor ontheffing wordt verleend. Dit is door het college ter zitting bevestigd. Het college heeft hieraan toegevoegd in het verweerschrift en tijdens de zitting dat voor het verjagen en verplaatsen van de roeken op iedere afzonderlijke locatie ook afzonderlijk goedkeuring van het college moet worden verkregen. Bij het aanvragen van deze goedkeuring wordt dan beoordeeld of wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 3.3 vierde lid, van de Wnb. Dit zou volgens het college volgen uit pagina 28 van het roekenbeschermingsplan. Het zou nu alleen gaan om het verjagen van 19 roekennesten op de locatie Schoolstraat te Beek en Donk. Daarom is er nog geen onderbouwing of noodzaak voor het verjagen en verplaatsen op de andere drie locaties.

6.2

De voorzieningenrechter merkt in de eerste plaats op dat in het bestreden besluit staat aangegeven dat er 9, niet 19, nesten worden verplaatst op de locatie Schoolstraat. Dit is géén kennelijke verschrijving, ook al staat in het roekenbeschermingsplan aangegeven dat er 19 nesten zouden moeten worden verplaatst. De tekst van het besluit prevaleert boven de bijlage bij een besluit.

6.3

De voorzieningenrechter leest de door het college voorgestane vorm van getrapte besluitvorming niet in het bestreden besluit. Er staat niet in dat pas mag worden verplaatst of verjaagd na voorafgaande goedkeuring door het college. Bovendien is deze vorm van getrapte besluitvorming volgens de rechtbank in strijd met artikel 3.3, vijfde lid van de Wnb. De tijd en plaats waarvoor de ontheffing geldt, moet in het besluit zelf staan of in de voorschriften, niet in een bijlage. Het besluit zelf zal de onderbouwing moeten bevatten dat wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 3.3 vierde lid, van de Wnb, dat kan niet achteraf bij een goedkeuring van het gebruik van de ontheffing op een afzonderlijke locatie. Bovendien is er geen verplichting om een goedkeuring door het college bekend te maken dan wel daar mededeling van te doen en staat er geen rechtsbescherming open.

6.4

Overigens is dit een gebrek dat in de bezwaarfase kan worden hersteld door een nadere motivering van het bestreden besluit.

7.1

Het college heeft in het verweerschrift nader onderbouwd dat de ontheffing voor de locatie Schoolstraat wordt verleend in het belang van de bescherming van de volksgezondheid en de openbare orde. De bewoners van de Schoolstraat ondervinden geluidsoverlast in de nachtelijke uren en stankoverlast. Dit wordt onderbouwd met 10 klachten (van 7 personen). Volgens het college volgt uit het roekenbeschermingsplan en enkele vergelijkbare projecten dat verplaatsing niet zal leiden tot een verslechtering van de staat van instandhouding van de roek. Verjagen alleen heeft geen zin en er is geen andere bevredigende oplossing.

7.2

Verzoekster vindt dat deze gezondheidsklachten niet zijn onderbouwd. Het college heeft geen onderzoek gedaan naar alternatieve oplossingen. Die zijn er wel, namelijk het verbeteren van de condities op de gronden rondom de gemeente. Verplaatsen van roeken werkt niet, dat blijkt uit bestrijdingen in het verleden. Verzoekster vreest ook dat verplaatsen wel degelijk zal leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding. In de door het college genoemde gevallen is juist sprake van een drastische daling van het aantal roeken. Het is onmogelijk om te onderbouwen dat bij een al verslechterende staat van instandhouding het verplaatsen van nesten tot een verdere verslechtering. Bovendien wordt verplaatsen nesten niet meer genoemd als effectieve methode in het meest recente kennisdocument van BIJ12.

7.3

Partijen zijn het er over eens dat de roek strikt beschermd is in Nederland en in de Europese Unie. De roek heeft het zwaar in Nederland en verkeert in een matige ongunstige staat van instandhouding als broedvogel en in een zeer ongunstige staat van instandhouding als niet-broedvogel, die nog verder zullen worden aangetast bij uitvoering van de ontheffing. Het aantal roeken in de provincie Noord-Brabant de afgelopen jaren bijna is gehalveerd.

7.4

De voorzieningenrechter is van oordeel dat het college onvoldoende heeft aangetoond dat verplaatsen niet zal leiden tot een verdere verslechtering van de staat van instandhouding. Het college had hiertoe wel de mogelijkheid, gelet op de in het verleden verleende ontheffing voor het verplaatsen van nesten op het kerkhof bij Mariahout. Dat project is geëvalueerd maar niet betrokken bij het bestreden besluit. De voorzieningenrechter benadrukt dat de populatie broedparen in Laarbeek in 3 jaar tijd met bijna 66% is afgenomen en dat er nog maar 10% van de populatie uit 2007 resteert. De voorzieningenrechter sluit niet op voorhand uit dat dit mede wordt veroorzaakt door de eerder verleende ontheffing. De voorzieningenrechter neemt hierbij in aanmerking dat verplaatsen van nesten niet meer als methode wordt genoemd in het meest recente kennisdocument. Daarnaast betwijfelt de voorzieningenrechter of het verplaatsen van 9 van de 19 nesten enig soelaas zal bieden en of dit effectief zal zijn. Er blijven immers 10 nesten over.

7.5

De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat onvoldoende is onderbouwd dat sprake is van een risico voor de volksgezondheid. De enkele verwijzing naar 10 niet overgelegde klachten is onvoldoende. De voorzieningenrechter neemt hierbij in aanmerking dat het begrip ‘volksgezondheid’ in artikel 3.3, vierde lid, onder b en onder 2, van de Wnb, strikt uitgelegd moet worden.

Conclusie en gevolgen

8.1

Daarom schorst de voorzieningenrechter het bestreden besluit tot en met zes weken na de beslissing op bezwaar. Het verplaatsen van de roekennesten voor het broedseizoen is daarmee niet mogelijk in 2023. Dit kan vervelend zijn voor de bewoners aan de Schoolstraat. De voorwaarden in artikel 3.3 vierde lid van de Wnb zijn echter geschreven om beschermde diersoorten zoals roeken te beschermen. Daar kan niet lichtvaardig mee worden omgegaan, anders komt er van daadwerkelijke bescherming niets terecht. De enkele stelling dat bewoners er last van hebben is dus onvoldoende. De voorzieningenrechter neemt verder geen enkel risico op een verdere verslechtering van de staat van instandhouding, zeker nu het zo snel zo slecht gaat met de roeken in Laarbeek.

8.2

Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet het college het griffierecht aan verzoekster vergoeden. Daarom krijgt verzoekster ook een vergoeding van haar proceskosten.

8.3

Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 december 2022 door mr. M.J.H.M Verhoeven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.F. Hooghuis, griffier.

griffier

voorzieningenrechter

De griffier is verhinderddeze uitspraak te ondertekenen.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature