E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBOBR:2020:345
Rechtbank Oost-Brabant, C-01-341193 - HA ZA 18-827

Inhoudsindicatie:

Vuurwerkongeval. Een vuurpijl treft het slachtoffer in rechteroog dat verloren is gegaan. Het slachtoffer spreekt, na een deelgeschil waarin zijn verzoek tegen de afsteker is afgewezen, de afsteker van de vuurpijl aan uit hoofde van onrechtmatige daad. Daarnaast spreekt hij de importeur van de vuurpijl aan uit hoofde van productaansprakelijkheid. De vordering tegen de afsteker wordt afgewezen. De rechtbank blijft bij het oordeel dat in het deelgeschil is gegeven. In het midden kan blijven of de vuurpijl met inachtneming van de voorgeschreven afstand tot het slachtoffer is afgestoken omdat die afstand niet ertoe strekt om letsel te voorkomen dat optreedt doordat een vuurpijl niet omhoog gaat maar, zoals in dit geval, vrijwel horizontaal vliegt. De vordering tegen de importeur van de vuurpijl wordt toegewezen. De vuurpijl is op normale wijze afgestoken en daarna niet verticaal, zoals de bedoeling is, maar horizontaal gaan vliegen. Daardoor is schade ontstaan. Dit leidt tot de conclusie dat er sprake is van een gebrekkig product. De importeur heeft geen onderbouwde andere oorzaak voor het afwijkende vluchttraject aangedragen. De importeur wordt veroordeeld tot betaling van een voorschot op de immateriële schadevergoeding en tot vergoeding van verdere schade, waaronder buitengerechtelijke kosten, op te maken bij staat.’

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie