< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Bij vonnis van 16 augustus 2017 is verdachte veroordeeld voor zogenaamde PGB-fraude. Het wederrechtelijk voordeel dat veroordeelde daaruit heeft verkregen, stelt de rechtbank vast op € 2.100.000,--. Veroordeelde wordt de verplichting opgelegd dit bedrag aan de Staat te betalen.

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Team strafrecht

Parketnummer ontneming: 01/997529-13 Datum uitspraak: 13 januari 2020

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1960] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] ,

hierna te noemen: veroordeelde.

Onderzoek van de zaak:

Dit vonnis in de ontnemingsprocedure is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 8 april 2019, 24 mei 2019 en 2 december 2019.

Bij vonnis van 16 augustus 2017 is veroordeelde veroordeeld ter zake van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd en het opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift als bedoeld in artikel 225 eerste lid van het Wetboek van Strafrecht als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd en van gewoontewitwassen.

Tijdens de behandeling van de strafzaak op de zitting van 2 augustus 2017 heeft de officier van justitie aangekondigd voornemens te zijn een ontnemingsvordering tegen veroordeelde aanhangig te maken. Vervolgens heeft de officier van justitie de ontnemingsvordering aanhangig gemaakt tegen de terechtzitting van 8 april 2019. De vordering van de officier van justitie strekt tot het opleggen van de verplichting aan veroordeelde tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.547.925,55 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Bij schriftelijke conclusie van 18 juni 2019 heeft de officier van justitie de ontnemingsvordering verminderd tot een bedrag € 2.325.357,95. Op 26 augustus 2019 heeft de verdediging schriftelijk geconcludeerd tot antwoord, waarna de officier van justitie op 24 september 2019 schriftelijk heeft gerepliceerd. Bij conclusie van repliek heeft de officier van justitie de vordering verminderd tot een bedrag van € 1.963.152,15.

Ter terechtzitting van 2 december 2019 is deze zaak wederom behandeld. De raadsman van veroordeelde heeft toen mondeling gedupliceerd. Hij heeft gepersisteerd bij de eerder door de verdediging ingenomen standpunten.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan. In de strafzaak voorzien van de codenaam Cap-Chat is van negen PGB-dossiers, waarin het [zorgkantoor] aangifte heeft gedaan, het wederrechtelijk verkregen voordeel berekend. De bevindingen uit de negen volledig uitgewerkte dossiers dienen als basis voor de extrapolatie naar de overige - niet volledig onderzochte- dossiers. De officier van justitie heeft de ontnemingsvordering gebaseerd op de feiten en omstandigheden, zoals die in het onder voetnoot 1 genoemde ontnemingsdossier zijn opgenomen. Uit dat dossier blijkt dat de ontvangsten van veroordeelde bestonden uit ontvangen PGB-uitkeringen, ontvangen ziekengeld PGB/WMO en ontvangen WMO-uitkeringen. Uit het ontnemingsdossier blijkt van de omvang van de ontvangen bedragen.

De ontvangsten van de PGB-uitkeringen zijn door de verdediging niet betwist. De verdediging heeft zich echter op het standpunt gesteld dat de ontvangst van ziekengeld niet is aangetoond. De rechtbank verwerpt dit verweer en sluit zich aan bij hetgeen daarover in de hierna nader te noemen ambtshandelingen is omschreven. Voor zover de verdediging zich op het standpunt heeft gesteld dat de ziekengelden niet van misdrijf afkomstig zouden zijn geweest, verwijst de rechtbank naar hetgeen hierover in het aan deze ontnemingsvordering ten grondslag liggende strafvonnis is overwogen.

De ontvangst van de in het ontnemingsdossier genoemde ontvangen WMO-gelden heeft de verdediging op zichzelf genomen evenmin betwist. Wel heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de WMO-gelden geen wederrechtelijk verkregen voordeel betreffen en dat door veroordeelde aan de budgethouders betaalde bedragen als investeringskosten moeten worden gezien om de budgethouders te bewegen hun medewerking aan de handelwijze van veroordeelde te blijven verlenen.

De rechtbank verwerpt deze verweren. Het totale PGB-budget, bestaande uit PGB- en/of WMO uitkeringen, werd op de rekening van veroordeelde overgemaakt en veroordeelde heeft bij het doen van betalingen uit dat totale budget geput. Daarbij heeft veroordeelde op geen enkele wijze concreet inzichtelijk gemaakt dat de WMO-uitkeringen zijn besteed voor de doelen waarvoor die uitkeringen bestemd waren, en evenmin is dit aannemelijk geworden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft veroordeelde steeds voor ogen gehad om op naam van een budgethouder een zo hoog mogelijke tegemoetkoming te verkrijgen, ongeacht de samenstelling – en daaraan gekoppeld het oogmerk – van die tegemoetkoming.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat de post ingehouden loonheffing niet als een kostenpost voor het verkrijgen van het wederrechtelijke voordeel moet worden aangemerkt, maar dat die post op de ontvangsten in mindering moet worden gebracht. De rechtbank gaat derhalve uit van de door veroordeelde netto ontvangen bedragen. Hoewel de door veroordeelde terug betaalde bedragen op zich geen kosten zijn voor het verkrijgen van voordeel, zal de rechtbank de terug betaalde bedragen aanmerken als aftrekbare posten omdat veroordeelde die bedragen niet als voordeel heeft genoten.

Op grond van de inhoud van de diverse nader te noemen processen-verbaal, zoals die hierna telkens onder de kolom “vindplaats” zijn vermeld, in onderling verband en samenhang bezien met hetgeen hiervoor is overwogen, stelt de rechtbank de volgende feiten vast.

De ontvangsten zoals die zijn gebleken uit de negen volledig onderzochte dossiers:

naam

ontvangen

PGB

ontvangen

ziekengeld

PGB/WMO

ontvangen

WMO

afgedragen

loonheffing

totaal

ontvangsten

vind-plaats

[naam 1]

€ 5.354,71

€ 11.880,--

€ 17.234,71

AMB-78

[naam 2]

€ 96.790,84

€ 3.850,--

€ 7.001,70

€ 93.639,14

AMB-79

[naam 3]

€ 87.357,90

€ 87.357,90

AMB-80

[naam 4]

€ 141.156,60

€ 136.499,--

€ 16.841,50

€ 294.497,10

AMB-81

[naam 5]

€ 127.391,47

€ 127.391,47

AMB-82

[naam 6]

€ 21.564,83

€ 5.709,42

€ 27.274,25

AMB-83

[naam 7]

€ 12.352,64

€ 12.352,64

AMB-84

[naam 8]

€ 70.949,33

€ 39.941,63

€ 30.652,70

€ 40.854,78

€ 100.688,88

AMB-85

[naam 9]

€ 94.922,18

€ 212.775,54

€ 16.351,42

€ 87.379,07

€ 236.670,07

AMB-86

totaal

€ 657.840,50

€ 404.946,17

€ 69.555,04

€ 135.235,55

€ 997.106,16

Op de hiervoor weergegeven ontvangsten dienen de door veroordeelde gemaakte (zorg)kosten, zoals die zijn gebleken uit de negen volledig onderzochte dossiers, in mindering te worden gebracht.

naam

betalingen c.q. aftrekbare posten

vindplaats

[naam 1]

€ 11.203,22

AMB-78

[naam 2]

€ 49.550,73

AMB-79

[naam 3]

€ 2.330,50

AMB-80

[naam 4]

€ 50.454,79

AMB-81

[naam 5]

€ 16.865,28

AMB-82

[naam 6]

€ 5.754,21

AMB-83

[naam 7]

€ 4.910,78

AMB-84

[naam 8]

€ 97.276,54

AMB-85

[naam 9]

€ 58.891,74

AMB-86

totaal

€ 297.237,79

Samenvattend, op grond van hetgeen hiervoor is weergegeven, stelt de rechtbank ten aanzien van de negen volledig onderzochte dossiers het volgende vast:

naam

totaal

ontvangsten

betalingen c.q. aftrekbare posten

voordeel

[naam 1]

€ 17.234,71

€ 11.203,22

€ 6.031,49

[naam 2]

€ 93.639,14

€ 49.550,73

€ 44.088,41

[naam 3]

€ 87.357,90

€ 2.330,50

€ 85.027,40

[naam 4]

€ 294.497,10

€ 50.454,79

€ 244.042,31

[naam 5]

€ 127.391,47

€ 16.865,28

€ 110.526,19

[naam 6]

€ 27.274,25

€ 5.754,21

€ 21.520,04

[naam 7]

€ 12.352,64

€ 4.910,78

€ 7.441,86

[naam 8]

€ 100.688,88

€ 97.276,54

€ 3.412,34

[naam 9]

€ 236.670,07

€ 58.891,74

€ 177.778,33

totaal

€ 997.106,16

€ 297.237,79

€ 699.868,37

Uit het hiervoor weergegeven overzicht concludeert de rechtbank dat het door veroordeelde genoten voordeel 70,19 % [(€ 699.868,37 : 997.106,16) x 100] van de ontvangsten hebben uitgemaakt en dat de gedane betalingen 29,81% [(297.237,79 : 997.106,16) x 100]. De rechtbank rondt deze percentages in het voordeel van veroordeelde af op 70% en op 30%

De ontvangsten zoals die zijn gebleken uit de niet volledig onderzochte dossiers:

naam

ontvangen

PGB

ontvangen ziekengeld PGB/WMO

ontvangen WMO

totaal

ontvangsten

vind-plaats

[naam 10]

€ 9.208,78

€ 9.208,78

AMB-87

[naam 11]

€ 62.585,78

€ 99.015,--

€ 161.600,78

AMB-88

[naam 12]

€ 83.139,87

€ 5.068,80

€ 88.208,67

AMB-89

[naam 13]

€ 8.090,36

€ 8.090,36

AMB-90

[naam 14]

€ 185.668,52

€ 18.147,34

€ 203.815,86

AMB-91

[naam 15]

€ 98.089,93

€ 98.089,93

AMB-92

[naam 16]

€ 107.379,72

€ 107.379,72

AMB-93

[naam 24]

€ 101.450,31

€ 101.450,31

AMB-94

[naam 17]

€ 46.966,84

€ 50.687,--

€ 97.653,84

AMB-95

[naam 18]

€ 180.489,76

€ 126.381,16

€ 35.950,23

€ 342.821,15

AMB-96

[naam 19]

€ 52.118,88

€ 105.348,--

€ 157.466,88

AMB-97

[naam 20]

€ 17.642,75

€ 1.565,99

€ 19.208,74

AMB-98

[naam 21]

€ 230.399,--

€ 50.614,20

€ 281.013,20

AMB-108

[naam 22]

€ 56.818,27

€ 129.477,--

€ 186.295,27

AMB-107

[verdachte]

€ 86.877,96

€ 132.081,--

€ 218.958,96

AMB-99

totaal

€ 1.326.926,73

€ 711.750,70

42.585,02

€ 2.081.262,45

Voorts dienen de (zorg)kosten in mindering te worden gebracht op de hiervoor weergegeven ontvangsten zoals die zijn gebleken uit de niet volledig onderzochte dossiers. De rechtbank zal daarbij – overeenkomstig de uitkomsten van de berekeningen op basis van de volledig onderzochte dossiers – de kosten voor verleende zorg vaststellen op 30% van de genoten ontvangsten, een en ander zoals in onderstaand overzicht is opgenomen.

naam

betalingen

c.q. kosten

verleende zorg [30% van de ontvangsten

totaal kosten

vindplaats

[naam 10]

€ 2.666,24

€ 2.762,63

€ 5.428,87

AMB-87

[naam 11]

€ 4.819,49

€ 48.480,23

€ 53.299,72

AMB-88

[naam 12]

€ 11.202,85

€ 26.462,60

€ 37.665,45

AMB-89

[naam 13]

€ 464,52

€ 2.427,11

€ 2.891,63

AMB-90

[naam 14]

€ 1.907,25

€ 61.144,76

€ 63.052,01

AMB-91

[naam 15]

€ 2.950,--

€ 29.426,98

€ 32.376,98

AMB-92

[naam 16]

€ 7.528

€ 32.213,92

€ 39.741,92

AMB-93

[naam 24]

€ 3.934,--

€ 30.435,09

€ 34.369,09

AMB-94

[naam 17]

€ 4.078,19

€ 29.296,15

€ 33.374,34

AMB-95

[naam 18]

€ 367,31

€ 102.846,35

€ 103.213,66

AMB-96

[naam 19]

€ 494,85

€ 47.240,06

€ 47.734,91

AMB-97

[naam 20]

€ 1.230,56

€ 5.762,62

€ 6.993,18

AMB-98

[naam 21]

€ 2.178,--

€ 84.303,96

€ 86.481,96

AMB-108

[naam 22]

€ 0,--

€ 55.888,58

€ 55.888,58

AMB-107

[verdachte]

€ 50,29

€ 65.687,69

€ 65.737,98

AMB-99

totaal

€ 43.871,55

€ 624.378,73

€ 668.250,28

Samenvattend, op grond van hetgeen hiervoor is weergegeven, stelt de rechtbank ten aanzien van de niet volledig onderzochte dossiers het volgende vast

naam

totaal

ontvangsten

totaal kosten

voordeel

[naam 10]

€ 9.208,78

€ 5.428,87

€ 3.779,91

[naam 11]

€ 161.600,78

€ 53.299,72

€ 108.301,06

[naam 12]

€ 88.208,67

€ 37.665,45

€ 50.543,22

[naam 13]

€ 8.090,36

€ 2.891,63

€ 5.198,73

[naam 14]

€ 203.815,86

€ 63.052,01

€ 140.763,85

[naam 15]

€ 98.089,93

€ 32.376,98

€ 65.712,95

[naam 16]

€ 107.379,72

€ 39.741,92

€ 67.637,80

[naam 24]

€ 101.450,31

€ 34.369,09

€ 67.081,22

[naam 17]

€ 97.653,84

€ 33.374,34

€ 64.279,50

[naam 18]

€ 342.821,15

€ 103.213,66

€ 239.607,49

[naam 19]

€ 157.466,88

€ 47.734,91

€ 109.731,97

[naam 20]

€ 19.208,74

€ 6.993,18

€ 12.215,56

[naam 21]

€ 281.013,20

€ 86.481,96

€ 194.531,24

[naam 22]

€ 186.295,27

€ 55.888,58

€ 130.406,69

[verdachte]

€ 218.958,96

€ 65.737,98

€ 153.220,98

totaal

€ 2.081.262,45

€ 668.250,28

€ 1.413.012,17

Meer of andere kosten dan de hiervoor genoemde kosten zijn niet aannemelijk geworden. Evenmin zijn er in rechte vastgestelde vorderingen van derden bekend geworden.

Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen acht de rechtbank aannemelijk dat veroordeelde het volgende wederrechtelijke voordeel heeft genoten.

ontvangsten

verleende zorg

voordeel

volledig onderzochte dossiers

€ 997.106,16

€ 297.237,79

€ 699.868,37

niet volledig onderzochte dossiers

€ 2.081.262,45

€ 668.250,28

€ 1.413.012,17

totaal

€ 3.078.368,61

€ 965.488,07

€ 2.112.880,54

Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen en van hetgeen hiervoor is overwogen, is de meervoudige strafkamer van de rechtbank van oordeel dat [verdachte] voornoemd voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van de feiten terzake waarvan betrokkene is veroordeeld en soortgelijke feiten waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan. De rechtbank schat dit bedrag – afgerond in het voordeel van veroordeelde – op € 2.100.000,--.

De rechtbank is van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat de draagkracht van veroordeelde zodanig is dat zij nu en naar redelijke verwachting in de toekomst het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel niet zal kunnen terugbetalen. De rechtbank acht ook overigens geen termen aanwezig om het te betalen bedrag te matigen.

Toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

 stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op

€ 2.100.000,-- (tweemiljoen honderdduizend euro).

 legt aan betrokkene verplichting op tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van

€ 2.100.000,-- [tweemiljoen honderdduizend euro] ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel, dat betrokkene, door middel van of uit de baten van de feiten ter zake waarvan zij is veroordeeld en soortgelijke feiten waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan, heeft verkregen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. I.L.A. Boer voorzitter,

mr. M.T. van Vliet en mr. R. van den Munckhof, leden,

in tegenwoordigheid van H.A. van Neerven, griffier,

en is uitgesproken op 13 januari 2020.

De hierna te noemen pagina’s maken deel uit van een ontnemingsdossier van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, inspectie SZW, met rapportnummer RAP/04, onderzoek Cap Chat/ 6640/2012/506, ontnemingsdossier, afgesloten op 8 december 2014, aantal doorgenummerde bladzijden: 2028 [rode nummering].

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, gewezen onder parketnummers 01/997529-13 en 01/994055-15, uitgesproken op 16 augustus 2017.

€ 96.790,84 PGB + € 3.850,-- WMO = € 100.640,84 -/- € 7.001,70.

€ 131.549,-- als ziekengeld PGB + € 4.950,-- als ziekengeld WMO.

€ 70.949,33 PGB + € 39.941,63 ziekengeld + € 30.652,70 WMO = € 141.543,66 minus € 40.854,78 afgedragen loonheffing.

€ 94.922,18 PGB + € 212.775,54 ziekengeld + 16.351,42 WMO = € 324.049,14 -/- € 87.379,07 afgedragen loonheffing.

€ 9.985,04 namens [naam 1] (optelsom van p. 631) en € 960,-- aan [naam 1] en € 258,18 kosten bank.

€ 42.750,-- uitbetaling [naam 25] en € 6.676,48 aan [zorginstantie] en € 124,25 kosten bank.

€ 1.582,20 aan [bedrijf 2] en € 34,35 kosten bank en € 133,95 eigen bijdrage CAK en € 580,-- aan [naam 3] .

€ 14.800,95 geleverde zorg en € 19.502,-- aan [naam 4] en € 361,84 [€ 313,86 + 47,98] eigen bijdrage CAK en € 54,-- kosten bank en € 15.736,-- terugbetaald PGB.

€ 10.000,-- aan [naam 5] en € 1.715,93 geleverde zorg en € 1.896,85 ziekenfondspremie en € 924,-- aan [bedrijf 1] en € 58,50 kosten bank en € 2.270,-- terugbetaald PGB.

€ 5.365,19 aan [naam 27] [verleende zorg] en € 204,37 eigen bijdrage CAK en € 150,60 terugboeking [ zorgverzekeraar ] en € 34,05 kosten bank.

€ 4.862,98 aan [naam 7] en € 47,80 kosten bank.

€ 42.750,-- uitbetaling [naam 26] en € 4.321,07 betaling [naam 8] en € 2.860,88 eigen bijdrage CAK en € 36,07 kosten bank en € 901,28 [zorginstelling] en € 417,01 [bedrijf 3] en € 33,62 [apotheek] en € 28,19 SGE gezondheidsscan en € 19.138,14 terugbetaald PGB en € 26.790,28 terugbetaald ziekengeld.

€ 36.238,13 terugbetaald PGB en € 21.886,80 geleverde zorg en € 640,60 [€ 206,40 + € 417,-- + € 17,20] eigen bijdrage CAK en € 126,21 kosten bank.

€ 96.790,84 PGB + € 3.850,-- WMO = € 100.640,84 minus € 7.001,70 afgedragen loonheffing.

€ 70.949,33 PGB + € 39.941,63 ziekengeld + € 30.652,70 WMO = € 141.543,66 minus € 40.854,78 afgedragen loonheffing.

€ 94.922,18 PGB + € 212.775,54 ziekengeld + 16.351,42 WMO = € 324.049,14 minus € 87.379,07 afgedragen loonheffing.

€ 4.719,89 terugbetaald PGB en € 99,60 namens [naam 11] .

€ 10.834,72 terugbetaald PGB en€ 327,13 kosten eigen rekening en € 41,-- namens [naam 28] .

€ 4.128,-- namens [naam 16] en € 3.400,-- aan [naam 16] .

€ 4.062,56 terugbetaald ziekengeld en € 15,63 namens [naam 17] .

€ 1.218,50 terugbetaald PGB en € 12,06 eigen bijdrage.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature