< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

GS Noord-Brabant heeft een vergunning verleend voor het veranderen van een varkenshouderij nabij het Natura 2000-gebied Krammer-Volkerak. De natuurtoestemming is gebaseerd op het PAS. GS kon geen toestemming verlenen voor het realiseren van het project nabij een Natura 2000-gebied onder verwijzing naar de passende beoordeling die voor het PAS is gemaakt. Niet alles kan meer na de uitspraak van de Afdeling van 29 mei 2019. Maar dat wil niet zeggen dat helemaal niets meer kan. De rechtbank zal GS de kans geven om het motiveringsgebrek in het bestreden besluit te herstellen, onder meer omdat het bedrijf al in werking is en een verzoek om externe saldering heeft ingediend. Daarom krijgt GS 26 weken de tijd om een herstelbesluit te nemen.

Uitspraak



RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 16/2957T

tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 4 oktober 2019 in de zaak tussen

Stichting Sirene, te Steenbergen, (eiseres 1)

Stichting Leefbaarheid De Heen, te De Heen, (eiseres 2)(gemachtigde: H. Baptist)

en

het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant, verweerder

(gemachtigden: mr. A. Speekenbrink, V. Bax, J. Bertens, W. Michiels en mr. D. Oostvogels).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [bedrijf] ., te [vestigingsplaats] , gemachtigde mr. F.H. Damen.

Procesverloop

Bij besluit van 9 augustus 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan de derde-partij een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van de inrichting aan [adres] , gemeente Steenbergen.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft de zaak enige tijd aangehouden in afwachting van het antwoord van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ) op de prejudiciële vragen over het Programma Aanpak Stikstof 2015-2021 die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft gesteld bij uitspraken van 17 mei 2017. Na het arrest van 7 november 2018 van het HvJ heeft de Afdeling op 29 mei 2019 uitspraken gedaan in de betreffende zaken (ECLI:NL:RVS:2019:1603 en ECLI:NL:RVS:2019:1604).

Deze zaak is behandeld op de inlichtingencomparitie van 29 november 2018. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt. De behandeling is voortgezet op de zitting van 10 september 2019, samen met zaak SHE 19/1778. Eisers hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Namens derde-partij is [naam] verschenen, alsmede de gemachtigde en [naam] .

Overwegingen

1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.

De derde-partij exploiteert een varkenshouderij aan de [adres] . De inrichting ligt op ongeveer 950 meter afstand van het Natura 2000-gebied Krammer-Volkerak.

Voor de inrichting heeft verweerder op 25 juni 2010 een vergunning ingevolge de Wet milieubeheer verleend voor het in werking hebben van een inrichting met 6 stallen voor 6.812 vleesvarkens. Deze vergunning is onherroepelijk geworden na de uitspraak van de Afdeling van 13 april 2011 (ECLI:NL:RVS: 2011:BQ1065).

Voor deze inrichting is ook een vergunning op basis van artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 (Nbw 1998) verleend op 26 maart 2013. Deze vergunning is onherroepelijk en geldt sinds 1 januari 2017 als vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze vergunning is verleend voor een varkenshouderij met 6.864 vleesvarkens met een maximale ammoniakemissie van 215 kg/jr en een maximale stikstofdepositie van 0,37 mol/ha/jr in het Natura 2000-gebied Krammer-Volkerak.

Op 1 juli 2014 heeft verweerder een omgevingsvergunning verleend voor het gewijzigd (inpandig) plaatsen van een combiwasser met 85% ammoniakreductie en een chemische luchtwasser met 80% ammoniakreductie op de 6 bestaande stallen (voor in totaal 6.812 vleesvarkens). Deze vergunning is onherroepelijk.

De aanvraag van 12 februari 2015 die heeft geleid tot het bestreden besluit ziet op een gewijzigde uitvoering van de luchtwassers (toepassing van bio/combiwassers in plaats van chemische luchtwassers). Het aantal dieren verandert niet. Deze wijziging leidt tot een toename van de stikstofdepositie op (in ieder geval) het nabijgelegen Natura 2000-gebied. De aanvraag is nadien enkele malen aangevuld.

Het ontwerpbesluit heeft ter inzage gelegen. Eisers hebben binnen de termijn zienswijzen ingediend.

2. In het bestreden besluit heeft verweerder een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten ‘wijzigen werking inrichting’ en ‘realiseren project nabij Natura 2000-gebied’.

3. De rechtbank heeft uit eigen beweging onderzocht of eiseres 2 nog een rechtstreeks betrokken belang heeft bij het bestreden besluit. Eiseres 2 is door de Afdeling in de uitspraak van 13 april 2011 als belanghebbende aangemerkt. Niettemin kan de vraag of zij nog steeds als belanghebbende kan worden aangemerkt op een zeker moment anders worden beoordeeld, bijvoorbeeld omdat geruime tijd geen relevante feitelijke werkzaamheden meer worden verricht. Bij de beoordeling van de feitelijke werkzaamheden kunnen ook werkzaamheden langer dan een jaar geleden van belang zijn. De rechtbank is vooral geïnteresseerd in de continuïteit van de activiteiten van eiseres 2, omdat de rechtbank op de website van eiseres 2 na 2015 geen enkele activiteit meer kon ontdekken. Ter zitting is desgevraagd aangegeven dat eiseres 2 de laatste jaren voornamelijk deelneemt aan overleggen over de inrichting van de leefomgeving van de kern Heen. Eiseres 2 laat het procederen of het verrichten van andere activiteiten met betrekking tot Natura 2000- gebieden vooral over aan eiseres 1. Dit is niet weersproken door verweerder of de derde-partij. Onder deze omstandigheden merkt de rechtbank eiseres 2 nog steeds als belanghebbende aan. Het beroep, voor zover ingesteld door eiseres 2, is daarom ontvankelijk.

4. Het beroep van eisers is beperkt tot de toestemming voor het realiseren van een project nabij een Natura 2000-gebied. Er zijn geen beroepsgronden aangevoerd tegen de toestemming voor het wijzigen van de inrichting.

5. Verweerder heeft bij het bestreden besluit vergunning verleend voor het wijzigen van de werking van een veehouderij die stikstofdepositie veroorzaakt op stikstofgevoelige natuurwaarden in Natura 2000-gebieden. Verweerder heeft daarbij toepassing gegeven aan het Programma Aanpak Stikstof 2015-2021 (hierna: PAS) en de daarbij behorende regelgeving die vanaf 1 juli 2015 van kracht is. De vergunning kan volgens verweerder worden verleend onder verwijzing naar de passende beoordeling die voor het PAS is opgesteld. Met de toepassing en uitvoering van het PAS is volgens verweerder gewaarborgd dat de stikstofdepositie die de veehouderij zal veroorzaken niet zal leiden tot een (verdere) aantasting van de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden.

6. De strekking van het beroep is - kort gezegd - dat de vergunning niet kon worden verleend onder verwijzing naar de passende beoordeling die voor het PAS is gemaakt, omdat de passende beoordeling en het PAS niet voldoen aan artikel 6 van de Habitatrichtlijn.

7. De Afdeling heeft in de uitspraak van 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, geoordeeld dat de passende beoordeling die aan het PAS ten grondslag ligt niet voldoet aan de eisen die uit artikel 6 van de Habitatrichtlijn voortvloeien.

8. Daarom kon verweerder geen toestemming verlenen voor het realiseren van het project nabij een Natura 2000-gebied onder verwijzing naar de passende beoordeling die voor het PAS is gemaakt. Het bestreden besluit is genomen in strijd met de artikelen 19e en 19f van de Nbw 1998 (thans artikel 2.8 van de Wnb ). De overige beroepsgronden hoeven daarom niet te worden besproken. De rechtbank geeft ook geen oordeel over de vraag of er een volledige en ontvankelijke aanvraag is ingediend voor 1 juli 2015. De rechtbank laat ook in het midden of artikel 2.8 van de Wnb strekt tot bescherming van de belangen van eiseres 2.

9. Het beroep slaagt en het bestreden besluit komt voor vernietiging in aanmerking. De toestemming voor het wijzigen van de inrichting is immers onlosmakelijk verbonden met de toestemming voor het realiseren van het project nabij een Natura 2000-gebied. Niet alles kan meer na de uitspraak van de Afdeling van 29 mei 2019. Maar dat wil niet zeggen dat helemaal niets meer kan. De rechtbank zal verweerder de kans geven om het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Er zijn meerdere redenen om deze kans te bieden:

In de eerste plaats is het bedrijf al enige tijd in werking op basis van het te vernietigen bestreden besluit.

Eisers wijzen weliswaar op de gevolgen van de stikstofdepositie van het bedrijf op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden, maar maken zich vooral zorgen over de ammoniakuitstoot op nabijgelegen bloemdijken, deels buiten het Natura 2000-gebied. De vergunning op basis van artikel 2.8 van de Wnb ziet niet op de bloemdijken buiten het Natura 2000- gebied.

De derde-partij heeft na de uitspraak van de Afdeling van 29 mei 2019 een aanvraag ingediend voor een aanpassing van het bestreden besluit door middel van externe saldering met de stikstofdepositie van een (op dit moment in werking zijnde) veehouderij.

Weliswaar was het enige tijd niet mogelijk om met AERIUS-Calculator de omvang van stikstofemissie- en depositie te berekenen, maar sinds 16 september jl. is AERIUS-Calculator weer beschikbaar. Daarnaast is het gebruik van dit programma niet langer dwingend voorgeschreven in de Regeling natuurbescherming.

Verweerder is niet langer afhankelijk van AERIUS calculator om een herstelbesluit te nemen. Hierin ligt dus geen gerechtvaardigde reden voor verweerder om een besluit op de aanvraag van de derde-partij uit te stellen. Verweerder is druk bezig met het ontwikkelen van beleid voor het verlenen van vergunningen met toepassing van externe saldering of de ADC-toets, maar heeft aangegeven dat dit beleid niet al te lang op zich laat wachten. Ook dit is dus geen reden om lang te wachten met het nemen van een nieuw besluit.

Onder deze omstandigheden is het volgens de rechtbank voor alle betrokken partijen beter om in deze procedure snel duidelijkheid te verschaffen over de vraag of de derde-partij voor dit project een vergunning op basis van artikel 2.8 van de Wnb kan krijgen (in de vorm van een toestemming op basis van artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ).

10. Herstellen kan uitsluitend met een nieuw besluit, na of tegelijkertijd met intrekking van het nu bestreden besluit. Verweerder moet eerst een ontwerpbesluit opstellen en ter inzage te leggen. Dat neemt niet weg dat verweerder snel kan beslissen. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen verweerder het gebrek kan herstellen onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1603) op 26 weken na verzending van deze tussenuitspraak.

11. Verweerder moet op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb èn om nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, meedelen aan de rechtbank of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen. Als verweerder gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eisers in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van verweerder. In beginsel, ook in de situatie dat verweerder de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.

12. Het geding zoals dat na deze tussenuitspraak wordt gevoerd, blijft in beginsel beperkt tot de beroepsgronden zoals die zijn besproken in de tussenuitspraak omdat het inbrengen van nieuwe geschilpunten over het algemeen in strijd met de goede procesorde wordt geacht. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.

Beslissing

De rechtbank:

- draagt verweerder op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;

- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen 26 weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.H.M. Verhoeven, voorzitter, en mr. J. Heijerman en mr. M.M. Kaajan, leden, in aanwezigheid van M.P.C. Moers-Anssems, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op 4 oktober 2019.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature