E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBOBR:2019:5062
Rechtbank Oost-Brabant, C/01/338730 / HA ZA 18-656

Inhoudsindicatie:

Aan werknemer van gedaagde is een arbeidsongeval overkomen terwijl hij bij een derde te werk was gesteld. De verzekeraar van de derde heeft voorschotten op schadevergoeding voldaan aan de werknemer. De verzekeraar spreekt gedaagde als hoofdelijk medeschuldenaar aan. Gedaagde beroept zich er op dat zij medeverzekerde is zodat de verzekeraar ingevolge het bepaalde in artikel 7:962 lid 3 BW geen vordering op haar heeft. Gedaagde beroept zich op een contractueel vervalbeding. Dit beroep gaat niet op omdat de vordering nog niet dan wel binnen de vervaltermijn is ontstaan. Gedaagde beroept zich op exoneratie bedingen die zij met de derde is overeengekomen. Anders dan de verzekeraar heeft gesteld is dit beroep niet onaanvaardbaar als bedoeld in artikel 6:248 BW .

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie