< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een taakstraf van maximale duur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaar en een viertal bijzondere voorwaarden. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing en afdreiging. De rechtbank overweegt waarom zij medeplegen bewezen acht. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan eenvoudig witwassen.

Uitspraak



RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/031532-21

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken

van 24 augustus 2021 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [straatnaam].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van

10 augustus 2021.

De verdachte is niet verschenen; wel is verschenen mr. L.A. Nooijen, advocaat te Rijswijk, die verklaard heeft uitdrukkelijk tot de verdediging te zijn gemachtigd.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. L.G. de Graaf.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

primair

hij op of omstreeks 11 januari 2021 te Groningen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn/haar mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van geld , in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer] of aan een derde toebehoorde, die [slachtoffer] naar een woning (aan de [straatnaam]) heeft/hebben gelokt en/of een kamer in heeft/hebben geduwd en/of zijn telefoon uit zijn handen

heeft/hebben gerist en/of aan hem heeft/hebben toegevoegd; "je bent een viezerik je bent een pedofiel wat moet jij met mij ik ben 17 jaar. Nu ga jij betalen" en/of een mes en/of een schroevendraaier ter hand heeft/hebben genomen en/of die schroevendraaier voor zijn gezicht heeft/hebben gehouden en/of met dat mes in de hand aan hem heeft/hebben toegevoegd: "Doe wat hij zegt anders maak ik je dood. Ik ga je steken ik ga je prikken" en/of "wat is je pincode van de telefoon" en/of "maak 650 euro over", althans (telkens) woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 11 januari 2021 te Groningen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een derde, toebehoorde(n), die [slachtoffer] naar een woning (aan de [straatnaam]) heeft/hebben gelokt en/of een kamer in heeft/hebben geduwd en/of zijn telefoon uit zijn handen

heeft/hebben gerist en/of aan hem heeft/hebben toegevoegd; "je bent een viezerik je bent een pedofiel wat moet jij met mij ik ben 17 jaar. Nu ga jij betalen" en/of een mes en/of een schroevendraaier ter hand heeft/hebben genomen en/of die schroevendraaier voor zijn gezicht heeft/hebben gehouden en/of met dat mes in de hand aan hem heeft/hebben toegevoegd: "Doe wat hij zegt anders maak ik je dood. Ik ga je steken ik ga je prikken" en/of "wat is je pincode van de telefoon" en/of "maak 650 euro over", althans (telkens) woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte, ((al dan niet) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,) in/op of omstreeks (11) januari 2021 te Groningen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door - zakelijk weergegeven - het contact met die [slachtoffer] te hebben gelegd en/of te onderhouden (voor een afspraak voor seksueel contact) en/of de informatie dat die [slachtoffer] veel geld (op zijn rekening) zou hebben, te hebben gedeeld en/of zijn, verdachtes, woning ter beschikking te hebben gesteld;

2.

primair

hij in of omstreeks de periode van 11 januari 2021 tot en met 26 januari 2021, althans in/op of omstreeks (11/12) januari 2021, te Groningen en/of Uithuizen, (althans) in elk geval in Nederland, , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met smaad en/of smaadschrift en/of openbaring van een geheim, [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meerdere geldbedragen (in totaal (ongeveer) 6000 euro), geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer] althans aan een ander dan aan verdachte, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) aan die [slachtoffer] (via whatsapp/berichtenverkeer) toegevoegd;

"- Seks met minderjarige is strafbaar dat weet je.

- Betaal ons 2x een klein bedrag en dan laten wij alles gaan en verwijderen.

- Alles.

- Of moeten we je familie en de politie in kennis stellen hiervan",

en/of

(- zakelijk weergegeven-) dat verdachte en/of zijn mededader(s) (anders) naar de politie en/of naar zijn familie en/of naar het personeel op het bedrijf van die [slachtoffer] zou(den) gaan om te melden en/of de informatie (foto's en/of berichten) te delen (waaruit zou blijken) dat hij homoseksuele en/of pedofiele contacten heeft en/of zoekt, dan wel aangaat en/of heeft gezocht/is aangegaan en/of een pedofiel is/zou zijn en/of dat bij betaling die mededelingen/informatie zou(den) worden gewist;

subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] in of omstreeks de periode van 11 januari 2021 tot en met 26 januari 2021, althans in/op of omstreeks (11/12) januari 2021, te Groningen en/of Uithuizen, (althans) in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met smaad en/of smaadschrift en/of openbaring van een geheim, [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meerdere geldbedragen (in totaal (ongeveer) 6000 euro), geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer] althans aan een ander dan aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of zijn/hun mededader(s), immers heeft/hebben hij/zij, [medeverdachte 1]

en/of [medeverdachte 2] en/of zijn mededader(s) aan die [slachtoffer] (via whatsapp/ berichtenverkeer) toegevoegd;

"- Seks met minderjarige is strafbaar dat weet je.

- Betaal ons 2x een klein bedrag en dan laten wij alles gaan en verwijderen.

- Alles.

- Of moeten we je familie en de politie in kennis stellen hiervan",

en/of

(- zakelijk weergegeven-) dat verdachte en/of zijn mededader(s) (anders) naar de politie en/of naar zijn familie en/of naar het personeel op het bedrijf van die [slachtoffer] zou(den) gaan om te melden en/of de informatie (foto's en/of berichten) te delen (waaruit zou blijken) dat hij homoseksuele en/of pedofiele contacten heeft en/of zoekt, dan wel aangaat en/of heeft gezocht/is aangegaan en/of een pedofiel is/zou zijn en/of dat bij betaling die mededelingen/informatie zou(den) worden gewist,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte, ((al dan niet) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,) in of omstreeks de periode van 11 januari 2021 tot en met 26 januari 2021, althans in/op of omstreeks (11/12) januari 2021, te Groningen en/of Uithuizen, (althans) in elk geval in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door - zakelijk weergegeven - de contactgegevens van die [slachtoffer] te hebben verstrekt/ter beschikking te hebben gesteld en/of de informatie dat die [slachtoffer] veel geld (op zijn rekening) zou hebben, te hebben gedeeld en/of zijn, verdachtes, mobiele telefoon ter beschikking te hebben gesteld;

3.

primair

hij in/op of omstreeks (11/12) januari 2021, te Groningen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (meermalen) (een) voorwerp(en), te weten (een) geld(bedragen), heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van (een) voorwerp(en), te weten (een) geld(bedragen) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat die/dat voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

subsidiair

hij in/op of omstreeks (11/12) januari 2021, te Groningen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (meermalen) (een) voorwerp(en) dat onmiddellijk afkomstig is/was uit enig eigen misdrijf, te weten (een) geld(bedragen), heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de feiten 1 primair, 2 primair en

3 subsidiair.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van de feiten

1. primair, 1 subsidiair, 2 primair en 2 subsidiair. Hij heeft daartoe het volgende aangevoerd.

Ten aanzien van feit 1 is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden dat verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de afpersing van aangever, zodat medeplegen niet bewezen kan worden. Verdachte is immers niet lijfelijk aanwezig geweest bij de feitelijke uitvoering en heeft ook geen uitvoeringshandelingen verricht. Voor zover verdachte de medeplichtigheidshandelingen heeft verricht zoals omschreven in de dagvaarding, hebben deze gedragingen plaatsgevonden voorafgaand aan het delict en zijn deze niet begaan met het vereiste opzet op de latere afdreiging.

Ook ten aanzien van feit 2 kan medeplegen niet worden bewezen. Niet is gebleken dat verdachte degene is geweest die daadwerkelijk de afdreigberichten heeft verstuurd en hij heeft geen (sturende) rol gehad in de verwerking van de opbrengsten of anderszins een bijdrage geleverd welke van wezenlijk belang is geweest voor de verwezenlijking van de afdreigingen. Ook ontbreekt het vereiste opzet met betrekking tot medeplichtigheid. Uit het dossier blijkt niet dat de contactgegevens van aangever door verdachte ter beschikking zijn gesteld. Voor zover hij informatie heeft gedeeld over het vermogen van aangever, is dit niet gebeurd met de intentie om over te gaan tot afdreiging.

De raadsman heeft gesteld dat feit 3 primair, witwassen van € 500,-, bewezen kan worden verklaard op grond van de bekennende verklaring van verdachte.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal aangifte van 14 januari 2021, opgenomen op pagina 36 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2021012421 van 17 april 2021, inhoudende als verklaring van [slachtoffer]:

Ik zit op Snapchat als gebruiker [naam 1]. Ik ben in contact gekomen met een persoon die zich uitgaf als [naam 2]. In de loop van maandagochtend 11 januari 2021 had ik [naam 2] weer op de app en maakten wij een afspraak met elkaar. Hij vroeg of ik bij zijn huis wilde kijken en hij wilde mij wel pijpen. Wij spraken om 13.30 uur af aan de [straatnaam] te Groningen. Ik ben daar heen gereden met mijn auto. Ik ben daar heen gelopen en ik zag een deur open staan. Ik ben naar binnen gelopen en ik zag bij het keukenblok een jongen staan. De jongen zei tegen mij en hij wees dat ik door moest lopen. Ik maakte nog een stap in de richting van het kamertje en ik draaide om. Ik zag en hoorde dat de voordeur achter mij dicht werd gegooid. Ik zag dat er een jongen van achter de deur te voorschijn kwam en mij het kamertje in duwde. Ik zag dat beide jongens op mij afkwamen en ze mij de kamer in drukten. Jongen 2 die bij de deur stond trok gelijk mijn telefoon uit mijn handen. Ik hoorde dat hij tegen mij zei: "Je bent een viezerik, je bent een pedofiel, wat moet jij met mij, ik ben 17 jaar. Nu ga jij betalen". Jongen 1 was agressief. Ik zag dat jongen 1 een aardappelschilmesje in zijn handen had. Ik hoorde dat hij tegen mij zei: "Doe wat hij zegt, anders maak ik je dood. Ik ga je steken, ik ga je prikken". Ik zag dat jongen 2 een grote sterschroevendraaier in zijn handen had en ik zag dat hij hier ook mee dreigde, door deze dreigend voor mijn gezicht te houden. Jongen 2 zei: "Wat is je pincode van de telefoon". Vervolgens zei jongen 2: "Maak 650 euro over". Ik heb mijn gsm terug gekregen en ik opende mijn Rabobank app. Jongen 2 hield een bankpasje in een hand en las een rekeningnummer op van triobank. Ik wilde dit doen, alleen mijn bank blokkeerde omdat ik niet meer dan 500 euro kon overmaken. Ik voelde dat de spanning opliep ik zag dat de beide jongens agressiever werden. Ik ben gaan proberen op mijn telefoon om het toch voor elkaar te krijgen. Ik zag dat jongen 2 ging bellen naar een andere persoon. Ik hoorde ook dat hij iemand aan de lijn had. Ik hoorde dat jongen 2 zei: "We hebben hier een probleem, jullie moeten hier naar toe komen". Ik hoorde dat er een jongen aan de andere kan van de lijn zei: "We komen eraan, met drie minuten zijn wij er". Ik zag dat jongen 1 mij bleef bedreigen met dat mesje. Ik zag dat hij agressief bleef doen.

Die avond werd ik met telefoonnummer [telefoonnummer] benaderd en ik zag dat hierin werd beschreven:

- Seks met minderjarige is strafbaar dat weet je.

- Betaal ons 2x een klein bedrag en dan laten wij alles gaan en verwijderen.

- Alles.

- Of moeten we je familie en de politie in kennis stellen hiervan.

Gemist gesprek op 22.33 uur.

Ik heb dit nummer gelijk geblokkeerd.

Om 22.37 uur krijg ik opnieuw een appje van een ander nummer, [telefoonnummer]. Ik moet meerdere bedragen overmaken en dat begint met twee keer 500 euro. Ik maak dan 1x 650 euro over via een tikkie, 1x 695 euro via een tikkie, 1x 650 euro via een tikkie, 1x 650 euro via een tikkie. Nu is mijn dag limiet bereikt voor de rekening Jongerenrekening [rekeningnummer]. Ik krijg gelijk een andere rekeningnummer [rekeningnummer] van [naam 3]. Hier heb ik dan meerdere bedragen op gestort,

1x 1000 en 1x 2000. Ik heb daarna dit nummer ook gelijk geblokkeerd.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangever van

16 januari 2021, opgenomen op pagina 62 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer]:

Ik ben via Grindr in contact gekomen met iemand die zich uitgaf voor [naam 2]. Op 13 januari 2021 kreeg ik een app van het telefoonnummer [telefoonnummer] waarin stond dat ze mijn naam wisten en ook mijn bedrijfsnaam. Op 15 januari 2021 omstreeks 20:30 uur kreeg ik een WhatsApp bericht van het telefoonnummer [telefoonnummer]. In de berichten werd gedreigd dat ze mij hadden gezien en dat ze foto's van mij en van mijn personeel hadden gemaakt. Ik moest daarom voor 22:00 uur geld overmaken en reageren, zo niet zouden ze bij mij op de zaak komen en aan iedereen vertellen over mijn pedofilie. Later zeiden ze dat ik moest reageren en een redelijk bedrag moest overmaken en dat ze anders maandag of dinsdag bij mij op de zaak langskwamen. Ik wil ook nog toevoegen dat ik op vrijdag 15 januari 2021 omstreeks 14:30 uur met mijn auto bij mijn bedrijf aan de [straatnaam] te Groningen ben geweest. Ik heb toen wat spullen uit mijn bedrijf gehaald en heb deze spullen achter in mijn auto gelegd. Tijdens het app-verkeer op vrijdagvond kreeg ik 4 of 5 foto's toegestuurd waarop een medewerker van mij, ik zelf en mijn auto stonden afgebeeld. Mijn medewerker stond op de foto terwijl hij met een bedrijfsauto van mij bij de ringweg stond. Ze hadden een foto van mij gemaakt terwijl ik de spullen waarover ik sprak in de auto legde.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van

9 februari 2021, opgenomen op pagina 662 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

Ik woon in [wijknaam] (de rechtbank begrijpt: te Groningen) aan de [straatnaam]. Ik ben wel vaak met mijn neefje [medeverdachte 1] in Uithuizen. [medeverdachte 1] is mijn beste vriend. Ik hou van vrouwen, maar ik val ook op oudere mannen. Mijn vrienden weten dat ook wel en die weten ook wel dat ik daar betaald voor krijg. Ik noem die mannen dan Hans of Sugar Daddy. Ik kan alleen maar whatsappen met mijn telefoon en dat is via nummer [telefoonnummer]. Ik zit ook wel op Grindr. Daar heb ik een naam met [naam 2].

Opmerking verbalisant: Er is aangifte gedaan van chantage c.q. afpersing, gepleegd op

11 januari 2021 op de [straatnaam] te Groningen.

Vraag verbalisant: Wat kun jij hierover vertellen?

Antwoord verdachte: Ik was niet thuis op het moment dat Sugar Daddy bij mij in de woning was. [naam 1] is [slachtoffer]. Hij wilde eerst leuke dingen doen maar later wilde hij ook seks.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van

12 maart 2021, opgenomen op pagina 777 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 2]:

Het was 11 januari 2021. Ik ben opgehaald door [medeverdachte 1] (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1]). Hij was met [verdachte] en zijn vriendin [naam 4]. Ze hadden het in de auto al over geld en de Sugar Daddy's van [verdachte]. We zijn naar de [straatnaam] gereden, waar de woning van [verdachte] is. Onderweg werd er gesproken dat er iemand naar de [straatnaam] zou komen. Ze zouden hem daar laten komen. [medeverdachte 1] toonde mij een bankafschrift op zijn telefoon. Ik wist toen dat die man veel geld heeft. Dit werd in de auto besproken. Iedereen in die auto wist precies wat daar ging gebeuren. Dat waren [verdachte], [naam 4], [medeverdachte 1] en ik. Wij wilden gewoon geld. We zijn naar binnen gegaan. [medeverdachte 1] heeft de voordeur geopend. Hij had de hele tijd de telefoon waarmee hij contact had met die man. We gingen naar de keuken en hadden daar iets gepakt voor in onze handen. Daarna ging [medeverdachte 1] naar de badkamer. Als je binnenkomt zie je dan niet dat iemand daar zit. Ik bleef in de keuken staan wachten. Toen zei [medeverdachte 1]: "Hij is er al, doe die deur open." Ik deed de deur open en zag die man staan. Ik zei tegen de man toen hij binnen kwam: "Loop maar door, ik kom er zo aan." Op dat moment liep hij de kamer in. [medeverdachte 1] kwam gelijk uit de badkamer. We gingen gelijk op de man af. We pakten hem gelijk. We zijn met zijn drieën in de woonkamer. Die man wilde wel geld overmaken. Ook gelijk maar dat lukte niet helemaal. Volgens mij was [medeverdachte 1] het niet eens met die 500 euro. [medeverdachte 1] wilde meer. Ik zei tegen die man dat hij moest luisteren naar [medeverdachte 1], hij moest doen wat hij zei. Ik was wel boos en agressief naar die man. Ik wilde hem wel een lesje leren maar dan door het geld af te pakken. Het lukte niet, het overmaken van het geld. Daardoor begon [medeverdachte 1] te bellen naar [verdachte]. Hij zei dat ze moesten komen. Ze moesten komen voor een andere rekening. [medeverdachte 1] en ik zagen de man wegrijden. Twee minuten daarna kwamen [verdachte] en [naam 4] aanrijden. Ze wisten dondersgoed wat er zou gebeuren. Daarom kwamen ze ook hard aanrijden.Ik ben verbaal agressief naar die man geweest. Ik had op dat moment het aardappelschil-mesje in mijn hand. [medeverdachte 1] heeft een schroevendraaier gepakt.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van

9 april 2021, opgenomen op pagina 640 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1]:

[medeverdachte 2] en ik waren in dat huis en toen stond [slachtoffer] voor de deur.

Vraag verbalisant (V): [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij een aardappelschilmesje in zijn handen had en jij een schroevendraaier. Wat is daar jouw reactie op?Antwoord verdachte (A): Dat klopt.

Ik kreeg van [verdachte] te horen wat [slachtoffer] met hem appte. Op die manier wisten we of [slachtoffer] zou komen. [verdachte] wist er ook van. [medeverdachte 2] en meneer [slachtoffer] liepen de woonkamer binnen. Ik heb de tussendeur dicht gedaan. We zeiden, we willen alleen geld. Hij moest 600 overmaken naar de bankpas waar hij eerder al geld naartoe had overgemaakt. [medeverdachte 2] begon tegen hem te schreeuwen. Het lukte de meneer niet om geld over te maken. We raakten in paniek. Ik heb [verdachte] gebeld en gezegd dat hij terug moest komen. Die man sprong via het balkon naar beneden. Samen met [medeverdachte 2] ben ik achter de man aangerend. [medeverdachte 2] is in de auto van [slachtoffer] gesprongen. [medeverdachte 2] heeft hem in zijn armen gestoken.

V: Wie had het bankpasje van de rekening waar het geld naartoe moest?A: Die had [verdachte]. [verdachte] heeft mij geld gegeven. Ik heb gepind, die foto hebben jullie mij laten zien. [verdachte] en ik hebben samen op mijn telefoon het eerste contact gelegd. Daarna hebben we nog wel een keer geprobeerd geld van hem te krijgen. Ik heb samen met [verdachte] geappt met de vraag of hij nog een keer geld kon overmaken. We typten allebei, soms ik, soms hij.6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 19 februari 2021, opgenomen op pagina 109 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

Op 11 januari 2021 boekte aangever [slachtoffer] een aantal geldbedragen naar o.a. de rekening van[naam 3] en [naam 5]. Zie daarvoor onderstaande transacties van de rekening van aangever.

[rekeningnummer] 11-jan-2021 11:20 150,00

[rekeningnummer] t.n.v. [naam 5] 11-jan-2021 22:01 650,00 11-jan-2021 22:03 650,00 11-jan-2021 22:14 500,00 11-jan-2021 22:16 650,00 [rekeningnummer] t.n.v. [naam 3] 11- jan-2021 22:23 1.000,00 12- jan-2021 10:48 2.000,00.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van

22 februari 2021, opgenomen op pagina 574 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam 6]:

Ik heb een aantal keren seks gehad met [verdachte]. Dit was tegen betaling. Hij heeft ook wel eens geld van mij geleend. Hij heeft toen een bankpas van Triodos gekregen. Het bankrekeningnummer is [rekeningnummer]. Ik heb hem de pincode van mijn bankpas gegeven. Het telefoonnummer dat ik van [verdachte] heb, is [telefoonnummer].

Vraag verbalisant: Samengevat, op 11 januari 2021 heeft u op verzoek van [verdachte] een Tikkie naar hem gestuurd. Het bedrag was € 150,- en gericht aan [slachtoffer]. [slachtoffer] heeft op

11 januari 2021 geld overgemaakt naar uw Triodos-rekening. [verdachte] heeft u benaderd met de vraag of het geld voor hem gepind kon worden. Jullie hebben afgesproken bij het UMCG en daar heeft u € 150,- voor [verdachte] gepind. Klopt dat?

Antwoord getuige: Dat klopt.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 24 februari 2021, opgenomen op pagina 349 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

Aangever [slachtoffer] verklaarde dat hij heeft gepoogd tijdens de vrijheidsberoving geld over te maken via zijn telefoon naar een Triodos-bankrekening. Dader 2 las hem het rekening-nummer voor vanaf een pasje. Dader 2 werd door aangever herkend in een foto van verdachte [medeverdachte 1]. Uiteindelijk lukte de overboeking niet. Aangever was die 11 januari 2021 omstreeks 14:50 uur in de woning aan de [straatnaam] te Groningen, zo blijkt uit chatgegevens in aanloop naar de ontmoeting aan de [straatnaam]. Van de bankrekening van [slachtoffer], waarmee deze poging is gedaan en later ook andere bedragen zijn overgemaakt naar rekeningen op naam van [naam 3] en [naam 5], zijn rekeninggegevens gevorderd. Uit die gegevens komt dat [slachtoffer] op 11 januari 2021 omstreeks 12:20 uur € 150 overmaakt op rekening [rekeningnummer]. Deze rekening staat op naam van [naam 6]. Uit de aangeleverde logingegevens behorende bij de rekening van aangever [slachtoffer] komt dat er op

11 januari 2021 om 14:54 uur een poging werd gedaan om € 2650 over te maken op rekening [rekeningnummer]. De transactie wordt niet afgemaakt, waardoor er uiteindelijk niets wordt overgemaakt. Navraag bij Rabobank bevestigde dit gegeven. Het komt overeen met de verklaring van aangever en omstreeks dat tijdstip was aangever in de woning op [straatnaam] Groningen.

9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 13 april 2021 met bijlagen, opgenomen op pagina 491 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

Bij zijn aanhouding is onder verdachte [verdachte] een mobiele telefoon in beslag genomen. Ik heb het toestel onderzocht op voor het onderzoek relevante informatie. Van de relevante zaken heb ik foto's gemaakt, deze worden als bijlage gevoegd. Het betreft het volgende.

Op 11 januari 2021 vanaf 22:10 uur werd met het toestel een aantal berichten verstuurd naar [naam 7]. De verzender stuurt een foto van een man in een auto (die ik herken als aangever [slachtoffer]) mee en dreigt naar familie en politie te stappen, tenzij tweemaal een klein bedrag wordt betaald. [naam 7] staat in het toestel als contactnaam met het nummer [telefoonnummer]. Dit nummer was in gebruik bij aangever [slachtoffer].

Op 12 januari 2021 vanaf 01:29 uur werden berichten gewisseld met contact [naam 5]. Er

werden filmpjes verstuurd waarop te zien is dat men een groot aantal biljetten van 50 euro toont. Van elk filmpje heb ik een screenshot gemaakt die worden bijgevoegd. Zo te zien worden de filmpjes in een auto gemaakt. Ze zijn gemaakt kort nadat 2000 euro is gepind in Groningen nadat aangever [slachtoffer] geld had overgemaakt. Op een van de filmpjes is een mouw te zien in dezelfde kleur als de jas die [naam 5] ([naam 5]) aanhad en die te zien is op de pinbeelden die zijn gevorderd. De filmpjes zijn gemaakt met het inbeslaggenomen toestel onder [verdachte]. Onder contact [naam 5] staat het telefoonnummer [telefoonnummer].

Op 13 januari 2021 werden berichten gewisseld met het telefoonnummer [telefoonnummer]. Dit nummer staat als contact [medeverdachte 1] in het toestel. Er werd de hiervoor genoemde foto van aangever [slachtoffer] verzonden en er werd afgesproken.

Op 15 januari 2021 omstreeks 15:45 uur is met het inbeslaggenomen toestel een foto gemaakt van een zwarte bedrijfsauto van aangever [slachtoffer]. Bij de foto zijn locatiegegevens die aangeven dat de foto is gemaakt op de [straatnaam] Groningen, welke overgaat in de [straatnaam]. Die dag zijn bij het bedrijf van [slachtoffer] aan de [straatnaam] foto's gemaakt van [slachtoffer] welke later ter afdreiging naar hem zijn gestuurd. Uit onderzoek komt dat verdachten [verdachte] en [medeverdachte 1] daar waren en achter een zwarte bedrijfsauto van [slachtoffer] aanreden.

Op het toestel werd een foto aangetroffen van een Triodos-bankpas op naam van [naam 6]. Het

betreft de bankpas van de rekening waarop aangever [slachtoffer] op 11 januari 2021 150 euro overmaakte en waarmee is getracht aangever onder dwang geld over te laten maken.

Onder de contacten in het toestel is er een opgenomen onder de naam [verdachte] met het nummer [telefoonnummer]. Dit is het nummer waarvan [verdachte] verklaarde dat hij dit gebruikte en met het nummer zijn afdreigberichten verstuurd naar aangever op 11 januari 2021.

10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 25 maart 2021, opgenomen op pagina 468 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

Uit onderzoek komt dat meerdere telefoonnummers zijn gebruikt door de daders van de vrijheidsbeneming en afpersing en afdreiging. In dit proces-verbaal wordt een overzicht gegeven van welke nummers zijn gebruikt en aan wie het nummer gekoppeld kan worden.

Volgnr

Telefoonnummer

Bron

Context

1

[telefoonnummer]

Aangifte

Werden afdreigberichten mee verstuurd d.d. 11 jan 2021

2

[telefoonnummer]

Verhoor aangever

Werden afdreigberichten mee verstuurd d.d. 13 jan 2021

Jeugdzorg Noord

Werd door [medeverdachte 1] opgegeven als meest recent contactnummer

3

[telefoonnummer]

Verhoor aangever

Werden afdreigberichten mee verstuurd d.d. 11 jan 2021

4

[telefoonnummer]

GSM aangever

Gebruikt voor chat om afspraak te maken d.d. 11 jan 2021

Jeugdzorg Noord

Werd door [medeverdachte 1] opgegeven als contactnummer

[bedrijf]

Opgegeven als contactnummer ivm huur auto

5

[telefoonnummer]

Verhoor aangever

Werden afdreigberichten mee verstuurd d.d. 15 jan 2021

6

[telefoonnummer]

Bevindingen chat aan aangever

Werden afdreigberichten mee verstuurd d.d. 22 jan 2021

7

[telefoonnummer]

Verhoor aangever

Werden afdreigberichten mee verstuurd d.d. 15 jan 2021

Ad. 1

Verdachte [verdachte] verklaarde dat dit zijn telefoonnummer is. Hij gebruikte dit nummer enkel als middel om gebruik te maken van whatsapp. Het onder hem in beslag genomen telefoontoestel bevatte ook geen simkaart. Het nummer werd ook doorgegeven bij de huur van de Mercedes Citan door verdachte [verdachte] bij [bedrijf] (BOB-005-03).Ad. 2

Dit telefoonnummer is door verdachte [medeverdachte 1] op 12 januari 2021 opgegeven aan Jeugdzorg Noord (BOB-006-06). Dit was in verband met voorwaarden betreffende een eerdere veroordeling. Het nummer werd ook doorgegeven bij de huur van de Mercedes Citan door verdachte [verdachte] bij [bedrijf] (BOB-005-03). Het nummer stond in de telefoon van verdachte [medeverdachte 2] onder contactnaam ‘[naam 8]’, [naam 8] is een bijnaam van verdachte [medeverdachte 1]

(AH-041-01). Bij zijn aanhouding d.d. 9 februari 2021 is onder verdachte [medeverdachte 1] een mobiele telefoon in beslag genomen. Uit telecomgegevens komt dat het telefoonnummer gebruikt werd in dit toestel.Ad. 3

Verdachte [medeverdachte 1] maakt gebruik van het nummer om de meldkamer van de politie te bellen in verband met zijn enkelband, dit was in december 2020. Het nummer is tijdens de afdreiging in hetzelfde telefoontoestel waar ook de bij afdreiging gebruikte nummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer] werden gebruikt (AH-013-01).Ad. 4

Dit nummer werd door verdachte [medeverdachte 1] opgegeven aan Jeugdzorg Noord (BOB-006-06). Met het nummer werd de chat gevoerd met aangever [slachtoffer], waarbij de afspraak werd gemaakt aan de [straatnaam] op 11 januari 2021 (AH-017-01). Het nummer werd ook opgegeven bij de huur van de Mercedes Citan die verdachte [verdachte] huurde van 14 t/m 16 januari 2021 bij [bedrijf] (BOB-005-03).Ad. 5

Dit nummer werd gebruikt in hetzelfde toestel als waar de nummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer] werden gebruikt (AH-013-01).

Ad. 6 Dit nummer werd gebruikt in het telefoontoestel dat onder verdachte [medeverdachte 1] in beslag is genomen. Het werd op 22 januari 2021 gebruikt om aangever [slachtoffer] te bewegen om nog eens

€ 2.250 over te laten maken (AH-031-01).Ad. 7 Dit nummer werd gebruikt in hetzelfde toestel als waar de nummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer] werden gebruikt (AH-013-01).

Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank de feiten 1 primair en

2 primair bewezen, in die zin dat verdachte de poging tot afpersing heeft gepleegd samen met zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en de afdreiging samen met [medeverdachte 1].

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezen verklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

Ook indien het ten laste gelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn.

Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

Uit het dossier leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af.

Aangever is een contact van verdachte. Hij is, zoals verdachte heeft verklaard, een Sugar Daddy die seks met verdachte heeft in ruil voor geld. Het is verdachte die op 11 januari 2021 in de morgen contact heeft met aangever en hem vraagt om € 150,- over te maken op de rekening van een andere Sugar Daddy, getuige [naam 6]. Verdachte rijdt samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar [naam 6] om dit geld op te halen. In de auto wordt erover gesproken dat aangever veel geld heeft en dat aangever naar het huis van verdachte moet komen, zodat ze hem geld afhandig kunnen maken. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] wachten aangever op in de woning van verdachte en als aangever binnen is, wordt hem gezegd -onder bedreiging met een mes en een schroevendraaier- dat hij geld moet overmaken op de rekening van [naam 6]. [medeverdachte 1] toont hem daarbij het pasje van de bankrekening van [naam 6], dat verdachte heeft gekregen van [naam 6]. Verdachte is degene met het contact met rekeninghouder [naam 6], de medeverdachten hebben geen toegang tot [naam 6] en de bankrekening op zijn naam.

Als het aangever niet lukt om het geld over te maken, belt [medeverdachte 1] met verdachte en zegt hem dat hij moet komen omdat er een andere rekening moet komen, waarop verdachte met gezwinde spoed naar de [straatnaam] komt. Als verdachte daar aankomt is aangever al gevlucht.

Vervolgens ontvangt aangever afdreigberichten en foto’s, afkomstig van telefoonnummers in gebruik bij verdachte en [medeverdachte 1], terwijl op de telefoon van verdachte tevens filmpjes zijn aangetroffen waarop veel geld is te zien. Aangever maakt in totaal bijna € 6.000,- over.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten is komen vast te staan. Hoewel bij feit 1 in de kern geen sprake is van een gezamenlijke uitvoering, is de bijdrage van verdachte aan het tenlastegelegde naar het oordeel van de rechtbank van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen.

Ten aanzien van feit 3 overweegt de rechtbank het volgende.

Nu de rechtbank feit 2 primair bewezen acht, kan worden vastgesteld dat verdachte geld heeft verworven en voorhanden heeft gehad uit een door verdachte zelf gepleegd misdrijf, namelijk het medeplegen van afdreiging.

Vooropgesteld moet worden dat noch de tekst van artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht (Sr), noch de wetsgeschiedenis eraan in de weg staat dat iemand die een in die bepaling omschreven gedraging verricht ten aanzien van een voorwerp dat afkomstig is uit enig door hemzelf begaan misdrijf, wordt veroordeeld wegens witwassen. Dit betekent niet dat elke gedraging die in art. 420bis, eerste lid, Sr is omschreven, onder alle omstandigheden de kwalificatie witwassen rechtvaardigt.

Het is vaste rechtspraak van de Hoge Raad dat in het geval het witwassen bestaat uit het verwerven of voorhanden hebben van de (onmiddellijke) opbrengsten van eigen misdrijf, van de witwasser in beginsel een handeling wordt gevergd die erop is gericht "om zijn criminele opbrengsten veilig te stellen". Er moet dus in een dergelijk geval sprake zijn van een gedraging die meer omvat dan het enkele verwerven of voorhanden hebben en die een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat door eigen misdrijf verkregen voorwerp gericht karakter heeft.

Dat betekent dat indien vaststaat dat het enkele verwerven of voorhanden hebben door de verdachte van een voorwerp dat onmiddellijk afkomstig is uit een door hemzelf begaan misdrijf niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp, die gedraging niet als witwassen kan worden gekwalificeerd (vergelijk onder meer het arrest van de Hoge Raad van 26 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM4440).

De rechtbank heeft niet kunnen vaststellen dat verdachte één of meer handelingen heeft verricht die gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van de geldbedragen. Dit betekent dat feit 3 primair niet kan worden gekwalificeerd als een strafbaar feit. Verdachte dient daarom ter zake van dit feit te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

De strafbaarstelling van eenvoudig witwassen in artikel 420bis.1, zoals onder subsidiair is ten laste gelegd, richt zich specifiek op de situatie van het verwerven of voorhanden hebben van een voorwerp dat onmiddellijk afkomstig is uit een door verdachte zelf begaan misdrijf. De rechtbank is van oordeel dat op grond van de hiervoor vermelde bewijsmiddelen feit 3 subsidiair wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Bewezenverklaring en strafbaarheid van het bewezen verklaarde

De rechtbank acht de feiten 1 primair en 2 primair wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij op 11 januari 2021 te Groningen, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van geld, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer] of aan een derde toebehoorde, die [slachtoffer] naar een woning aan de [straatnaam] heeft gelokt en een kamer in heeft geduwd en zijn telefoon uit zijn handen heeft gegrist en aan hem heeft toegevoegd: "Je bent een viezerik, je bent een pedofiel, wat moet jij met mij, ik ben 17 jaar. Nu ga jij betalen." en een mes en een schroevendraaier ter hand heeft genomen en die schroevendraaier voor zijn gezicht heeft gehouden en met dat mes in de hand aan hem heeft toegevoegd: "Doe wat hij zegt, anders maak ik je dood. Ik ga je steken, ik ga je prikken." en "Wat is je pincode van de telefoon." en "Maak 650 euro over.", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij in de periode van 11 januari 2021 tot en met 26 januari 2021, te Groningen en Uithuizen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met openbaring van een geheim, [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van meerdere geldbedragen (in totaal ongeveer 6000 euro), geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer], immers hebben hij, verdachte, en zijn mededader aan die

[slachtoffer] (via WhatsApp) toegevoegd:

"- Seks met minderjarige is strafbaar dat weet je.

- Betaal ons 2x een klein bedrag en dan laten wij alles gaan en verwijderen.

- Alles.

- Of moeten we je familie en de politie in kennis stellen hiervan",

en

- zakelijk weergegeven- dat verdachte en zijn mededader anders naar de politie en/of naar zijn familie en/of naar het personeel op het bedrijf van die [slachtoffer] zouden gaan om te melden en/of de informatie (foto's en/of berichten) te delen waaruit zou blijken dat hij homoseksuele en pedofiele contacten heeft of zoekt en dat bij betaling die mededelingen/informatie zouden worden gewist.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Het bewezen verklaarde levert op:

1. primair poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer

verenigde personen;

2. primair medeplegen van afdreiging.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

De rechtbank acht feit 3 primair wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

3.

hij in januari 2021 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen een voorwerp, te weten een geldbedrag, heeft verworven en voorhanden gehad, terwijl hij en zijn mededader wisten dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

Dit bewezen verklaard feit kan niet als strafbaar feit worden gekwalificeerd, zodat verdachte hiervan zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

De rechtbank acht feit 3 subsidiair wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij in januari 2021 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen een voorwerp dat onmiddellijk afkomstig was uit enig eigen misdrijf, te weten een geldbedrag, heeft verworven en voorhanden heeft gehad.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Het bewezen verklaarde levert op:

3. subsidiair medeplegen van eenvoudig witwassen, meermalen gepleegd.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de feiten 1 primair,

2 primair en 3 subsidiair wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en de door de reclassering geadviseerde voorwaarden. De officier van justitie heeft dadelijk uitvoerbaarheid gevorderd van de te stellen voorwaarden en het hierop uit te oefenen toezicht.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, uitgaande van een veroordeling voor witwassen, gepleit voor een voorwaardelijke straf met daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde voorwaarden.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en het rapport van de reclassering van Verslavingszorg Noord Nederland (VNN) van 15 juli 2021, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in januari 2021 schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing, afdreiging en witwassen. Hij heeft, samen met anderen, aangever [slachtoffer] naar zijn woning gelokt, waarbij aangever in de veronderstelling was dat er seksuele handelingen zouden plaatsvinden met de meerderjarige waar aangever contact mee dacht te hebben. Aangever is door de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bij de woning een kamer ingeduwd, de deur is achter hem dichtgegooid en vervolgens is aangever, onder bedreiging met een mes en een schroevendraaier, gedwongen om geld over te maken. Het is bij een poging tot afpersing gebleven omdat het aangever niet lukte om geld over te maken en hij uiteindelijk de woning is ontvlucht door van het balkon te springen. Vanaf dat moment is aangever gechanteerd door verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1]. Aangever is meegedeeld dat hij geld moest overmaken, anders zou aan de politie, de familie en de medewerkers van het bedrijf van aangever worden gemeld dat aangever een seksafspraak met een minderjarige jongen had. Verdachten hebben aangever WhatsApp-berichten gestuurd en foto’s. Aangever heeft in totaal € 5.400,- overgemaakt, voordat hij naar de politie is gegaan om aangifte te doen. Ook daarna is nog geprobeerd aangever te bewegen meer geld over te maken. Deze feiten hebben een grote impact gehad op aangever en zijn omgeving. Verdachte heeft echter slechts oog gehad voor zijn eigen geldelijk gewin.

Deze feiten rechtvaardigen in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. De rechtbank houdt echter ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Uit het reclasseringsrapport komt naar voren dat er risico’s zijn op het gebied van middelengebruik en het psychisch welzijn van verdachte. Verdachte heeft geen stabiele verblijfplaats en prostitueert zichzelf, hetgeen in combinatie met zijn kwetsbaarheid zorgelijk wordt geacht. Daarnaast heeft verdachte geen steunend sociaal netwerk, is hij gevoelig voor negatieve beïnvloeding en zijn er financiële problemen. Gelet op de kwetsbaarheid van verdachte acht de reclassering het niet wenselijk een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Verdachte lijkt voldoende in staat een taakstraf uit te voeren. De reclassering heeft de rechtbank geadviseerd een forse voorwaardelijke straf op te leggen als stok achter de deur, met een aantal bijzondere voorwaarden, waaronder een ambulante behandeling met de mogelijkheid tot kortdurende klinische observatie en/of behandeling.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend is. Gelet op de ernst van de feiten kan niet worden volstaan met een geheel voorwaardelijke straf, zoals de reclassering heeft geadviseerd. De rechtbank zal verdachte daarom veroordelen tot een taakstraf van maximale duur. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen van 6 maanden, enerzijds als stok achter de deur om verdachte ervan te weerhouden opnieuw een strafbaar feit te plegen, anderzijds om daaraan de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden te verbinden. Aan het voorwaardelijke deel zal een proeftijd worden gekoppeld van 3 jaren. De rechtbank ziet geen aanleiding te bevelen dat de voorwaarden en het toezicht hierop door de reclassering dadelijk uitvoerbaar zijn. Gelet op het strafblad van verdachte, behoeft er naar het oordeel van de rechtbank niet ernstig rekening mee te worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14 b, 14c, 45, 47, 57, 317, 318 en 420bis.1 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 3 primair ten laste gelegde bewezen als voormeld maar niet te zijn een strafbaar feit.

Ontslaat verdachte ter zake van alle rechtsvervolging.

Verklaart het onder 1 primair, 2 primair en 3 subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich binnen zeven dagen na het ingaan van de proeftijd zal melden bij de reclassering van Verslavingszorg Noord Nederland op het adres [straatnaam] te Groningen ([telefoonnummer]) en zich blijft melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

2. dat de veroordeelde zal meewerken aan diagnostiek bij de Ambulante Forensische Psychiatrie Noord (AFPN) of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering en zich vervolgens gedurende de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, zal laten behandelen door het Forensische FACT-team van AFPN/VNN of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering en zich zal houden aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling en, indien geïndiceerd, zal meewerken aan een kortdurende klinische opname ten behoeve van crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek van maximaal zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;

3. dat de veroordeelde zal meewerken aan controle op het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te monitoren en bespreekbaar te maken, waarbij de reclassering urineonderzoek, speekselonderzoek en ademonderzoek (blaastest) kan gebruiken voor de controle en bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd;

4. dat de veroordeelde, indien de reclassering dat nodig acht, zal meewerken aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen, en de reclassering inzicht zal geven in zijn financiën en schulden.

Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.

Veroordeelt verdachte voorts tot:

een taakstraf voor de duur van 240 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag inverzekeringstelling.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Schuth, voorzitter, mr. M.S. van der Kuijl en

mr. T.M.L. Veen, rechters, bijgestaan door A.W. ten Have-Imminga, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 augustus 2021.

Mr. Schuth en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

PV verstrekking gevorderde gegevens, pagina 865

PV verstrekking gevorderde gegevens, pagina 905

Proces-verbaal van bevindingen, pagina 347

Proces-verbaal van bevindingen, pagina 116 e.v.

Proces-verbaal van bevindingen, pagina 121 e.v.

Proces-verbaal van bevindingen, pagina 310


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature