< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

beroep ongegrond, geen aanleiding meer/hogere aanvullende kosten

Uitspraak



RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 20/1644

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 april 2021 in de zaak tussen

[eiser] , te [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. M.C. Molema-Nankman)

en

Het Instituut mijnbouwschade Groningen (voorheen de Minister van Economische Zaken en Klimaat), verweerder.

(gemachtigde: mr. T.W. Franssen).

Procesverloop

Bij besluit van 4 november 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiser een vergoeding van € 2.755,00 toegekend.

Bij besluit van 22 april 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser gedeeltelijk gegrond verklaard, het primaire besluit herroepen en aan eiser een aanvullende vergoeding van € 95,00 toegekend.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 november 2020. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens is N. Handgraaf, schade expert namens verweerder, verschenen.

Het bestreden besluit is namens de Minister van Economische Zaken en Klimaat, genomen door de deelcommissie bezwaar van de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen.

Op 1 juli 2020 is de Tijdelijke wet Groningen in werking getreden. Op grond van artikel 2, eerste lid, van de ze wet is er een Instituut Mijnbouwschade Groningen. Op grond van artikel 21, eerste lid, van de ze wet worden de besluiten die zijn genomen door de deelcommissie mijnbouwschade en de deelcommissie bezwaar aangemerkt als besluiten van het Instituut Mijnbouwschade Groningen. Op grond van het vierde lid van artikel 21 neemt het Instituut de zaken over in de staat waarin ze zich bevinden. De rechtbank duidt in deze uitspraak daarom zowel de minister als het Instituut als verweerder aan.

Overwegingen

1. Bij de beoordeling van dit beroep neemt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden als vaststaand aan.

1.1.

Eiser is woonachtig aan [adres] te [plaats] . De woning is in 2003 gebouwd en eiser is de eerste eigenaar van de woning.

1.2.

Op 14 juni 2019 heeft eiser bij de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen melding gedaan van schade aan zijn woning, die naar zijn overtuiging het gevolg is van trilling van de bodem door aardbeving.

1.3.

Op 22 oktober 2019 heeft eiser een verzoek om vergoeding van aanvullende kosten ingediend. Eiser heeft gevraagd om vergoeding van thuisblijfkosten bij schadeherstel. Volgens eiser zijn er tenminste drie weken nodig om de schade te herstellen. Eiser vraagt daarom om vergoeding van 42 dagdelen.

1.4.

Bij besluit van 4 november 2019 heeft verweerder aan eiser een vergoeding van

€ 2.755,00 toegekend, dat is een vergoeding voor 29 dagdelen.

2.1

Hiertegen heeft eiser bezwaar gemaakt.

2.2.

In het kader van de behandeling van eisers bezwaarschrift heeft de Tijdelijke Commissie Advisering Bezwaarschriften Mijnbouwschade Groningen (de bezwaaradviescommissie) op 21 januari 2020 een hoorzitting gehouden.

2.2.

Bij advies van 7 april 2020 heeft de bezwaarcommissie verweerder geadviseerd om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en aan eiser een aanvullende vergoeding van

€ 95,00 toe te kennen. De commissie overweegt daarbij dat verweerder niet is gehouden een vergoeding toe te kennen voor het thuisblijven tijdens de weekenden, zoals door eiser gevraagd. Gelet op de berekening die is uitgevoerd voor het aantal uren herstel moet wel een aanvullend dagdeel worden vergoed.

2.3.

In het bestreden besluit heeft verweerder in navolging van het advies het bezwaar van eiser gedeeltelijk gegrond verklaard, het primaire besluit herroepen en aan eiser een aanvullende vergoeding van € 95,00 toegekend.

3.1.

Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. Eiser is van mening dat 42 dagdelen vergoedt moeten worden.

3.2.

Verweerder is van mening dat de geconstateerde schade hersteld kan worden in 15 werkdagen. Een vergoeding voor thuisblijven tijdens de weekenden wordt op grond van de regelgeving niet toegekend, enkel thuisblijven tijdens werkzaamheden. Deze vinden in het weekend niet plaats. In de notitie van 28 oktober 2020 bevestigd Handgraaf nogmaals dat de werkzaamheden binnen 2 tot 15 werkdagen kunnen worden uitgevoerd.

3.3.

Ten tijde van het bestreden besluit was het Protocol mijnbouwschade Groningen nog van kracht. Op grond van artikel 7, vierde lid werd daarin bepaald dat de Commissie, indien aan de orde, een vergoeding zal toekennen van de door de schade veroorzaakte bijkomende kosten op basis van door de Commissie vast te stellen richtlijnen en bijlage 2. In bijlage II is bepaald dat een vergoeding wordt toegekend voor het thuis blijven tijdens inspectie en/of schadeherstel € 95,– per dagdeel. De hoogte van deze vergoeding per dagdeel is niet in geschil.

3.4.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder, in navolging van de door eiser zelf opgegeven calculatie van zijn aannemer en de nota van Handgraaf, voldoende heeft

onderbouwd dat in redelijkheid een vergoeding van 30 dagdelen aan eiser is toegekend. De aanwezigheid van eiser tijdens de weekenden hoeft verweerder, gelet op de bepaling van de bijlage, niet te vergoeden. Nu de door eiser in beroep voorgestane werkzaamheden naar het oordeel van de rechtbank niet hoeven te worden uitgevoerd, maar de door verweerder opgegeven wijze van herstel genoegzaam en deugdelijk is bevonden, leidt dit evenmin tot het oordeel dat verweerder de bijkomende kosten niet tot conform het eigen beleid heeft vergoed.

4. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.L. Vucsán, rechter in aanwezigheid van mr. A.M. Veenstra, griffier. De beslissing is gedaan op 14 april 2021 en de eerstvolgende maandag daarop in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature