< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Wilg, eindbeschikking, belangenafweging, toedeling aan beide partijen

Uitspraak



beschikking

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaaknummer / rekestnummer: C17/166334 / HA RK 19-43

Beschikking van 10 december 2019

in de zaak van

[A] ,

wonende te [woonplaats] ,verzoeker,gemachtigde: M. Meulenberg,

tegen

de BESTUURSCOMMISSIE BARGERVEEN-SCHOONEBEEK, zetelende te Assen,verweerder,gemachtigde: mr. E. Sportel,

met als belanghebbenden

1 [B] B.V, gevestigd te [vestigingsplaats] , gemachtigde: mr. A.A. Westers, 2. [C] ,wonende te [woonplaats] ,verschenen in persoon, 3. de publiekrechtelijke rechtspersoon WATERSCHAP VECHTSTROMEN, gemachtigden: T. Dijkstra en J. Kroeze.

Partijen zullen hierna [A] , de commissie, [B] , [C] en het waterschap genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:- de tussenbeschikking van 3 september 2019;- de uitlating met bijlagen van [A] van 9 september 2019;- de reactie van de commissie van 18 september 2019.

1.2.

Ten slotte is beschikking nader bepaald op vandaag.

2 De verdere beoordeling

2.1.

In de beschikking van 3 september 2019 heeft de rechtbank de commissie in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag waarom zij het belang van [B] bij toedeling van een deel van de inbreng van [A] zwaarder heeft laten wegen dan het belang van [A] bij behoud van zijn inbreng. De rechtbank heeft [B] en [A] in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn van twee weken na de uitlating door de commissie te reageren op het standpunt van de commissie.

2.2.

De commissie heeft zich in haar brief van 18 september 2019 op het standpunt gesteld dat zij zowel [A] als [B] in hun mogelijke uitbreidingscenario's tegemoet heeft willen komen. Zij heeft zich daarom laten leiden door een zo evenwichtig mogelijke verdeling van hectares over beide partijen. De commissie geeft toe dat het de inbreng van [A] betreft en dat zij de belangen van [B] zwaarder heeft laten wegen. De commissie heeft in dat verband toegelicht dat [A] net zoveel hectare toebedeeld heeft gekregen als hij had ingebracht zodat de beweidbare oppervlakte voor zijn rundvee gelijk is gebleven. Ook stelt zij, onder verwijzing naar een luchtfoto, dat de uitloop ten noorden van de stal van [A] niet is gewijzigd omdat hij het perceel niet voor beweiding maar als apart perceel gebruikt. Verder stelt de commissie dat een uitbreiding van de stal van [A] op het perceel ten noorden van de gebouwen van [B] niet voor de hand ligt omdat de huidige gebouwen van [B] dicht langs de kadastrale grens staan en dat zij er daarom voor heeft gekozen [B] extra oppervlakte toe te delen ten noorden van de varkensstal. [A] is hiervoor achteraan de huiskavel gecompenseerd. De commissie is van mening hiermee voor beide partijen een goede toedeling te hebben bereikt. Zij vindt dat de door [A] alsnog overgelegde vergunning dit niet anders maakt omdat deze hooguit ziet op verbouw van de bestaande stallen en niet op nieuwbouw.

2.3.

[A] heeft bij brief van 9 september 2019 de bouwvergunning overgelegd en een rapport van Rombou Dienstverlening met tekeningen van de uitbreiding van de ligboxenstal. Bij brief van 4 oktober 2019 heeft [A] gereageerd op het standpunt van de commissie. [A] voert aan dat door de in het ruilplan geplande waterlossing de huidige bedrijfskavel van [A] doorsneden wordt. Hierdoor wordt de voor hem belangrijkste kavel met bedrijfsgebouwen aanmerkelijk smaller en verkleind met circa 5.000 m2.. [A] is van mening dat hij met de twee dammen onvoldoende gecompenseerd blijft. Verder voert hij aan dat onderbelicht is gebleven dat hij ter plaatse alleen eigenaar is van het perceel G nummer 458 en dat hij de overige percelen in erfpacht heeft van Stichting Drenthe Vooruit. In dat verband stelt hij dat ook het belang van de erfverpachter zich verzet tegen het versmallen van het perceel zuidelijk van de waterlossing. [A] erkent dat de totale beweidbare oppervlakte niet wijzigt maar voert aan dat door de waterlossing de ligging wel degelijk verandert. Door het ruilplan wordt de uitloopmogelijkheid van het vee ten noorden van de stal van [A] verkleind en dat is voor hem niet acceptabel. Dat het perceel momenteel als een apart perceel wordt gebruikt, maakt dit volgens [A] niet anders omdat hij wel van plan is dit perceel voor beweiding beschikbaar te laten komen. [A] voert verder aan dat de omstandigheid dat uitbreiding van de stal ten noorden van de gebouwen van [B] niet voor de hand ligt, niets aan zijn standpunt afdoet.

2.4.

[B] is niet op de zitting van 16 juli 2019 verschenen en zij heeft niet gereageerd op de uitlating van de commissie.

2.5.

De rechtbank moet toetsen of de commissie zich bij het opstellen van het ruilplan heeft gehouden aan de geldende regels en uitgangspunten en of de commissie in redelijkheid heeft kunnen komen tot de afweging die zij bij het ruilplanbesluit heeft gemaakt. Bij de beslissing van de commissie gaat het om een bevoegdheid om aan de hand van de doelstellingen, uitgangspunten en regels van de herverkaveling te komen tot een zo evenwichtig mogelijk resultaat. Beoordeeld moet worden hoe de rechten van [A] bij de definitieve toedeling zich verhouden tot zijn rechten in de inbrengsituatie waarbij geldt dat in die vergelijking per saldo geen sprake mag zijn van een verslechtering.

2.6.

De rechtbank overweegt dat de toedeling aan [A] voldoet aan de regels. [A] stelt weliswaar dat sprake is van een verkleining van de bedrijfskavel maar niet in geschil is dat de totale inbreng van [A] 29.83.40 ha bedraagt en de totale toedeling 29.89.21 ha. Ook is niet betwist dat de bedrijfskavel waar het in deze kwestie nog over gaat bij inbreng 15,6 ha bedraagt en bij de toedeling eveneens 15,6 ha. De oppervlakte is niet veranderd maar de vorm wel doordat het op de diapresentatie met een X aangeduide deel van het perceel van [A] aan [B] is toegedeeld en [A] op een andere plek een perceel met hetzelfde oppervlak is toegedeeld. Voor zover [A] bezwaar maakt tegen de waterlossing die zijn bedrijfskavel doorsnijdt waardoor zijn kavel wordt verkleind, overweegt de rechtbank dat in de beschikking van 3 september 2019 al is overwogen dat het beroep op dit punt ongegrond is (r.o. 4.4. van die beschikking).

2.7.

De rechtbank is echter van oordeel dat de commissie onvoldoende oog heeft gehad voor de belangen van [A] en dat met de toedeling in het ruilplan in zoverre geen evenwichtig resultaat is bereikt. Daarbij neemt de rechtbank de volgende omstandigheden in aanmerking. [A] is de inbrenger van het perceel X. Hij heeft een grondgebonden rundveebedrijf, dat wil zeggen dat hij zijn vee vanuit de stal moet kunnen laten uitweiden. Die mogelijkheid wordt door de toewijzing van gronden aan het waterschap vanwege de geplande waterlossing al aanzienlijk beperkt en door de toedeling van het perceel X aan [B] nog sterker. Ook heeft [A] een bouwvergunning overgelegd, ondersteund met een rapport van Rombou Dienstverlening, waaruit blijkt van de mogelijkheid en plannen om de bestaande stallen uit te breiden. Ook die mogelijkheid wordt door de toedeling van perceel X aan [B] beperkt. Dat [A] het perceel X momenteel niet gebruikt voor de uitloop van vee, maakt dit niet anders. Dat uitbreiding van de stal van [A] op het perceel X niet voor de hand ligt, neemt niet weg dat hij dit perceel om andere redenen nodig kan hebben, bijvoorbeeld voor de opslag van veevoer. De rechtbank concludeert dat de commissie onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de belangen van [B] bij vormverbetering van zijn perceel en bij mogelijke uitbreiding van haar niet-grondgebonden bedrijf, zwaarder moeten wegen en dat zij in redelijkheid niet heeft kunnen komen tot haar besluit. Van de zijde van [B] zelf is, hoewel zij daartoe in de gelegenheid is gesteld, tegenover de bezwaren en belangen van [A] niets ingebracht.

2.8.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat [A] een zwaarwegend belang heeft bij toedeling van (een gedeelte van) het perceel X. De rechtbank ziet anderzijds ook in dat [B] belang heeft bij een vergroting van de concentratie bij haar huiskavel. Als [A] perceel X volledig krijgt toegedeeld, is dit in strijd met de belangen van [B] . De rechtbank kiest daarom als oplossing dat zowel [A] als [B] een gedeelte van perceel X toegedeeld moeten krijgen. De rechtbank zal het ruilplan wijzingen in die zin dat het perceel in de lengte moet worden opgesplitst en dat het westelijke deel aan [B] en het oostelijke deel aan [A] moet worden toegedeeld.

2.9.

De conclusie is dat het beroep gedeeltelijk gegrond is, namelijk wat betreft de toedeling van de inbreng van perceel X aan [B] . Dat is aanleiding om de commissie te veroordelen in de proceskosten, aan de zijde van [A] tot op heden begroot op € 297,00 aan betaald griffierecht en € 1.086,00 aan salaris gemachtigde.

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1.

verklaart het beroep gegrond wat betreft de toedeling van een gedeelte van de inbreng van [A] aan [B] ;

3.2.

wijzigt het ruilplan als volgt:het in de stukken met X aangeduide perceel (een gedeelte van (nieuw) nummer SNBOOX 00574G0000) wordt in de lengte gesplitst in twee gelijke delen, waarbij het oostelijke deel wordt toegedeeld aan [A] en het westelijke deel aan [B] ;3.3. verklaart het beroep voor het overige ongegrond; 3.4. veroordeelt de commissie in de proceskosten, aan de zijde van de [C] tot op heden begroot op € 297,00 en € 1.086,00 aan salaris gemachtigde.

Deze beschikking is gewezen door mr. A. van der Meer en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2019.

type: CvdD

coll:

Rechtsmiddelverwijzing

Tegen deze beschikking staat voor de belanghebbenden, waaronder verzoeker, die voor de rechtbank zijn verschenen en voor de uitvoeringscommissie beroep in cassatie open bij de Hoge Raad te ’s-Gravenhage overeenkomstig de artikelen 426 tot en met 429 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering . Het beroep in cassatie moet worden ingesteld binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak. Het beroep wordt aangebracht bij een door een advocaat bij de Hoge Raad getekend verzoekschrift en ingediend bij de griffie van de Hoge Raad.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature