Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Non-conformiteit twee partijen t-shirts. Merkinbreuk. Bevoegdheid en toepasselijk recht. Bewijslast authenticiteit van de t-shirts. Artikel 42 CISG en Opinion No. 22 van de CISG-Advisory Council. Bewijsopdracht.

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/331571 / HA ZA 22-544

Vonnis van 24 mei 2023

in de zaak van

[eiser], h.o.d.n. [bedrijf],

wonende te [plaats], Duitsland,

eiser,

advocaat mr. R.A.D. Blaauw te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SPORT TRADING COMPANY (STC) B.V.,

gevestigd te Haarlem,

gedaagde,

advocaat mr. T.E. Deenik te Haarlem.

Partijen zullen hierna [eiser] en STC worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 7 december 2022 en de daarin genoemde stukken

de mondelinge behandeling van 28 maart 2023 waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt en de daarbij overgelegde spreekaantekeningen van mr. T. van den Haselkamp, kantoorgenoot van mr. Deenik voornoemd

de akte overleggen producties van [eiser]

de akte uitlating van STC.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] is een in Duitsland gevestigde handelaar in onder meer kleding. STC is een in Nederland gevestigde handelaar in sport- en vrijetijdskleding; haar indirect bestuurder is [betrokkene 1].

2.2.

In 2019 heeft STC tweemaal aan [eiser] kleding van het merk The North Face verkocht (hierna: “de koopovereenkomsten”) . The North Face is een geregistreerd woord- en beeldmerk. Merkhouder is het Amerikaanse bedrijf The North Face Apparel Corp., een dochteronderneming van VF Corporation.

2.3.

Ten behoeve van de verkoop van de eerste partij t-shirts heeft de toenmalig advocaat van STC bij brief van 16 juli 2019 aan [eiser] over de herkomst van de t-shirts verklaard:

Our client, the Dutch company with limited liability, Sport Trading Company B.V., informed me that it has offered for sale articles of the brand The North Face in a quantity of 3.072 T-shirts to you.

The supplier of our client showed us documentation with regard the offered products. Among others there is a letter of the general import firm of The North Face, a VF Company on The North Face letter head dated May 3rd, 2019, that states:

“The T-shirt articles and quantity:

T92SIZFN4—M S/S NEW PEAK TEE TNF WHT 1608 pcs

T92SIZA7L—M S/S NEW PEAK TEE TNF COSMIC BLUE 1608 pcs

T92SIZKY4—M S/S NEW PEAK TEE TNF BLK-TNF WHT 1608 pcs

T92SIZMHB-M S/S NEW PEAK TEE CRDNLRED/TNFBLK 1608 pcs

T92SIZPB2-M S/S NEW PEAK TEE TNF HEATHER GR MEL 1608 pcs

Have been manufactured under all The North Face standards, and are free for resale in Europe. We also further confirm that the above five mentioned articles are a special production for the European outlets of the North Face brand of VF Corporation”

Furthermore the supplier of our client has sent an INDEMNIFICATION AGREEMENT & WARRANTY with your client dated July,... 2019 (hereafter: the “Agreement”).

The Agreement states, inter alia, the following:

On 3 May 2019 (the “Purchase Date”) the Parties [Supplier and Sport Trading Company B.V.] reached agreement about the conditions of the sale of the following t-shirts under the trademark THE NORTH FACE:

- T92S1ZFN4-M S/S NEW PEAK TEE TNF WHT 1608 pcs

- T92SIZA7L-M S/S NEW PEAK TEE TNF COSMIC BLUE 1608 pcs

- T92SIZKY4-M S/S NEW PEAK TEE TNF BLK-TNK- WHT 1608 pcs

- T92SIZMHB-M S/S NEW PEAK TEE CRDNLRED/TNFBLK 1608 pcs

- T92S1ZPB2-M S/S NEW PEAK TEE TNF HEATHER GR MEL 1608 pcs

(b) Parties acknowledge that Purchaser must be able to resell the Goods to either consumers and/or wholesalers (hereafter both separately and together: “Customer(s) “).

(c) In order for Supplier to be able to resell the Goods Supplier warrants, in short, that the Goods do not infringe upon the intellectual property rights of (any) third party/parties and that the Goods have been legally brought into the European Economic Area (EAA) with the permission of the trademark owner, the North Face Apparel Group, and are freely for sale within the EAA, as further described in section 1 of this Agreement.

(d) Additionally, Supplier, indemnifies Purchaser against, in short, the inability to sell and/or resell the Goods and/or the expenses or losses, because of, in short, the Goods being subject to any (alleged) theft and/or (alleged) passing off and/or the (alleged) infringement of the (intellectual property) rights of the trademark owner and/or the rights of (a) third party/parties; as further described in section 2 of this Agreement.

(e) Parties wish to implement their agreement regarding the indemnification and warranty given by Supplier to Purchaser by concluding this agreement;

The Agreement further stipulates the warranty and indemnification given by the supplier of our client.

2.4.

[eiser] heeft daarop de eerste partij t-shirts van het merk The North Face van STC gekocht en doorverkocht aan Sport Express GmbH (Duitsland). Daarna is de partij

t-shirts nog een aantal keer doorverkocht, als laatste aan Lidl.

2.5.

Deze partij t-shirts is vervolgens onderwerp geworden van een merkinbreuk-geschil. Op verzoek van The North Face heeft het Landgericht Stuttgart op 6 maart 2020 aan Sport Express GmbH een verbod opgelegd nog te handelen in kleding met het merk The North Face. [eiser] heeft STC hiervan in kennis gesteld. [eiser] heeft vervolgens een schikking getroffen met The North Face, inhoudende zijn toezegging dat hij geen The North Face kleding meer zou verkopen en de betaling van een bedrag aan gerechtskosten aan The North Face. De t-shirts waren grotendeels al verkocht aan consumenten.

2.6.

Op dat moment had [eiser] een tweede partij t-shirts (ditmaal 5.040 stuks) van het merk The North Face (hierna ‘de tweede partij’) die hij in november 2019 van STC had gekocht, al doorverkocht en geleverd, ook die weer aan Sport Express GmbH.

2.7.

Blijkens de verklaringen namens Sport Express GmbH en daaropvolgende kopers heeft Sport Express GmbH de tweede partij t-shirts in december 2019 geheel doorverkocht aan Startex ApS (Denemarken), heeft Startex in januari 2021 deze partij doorverkocht aan Salling Group A/S (Denemarken) die de t-shirts te koop heeft aangeboden in de door haar in Denemarken geëxploiteerde winkelketen Bilka.

2.8.

Op 18 februari 2021 heeft een advocaat van VF Corporation aan Salling Group A/S laten weten dat zij in strijd handelde met artikel 9 van EU-verordening 207 /2009, omdat uit testaankopen was gebleken dat de kleding die in de filialen van Bilka onder het merk The North Face werd aangeboden, niet authentiek was. Daarbij werd verwezen naar ‘codes and security tags on the products’.

2.9.

Begin maart 2021 heeft een merkdeskundige van VF Corporation, [betrokkene 2], foto’s bestudeerd van t-shirts van The North Face gekocht bij Bilka. Zij heeft daarover in haar verklaring van 4 maart 2021 opgenomen:

On 1 March 2021 I reviewed several digital images of t-shirts bearing the name THE NORTH FACE. The t-shirts were purchased from the Bilka Supermarkets in lshøj and Greve.

Exhibit 1 attached to this statement includes printed images of all the products purchased in Bilka and as Exhibit 2 are includes copies of the sales receipts from the Bilka supermarkets.

I have personally reviewed the images and can confirm that the items shown in the images are counterfeit due to discrepancies in the internal labelling, the inferior print on t-shirts as well as in the labels, and the information re place of manufacture.

I am therefore able to conclude that the products purchased in Bilka have not been produced with the consent of, or under the authority of VF Corporation or The North Face Apparel Corp. I believe that the facts stated in this witness statement are true.

De genoemde bewijsstukken (Exhibit 1 en 2) zijn niet in deze procedure overgelegd.

2.10.

[eiser] heeft STC bij e-mail van 12 maart 2021 verzocht bewijsmiddelen te

verstrekken waaruit blijkt dat de kleding origineel is en dat de kleding vrijelijk mag worden

verhandeld binnen de EU.

2.11.

STC heeft hierop geantwoord dat [eiser] niet heeft aangetoond dat het om

kleding gaat die STC aan [eiser] heeft geleverd. STC is niet op het verzoek van [eiser] ingegaan.

2.12.

Bij vonnis in kort geding van 13 augustus 2021 van deze rechtbank is STC op vordering van [eiser] onder meer veroordeeld om aan de advocaat van [eiser] vertrouwelijk stukken ter inzage te verstrekken, aan de hand waarvan STC heeft vastgesteld dat de geleverde partijen t-shirts authentieke kleding van het merk The North Face betreffen die met toestemming van de merkhouder binnen de EU op de markt is gebracht.

2.13.

Na het tekenen van een geheimhoudingsverklaring heeft de advocaat van [eiser] op 16 september 2021 op kantoor van de advocaat van STC, stukken bekeken. De getoonde stukken bevatten geen documenten van The North Face zelf of van een geautoriseerde wederverkoper van The North Face.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert samengevat - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

I) te verklaren voor recht dat STC toerekenbaar tekort is geschoten in de koopovereenkomsten voor kleding van het merk The North Face, met veroordeling van gedaagde om de schade van de eiser te vergoeden te vermeerderen met de wettelijke rente, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

subsidiair: STC op de eerder vermelde gronden te veroordelen tot het vergoeden van de schade wegens:

1) de toerekenbare tekortkoming van de koopovereenkomsten door geen authentieke kleding te leveren van het merk The North Face die vrij in de Unie kan worden verhandeld; en/of

2) de toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de koopovereenkomsten door geen onderbouwende documentatie te verstrekken en ook geen afdoende assistentie te verlenen waarmee [eiser] eenmaal aangesproken voor (het gebrek aan) de authenticiteit van de kleding en de rechtmatige verkoop in de Unie zich jegens zijn eigen koper en The North Face kon verweren,

II) te verklaren voor recht dat STC jegens [eiser] door te handelen zoals in het lichaam van deze dagvaarding is omschreven een onrechtmatige daad heeft gepleegd, met veroordeling van STC om de schade te vergoeden te vermeerderen met de wettelijke rente, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,

III) STC te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

STC voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Bevoegdheid en toepasselijk recht

4.1.

Omdat [eiser] in het buitenland (Duitsland) is gevestigd en haar vorderingen dus een internationaal karakter dragen, moet eerst de vraag worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vorderingen kennis te nemen. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend, op grond van de algemene regel van artikel 4 lid 1 Brussel I bis-Vo (Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken). STC is gevestigd in Haarlem. Daarbij geldt dat niet is gesteld of gebleken dat partijen een forumkeuze hebben gemaakt.

4.2.

De volgende vraag is welk recht van toepassing is op het geschil. Dit moet worden bepaald aan de hand van Rome I (Verordening (EG) nr. 593/2008), aangezien de vorderingen betrekking hebben op een door deze verordening bestreken onderwerp (de koop van roerende zaken) en de overeenkomst na 17 december 2009 is gesloten. Niet is gesteld of gebleken dat partijen een (uitdrukkelijke) rechtskeuze zijn overeengekomen, zodat het recht van het land waar de verkoper is gevestigd van toepassing is (artikel 4 lid 1 sub a Rome I ). Omdat STC in Nederland is gevestigd, leidt dit tot de conclusie dat Nederlands recht van toepassing is.

4.3.

In zaken met internationale aspecten waarbij de vordering betrekking heeft op een koopovereenkomst is naar Nederlands recht het Weens Koopverdrag van toepassing. De rechtsverhouding tussen partijen wordt daarom beheerst door het Weens Koopverdrag (CISG) en, aanvullend, door het Nederlands recht (artikel 7 lid 2 CISG ).

Grondslag vorderingen

4.4.

Partijen zijn het erover eens dat de overeenkomsten de verkoop en levering van authentieke The North Face t-shirts inhielden.

4.5.

[eiser] baseert zijn vorderingen op non-conformiteit in welk kader artikelen 42 en 45 CISG van belang zijn en op onrechtmatige daad. [eiser] legt daaraan ten grondslag dat de geleverde t-shirts niet aan de overeenkomst beantwoorden, omdat ze niet-authentiek The North Face, maar namaakartikelen zijn. Daarbij wijst hij op het oordeel van het Landgericht Stuttgart over de eerste partij t-shirts en de sommatie van VF Corporation en de analyse van merkendeskundige [betrokkene 2] met betrekking tot de tweede partij t-shirts.

4.6.

STC betwist dat de t-shirts aangetroffen bij Bilka afkomstig zijn uit de door haar verkochte partijen, dat de bij Lidl en Bilka aangetroffen t-shirts niet-authentiek zijn en betwist dat [eiser] daarvoor is aangesproken door The North Face. STC voert daarbij aan dat merkhouders zich vaak onterecht op het standpunt stellen dat er sprake is van imitatie teneinde niet-geautoriseerde distributeurs in een verkoopketen van op zichzelf legale parallelimport, te identificeren en uit te sluiten.

4.7.

De rechtbank is van oordeel dat het op grond van het artikel 42 CISG aan STC is te bewijzen dat zij [eiser] authentieke The North Face t-shirts heeft geleverd. De rechtbank licht dit hieronder toe.

Herkomst van de t-shirts

4.8.

STC heeft niet (gemotiveerd) betwist dat de t-shirts aangetroffen bij Lidl afkomstig zijn van de eerste partij van STC. Daar gaat de rechtbank dan ook van uit.

4.9.

Uit de verklaringen van de verschillende kopers valt te herleiden dat ook de tweede partij t-shirts aangetroffen bij Bilka, afkomstig is van STC (zie alinea 2.7 van dit vonnis). Weliswaar heeft Startex ApS de t-shirts een jaar onder zich gehad voor doorverkoop aan Salling Group A/S, hetgeen zoals STC heeft aangevoerd inderdaad bijzonder lang is in de textielbranche. Maar voor deze vertraging heeft [eiser] naar het oordeel van de rechtbank een afdoende verklaring gegeven: aanvankelijk zou een andere (Engelse) partij de t-shirts kopen, maar die verkoop is niet doorgegaan. De t-shirts zijn standaard t-shirts van The North Face die qua kleur en ontwerp niet aan mode onderhevig zijn, wat maakt dat ze ook een jaar later nog goed konden worden verkocht.

4.10.

STC voert verder aan de verklaringen van de verschillende kopers niet betrouwbaar en niet geloofwaardig zijn, omdat zij een eigen belang hebben om naar de vorige schakel in de keten te verwijzen. Maar die enkele stelling is naar oordeel van de rechtbank onvoldoende om de juistheid en betrouwbaarheid van de verklaringen in twijfel te trekken. De verklaringen benoemen steeds de specifieke partij t-shirts van 5.040 stuks van The North Face en de opeenvolgende leveranciers daarvan. Het geringe verschil in de onderliggende factuur van Startex ApS aan Salling Group A/S, 5.022 in plaats van 5.040, acht de rechtbank te onbetekenend om te veronderstellen dat het om een andere partij zou gaan.

De rechtbank gaat er dan ook van uit dat de t-shirts aangetroffen bij Bilka, afkomstig zijn van de tweede partij van STC.

Bewijslast authenticiteit van de t-shirts

4.11.

Voor de stelling van [eiser] dat de t-shirts niet-authentiek zijn en STC zodoende tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomsten, is artikel 42 CISG en daarbij horende Opinion No. 22 van de CISG- Advisory Council van belang. De rechtbank licht dit toe.

4.12.

Anders dan STC stelt is artikel 42 CISG van toepassing op de overeenkomsten, omdat het artikel ziet op rechten en aanspraken van de rden die zijn gebaseerd op intellectuele eigendom en STC aan [eiser] t-shirts heeft geleverd waarop een aanspraak (‘claim’) rust van The North Face wegens merkinbreuk. Daarvan was [eiser] bij het aangaan van de overeenkomst niet op de hoogte. Sterker, [eiser] heeft op basis van de verklaring van de toenmalig advocaat van STC over de authenticiteit van de partij t-shirts juist verondersteld dat de partij authentiek was en besloten tot koop over te gaan (zie alinea 2.3 van dit vonnis).

4.13.

Artikel 7 lid 1 van het CISG bepaalt dat bij de uitleg van het verdrag rekening moet worden gehouden met het internationale karakter ervan en met de noodzaak eenvormigheid in de toepassing ervan te bevorderen. Om deze uniforme uitleg van het Weens Koopverdrag te bevorderen, is in 2001 de zogenaamde Advisory Council in het leven geroepen. Deze Advisory Council verstrekt onder meer gezaghebbende opinies over de uniforme toepassing en interpretatie van het verdrag. De Advisory Council heeft in dat kader op 7-9 augustus 2022 “Opinion No. 22, The seller’s liability for goods infringing intellectual property” (CISG-AC Opinion No. 22) aangenomen en gepubliceerd, die betrekking heeft op de aansprakelijkheid van de verkoper ingeval de geleverde zaken (daadwerkelijk of beweerdelijk) inbreuk maken op intellectuele eigendomsrechten van derden. Deze Opinie bestaat uit 15 zogenaamde “black letter rules” (standaardregels) met toelichtingen daarop, die zijn gebaseerd op evaluatie van doctrine en rechtspraak afkomstig uit alle lidstaten. De rechtbank ziet aanleiding om bij deze Opinie aan te sluiten.

4.14.

Opinion 22 stelt onder black letter rule 15, over de bewijslast die rust op de verkoper, onder meer:

The seller bears the burden of proof regarding the requirements of the defences pursuant to Article 42 CISG, including

(…)

b. in a case where the buyer invokes an infringement of a right, that there is no

infringement, for example due to existing licenses;

(…)

In de toelichting daarop overweegt de Advisory Council onder meer:

If the buyer does not rely on any claim made but merely on the right of a third party, the seller must prove that there is no infringement, for example due to existing licenses.

4.15.

Hieruit volgt dat het aan STC is te bewijzen dat er geen sprake is van merkinbreuk, omdat – zoals zij stelt en ook aan [eiser] bij monde van haar toenmalig advocaat voorafgaand aan de eerste koop heeft voorgehouden (zie alinea 2.3 van dit vonnis) – het authentieke The North Face kleding betreft.

Onafhankelijk van claim door The North Face

4.16.

STC heeft nog aangevoerd dat aan bewijslevering van de authenticiteit van de

t-shirts niet wordt toegekomen, voordat [eiser] heeft aangetoond dat hij daadwerkelijk door The North Face is aangesproken. [eiser] heeft daarop gemotiveerd gesteld dat hij wel degelijk is aangesproken door The North Face. Wat daar ook van zij, de rechtbank overweegt dat op grond van black letter rule 4 en de toelichting daarop de verkoper aansprakelijk is als op de goederen een intellectueel eigendomsrecht rust, ook als de merkhouder hierop geen beroep doet richting de koper.

4. The seller is liable if the goods are actually encumbered by third-party IP rights even if no claim is lodged.

Toelichting Advisory Council:

Third-party rights are existing legal positions regarding the delivered thing. If the goods are in fact encumbered with an IP right, the seller is liable under Article 42 even if the right holder does not lodge a claim against the buyer.

Betwisting verklaring [betrokkene 2]

4.17.

Afgezien van de vraag naar de relevantie van de hier te bespreken verweren met betrekking tot de verklaring van [betrokkene 2] in het licht van de voorgaande overwegingen over de bewijslast, overweegt de rechtbank als volgt. STC heeft haar verweer dat The North Face alleen maar beweert dat het zou gaan om imitatie om zo het gat te dichten van (legale) parallelimport, niet onderbouwd. Daarbij overweegt de rechtbank dat gezien het feit dat The North Face de verklaring van [betrokkene 2] gebruikt als bewijs van de imitatie, de stelling van STC erop zou neerkomen dat The North Face valsheid in geschrifte pleegt. De enkele bewering dat The North Face dat zou doen omdat zij parallelimport wil tegengaan is onvoldoende om aan een dergelijk verstrekkende stelling gewicht te hechten.

4.18.

STC heeft verder aangevoerd dat de verklaring van [betrokkene 2] terzijde moet worden geschoven. [betrokkene 2] heeft haar conclusies heeft gebaseerd op foto’s van de t-shirts, maar de foto’s en de kassabonnen voor aanschaf van de t-shirts voor de analyse zijn niet ook in deze procedure overgelegd.

De rechtbank overweegt dat [betrokkene 2] blijkens haar verklaring foto’s heeft bestudeerd van de

t-shirts met het logo The North Face, gekocht bij Bilka. Het analyseren van alleen foto’s kan voldoende zijn voor het controleren van de codes en etiketten op de t-shirts (zie alinea 2.8 van dit vonnis). De rechtbank ziet hierin dan ook geen aanleiding om aan de verklaring van [betrokkene 2] te twijfelen. Hetzelfde geldt voor het ontbreken van de kassabonnen. Eerder overwoog de rechtbank al dat in de beoordeling ervan wordt uitgegaan dat deze t-shirts afkomstig zijn van de tweede partij van STC (zie alinea 4.9 en 4.10 van dit vonnis).

Verhouding met eerdere kort geding

4.19.

Voor zover STC heeft willen betogen dat de rechtbank het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter moet volgen, geldt dat in een bodemprocedure, anders dan in kort geding, ruimte is voor nadere bewijslevering.

Tussenconclusie: bewijsopdracht

4.20.

De rechtbank concludeert dat STC, overeenkomstig haar bewijsaanbod, in de gelegenheid zal worden gesteld tot het leveren van bewijs dat de twee partijen t-shirts die zij in 2019 aan [eiser] heeft geleverd authentieke The North Face t-shirts betroffen.

4.21.

Als STC dit bewijs (mede) wil leveren door schriftelijke stukken of andere gegevens, dan dient zij deze bij akte in het geding te brengen. Hierbij denkt de rechtbank onder meer aan de brief van 3 mei 2019 van ‘general import firm of The North Face’, waarnaar wordt verwezen in de brief van 16 juli 2019 van haar toenmalig advocaat (alinea 2.3 van dit vonnis). Indien zij het bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen, dan dient zij dit in de akte te vermelden en de verhinderdata op te geven van alle partijen en de op te roepen getuigen. De rechtbank zal dan vervolgens een dag en uur voor de getuigenverhoren bepalen. Partijen moeten bij het getuigenverhoor rechtsgeldig vertegenwoordigd aanwezig zijn. Indien een partij zonder gegronde reden niet verschijnt, kan dit nadelige gevolgen voor die partij hebben.

4.22.

Bij het oproepen van de getuigen moet er rekening mee worden gehouden dat het verhoor van een getuige gemiddeld 60 minuten duurt. De namen en woonplaatsen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen, dienen ten minste een week voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier van de rechtbank te worden opgegeven.

4.23.

Partijen moeten er op voorbereid zijn dat de rechtbank op een zitting bepaald voor de getuigenverhoren een mondeling tussenvonnis kan wijzen waarbij een verschijning van partijen op diezelfde zitting wordt bevolen om inlichtingen over de zaak te vragen, partijen gelegenheid te geven hun stellingen nader te onderbouwen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. Zij moeten daarom in persoon op de getuigenverhoren verschijnen. Een rechtspersoon moet ter zitting vertegenwoordigd zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en bevoegd is tot vertegenwoordiging.

4.24.

De rechtbank houdt in afwachting van de bewijslevering door STC iedere verdere beslissing aan.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

laat STC toe te bewijzen dat de twee partijen t-shirts die zij in 2019 aan [eiser] heeft geleverd authentieke The North Face t-shirts betroffen,

5.2.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 7 juni 2023 voor uitlating door STC of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel,

5.3.

bepaalt dat STC, indien zij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,

5.4.

bepaalt dat STC, indien zij getuigen wil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden juli tot en met oktober 2023 direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

5.5.

bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. A.J. Wolfs in het gerechtsgebouw te Haarlem aan Jansstraat 81,

5.6.

bepaalt dat alle partijen uiterlijk tien dagen voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

5.7.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Wolfs en in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2023.

type: 1680

coll:


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature