< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

WAHV. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de waarneming van de verbalisant. Verbalisanten zijn getraind om dit soort waarnemingen te doen. De verbalisant heeft verklaard dat betrokkene voertuigen inhaalde en op enig moment daarbij de doorgetrokken streep overschreed. Hiermee is naar het oordeel van de kantonrechter de gedraging voldoende komen vast te staan. Hetgeen betrokkene tegenover deze verklaring heeft aangevoerd, is onvoldoende om aan de verklaring van de verbalisant te twijfelen.

Uitspraak



RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer : 9567302 \ WM VERZ 21-690

CJIB-nummer : 234175098

Uitspraakdatum : 14 januari 2022

Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)

in de zaak van

[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 14 januari 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder de doorgetrokken streep overschrijden (verkeer in een richting).

Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.

In WAHV-zaken biedt de verklaring van een verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling van de gedraging. Dit is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen.

Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:

“(…) Gedragingsgegevens: De twee rijstroken van de snelweg waren afgekruisd en 1 rijstrook van de afslag. Er werd namelijk geasfalteerd. Er werd daadwerkelijk gewerkt. Niet ter hoogte van de overtreding, maar ongeveer 300 meter verder. De bestuurder had 200 meter voor deze overtreding een overtreding gepleegd. Dit betrof het negeren van een rood kruis boven de weg. Door het overschrijden van de doorgetrokken streep pleegde hij 1 overtreding, maar omdat hij dat deed kwam de bestuurder ook weer op een rijstrook welke was afgekruist middels een rood kruis boven de weg.(…)”

De officier van justitie heeft tevens een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit aanvullend proces-verbaal, ondersteund met een situatieoverzicht is het volgende vermeld: “(…) De overtredingen zijn allemaal gepleegd doordat verdachte andere voertuigen inhaalde. Deze voertuigen hielden zich aan de toen tijdelijk toegestane maximale snelheid. De verdachte had een hogere snelheid dan toegestaan. (…) De matrixborden vooraf aan de kruisen waren duidelijk en opgebouwd. Ze begonnen met een snelheidsbeperking, vervolgens pijlen en uiteindelijk kruisen. De verdachte is meerdere malen gewaarschuwd voor de aankomende kruisen.”

De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de waarneming van de verbalisant. Verbalisanten zijn getraind om dit soort waarnemingen te doen. De verbalisant heeft verklaard dat betrokkene voertuigen inhaalde en op enig moment daarbij de doorgetrokken streep overschreed. Hiermee is naar het oordeel van de kantonrechter de gedraging voldoende komen vast te staan. Hetgeen betrokkene tegenover deze verklaring heeft aangevoerd, is onvoldoende om aan de verklaring van de verbalisant te twijfelen. De boete is dus terecht opgelegd.

De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.

Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature