< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

WAHV Doorrijden bij rood stoplicht. Kantonrechter ziet aanleiding om de boete bij wijze van uitzondering te matigen. Daarbij zijn de extreme weersomstandigheden van belang. Tevens is van belang dat op de foto van de gedraging is te zien dat de remlichten van het voertuig van betrokkene branden en dat betrokkene met een lage snelheid rijdt. Hierdoor is voldoende aannemelijk dat betrokkene wel degelijk zijn best heeft gedaan zich aan de passen aan de weersomstandigheden.

Uitspraak



RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Zaanstad

Zaaknummer : 9607819 \ WM VERZ 21-713

CJIB-nummer : 239381705

Uitspraakdatum : 22 maart 2022

Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)

in de zaak van

[betrokkene]

(hierna te noemen: betrokkene).

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 22 maart 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat.

Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene ontkent de gedraging dan ook niet, maar doet een beroep op de omstandigheden van het geval. Betrokkene stelt dat het kruispunt vol lag met sneeuw en ijs en dat hij bij het remmen is doorgegleden. Ondanks dat hij zijn rijgedrag had aangepast en ondanks zijn zeer lage snelheid. Toen betrokkene midden op het kruispunt tot stilstand kwam heeft hij er veiligheidshalve voor gekozen door te rijden, aldus betrokkene.

De kantonrechter overweegt dat een bestuurder van een voertuig onder alle omstandigheden dat voertuig onder controle dient te hebben en zo nodig zijn gedrag en/of snelheid dient aan te passen aan de weersomstandigheden. Dat betrokkene het voertuig niet tijdig tot stilstand heeft kunnen brengen, komt dan ook voor rekening en risico van betrokkene. Betrokkene heeft de situatie ondanks de aangepaste snelheid blijkbaar niet goed ingeschat.

De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd echter wel aanleiding om de boete bij wijze van uitzondering te matigen. Daarbij zijn de extreme weersomstandigheden van belang. Tevens is van belang dat op de foto van de gedraging is te zien dat de remlichten van het voertuig van betrokkene branden en dat betrokkene met een lage snelheid rijdt. Hierdoor is voldoende aannemelijk dat betrokkene wel degelijk zijn best heeft gedaan zich aan de passen aan de weersomstandigheden. De boete zal worden gematigd tot de helft.

Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;

‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 125,00 (met handhaving van de administratiekosten ad € 9,00);

‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature