< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Toekenning (hoogte) smartengeld op grond van artikel 54a BARP . Geschil ziet op de vaststelling van het percentage van de aan de beroepsziekte toe te rekenen arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 4 van de Regeling vergoeding beroepsziekten politie . De rechtbank acht de aan het bestreden besluit ten grondslag liggende arbeidskundige rapportage onvoldoende inzichtelijk en daardoor niet toetsbaar. Vernietiging bestreden besluit.

Uitspraak



RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 19/4384

uitspraak van de meervoudige kamer van 12 januari 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr . drs. M.H. Welter),

en

De korpschef van politie, verweerder

(gemachtigden: mr. I.G.J. van den Broek en mr. C. Hentenaar).

Procesverloop

Bij besluit van 27 maart 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder eiseres een smartengelduitkering toegekend van € 41.610,-.

Bij besluit van 13 augustus 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingediend.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Partijen hebben nadere stukken in het geding gebracht.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 november 2020. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen

1. Eiseres is op [datum] 1995 in dienst getreden bij de politie. Zij is op [datum] 2007 uitgevallen wegens ziekte. Bij besluit van 29 juni 2010 heeft het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) eiseres een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toegekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 100%. Verweerder heeft bij besluit van 8 juni 2018 de PTSS van eiseres gekwalificeerd als beroepsziekte in de zin van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder y, van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp).

2. Op 10 juli 2018 heeft eiseres verzocht om toekenning van smartengeld op grond van artikel 54a van het Barp .

3. Verweerder heeft met toepassing van de Regeling vergoeding beroepsziekten politie (Regeling) door een deskundige laten onderzoeken in welke mate de arbeidsongeschiktheid van eiseres samenhangt met de beroepsziekte. De deskundige, drs. [naam 1] , verzekeringsarts n.p heeft op 8 februari 2019 advies uitgebracht. Deze heeft geconcludeerd dat het voor de WIA vastgestelde arbeidsongeschiktheidspercentage ‘enigszins’ kan worden toegeschreven aan de beroepsziekte. Uitgaande van de gehanteerde werkwijze volgens een cohortenindeling correspondeert dit met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25%. Verweerder heeft vervolgens het smartengeld bepaald op 25% van het maximumbedrag van € 166.440,-, zijnde € 41.610,-.

4. Omdat de werkwijze met de indeling van cohorten te grofmazig was en tot onredelijke uitkomsten leidde, heeft verweerder besloten een onderzoek naar de arbeidsongeschiktheid voortaan te laten verrichten door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige. Verweerder heeft hangende bezwaar alsnog een arbeidsdeskundig onderzoek door [naam 2] , arbeidsdeskundige, laten verrichten. In zijn rapport van 28 april 2019 concludeert deze dat het percentage arbeidsongeschiktheid dat het gevolg is van de aan PTSS gerelateerde beperkingen 20,77% is. Omdat eiseres uitgaande van dit percentage recht zou hebben op een lager bedrag aan smartengeld dan toegekend bij het primaire besluit, namelijk 12,5% van het maximum bedrag, heeft verweerder bij het bestreden besluit de hoogte van het toegekende smartengeld gehandhaafd.

5. Eiseres betwist de uitkomst van het onderzoek. Eiseres voelt zich door verweerder niet serieus genomen. De beroepsgronden richten zich, in de kern weergegeven, tegen de door de arbeidsdeskundige gebruikte onderzoeksmethodiek en de weging van de bevindingen. Eiseres stelt dat de arbeidsdeskundige beoordeling niet aan de eisen van inzichtelijkheid en toetsbaarheid voldoet. Zij meent dat meer zou moeten worden aangesloten bij de methodiek die het UWV gebruikt ter bepaling van de arbeidsongeschiktheid. Een beter onderzoek zal volgens eiseres leiden tot een groter aandeel van de PTSS in haar arbeidsongeschiktheid. Verweerder is tekortgeschoten in zijn vergewisplicht en het bestreden besluit is onvoldoende gemotiveerd. Eiseres plaatst ook kanttekeningen bij de onafhankelijkheid van de door verweerder geraadpleegde deskundigen en verzoekt vanuit het oogpunt van ‘equality of arms’ om benoeming van een onafhankelijk deskundige.

6. Verweerder stelt kort gezegd dat de rapportages van de deskundigen voldoen aan de zorgvuldigheids- en motiveringsvereisten. Wel heeft verweerder in de beroepsgronden reden gezien om de arbeidsdeskundige om een nadere toelichting en onderbouwing te vragen. Met de aanvullende rapportage van de arbeidsdeskundige van 21 oktober 2020 is naar de mening van verweerder eventuele twijfel voldoende weggenomen.

Wettelijk kader

7. Ingevolge artikel 54a, eerst lid, van het Barp wordt, in geval van invaliditeit die voortvloeit uit een dienstongeval of een beroepsziekte, aan de desbetreffende ambtenaar smartengeld vergoed tot een netto maximum bedrag van € 166.440,- .

Ingevolge het vierde lid stelt de minister van Justitie en Veiligheid nadere regels vast omtrent de toekenning van de uitkering, bedoeld in het eerste lid.

Ingevolge artikel 1, aanhef en onder f, van de Regeling wordt verstaan onder smartengeld: een vergoeding ter hoogte van een met inachtneming van deze regeling vast te stellen uitkeringspercentage van het bedrag genoemd in artikel 54a, eerste lid, van het besluit.

Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Regeling – voor zover hier van belang – wijst het bevoegd gezag een onafhankelijke deskundige aan die de als gevolg van de beroepsziekte ontstane mate van invaliditeit van de ambtenaar, uitgedrukt in procenten, vaststelt aan de hand van de Guides to the Evaluation of Permanent Impairment van de American Medical Association.

Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Regeling wordt, indien op grond van artikel 3, eerste lid, een percentage is vastgesteld en de beroepsziekte tevens heeft geleid tot arbeidsongeschiktheid een tweede percentage vastgesteld, tenzij de ambtenaar het bevoegd gezag binnen zes weken schriftelijk verzoekt niet tot vaststelling daarvan over te gaan.

Ingevolge het tweede lid – voor zover hier van belang – wijst het bevoegd gezag een onafhankelijke deskundige aan die het tweede percentage vaststelt aan de hand van de in het derde lid opgenomen tabel. Daarbij wordt uitgegaan van de mate van arbeidsongeschiktheid zoals bepaald door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in artikel 30, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen .

8. De rechtbank stelt vast dat het geschil uitsluitend ziet op de vaststelling van het percentage aan de beroepsziekte toe te rekenen arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 4 van de Regeling.

9. De Regeling schrijft voor dat verweerder een onafhankelijk deskundige aanwijst die het arbeidsongeschiktheidspercentage vaststelt. Dat, zoals eiseres betoogt, de onafhankelijkheid van de in dit kader door verweerder aangewezen deskundigen niet gewaarborgd zou zijn kan de rechtbank niet volgen. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten voor die stelling. De omstandigheid dat de deskundigen door verweerder betaald worden en zij wel vaker werkzaamheden voor verweerder verrichten betekent niet dat zij niet onafhankelijk of onpartijdig zijn.

10. Verweerder mag zich baseren op de rapportages van door hem ingeschakelde deskundigen, mits de onderzoeken op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen, geen tegenstrijdigheden bevatten en voldoende begrijpelijk zijn. De rechtbank deelt de kritiek van eiseres op de verrichte arbeidsdeskundige beoordeling. De rechtbank is van oordeel dat de arbeidsdeskundige rapportage onvoldoende inzichtelijk en daardoor ook niet toetsbaar is voor de rechtbank.

11. De arbeidsdeskundige komt tot de conclusie dat eiseres ongeschikt is voor haar eigen werk, maar acht haar wel in staat om andere gangbare passende functies te verrichten, zoals financieel administratief medewerker, administratief medewerker en project-administrateur. In de latere rapportage wordt nog de functie van logistiek administratief medewerker genoemd. Niet valt na te gaan hoe de arbeidsdeskundige precies tot deze selectie van functies is gekomen en of de gebruikte functies representatief zijn. De arbeidsdeskundige rapporteert gebruik te hebben gemaakt van de site “loonwijzer” en de uitkomsten te hebben getoetst aan bestaande vacatures. Ook rapporteert hij meerdere functies te hebben bezien en gewogen ten aanzien van belasting versus belastbaarheid en opleiding, met als uitkomst de genoemde functies, zijnde de drie waarmee het meeste kan worden verdiend, maar niet helder is hoe daar praktisch vorm aan is gegeven.

12. De rechtbank stelt verder vast dat uit de rapportage niet blijkt wat het belastbaarheidsprofiel van de geselecteerde functies inhoudt, zodat niet is na te gaan of de arbeid qua belasting de voor eiseres vastgestelde medische beperkingen niet te boven gaat. Ook is niet voldoende inzichtelijk hoe de loonwaarde van de geselecteerde functies is bepaald en in het verlengde daarvan hoe de mediaan tot stand is gekomen. De rechtbank acht de onderbouwing van de rapportage van de arbeidsdeskundige op deze onderdelen te globaal.

13. Naar het oordeel van de rechtbank ontbeert het advies waar verweerder zich op heeft gebaseerd in zoverre een als toereikend aan te merken niveau van transparantie, verifieerbaarheid en toetsbaarheid en heeft verweerder dit advies niet aan zijn besluitvorming ten grondslag mogen leggen. Het bestreden besluit moet worden vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht . De rechtbank verklaart het beroep gegrond.

14. Voor toepassing van de bestuurlijke lus ziet de rechtbank gelet op de aard en de omvang van het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit geen aanleiding. Verweerder zal een nieuw besluit op bezwaar dienen te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.

15. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.068,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 534,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 174,- aan te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van tot een bedrag van € 1.068,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.N. Nijhuis, voorzitter en mr. drs. J.H.A.C. Everaerts en mr. M.P.E. Oomens, leden, in aanwezigheid van mr. H.R.A. Horring, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 januari 2021.

griffier

voorzitter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature