< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Grote zedenzaak. Beschouwingen over overschrijding van de klachttermijn bij klachtdelict afdreiging. Deze levert een absoluut vervolgingsbeletsel op, ook in het geval van een kwetsbaar slachtoffer.

Bewezenverklaring van verschillende gevallen van verkrachting en ontucht. Gebaseerd op een bewijsconstructie, op onderdelen mede met toepassing van schakelbewijs. Vrijspraak van ontucht in het geval waarin ontuchtig karakter onvoldoende blijkt uit de zich in het dossier bevindende stukken.

Oplegging van zes jaren gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

Beschouwingen over de rechtsgrond voor een veroordeling in de proceskosten (verband houdend met de reis-, verblijf- en verletkosten van de benadeelde zelf) in het geval de benadeelde partij een advocaat heeft gemachtigd voor de voegingsprocedure. De rechtbank zoekt aansluiting bij de rechtspraak van de Hoge Raad die inhoudt dat het civiele proceskostensysteem leidend is.

Uitspraak



RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, locatie Haarlemmermeer

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 15/871659-18, 15/800000-19 (ttzgev), 15/810000-19 (ttzgev) (P)

Uitspraakdatum: 27 februari 2020

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 11, 12 en 13 februari 2020 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres]

,

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Nieuwegein, standplaats Detentiecentrum Zeist te Zeist.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. A.M.H.G. Peters en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. P.K. Blieck-Willemsen, advocaat te Zaandam, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging en nadere omschrijving van de tenlastelegging in de zaak met parketnummer 15/871659-18 als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, ten laste gelegd dat:

Parketnummer 15/871659-18

Feit 1 (zaaksdossier 1, map 2):

Primair

hij op of omstreeks 7 oktober 2018 te [plaats] , gemeente [naam] , in elk geval in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid,

(de toen 15-jarige) [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] ) heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten

- het aftrekken van hem, verdachte en/of

- het pijpen van hem, verdachte en/of

- het (meermalen) met zijn penis vaginaal penetreren van die [slachtoffer 1] ,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkheid hierin dat verdachte

- die [slachtoffer 1] met kracht heeft vastgepakt en/of bij zich heeft gehouden en/of

- die [slachtoffer 1] bij de keel/hals heeft vastgepakt en/of

- een hand bovenop de mond van die [slachtoffer 1] heeft gehouden (terwijl of nadat die [slachtoffer 1] trachtte om hulp te roepen) en/of

(daarbij) misbruik heeft gemaakt van zijn, verdachtes, overwicht/dominantie en/of leeftijdsverschil en/of postuur ten overstaan van die [slachtoffer 1] en/of (aldus) een voor die [slachtoffer 1] bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Subsidiair

hij op of omstreeks 7 oktober 2018, in [plaats] , in elk geval in Nederland, met (de toen 15-jarige) [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten

- het pijpen van hem, verdachte en/of

- het (meermalen) met zijn penis vaginaal penetreren van die [slachtoffer 1] ;

Feit 2 (zaaksdossier 2, map 3):

Primair

hij op of omstreeks 25 maart 2017 in (de omgeving van) [plaats] , in elk geval in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid

(de toen 14-jarige) [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum] ), heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , te weten het een en/of meermalen:

- brengen van zijn penis in de vagina en of mond van die [slachtoffer 2] en/of

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of die andere feitelijkheid hierin dat verdachte

- ( zich online/via social media voordoende als een onbekende persoon met de naam ikursecret5) die [slachtoffer 2] heeft gevraagd/gedwongen een of meerdere naaktfoto('s) van zichzelf te maken en/of die naaktfoto('s) (via Snapchat, althans social media) naar die ikursecret5 te sturen en/of

- ( vervolgens) (zich voordoende als ikursecret5) die [slachtoffer 2] heeft gezegd/gedwongen seksuele handelingen te verrichten met verdachte, en/of

(daarbij) (zich voordoende als ikursecret5) (online/via social media) heeft gedreigd (als zij geen seksuele handelingen met [verdachte] zou verrichten) de naaktfoto's van die [slachtoffer 2] openbaar te maken,

en/of (daarbij) misbruik heeft gemaakt van zijn, verdachtes, overwicht/dominantie en/of leeftijdsverschil en/of postuur ten overstaan van die [slachtoffer 2] en/of

(aldus) voor die [slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Subsidiair

hij op of omstreeks 25 maart 2017 in (de omgeving van) [plaats] , in elk geval in Nederland, met (de toen 14-jarige) [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , te weten

- het pijpen van hem, verdachte en/of

- het (meermalen) met zijn penis vaginaal penetreren van die [slachtoffer 2] en/of

- het (tong)zoenen met die [slachtoffer 2] ;

Feit 3 (zaaksdossier 3, map 4):

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2017 tot en met 30 november 2017 in (de omgeving van) [plaats] en/ of [plaats] , in elk geval in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid,

(de toen 16-jarige) [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum] ) heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] , te weten

- het geven van een (zuig) zoen op de borst (en) van die [slachtoffer 3] en/of

- het pijpen van hem, verdachte en/of

- het (meermalen) met zijn penis vaginaal penetreren van die [slachtoffer 3] ,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkheid hierin dat verdachte

- de portieren van de auto waarin die [slachtoffer 3] en verdachte zich bevonden heeft afgesloten en/of

- ( vervolgens) tegen die [slachtoffer 3] (op gebiedende wijs) heeft gezegd dat ze haar kleding moest uittrekken/uitdoen en/of (daarbij/daarna) het haar van die [slachtoffer 3] heeft vastgepakt en (vervolgens) aan het haar van die [slachtoffer 3] heeft getrokken en/of

- ( opnieuw) tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd dat ze haar kleding moest uittrekken/uitdoen daar hij, verdachte, anders die [slachtoffer 3] bij haar keel zou vastpakken/grijpen en/of

- ( met kracht) die [slachtoffer 3] bij haar hoofd heeft vastgepakt en het hoofd van die [slachtoffer 3] naar zijn, verdachtes, penis heeft bewogen en/of

- ( met kracht) het lichaam van die [slachtoffer 3] naar zich toe heeft getrokken en die [slachtoffer 3] op zijn, verdachtes, lichaam/penis heeft gezet / heeft laten plaatsnemen en/of

- voornoemde handeling(en) heeft verricht en/of voornoemde bewoordingen gebezigd terwijl die [slachtoffer 3] (meermalen) aan verdachte had aangegeven dit niet te willen en/of dat verdachte moest stoppen en/of

daarbij misbruik heeft gemaakt van zijn, verdachtes, overwicht/dominantie en/of leeftijdsverschil en/of postuur ten overstaan van die [slachtoffer 3] , en/of

(aldus) voor die [slachtoffer 3] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Feit 4 (zaaksdossier 8, map 8):

Primair

hij in of omstreeks de periode van 01 december 2017 tot en met 31 januari 2018 in (de omgeving van) [plaats] , gemeente [naam] , in elk geval in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid,

(de toen 14-jarige) [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum] ) heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 4] , te weten het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer 4] , immers heeft verdachte:

(terwijl hij en [slachtoffer 4] in zijn auto zaten) de deuren van de auto op slot gedaan en of vervolgens die [slachtoffer 4] (met haar hoofd) naar beneden geduwd en/of

daarbij misbruik heeft gemaakt van zijn, verdachtes, overwicht/dominantie en/of leeftijdsverschil en/of postuur ten overstaan van die [slachtoffer 4] en/of

(aldus) voor die [slachtoffer 4] een bedreigende situatie doen ontstaan;

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 01 december 2017 tot en met 31 januari 2018 in (de omgeving van) [plaats] , gemeente [naam] , in elk geval in Nederland, met (de toen 14-jarige) [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum] ) die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 4] , te weten het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer 4] ;

Feit 5 (zaaksdossier 9, map 9):

Primair

hij een of meermalen in of omstreeks de periode van 1 november 2017 tot en met 31 december 2017 in (de omgeving van) [plaats] , gemeente [naam] , in elk geval (telkens) in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een

andere feitelijkheid,

(de toen 15-jarige) [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum] ) heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 5] te weten het

- het pijpen van hem, verdachte en/of

- het zijn penis en/of vinger in de vagina brengen van die [slachtoffer 5]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of die andere feitelijkheid (telkens) hierin dat verdachte (terwijl hij, verdachte, en [slachtoffer 5] in zijn auto zaten)

- de deur(en) van de auto waarin die [slachtoffer 5] en verdachte zich bevonden heeft afgesloten en/of

- de telefoon van die [slachtoffer 5] heeft afgepakt en/of (vervolgens)

- heeft gezegd dat die [slachtoffer 5] haar jas moest uitdoen en/of (vervolgens)

- heeft gezegd dat het op 2 manieren kon gaan en dat hij achter in de auto iets had liggen en/of (vervolgens)

- heeft gezegd dat die [slachtoffer 5] haar trui uit moest doen en moest meewerken en/of (vervolgens)(terwijl die [slachtoffer 5] huilde en aangaf dat zij dit niet wilde)

- de hand van die [slachtoffer 5] gepakt en op zijn penis gelegd en/of (vervolgens) en op dwingende wijze tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd: "Benen wijd" en/of

(daarbij) misbruik heeft gemaakt van zijn, verdachtes, overwicht/dominantie en/of leeftijdsverschil en/of postuur ten overstaan van die [slachtoffer 5] en/of

(aldus) voor die [slachtoffer 5] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Subsidiair

hij een of meermalen in of omstreeks de periode van 1 november 2017 tot en met 31 december 2017 in (de omgeving van) [plaats] , gemeente [naam] , en/of in [plaats] , in elk geval (telkens) in Nederland, met (de toen 15-jarige) [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum] ) die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die (telkens) bestonden uit

of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 5] te weten (telkens)

- het pijpen van hem, verdachte en/of

- het zijn penis en/of vinger in de vagina brengen van die [slachtoffer 5] ;

Feit 6 (zaaksdossier 16, map 11):

hij een of meermalen in of omstreeks de periode van 24 november 2016 tot en met 23 november 2017 in (de omgeving van) [plaats] , gemeente [naam] , in elk geval in Nederland, met (de toen 15-jarige) [slachtoffer 6] (geboren op [geboortedatum] ), die

de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 6] , te weten het (telkens) met de penis in de vagina van die [slachtoffer 6] gaan;

Feit 7 (zaaksdossier 17, map 11):

Primair

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2016 tot en met 1 december 2017 te [plaats] , gemeente [naam] , in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met smaad, smaadschrift en/of openbaring van een geheim,

(de toen 14- en/of 15-jarige) [slachtoffer 7] (geboren op [geboortedatum] ) (telkens) heeft gedwongen tot het naakt videobellen met verdachte en/of het sturen van naaktfoto's naar verdachte, immers heeft verdachte met dat oogmerk (online/via social media) gedreigd dat (nadat [slachtoffer 7] online/via social media was lastiggevallen door die/ene [G] en/of aan verdachte had verteld dat zij bang was voor die/ene [G] ) die [slachtoffer 7] naakt moest videobellen met hem, verdachte, en/of naaktfoto's naar hem, verdachte, moest sturen omdat hij anders het adres van die [slachtoffer 7] aan [G] zou geven en/of aan [G] zou doorgeven/zeggen waar die [slachtoffer 7] op school zat;

Subsidiair

hij een of meermalen in of omstreeks de periode van 1 mei 2016 tot en met 1 december 2017 te [plaats] , gemeente [naam] , in elk geval in Nederland, een ander, te weten (de toen 14- en/of 15-jarige) [slachtoffer 7] (geboren op [geboortedatum] ) (telkens) door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 7] , wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te

dulden, te weten het naakt videobellen met verdachte en/of het sturen van naaktfoto's naar verdachte, immers heeft verdachte (telkens) met dat oogmerk (online/via social media) gedreigd dat (nadat [slachtoffer 7] online/via social media was lastiggevallen door ene [G] en/of aan verdachte had verteld dat zij bang was voor die/ene [G] ) die [slachtoffer 7] naakt moest videobellen met hem, verdachte, en/of naaktfoto's naar hem, verdachte, moest sturen omdat hij anders het adres van die [slachtoffer 7] aan [G] zou geven en/of aan [G] zou doorgeven/zeggen waar die [slachtoffer 7] op school zat;

Feit 8 (zaaksdossier 8, map 8):

Primair

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2017 tot en met 31 januari 2018 te [plaats] , gemeente [naam] , in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met smaad, smaadschrift en/of openbaring van een geheim, (de toen 14-jarige) [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum] ) heeft gedwongen tot het maken en/of naar verdachte zenden/sturen van naaktfoto's van zichzelf, immers heeft verdachte met dat oogmerk:

(online/via social media) contact gezocht met die [slachtoffer 4] en/of

(vervolgens) aangegeven dat hij kanker had en dood zou gaan en dat hij op zijn bucketlist

had staan om een naaktfoto te krijgen van een mooi meisje, en/of

(vervolgens) (nadat die [slachtoffer 4] hem online/via social media een naaktfoto had gestuurd) (zich voordoende als Frankie) (online/via social media) gedreigd dat die [slachtoffer 4] (meer) naaktfoto's naar hem moest sturen omdat hij anders naaktfoto's van die [slachtoffer 4] op internet zou zetten en/of haar vader zou bellen;

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2017 tot en met 31 januari 2018 te [plaats] , gemeente [naam] , in elk geval in Nederland, een ander, te weten [slachtoffer 4] door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die (toen 14-jarige) [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum] ), wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten het sturen van naaktfoto's naar hem, verdachte, door (zich voordoende als Frankie) (online/via social media) te dreigen dat die [slachtoffer 4] naaktfoto's naar hem moest sturen omdat hij anders haar vader zou bellen en of/een naaktfoto van die [slachtoffer 4] op internet zou zetten;

Feit 9 (zaaksdossier 5, map 5):

Primair

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 28 juni 2018 te [plaats] , gemeente [naam] , in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het voornemen om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met smaad, smaadschrift en/of openbaring van een geheim, (de toen 15- en/of 16-jarige) [slachtoffer 8] (geboren op [geboortedatum] ) te dwingen tot het maken en/of naar verdachte zenden/sturen van seksueel getinte foto's van zichzelf, met dat oogmerk:

(online/via social media) contact heeft gezocht met die [slachtoffer 8] en/of

(vervolgens) heeft aangegeven dat hij kanker heeft en binnenkort komt te overlijden en dat hij (voordat hij overlijdt) een meisje naakt wil zien en/of

(vervolgens) (nadat die [slachtoffer 8] hem online een naaktfoto had gestuurd) gedreigd dat die [slachtoffer 8] nog meer naaktfoto's naar hem, verdachte, moest sturen omdat hij anders een (herkenbare) naaktfoto van die [slachtoffer 8] op internet zou zetten en/of langs zo komen en/of haar moeder zou inlichten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 28 juni 2018 te [plaats] , gemeente [naam] , in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het voornemen om (de toen 15- en/of 16-jarige) [slachtoffer 8] (geboren op [geboortedatum] ) door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid wederrechtelijk te dwingen om iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten tot het maken en/of naar verdachte zenden/sturen van seksueel getinte foto's van zichzelf,

(online/via social media) contact heeft gezocht met die [slachtoffer 8] en/of

(vervolgens) heeft aangegeven dat hij kanker heeft en binnenkort komt te overlijden en dat hij (voordat hij overlijdt) een meisje naakt wil zien en/of

(vervolgens) (nadat die [slachtoffer 8] hem online een naaktfoto had gestuurd) gedreigd dat die [slachtoffer 8] nog meer naaktfoto's naar hem, verdachte, moest sturen omdat hij anders een (herkenbare) naaktfoto van die [slachtoffer 8] op internet zou zetten en/of langs zo komen en/of haar moeder zou inlichten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 10 (zaaksdossier 4, map 5):

Primair

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2018 tot en met 11 oktober 2018 te [plaats] , gemeente [naam] , in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met smaad, smaadschrift en/of openbaring van een geheim, (de toen 15-jarige) [slachtoffer 9] (geboren op [geboortedatum] ),(telkens) heeft gedwongen tot het maken en/of naar verdachte zenden/sturen van seksueel getinte foto's van zichzelf, immers heeft verdachte met dat oogmerk (zich online/via social media voordoende als Frank) gedreigd dat die [slachtoffer 9] naaktfoto's naar Frank en/of (vervolgens naar) hem, verdachte, moest sturen omdat die Frank anders een naaktfoto van die [slachtoffer 9] op internet zou zetten;

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2018 tot en met 11 oktober 2018 te [plaats] , gemeente [naam] , in elk geval in Nederland, een ander, te weten (de toen 15-jarige) [slachtoffer 9] (geboren op [geboortedatum] ), door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 9] , wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, te weten het sturen van naaktfoto's naar hem, verdachte, door (zich online/via social media voordoende als Frank) te dreigen dat die [slachtoffer 9] naaktfoto's naar Frank en/of (vervolgens naar) hem, verdachte, moest sturen omdat die Frank anders een naaktfoto van die [slachtoffer 9] op internet zou zetten;

Feit 11:

hij een of meermalen in of omstreeks de periode van 9 augustus 2013 tot en met 11 oktober 2018 te [plaats] , gemeente [naam] , en/of elders in Nederland, (tekens) (een) afbeelding(en), te weten (een) foto('s) en/of video(s) van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, te weten

- ( een) foto('s) en/of video(s) van de minderjarige(n) [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6]

(telkens) heeft vervaardigd,

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit (telkens):

het oraal en/of vaginaal penetreren (met de penis en/of vinger(s) en/of een dildo/voorwerp van het lichaam van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, te weten het lichaam van [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 6]

( [XXX] .jpg, pagina 565, Zaaksdossier [slachtoffer 2] )

[XXX] .

movfiles, pagina 563, Zaaksdossier [slachtoffer 2] )

( [XXX] .mov, pag 1183, zaaksdossier [slachtoffer 11] )

( [XXX] .MOV pag 1667, zaaksdossier [slachtoffer 5] )

(IMG_ [XXX] .jpg, pag 1800, zaaksdossier [slachtoffer 10] )

(IMG_ [XXX] .mov, pag 1802, zaaksdossier [slachtoffer 10] )

(IMG_ [XXX] .mov, pag 2174, zaaksdossier [slachtoffer 6] )

en/of

het (zichzelf) (laten) betasten en/of aanraken van de vagina en/of geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, te weten het lichaam van [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 11]

( [XXX] .jpg,pag 565,

Zaaksdossier [slachtoffer 2] )

( [XXX] .mov pag 1184, zaaksdossier [slachtoffer 11] )

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt, te weten [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 10] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die/de perso(o)n(en) nadrukkelijk de (ontblote) borsten en/of geslachtsdelen in beeld gebracht worden

( [XXX] .JPG, [XXX] ,JPG, pagina 722 Zaaksdossier [slachtoffer 3] )

( [XXX] .jpg, pagina 565

Zaaksdossier [slachtoffer 2] )

( [XXX] .mov, pag 1801, zaaksdossier [slachtoffer 10] )

en/of

het houden van een stijve penis bij het gezicht en lichaam van een persoon (te weten [slachtoffer 10] ) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt waarbij op dat lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is ( [XXX] .mov, pagina 1803, zaaksdossier [slachtoffer 10] );

Feit 12:

hij in de periode van 9 augustus 2013 tot en met 11 oktober 2018 te [plaats] ,

althans in Nederland,

(een) afbeelding(en), te weten foto ('s) en/of video('s) - en/of (een) gegevensdrager(s) (te weten: een harde schijf (Medion) en/of een Ipad (Apple, wit) en/of (een Seagate 2 uit) een computer (Corsair) en/of (een Core Storage logical Volume uit) een MacBook pro (Apple) en/of een externe harde schijf (WD My Passport) en/of (een Hitachi HD 250 uit) een laptop (Acer) en/of een I phone 7 plus en/of een Iphone 5s en/of een Iphone 6s,

bevattende (een) afbeelding(en), van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit het met de penis oraal en/of vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het bij zichzelf met de vinger of een voorwerp penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

( [XXX] .mov, pagina 1907, zaakdossier 14)

( [XXX] .mov pag 1908, zaakdossier 14)

( [XXX] .mov, pag 2307, zaaksdossier 17)

en/of

het met betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

( [XXX] , pag 1906, zaakdossier 14)

( [XXX] .mp4, pag 837, zaaksdossier 4)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(IMG_ [XXX] .mov, pag 1910, zaakdossier 14)

( [XXX] .jpg, pag 1912, zaakdossier 14)

(IMG_ [XXX] .MP4, pag 2306, zaaksdossier 17)

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (eventueel aanvullen met: waarbij op dat gezicht/lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is)

( [XXX] , pag 1904, zaaksdossier 14)

van welk misdrijf hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

Feit 13 (zaaksdossier 13, map 9):

hij een of meermalen in of omstreeks de periode van 9 augustus 2013 tot en met 5 januari 2014 te [plaats] , gemeente [naam] , in elk geval in Nederland met (de toen 15-jarige) [slachtoffer 10] (geboren op [geboortedatum] ) die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die (telkens) bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 10] te weten (telkens)

- het pijpen van hem, verdachte en/of

- het zijn penis en/of vinger in de vagina en/of anus brengen van die [slachtoffer 10] ;

en/of

hij een of meermalen in of omstreeks van 9 augustus 2013 tot en met 1 mei 2018 te [plaats] , gemeente [naam] , in elk geval in Nederland, een ander, te weten [slachtoffer 10] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 10] (telkens) wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, te weten het sturen van naaktfoto's naar hem, verdachte, door (telkens) te dreigen dat die [slachtoffer 10] naaktfoto's naar hem, verdachte, moest sturen omdat hij, verdachte, het anders uit zou maken.

Aan verdachte is voorts ten laste gelegd:

Parketnummer 15/800000-19 (ttzgev) (zaaksdossier 7, map 7)

Primair

hij in of omstreeks de periode van 1 mei tot en met 17 juli 2017 in (de omgeving van) [plaats] , gemeente [naam] , in elk geval in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid

(de toen 14-jarige) [slachtoffer 11] (geboren op [geboortedatum] ) heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 11] , te weten het een en/of meermalen:

- brengen van zijn penis in de mond van die [slachtoffer 11] en/of

- het met zijn vinger(s) binnendringen van de vagina van die [slachtoffer 11] en/of

- met zijn mond over haar clitoris, in elk geval tussen haar schaamlippen, likken,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of die andere feitelijkheid hierin dat verdachte

- ( zich voordoende als de 16-jarige Dominique) die [slachtoffer 11] (online, althans via social media) heeft gevraagd/ gedwongen een of meerdere naaktfoto('s) van zichzelf te maken en/of die (online, althans via social media) naar die Dominique te sturen en/of

- ( vervolgens) (online/via social media) (zich voordoende als Dominique) die [slachtoffer 11] heeft gezegd dat zij seksuele handelingen moest verrichten met verdachte, en/of

(daarbij) (zich voordoende als Dominique) heeft gedreigd dat hij (als zij geen seksuele handelingen met [verdachte] zou verrichten) de naaktfoto's van die [slachtoffer 11] (op internet) zou verspreiden en/of dat Jeugdzorg er bij zou komen en/of

(daarbij) misbruik heeft gemaakt van zijn, verdachtes, overwicht/dominantie en/of leeftijdsverschil en/of postuur ten overstaan van die [slachtoffer 11] en/of

(aldus) een voor die [slachtoffer 11] bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Subsidiair

hij in of omstreeks 1 mei tot en met 17 juli 2017 in (de omgeving van) [plaats] , gemeente [naam] , in elk geval in Nederland, met(de toen 14-jarige) [slachtoffer 11] (geboren op [geboortedatum] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[slachtoffer 11] , te weten:

- het brengen van zijn penis in de mond van die [slachtoffer 11] en/of

- het met zijn vinger(s) binnendringen van de vagina van die [slachtoffer 11] en/of

- het likken op/over haar clitoris, in elk geval tussen haar schaamlippen.

Parketnummer 15/810000-19 (ttzgev)

Feit 1 (zaaksdossier 22, map 15):

hij op of omstreeks 02 juli 2017 in t [plaats] , in elk geval in het arrondissement Noord-Holland, met (de toen 13-jarige) [slachtoffer 12] (geboren op [geboortedatum] ) die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten:

- het (tong)zoenen van die [slachtoffer 12] en/of

- het betasten van de heupen van die [slachtoffer 12] ;

Feit 2 (zaaksdossier 21, map 15):

Primair

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2018 tot en met 31 augustus 2018 (op de weg naar [plaats] ) in (de omgeving van) [plaats] , gemeente [naam] , in elk geval in Nederland,

door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid

(de toen 13- of 14-jarige) [slachtoffer 13] (geboren op [geboortedatum] ), heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 13] , te weten het een en/of meermalen:

- brengen van zijn penis en/of vinger in de mond en/of de vagina van die [slachtoffer 13]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of die andere feitelijkheid hierin dat verdachte heeft gedreigd dat hij (als [slachtoffer 13] hem niet zou pijpen en/of geen seks/gemeenschap met hem zou hebben) foto's (in BH) van die [slachtoffer 13] naar haar ouders zou sturen en/of langs haar huis zou gaan en/of

(daarbij) misbruik heeft gemaakt van zijn, verdachtes, overwicht/dominantie en/of

leeftijdsverschil en/of postuur ten overstaan van die [slachtoffer 13] en/of

(aldus) een voor die [slachtoffer 13] bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2018 tot en met 31 augustus 2018 (op de weg naar [plaats] ) in (de omgeving van) [plaats] , gemeente [naam] , met (de toen 13- of 14-jarige) [slachtoffer 13] (geboren op [geboortedatum] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 13] , te weten

- het brengen van zijn penis en/of vinger in de mond en/of vagina van die [slachtoffer 13] ;

Feit 3 (zaaksdossier 21, map 15):

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2016 tot en met 11 oktober 2018 te [plaats] en/of in [plaats] , gemeente [naam] , althans in Nederland meermalen, althans eenmaal, telkens afbeeldingen, te weten een of meerdere foto's en/of video's en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten een harde schijf (Medion) en/of een Ipad (Apple, wit) en/of (een Seagate 2 uit) een computer (Corsair) en/of (een Core Storage logical Volume uit) een MacBook pro (Apple) en/of een externe harde schijf (WD My Passport) en/of (een Hitachi HD 250 uit) een laptop (Acer) en/of een I phone 7 plus en/of een Iphone 5s en/of een Iphone 6s,

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 13] , geboren op [geboortedatum] , is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft vervaardigd, en/of in bezit heeft gehad

welke seksuele gedraging - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de penis oraal penetreren van het lichaam van die [slachtoffer 13] , (IMG_ [XXX] .jpg)

en/of

het betasten en/of aanraken van haar geslachtsdelen en/of borsten door die [slachtoffer 13] ,

( [XXX] .jpg)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door die [slachtoffer 13] , waarbij die [slachtoffer 13] gedeeltelijk gekleed is en/of poseert in een erotisch getinte houding (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling ( [XXX] .jpg).

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Aan de verdachte is onder 7, 8, 9 en 10 telkens primair afdreiging ten laste gelegd. In artikel 318, derde lid, Sr is bepaald dat vervolging voor dit feit slechts mogelijk is nadat het slachtoffer van dit feit een klacht heeft gedaan. Artikel 66, eerste lid, Sr biedt een regeling voor de termijn waarbinnen zodanige klacht moet zijn gedaan. Deze houdt in dat de klacht binnen drie maanden na de dag waarop de tot klacht gerechtigde kennis heeft genomen van het gepleegde feit moet zijn ingediend. Op grond van artikel 64 Sr is degene tegen wie het feit is begaan klachtgerechtigd. Dit is anders ingeval het feit is gepleegd tegen een persoon die jonger is dan 16 jaar. Artikel 65, eerste lid, Sr regelt voor die gevallen dat klacht dient te worden gedaan door de wettige vertegenwoordiger in burgerlijke zaken.

De rechtbank stelt met de officier van justitie en de raadsvrouw vast dat de wettelijke klachttermijn voor de feiten 7, 8 en 9 niet in acht is genomen. Ook indien wordt aangenomen dat in de gedane aangiftes de wens dat de officier van justitie tot vervolging overgaat ligt besloten is bedoelde termijn in die gevallen steeds overschreden. Dit stelt de rechtbank voor de vraag welke consequenties hieraan moeten worden verbonden voor de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie betoogd dat zij in de vervolging van deze feiten kan worden ontvangen. Daartoe heeft zij aangevoerd dat de rechtbank acht dient te slaan op de geest van de wettelijke regeling (de rechtbank begrijpt: de rechtsbelangen die erdoor worden beschermd). De raadsvrouw heeft gesteld dat de officier van justitie niet ontvankelijk is in de vervolging.

De rechtbank overweegt hierover als volgt.

Blijkens de wetsgeschiedenis en de rechtspraak moet het klachtvereiste worden begrepen als een uitzondering op het opportuniteitsbeginsel. Het beoogt recht te doen aan de mogelijkheid dat het bijzonder belang zodanig nadeel lijdt door het instellen van vervolging dat het openbaar belang bij vervolging daartegen niet opweegt. In het geval van afdreiging is dat mogelijke nadeel daarin gelegen dat de ongewenste ruchtbaarheid die op een strafzaak kan volgen door de getroffene als te pijnlijk wordt ervaren.

Naar het oordeel van de rechtbank dient de wettelijke termijnregeling zo te worden begrepen dat hiermee is beoogd een evenwicht aan te brengen tussen het particuliere belang van de benadeelde enerzijds en het particuliere belang van de verdachte en het openbare belang anderzijds. De macht van de klachtgerechtigde om te bepalen of de verdachte wordt vervolgd is in de tijd begrensd. Als dat anders zou zijn zou de klachtgerechtigde gedurende de gehele verjaringstermijn teveel macht kunnen uitoefenen over de beslissing om tot vervolging over te gaan. Dat betekent dat in het geval dat voor het instellen van een vervolging een klacht is vereist en de klacht niet is ingediend binnen drie maanden nadat de klachtgerechtigde heeft kennis genomen van het gepleegde delict, noch binnen die termijn anderszins door die persoon de wens tot vervolging is geuit, de vervolging daarop afstuit. Dit levert een absoluut vervolgingsbeletsel op. Voor een materiële afweging, zoals door de officier van justitie voorgesteld, waarbij de aard en intensiteit van de afdreigingsmiddelen en de onderlinge verhouding tussen verdachte en slachtoffer worden betrokken, bestaat dan ook geen ruimte. Dit leidt tot de slotsom dat de officier van justitie niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vervolging voor wat betreft de feiten 7 primair, 8 primair en 9 primair.

De raadsvrouw heeft betoogd dat de tenlastelegging op deze gronden een zelfde lot treft waar het feit 10 primair betreft. In dat standpunt kan zij niet worden gevolgd. Uit de processtukken blijkt de volgende gang van zaken. Het slachtoffer, [slachtoffer 9] , is geboren op [geboortedatum] . Namens haar is door haar moeder op 17 oktober 2018 aangifte gedaan van, naar de rechtbank begrijpt, onder meer afdreiging. Het feit zou blijkens die aangifte gepleegd zijn in de laatste week van augustus 2018. Hiervan is de moeder, die als klachtgerechtigde dient te worden aangemerkt, op de hoogte geraakt op 26 september 2018. [slachtoffer 9] heeft zelf alsnog klacht gedaan op 2 juli 2019. Zij was toen reeds 16 jaar oud. Bij het doen van de formele klacht was de wettelijke termijn ruimschoots verstreken. Naar het oordeel van de rechtbank kan de aangifte, op 17 oktober 2018 gedaan door de destijds klachtgerechtigde moeder van het slachtoffer, evenwel niet anders worden begrepen dan dat deze tevens de wens tot vervolging van de verdachte inhoudt. Dit kan worden afgeleid uit formuleringen als “laat hem maar vast zitten” en “ik vind dat zulke personen aangepakt moeten worden”. Deze aangifte is gedaan binnen de wettelijke termijn van drie maanden. Het voorgaande betekent dat de stelling van de raadsvrouw in zoverre feitelijke grondslag mist en dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging van feit 10 primair.

De raadsvrouw heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat de officier van justitie bij gebreke van een tijdig gedane klacht evenmin de bevoegdheid tot vervolging heeft voor de onder 7, 8, 9 en 10 telkens subsidiair ten laste gelegde dwang. Het gaat hierbij telkens om dwang als bedoeld in artikel 284, lid 1 onder 1, Sr. Dit is, anders dan de in artikel 284, lid 1 onder 2, Sr strafbaar gestelde variant van dwang, geen klachtdelict. Het ontvankelijkheidsverweer vindt in zoverre geen steun in de wet en wordt daarom verworpen. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging voor de feiten 7 subsidiair, 8 subsidiair, 9 subsidiair en 10 subsidiair.

Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging voor de feiten 7 primair, 8 primair en 9 primair. De rechtbank stelt voorts vast dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging voor de overige onder de verschillende parketnummers tenlastegelegde feiten.

Voorts zijn er geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3 Inleiding

Op 7 oktober 2018 meldt [slachtoffer 1] bij de politie dat zij seksueel misbruikt is door verdachte. Onderzoek wijst uit dat dit niet de enige melding is over seksueel misbruik door verdachte. Tegen hem zijn eerder aangiftes en een melding gedaan en verdachte is eerder gehoord naar aanleiding van een aangifte. Een politieonderzoek onder de naam Bredevoort wordt gestart.

Doorzoekingen vinden plaats in de woningen van de ouders van verdachte op 11 oktober 2018. Hierbij zijn diverse gegevensdragers van verdachte inbeslaggenomen, waaronder een Apple MacBook en een Iphone 7 plus.

Op de Apple MacBook wordt in een back-up bestand van verdachtes Iphone een secret calculator app aangetroffen met daarin een geheime opslagruimte met 22 mappen, waarvan de meeste zijn voorzien van meisjesnamen. In deze mappen en op enkele andere gegevensdragers zijn foto’s en filmpjes aangetroffen van jonge meisjes, waarvan de inhoud kan worden aangemerkt als kinderporno. Nader onderzoek naar de identiteit van deze meisjes heeft plaatsgevonden. Dit alles heeft geleid tot de verdenking dat verdachte zich aan een groot aantal zedendelicten, variërend van verkrachting tot ontucht, en afdreiging/ dwang om naaktfoto’s naar verdachte te sturen alsmede het bezit en vervaardigen van kinderporno, schuldig heeft gemaakt.

4 Beoordeling van het bewijs

4.1.

Standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van het onder parketnummer 15/871659-18 onder 13 tenlastegelegde heeft de officier van justitie gerekwireerd tot vrijspraak van het primaire feit en tot ontslag van rechtsvervolging van het subsidiair ten laste gelegde nu dit geen strafbaar feit oplevert.

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de overige onder de diverse parketnummers (primair) ten laste gelegde feiten.

4.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit verdachte (partieel) vrij te spreken van de volgende feiten:

Parketnummer 15/871659-18

- feit 1: primair wegens het ontbreken van dwang en subsidiair partiële vrijspraak van de ten laste gelegde vaginale penetratie

- feit 4: primair en subsidiair nu verdachte deze feiten ontkent en de aangifte niet door enig ander bewijsmiddel wordt ondersteund

- feit 11: ten aanzien van de afbeeldingen van [slachtoffer 10] . Gelet op het geringe leeftijdsverschil en het feit dat [slachtoffer 10] en verdachte een relatie hadden is niet voldaan aan de criteria van artikel 240b Sr

- feit 13: het ontuchtig karakter ontbreekt nu sprake was van seksuele contacten op vrijwillige basis in een relatie en een gering verschil in leeftijd tussen [slachtoffer 10] en verdachte

Parketnummer 15/800000-19

- het primair tenlastegelegde nu verdachte ontkent dat hij Dominique is en daarmee niet kan worden bewezen dat verdachte dwang heeft uitgeoefend

Parketnummer 15/810000-19

- feit 1: verdachte ontkent het (tong)zoenen en het betasten van de heupen

- feit 2: primair wegens het ontbreken van dwang en subsidiair partiële vrijspraak van de ten laste gelegde vaginale penetratie met de penis.

Volgens de verdediging kan wettig en overtuigend worden bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd onder

Parketnummer 15/871659-18

- feit 1 subsidiair (met uitzondering van de vaginale penetratie met de penis)

- feit 2 primair

- feit 3 primair

- feit 5 primair

- feit 6

- feit 11 (met uitzondering van de afbeeldingen van [slachtoffer 10] )

Parketnummer 15/800000-19

- het subsidiair tenlastegelegde feit

Parketnummer 15/810000-19

- feit 2 subsidiair (met uitzondering van de vaginale penetratie met de penis)

- feit 3.

Ten aanzien van het onder feit 12 ten laste gelegde bezit van kinderporno heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Bij de klachtdelicten (parketnummer 15/871659-18) heeft de raadsvrouw subsidiair – indien de rechtbank van oordeel is dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging – het volgende opgemerkt.

Feit 7: wegens het ontbreken van dwang dient vrijspraak te volgen. Verdachte ontkent dat hij [G] is. Inmiddels is gebleken dat het telefoonnummer van [G] is gekoppeld aan een persoon die daadwerkelijk [G] heet.

Feit 8: verdachte dient te worden vrijgesproken want hij ontkent het tenlastegelegde te hebben begaan.

Feit 9: wegens het ontbreken van dwang dient vrijspraak te volgen.

Feit 10: het subsidiair ten laste gelegde kan wettig en overtuigend bewezen worden, verdachte bekent dit feit.

4.3.

Oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Vrijspraak feit 7 subsidiair, feit 9 subsidiair en feit 13 primair en subsidiair (parketnummer 15/871659-18) en enkele partiële vrijspraken

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder de feiten 7 subsidiair, 9 subsidiair en 13 primair en subsidiair ten laste is gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Feit 7 subsidiair

[slachtoffer 7] heeft aangifte tegen verdachte gedaan. Zij verklaart dat ze verdachte naaktfoto’s en video’s, waarbij ze bij zichzelf seksuele handelingen moest uitvoeren, naar verdachte toe moest sturen. Ook moest ze naakt met hem videobellen. Dit alles onder de dreiging dat hij anders haar adres aan [G] zou geven en/of [G] zou vertellen waar ze op school zat.

De rechtbank stelt vast dat deze door [slachtoffer 7] genoemde dreiging geen steun vindt in de overige stukken van het dossier. Verdachte heeft ontkend dat hij heeft gedreigd. Uit de chatgesprekken tussen verdachte en [slachtoffer 7] die zich in het dossier bevinden volgt dat verdachte enorm heeft lopen zeuren en [slachtoffer 7] heeft lopen pushen om naaktfoto’s en -video’s naar hem te sturen en naakt met hem te videobellen. Hoe discutabel dit handelen van verdachte ook is, dit biedt geen ondersteuning voor de ten laste gelegde dreiging waaronder [slachtoffer 7] tot haar handelen zou zijn gekomen. Nu mede uit het ter terechtzitting door de officier van justitie overgelegde proces-verbaal van verbalisant [naam] van 12 februari 2020 volgt dat verdachte ook niet in relatie is te brengen tot de door [slachtoffer 7] genoemde [G] dient vrijspraak voor dit feit te volgen.

Feit 9 subsidiair

[slachtoffer 8] heeft in haar aangifte verklaard dat verdachte vertelde dat hij nog maar een week te leven had en graag een foto wilde ontvangen van de blote borsten van [slachtoffer 8] . [slachtoffer 8] heeft hierop enkele foto’s gestuurd van haar naakte bovenlichaam. Op een van de foto’s was ook haar hoofd zichtbaar. Verdachte wilde meer naaktfoto’s van [slachtoffer 8] en dreigde haar om anders de inmiddels door hem ontvangen foto’s online te zetten, haar op te zoeken en haar moeder in te lichten, aldus [slachtoffer 8] . [slachtoffer 8] heeft blijkens haar aangifte ondanks voornoemde dreiging geen naaktfoto’s meer aan verdachte gestuurd.

De rechtbank stelt vast dat deze in de aangifte genoemde dreiging eveneens geen steun vindt in de overige stukken van het dossier. Enkel [slachtoffer 8] verklaart over deze dreiging, welke dreiging door de verdachte wordt ontkend. Ook is geen steun te vinden voor de aangifte in de modus operandi die de rechtbank in verschillende zaken ziet. Te weten het door verdachte opvoeren van een fictieve derde persoon die via internet bedreigingen uitte naar meisjes om zo in het bezit te komen van naaktfoto’s. In dat opzicht kan de zaak niet worden vergeleken met andere zaken in het dossier. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van dit feit.

Feit 13 primair en subsidiair

Gelet op het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat tussen verdachte en [slachtoffer 10] de ten laste gelegde seksuele handelingen hebben plaatsgevonden. De vraag is of deze seksuele handelingen als ontuchtig in de zin van artikel 245 Sr kunnen worden aangemerkt.

Blijkens de wetsgeschiedenis strekt artikel 245 Sr tot bescherming van de seksuele integriteit van personen die gelet op hun jeugdige leeftijd in het algemeen geacht moeten worden niet of onvoldoende in staat te zijn zelf die integriteit te bewaken en de draagwijdte van hun gedrag in dit opzicht te overzien. Artikel 245 Sr beschermt deze jeugdige personen ook tegen verleiding die mede van henzelf kan uitgaan.

Onder omstandigheden kan aan seksuele handelingen met een persoon tussen de twaalf en zestien jaren het ontuchtig karakter ontbreken. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn indien die handelingen vrijwillig plaatsvinden tussen personen die slechts in geringe mate in leeftijd verschillen. Een scherpe afgrenzing van dergelijke omstandigheden valt in haar algemeenheid niet te geven. Het komt in belangrijke mate neer op de weging en waardering van de omstandigheden van het geval. De maatstaf die de wetgever bij de totstandkoming van art 245 Sr in dit opzicht voor ogen heeft gestaan, is of de seksuele handeling algemeen als sociaal-ethisch is aanvaard (HR 30 maart 2010, ECLI:NL:HR2010:BK4794).

De rechtbank acht de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Verdachte en [slachtoffer 10] hebben van december 2012 tot juli 2016 een relatie met elkaar gehad. In de tenlastegelegde periode, augustus 2013 tot en met januari 2014, was [slachtoffer 10] 15 jaar en verdachte 18 jaar. Gedurende de relatie zagen zij elkaar bijna elk weekend. Al vanaf het begin van de relatie hadden zij samen seks. De relatie was in het begin volgens beiden leuk en gezellig. Zowel de ouders van [slachtoffer 10] als de ouders van verdachte waren op de hoogte van de relatie. Tijdens de relatie zijn [slachtoffer 10] en verdachte met elkaar op vakantie geweest, ook in het bijzijn van ouders. In 2016 heeft [slachtoffer 10] de relatie beëindigd.

In 2018 heeft de politie onderzoek verricht naar het onder 1 ten laste gelegde feit. In dat kader is [slachtoffer 10] als getuige gehoord. Vervolgens heeft zij aangifte gedaan. Hoewel haar aangifte grotendeels ziet op handelingen die hebben plaatsgevonden na beëindiging van de relatie – hetgeen verder niet ten laste is gelegd – verklaart zij ook over druk tijdens de relatie, onder meer op seksueel gebied.

Gezien bovenstaande feiten en omstandigheden, stelt de rechtbank vast dat het leeftijdsverschil tussen [slachtoffer 10] en verdachte relatief gering is geweest en dat zij een langdurige affectieve relatie met elkaar hebben gehad. Binnen deze relatie heeft seksueel contact plaatsgevonden dat gedurende de relatie niet door [slachtoffer 10] zodanig is geproblematiseerd dat zij stappen heeft gezet naar politie of hulpverening. Er bevinden zich aanwijzingen in het dossier die er op duiden dat verdachte zich op momenten dwingend heeft opgesteld jegens [slachtoffer 10] . Op basis daarvan wil de rechtbank wel aannemen dat de relatie een zekere dynamiek heeft gehad waardoor [slachtoffer 10] hierop bij de huidige stand van zaken terugkijkt op de wijze als verwoord in haar aangifte. Van een ondergeschikte positie van [slachtoffer 10] ten opzichte van verdachte in algemene zin is echter niet gebleken. Uit het geringe leeftijdsverschil, het feit dat [slachtoffer 10] de relatie vrijwillig is aangegaan, de omstandigheid dat beide ouders weet hadden van deze relatie en [slachtoffer 10] uiteindelijk zelf de relatie heeft beëindigd, leidt de rechtbank af dat sprake is geweest van een relatie tussen twee personen die niet zo onevenwichtig is geweest dat het seksuele contact tussen beiden als ontuchtig kan worden getypeerd.

Gelet op het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat tussen [slachtoffer 10] en verdachte sprake is geweest van seksuele handelingen waarvan binnen de geschetste context niet geoordeeld kan worden dat zij in strijd zijn geweest met de sociaal-ethische norm.

De rechtbank is daarom van oordeel dat de seksuele handelingen niet als ontuchtig kunnen worden aangemerkt en zal verdachte hiervan vrijspreken.

Ten aanzien van de eveneens onder 13 ten laste gelegde dwang overweegt de rechtbank het volgende. Nog daargelaten de vraag of de in de tenlastelegging opgenomen uiting ‘dat verdachte het anders uit zou maken’ een feitelijkheid kan opleveren als bedoeld in artikel 284 Sr, is de rechtbank van oordeel dat het dreigende karakter hiervan, gelet op bovengeschetste context, niet kan worden vastgesteld. Verdachte zal daarom ook van de dwang worden vrijgesproken.

Feit 11 (partiële vrijspraak)

Op de video met de naam ‘ [XXX] ’ zijn schermopnames van de applicatie Snapchat te zien van [slachtoffer 10] terwijl zij haar gedeeltelijk naakte en daarna geheel naakte lichaam filmt. [slachtoffer 10] en verdachte hebben gedurende enkele jaren een relatie gehad. Uit het dossier is niet vast te stellen of verdachte deze opname heeft vervaardigd dan wel opdracht heeft gegeven deze opname te vervaardigen. De rechtbank zal verdachte dan ook partieel vrijspreken van het vervaardigen van de tenlastegelegde video ‘ [XXX] .mov’.

Parketnummer 810000-19, feit 2 (partiële vrijspraak)

[slachtoffer 13] heeft op 22 november 2019 een (aanvullende) aangifte gedaan van verkrachting. Tijdens de ontmoeting in de auto op de afgelegen plek in [plaats] was niet alleen sprake van pijpen, maar ook van het seksueel binnendringen met de vinger en de penis in de vagina door verdachte. Daarbij zou verdachte een condoom hebben gebruikt. Deze aangifte wordt niet ondersteund door enig ander bewijsmiddel.

Verdachte heeft hetgeen hem in de aanvullende aangifte wordt verweten, ontkend.

De rechtbank ziet in de aanvullende aangifte onvoldoende aanwijzingen om aan te kunnen sluiten bij de modus operandi. Verdachte zal dan ook van dit onderdeel van het tenlastegelegde worden vrijgesproken.

4.3.2.

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de volgende ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn opgegeven en waarvan overigens voor zover nodig de inhoud in die bijlage is opgenomen:

Parketnummer 15/871659-18: feit 1 primair, feit 2 primair, feit 3, feit 4 primair, feit 5 primair, feit 6, feit 8 subsidiair, feit 10 primair, feit 11 en feit 12;

Parketnummer 15/800000-19: het primair tenlastegelegde feit;

Parketnummer 15/810000-19: feit 1, feit 2 primair en feit 3.

4.3.3.

Nadere (bewijs)overwegingen feiten 1 primair, 3, 4 primair en 8 subsidiair van parketnummer 15/871659-18, het primair tenlastegelegde onder parketnummer 15/800000-19 en feit 1 van parketnummer 15/810000-19.

Modus operandi

Op grond van de bewijsmiddelen die door de rechtbank worden gebezigd voor de door de verdachte bekende feiten en de door de officier van justitie gepresenteerde bewijsmiddelen voor de zedendelicten die de verdachte in meer of mindere mate heeft ontkend, stelt de rechtbank vast dat verdachte herhaaldelijk handelt volgens een vaste werkwijze. Verdachte zoekt eerst via internet contact met meisjes. Nadat het contact is gelegd en een vertrouwensrelatie is ontstaan vraagt verdachte seksueel getinte naaktfoto’s en/of filmpjes van de meisjes en/of dringt hij aan op een afspraak. Verdachte gebruikt om hierin zijn zin te krijgen verschillende methoden die hij bij elk van de meisjes afzonderlijk dan wel achtereenvolgens inzet. Hij wekt medelijden zodat de meisjes aan zijn wensen tegemoet komen door aan te geven dat hij ernstig/ongeneeslijk ziek is en door te dreigen met zelfmoord. Hij dreigt met het openbaar maken van naaktfoto’s van de meisjes en/of stelt beloningen als een nieuwe telefoon in het vooruitzicht. Bij de uitvoering van de ten laste gelegde seksuele delicten en/of de afdreiging/dwang met als slachtoffers [slachtoffer 2] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 9] , [slachtoffer 11] en [slachtoffer 13] maakt verdachte gebruik van een fictieve derde persoon met een eigen internetidentiteit. Verdachte gebruikt deze fictieve derde persoon om de meisjes te bedreigen met het versturen van naaktfoto’s/filmpjes. Ook zet hij deze fictieve derde persoon in om zijn seksuele wensen kenbaar te maken en de meisjes te bewegen deze seksuele handelingen (al dan niet vermeld op een lijst) met verdachte te verrichten en te laten filmen door verdachte.

De rechtbank acht deze werkwijze zo dominant en in het oog springend dat de bewijsmiddelen waarin deze werkwijze tot uitdrukking komt elkaar onderling in bewijswaarde en bewijskracht versterken. Deze bewijsmiddelen worden daarom niet alleen gebruikt voor de bewijslevering voor de feiten waarop zij blijkens hun inhoud rechtstreeks betrekking hebben maar ook voor de bewijsvoering van de hiervoor onder 4.3.2. vermelde feiten. Het in meer of mindere mate gevoerde verweer dat voor deze feiten de aangifte teveel op zichzelf zou staan en verankering zou ontberen in de overige inhoud van het dossier treft reeds daarom geen doel.

Parketnummer 15/871659-18

Feit 1 primair

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen. De aangifte van [slachtoffer 1] vindt naar het oordeel van de rechtbank, met in achtneming van hetgeen hiervoor is overwogen, in voldoende mate steun in het dossier. Meer specifiek vindt de rechtbank hiervoor steun in de verklaring van [slachtoffer 1] en verdachte over het tot stand komen van de afspraak (verdachte wendde voor dat hij een tumor bij zijn hart had en gaf aan een telefoon voor [slachtoffer 1] te willen kopen), de verklaring van verdachte ter zitting dat [slachtoffer 1] geen enkel initiatief nam tot en tijdens het plegen van seksuele handelingen en zijn bevestiging ter zitting van [slachtoffer 1] verklaring dat zij enkel gekleed in verdachtes joggingbroek naar beneden is gegaan naar zijn moeder toe.

Daar komen bij de app- en spraakberichten die [slachtoffer 1] vanuit de woning van verdachte naar [naam] , de vader van haar vriend [naam] , en naar haar vriendin [naam] heeft verzonden alsmede de emotionele staat waarin de politie haar korte tijd later in de woning van de vader van haar vriend aantreft.

Eveneens acht de rechtbank bewezen dat sprake is geweest van binnendringen met de penis zoals [slachtoffer 1] heeft verklaard. De aangifte vindt op dit punt steun in de bij het NFI rapport gevoegde foto van de bebloede string van [slachtoffer 1] en in de verklaring van verdachte, dat hij heeft geprobeerd om met zijn penis de vagina van [slachtoffer 1] in te gaan waarbij hij mogelijk een stukje binnen is geweest. Dat er geen sprake is geweest van geslachtsgemeenschap waarbij verdachte is klaargekomen, doet daar niet aan af.

Feit 3

De rechtbank acht eveneens bewezen dat verdachte met zijn penis vaginaal is binnengedrongen bij [slachtoffer 3] , zoals zij in haar aangifte heeft verklaard. Haar aangifte vindt in voldoende mate steun voor alle ten laste gelegde gedragingen in de beschrijving van de door verdachte gemaakte video van [slachtoffer 3] en de verklaring van verdachte dat seksuele handelingen met [slachtoffer 3] hebben plaatsgevonden.

Feiten 4 primair en 8 subsidiair

De rechtbank acht deze feiten wettig en overtuigend bewezen. Het steunbewijs voor beide feiten acht de rechtbank aanwezig in de hiervoor omschreven specifieke werkwijze van verdachte. Ten aanzien van beide ten laste gelegde feiten komt deze werkwijze in de aangifte tot uiting en wordt door verdachte gebruik gemaakt van een fictieve derde persoon. Ook de getuigenverklaringen van getuige [naam] over het ophalen van [slachtoffer 4] en haar toestand op dat moment draagt hier aan bij, alsmede de verklaring van getuige [naam] . [naam] verklaart over de contacten tussen verdachte en [slachtoffer 4] . [slachtoffer 4] stuurde [naam] eens screenshots van een chatgesprek waarbij verdachte naaktfoto’s wilde van [slachtoffer 4] en van gesprekken dat hij kanker had en één van zijn wensen op de bucketlist was om een naaktfoto van [slachtoffer 4] te hebben. De rechtbank ziet ook hierin de werkwijze van verdachte terugkomen. Ook het telefoongesprek waarover [naam] verklaart dat hij had met [slachtoffer 4] , terwijl zij bij verdachte was en zij bij het station wilde weggaan, ondersteunt haar aangifte. [naam] verklaart hierover dat [slachtoffer 4] paniekerig klonk en verdachte op de achtergrond met een geïrriteerde stem hoorde zeggen dat zij de telefoon weg moest doen.

Parketnummer 15/800000-19 primair

De rechtbank stelt voorop dat [slachtoffer 11] en verdachte beiden verklaren dat zij door een persoon op snapchat die zich Dominique noemde gedwongen zijn tot het verrichten van seksuele handelingen met elkaar, mede bestaande uit seksueel binnendringen. [slachtoffer 11] verklaart dat zij deze handelingen onder dreiging van Dominique met het verspreiden van naaktfoto’s heeft verricht. Verdachte heeft ter zitting verklaard onder een soortgelijke dreiging van Dominique te hebben gehandeld.

Verdachte ontkent stellig dat hij de gebruiker van de naam Dominique is. Hij heeft geen idee wie Dominique is en heeft zijn identiteit ondanks verschillende pogingen daartoe niet kunnen achterhalen.

Uit het dossier volgt dat [slachtoffer 11] via snapchat door Dominique is benaderd. Zij raken met elkaar in gesprek en Dominique vraagt [slachtoffer 11] om naaktfoto’s. [slachtoffer 11] heeft een naaktfoto bestemd voor Dominique per ongeluk verzonden naar verdachte, waarna op verzoek van Dominique een groep is aangemaakt op snapchat met [slachtoffer 11] , verdachte en Dominique. Dominique heeft tegen [slachtoffer 11] gezegd dat zij de foto’s naar de groep moet sturen. Op enig moment krijgt [slachtoffer 11] een bericht van Dominique dat hij screenshots van deze foto’s heeft gemaakt. Hierop blokkeert zij Dominique. Verdachte vraagt [slachtoffer 11] enkele dagen later om Dominique te deblokkeren omdat hij iets te zeggen heeft. [slachtoffer 11] krijgt vervolgens een bericht van Dominique waarin hij zegt dat het hem spijt en dat hij van verdachte begrepen heeft dat zij heel belangrijk voor hem is, dat verdachte de foto’s heel erg leuk vond en hij vraagt of zij nog wel foto’s naar verdachte wil sturen. [slachtoffer 11] zegt hierop dat zij dat niet wil. Dominique stuurt hierop naaktfoto’s van [slachtoffer 11] terug via haar privé account en vraagt of zij wil dat deze op internet terecht komen. [slachtoffer 11] vraagt aan Dominique wat zij moet doen om dit te voorkomen. Dominique zegt hierop dat zij foto’s en berichtjes naar verdachte moet sturen om verdachte gelukkig te maken en hiervan bewijs naar Dominique te sturen. [slachtoffer 11] heeft gesprekken met verdachte hoe verspreiding van haar foto’s door Dominique te voorkomen. Hierbij wordt gesproken over naar de politie gaan en mogelijkheden om de identiteit van Dominique te achterhalen.

Dominique geeft in chatcontacten met verdachte aan dat hij wil dat verdachte en [slachtoffer 11] seksuele handelingen met elkaar verrichten. Dominique maakte een lijst van de seksuele handelingen die zij bij elkaar moeten verrichten. Verdachte heeft [slachtoffer 11] deze lijst op zijn telefoon laten zien. Onderaan de lijst stond dat iedere keer een foto verwijderd zou worden nadat de handelingen op de lijst waren verricht. Uiteindelijk hebben [slachtoffer 11] en verdachte de handelingen van de lijst verricht en gefilmd zoals aangegeven door Dominique. Verdachte heeft [slachtoffer 11] vervolgens laten zien dat Dominique hem over de chat heeft gezegd dat het geil was en dat hij dit wel vaker wil zien. Enkele dagen later zegt verdachte tegen [slachtoffer 11] dat Dominique weer aan het zeuren was. Verdachte zegt tegen [slachtoffer 11] dat ze het nog wel een keer kunnen doen en dat het dan weer goed zou komen, aldus [slachtoffer 11] . Zij wilde dit niet en heeft het diezelfde dag tegen haar moeder verteld.

De rechtbank is van oordeel dat ondanks de stellige ontkenning van verdachte buiten redelijke twijfel staat dat verdachte Dominique is. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Verdachte heeft bekend dat hij in meerdere zaken gebruik heeft gemaakt van een fictieve identiteit op het internet zoals bijvoorbeeld Frankie. Uit het dossier volgt dat verdachte dergelijke gebruikersnamen inzette om de meisjes te dreigen en onder druk te zetten om bepaalde handelingen te verrichten zoals het sturen van naaktfoto’s en het verrichten van seksuele handelingen met verdachte. De handelswijze van Dominique past exact in dit beeld. Hij benadert en dreigt [slachtoffer 11] met het verspreiden van naaktfoto’s en dwingt haar vervolgens seksuele handelingen te verrichten met verdachte. Dat een volstrekt onbekende derde persoon Dominique zou zijn is in dit licht bezien zeer onwaarschijnlijk. Op geen enkele manier kan verdachte verklaren waarin de motivatie van een onbekende derde persoon is gelegen om verdachte bij de seksuele handelingen te betrekken. Uiteindelijk is het enkel verdachte die hieraan voordeel ontleent. De stelling van de verdediging dat in het geval van (de elders in het dossier naar voren komende) [G] is gebleken dat deze gebruikersnaam tot een ander dan verdachte is te herleiden en daarom ook niet kan worden uitgesloten dat Dominique een ander dan verdachte is, gaat niet op. Een wezenlijk verschil tussen de gebruikers [G] en Dominique is dat Dominique verdachte persoonlijk bij het uiten en vervolgens bevredigen van zijn seksuele wensen betrekt. In het geval van [G] was dit niet aan de orde. De handelswijze van Dominique is daarentegen nagenoeg identiek aan de werkwijze van bijvoorbeeld de door verdachte gebruikte fictieve identiteit Frankie.

Daar komt bij dat op een van de gegevensdragers van verdachte een brief van Dominique gericht aan [slachtoffer 11] is aangetroffen. In deze brief wordt hoofdzakelijk over verdachte gesproken met het uiteindelijke verzoek aan [slachtoffer 11] om verdachte vooral sexy, lieve en geile berichtjes te sturen. Verdachte heeft voor de herkomst en aanwezigheid van deze brief op zijn gegevensdrager geen redelijke uitleg gegeven. Ook de verdere concrete, gedetailleerde en persoonlijke informatie over [slachtoffer 11] en verdachte in de brief sterkt de rechtbank verder in haar overtuiging dat deze feitelijk van verdachte afkomstig is.

Op grond van het vorenstaande in samenhang met de bewijsmiddelen als opgenomen in de bewijsmiddelenbijlage is de rechtbank van oordeel dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is.

Parketnummer 15/810000-19

Feit 1

In de inhoud van het app-bericht van verdachte naar [slachtoffer 12] , waarover verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat dit bericht ging over een afscheidszoen ziet de rechtbank voldoende zelfstandig karakter voor ondersteuning van de aangifte, zodat dit feit wettig en overtuigend bewezen is.

4.4.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de volgende ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

Parketnummer 15/871659-18

Feit 1 primair (zaaksdossier 1, map 2):

hij op 7 oktober 2018 te [plaats] , gemeente [naam] , door geweld,

(de toen 15-jarige) [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] ) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten

- het aftrekken van hem, verdachte en

- het pijpen van hem, verdachte en

- het met zijn penis vaginaal penetreren van die [slachtoffer 1] ,

en bestaande dat geweld hierin dat verdachte

- die [slachtoffer 1] heeft vastgepakt en bij zich heeft gehouden en

- die [slachtoffer 1] bij de keel heeft vastgepakt en

- een hand bovenop de mond van die [slachtoffer 1] heeft gehouden (nadat die [slachtoffer 1] trachtte om hulp te roepen)

en (aldus) een voor die [slachtoffer 1] bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Feit 2 primair (zaaksdossier 2, map 3):

hij op 25 maart 2017 in (de omgeving van) [plaats] door bedreiging met een feitelijkheid

(de toen 14-jarige) [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum] ), heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , te weten het:

- brengen van zijn penis in de vagina en mond van die [slachtoffer 2]

en bestaande die bedreiging met die feitelijkheid hierin dat verdachte

- ( zich online/via social media voordoende als een onbekende persoon met de naam ikursecret5) die [slachtoffer 2] heeft gedwongen naaktfoto's van zichzelf te maken en die naaktfoto's via Snapchat naar die ikursecret5 te sturen en

- vervolgens (zich voordoende als ikursecret5) die [slachtoffer 2] heeft gedwongen seksuele handelingen te verrichten met verdachte, en

daarbij (zich voordoende als ikursecret5) (online/via social media) heeft gedreigd (als zij geen seksuele handelingen met [verdachte] zou verrichten) de naaktfoto's van die [slachtoffer 2] openbaar te maken,

en aldus voor die [slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Feit 3 (zaaksdossier 3, map 4):

hij in de periode van 1 november 2017 tot en met 30 november 2017 in (de omgeving van) [plaats] door geweld, een andere feitelijkheid en bedreiging met geweld,

(de toen 16-jarige) [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum] ) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] , te weten

- het geven van een zuigzoen op de borsten van die [slachtoffer 3] en

- het pijpen van hem, verdachte en

- het met zijn penis vaginaal penetreren van die [slachtoffer 3] ,

en bestaande dat geweld, die andere feitelijkheid en die bedreiging met geweld hierin dat verdachte

- de portieren van de auto waarin die [slachtoffer 3] en verdachte zich bevonden heeft afgesloten en

- ( vervolgens) tegen die [slachtoffer 3] op gebiedende wijs heeft gezegd dat ze haar kleding moest uitdoen en daarbij het haar van die [slachtoffer 3] heeft vastgepakt en vervolgens aan het haar van die [slachtoffer 3] heeft getrokken en

- opnieuw tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd dat ze haar kleding moest uitdoen daar hij, verdachte, anders die [slachtoffer 3] bij haar keel zou grijpen en

- die [slachtoffer 3] bij haar hoofd heeft vastgepakt en het hoofd van die [slachtoffer 3] naar zijn, verdachtes, penis heeft bewogen en

- het lichaam van die [slachtoffer 3] naar zich toe heeft getrokken en die [slachtoffer 3] op zijn, verdachtes, penis heeft laten plaatsnemen en

- voornoemde handelingen heeft verricht en voornoemde bewoordingen gebezigd terwijl die [slachtoffer 3] meermalen aan verdachte had aangegeven dit niet te willen en dat verdachte moest stoppen

en aldus voor die [slachtoffer 3] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Feit 4 primair (zaaksdossier 8, map 8):

hij in de periode van 1 december 2017 tot en met 31 januari 2018 in de gemeente [naam] door geweld en een andere feitelijkheid,

(de toen 14-jarige) [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum] ) heeft gedwongen tot het ondergaan van een handeling die bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 4] , te weten het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer 4] , immers heeft verdachte:

- ( terwijl hij en [slachtoffer 4] in zijn auto zaten) de deuren van de auto op slot gedaan en

- vervolgens die [slachtoffer 4] naar beneden geduwd

en aldus voor die [slachtoffer 4] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Feit 5 primair (zaaksdossier 9, map 9):

hij tweemaal in de periode van 1 november 2017 tot en met 31 december 2017 in Nederland, door een feitelijkheid en/of bedreiging met een feitelijkheid,

(de toen 15-jarige) [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum] ) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 5] te weten het

- het pijpen van hem, verdachte en/of

- het zijn penis en/of vinger in de vagina brengen van die [slachtoffer 5]

en bestaande die feitelijkheid en/of bedreiging met die feitelijkheid hierin dat verdachte

(terwijl hij, verdachte, en [slachtoffer 5] in zijn auto zaten)

- de telefoon van die [slachtoffer 5] heeft afgepakt en/of

- heeft gezegd dat die [slachtoffer 5] haar jas moest uitdoen en/of

- heeft gezegd dat het op 2 manieren kon gaan en dat hij achter in de auto iets had liggen en/of

- heeft gezegd dat die [slachtoffer 5] haar trui uit moest doen en moest meewerken en/of

(terwijl die [slachtoffer 5] huilde en aangaf dat zij dit niet wilde)

- de hand van die [slachtoffer 5] heeft gepakt en op zijn penis heeft gelegd en op dwingende wijze tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd: "Benen wijd"

en aldus voor die [slachtoffer 5] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Feit 6 (zaaksdossier 16, map 11):

hij meermalen in de periode van 24 november 2016 tot en met 23 november 2017 in (de omgeving van) [plaats] , gemeente [naam] met (de toen 15-jarige) [slachtoffer 6] (geboren op [geboortedatum] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 6] , te weten het met de penis in de vagina van die [slachtoffer 6] gaan;

Feit 8 subsidiair (zaaksdossier 8, map 8):

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 januari 2018 in Nederland, een ander, te weten [slachtoffer 4] door bedreiging met een feitelijkheid gericht tegen die (toen 14-jarige) [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum] ), wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, te weten het sturen van naaktfoto's naar hem, verdachte, door (zich voordoende als Frankie) via social media te dreigen dat die [slachtoffer 4] naaktfoto's naar hem moest sturen omdat hij anders haar vader zou bellen en een naaktfoto van die [slachtoffer 4] op internet zou zetten;

Feit 10 primair (zaaksdossier 4, map 5):

hij in de periode van 1 augustus 2018 tot en met 11 oktober 2018 in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met smaad en/of openbaring van een geheim, (de toen 15-jarige) [slachtoffer 9] (geboren op [geboortedatum] ), telkens heeft gedwongen tot het maken en naar verdachte sturen van seksueel getinte foto's van zichzelf, immers heeft verdachte met dat oogmerk (zich online/via social media voordoende als Frank) gedreigd dat die [slachtoffer 9] naaktfoto's naar Frank en vervolgens naar hem, verdachte, moest sturen omdat die Frank anders een naaktfoto van die [slachtoffer 9] op internet zou zetten;

Feit 11:

hij meermalen in of omstreeks de periode van 9 augustus 2013 tot en met 11 oktober 2018 te [plaats] , gemeente [naam] , en/of elders in Nederland, afbeeldingen, te weten foto’s en video’s van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken, te weten

- foto's en/of video’s van de minderjarigen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6]

heeft vervaardigd,

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het oraal penetreren met de penis en vaginaal penetreren met de penis of vinger van het lichaam van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, te weten het lichaam van [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 6]

( [XXX] .jpg, pagina 565, Zaaksdossier [slachtoffer 2] )

[XXX] .

movfiles, pagina 563, Zaaksdossier [slachtoffer 2] )

( [XXX] .mov, pag 1188, zaaksdossier [slachtoffer 11] )

( [XXX] .MOV pag 1667, zaaksdossier [slachtoffer 5] )

(IMG_ [XXX] .jpg, pag 1800, zaaksdossier [slachtoffer 10] )

(IMG_ [XXX] .mov, pag 1802, zaaksdossier [slachtoffer 10] )

(IMG_ [XXX] .mov, pag 2174, zaaksdossier [slachtoffer 6] )

en

het zichzelf betasten en/of aanraken van de borsten van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, te weten het lichaam van [slachtoffer 2]

( [XXX] .jpg,pag 565,

Zaaksdossier [slachtoffer 2] )

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt, te weten [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die personen nadrukkelijk de ontblote borsten en/of geslachtsdelen in beeld gebracht worden

( [XXX] .JPG, [XXX] ,JPG, pagina 722 Zaaksdossier [slachtoffer 3] )

( [XXX] .jpg, pagina 565

Zaaksdossier [slachtoffer 2] )

en

het houden van een stijve penis bij het gezicht en lichaam van een persoon (te weten [slachtoffer 10] ) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt waarbij op dat lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is ( [XXX] .mov, pagina 1803, zaaksdossier [slachtoffer 10] );

Feit 12:

hij in de periode van 9 augustus 2013 tot en met 11 oktober 2018 te [plaats] ,

gegevensdragers (te weten: een Seagate 2 uit een computer Corsair en een Core Storage logical Volume uit een MacBook pro Apple en een Hitachi HD 250 uit een laptop Acer en een I phone 7 plus en een Iphone 5s en een Iphone 6s) bevattende afbeeldingen, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken, in bezit heeft gehad,

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit het met de penis oraal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en het bij zichzelf met de vinger penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

( [XXX] .mov, pagina 1907, zaakdossier 14)

( [XXX] .mov pag 1908, zaakdossier 14)

( [XXX] .mov, pag 2307, zaaksdossier 17)

en

het betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

( [XXX] , pag 1906, zaakdossier 14)

( [XXX] .mp4, pag 837, zaaksdossier 4)

en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en poseert in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past en (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose, de wijze van kleden van deze persoon en de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel en de borsten in beeld gebracht worden waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling

(IMG_ [XXX] .mov, pag 1910, zaakdossier 14)

( [XXX] .jpg, pag 1912, zaakdossier 14)

(IMG_ [XXX] .MP4, pag 2306, zaaksdossier 17)

van welk misdrijf hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

Parketnummer 15/800000-19 (ttzgev) (zaaksdossier 7, map 7)

Primair

hij in de periode van 1 mei tot en met 17 juli 2017 in (de omgeving van) [plaats] , gemeente [naam] door een feitelijkheid en/of bedreiging met een andere feitelijkheid

(de toen 14-jarige) [slachtoffer 11] (geboren op [geboortedatum] ) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 11] , te weten het een of meermalen:

- brengen van zijn penis in de mond van die [slachtoffer 11] en

- het met zijn vinger binnendringen van de vagina van die [slachtoffer 11] en

- met zijn mond over haar clitoris, in elk geval tussen haar schaamlippen, likken,

en bestaande die feitelijkheid en/of die bedreiging met die andere feitelijkheid hierin dat verdachte

- ( zich voordoende als de 16-jarige Dominique) die [slachtoffer 11] (online, althans via social media) heeft gedwongen naaktfoto's van zichzelf te maken en die via social media naar die Dominique te sturen en

- vervolgens via social media (zich voordoende als Dominique) die [slachtoffer 11] heeft gezegd dat zij seksuele handelingen moest verrichten met verdachte, en daarbij (zich voordoende als Dominique) heeft gedreigd dat hij (als zij geen seksuele handelingen met [verdachte] zou verrichten) de naaktfoto's van die [slachtoffer 11] (op internet) zou verspreiden en dat Jeugdzorg er bij zou komen en aldus) een voor die [slachtoffer 11] bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Parketnummer 15/810000-19 (ttzgev)

Feit 1 (zaaksdossier 22, map 15):

hij op of omstreeks 2 juli 2017 in het arrondissement Noord-Holland met de toen 13-jarige [slachtoffer 12] (geboren op [geboortedatum] ) die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten:

- het (tong)zoenen van die [slachtoffer 12] en

- het betasten van de heupen van die [slachtoffer 12] ;

Feit 2 primair (zaaksdossier 21, map 15):

hij in de periode van 1 juni 2018 tot en met 31 augustus 2018 op de weg naar [plaats] in (de omgeving van) [plaats] , gemeente [naam] , door bedreiging met een feitelijkheid

(de toen 13- of 14-jarige) [slachtoffer 13] (geboren op [geboortedatum] ), heeft gedwongen tot het ondergaan van een handeling die bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 13] , te weten:

- brengen van zijn penis in de mond van die [slachtoffer 13]

en bestaande die bedreiging met een feitelijkheid hierin dat verdachte heeft gedreigd dat hij (als [slachtoffer 13] hem niet zou pijpen) foto's van die [slachtoffer 13] (in BH) naar haar ouders zou sturen en langs haar huis zou gaan en aldus een voor die [slachtoffer 13] bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Feit 3 (zaaksdossier 21, map 15):

hij in de periode van 1 november 2016 tot en met 11 oktober 2018 te [plaats] en/of in [plaats] , gemeente [naam] , afbeeldingen, te weten meerdere foto's en video’s en een gegevensdrager, te weten een Core Storage logical Volume uit een MacBook pro (Apple), bevattende afbeeldingen

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 13] , geboren op [geboortedatum] , is betrokken,

heeft vervaardigd, en in bezit heeft gehad

welke seksuele gedraging - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de penis oraal penetreren van het lichaam van die [slachtoffer 13] , (IMG_ [XXX] .jpg)

en

het betasten van haar geslachtsdelen door die [slachtoffer 13] , ( [XXX] .jpg)

en

het gedeeltelijk naakt (laten) poseren door die [slachtoffer 13] , waarbij die [slachtoffer 13] gedeeltelijk gekleed is en/of poseert in een erotisch getinte houding (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling ( [XXX] .jpg).

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Kwalificatieverweer

Ten aanzien van het onder 11 tenlastegelegde feit (parketnummer 15/871659-18) heeft de raadsvrouw aangevoerd dat bij de afbeeldingen van [slachtoffer 10] niet is voldaan aan de criteria van artikel 240b Wetboek van Strafrecht gelet op het feit dat verdachte en [slachtoffer 10] een relatie hadden en er sprake was van een gering leeftijdsverschil. De rechtbank zal dit opvatten als een kwalificatieverweer.

De strekking van artikel 240b Wetboek van Strafrecht is gelegen in het tegengaan van seksueel misbruik van jeugdigen en van exploitatie daarvan, waaronder te begrijpen het verleiden van minderjarigen om hieraan deel te nemen. Kortom: het beschermd belang is objectief gezien daarin gelegen, dat er geen fotomateriaal met een seksuele strekking van minderjarigen wordt vervaardigd. Dat het materiaal afkomstig is van de minderjarige zelf of door een minderjarige is vervaardigd, is irrelevant. Het verweer wordt daarom verworpen.

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van de feiten 1 primair, 2 primair, 3 en 4 primair van parketnummer 15/871659-18, het primair tenlastegelegde feit onder parketnummer 15/800000-19 en feit 2 primair van parketnummer 15/810000-19:

telkens: verkrachting.

Ten aanzien van feit 5 primair van parketnummer 15/871659-18:

verkrachting, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 6 van parketnummer 15/871659-18

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 8 subsidiair van parketnummer 15/871659-18:

een ander door bedreiging met een feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen.

Ten aanzien van feit 10 primair van parketnummer 15/871659-18:

afdreiging, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 11 van parketnummer 15/871659-18:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 12 van parketnummer 15/871659-18:

een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of een gewoonte wordt gemaakt.

Ten aanzien van feit 1 van parketnummer 15/810000-19:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen.

Ten aanzien van feit 3 van parketnummer 15/810000-19:

afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen, meermalen gepleegd

en

een gegevensdrager bevattende een afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

6 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

7 Motivering van de sancties

7.1

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren met aftrek van de periode die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en dat daarnaast de maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) met verpleging van overheidswege zal worden gelast.

7.2

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit er bij de oplegging van de straf rekening mee te houden dat de deskundigen verdachte verminderd toerekeningsvatbaar achtten, dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest, dat – hoewel niet is verzocht het adolescentenstrafrecht toe te passen – er volgens de moeder van verdachte en de mentor in de Penitentiaire Inrichting bij verdachte sprake is van kinderlijke reacties en dat het lang heeft geduurd voordat de zaak inhoudelijk op zitting is behandeld. Voorts is gevraagd acht te slaan op de nieuwe Wet VI die per 1 januari 2020 in werking is getreden. De verdediging acht het van belang dat zo spoedig mogelijk kan worden gestart met de behandeling. Verdachte zou die behandeling graag zien in de vorm van een TBS met voorwaarden.

7.3

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede door de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte kwam via groepsgesprekken op internet in contact met jonge meisjes in de leeftijd van dertien tot zestien jaar. Hij bouwde een vertrouwensrelatie op en had oor voor hun problemen in de één op één gesprekken die volgden. Langzaam kregen de gesprekken een seksueel karakter (vaak aan de hand van zogenaamde vragenlijsten). Er werd steeds gevraagd een stapje verder te gaan. Wanneer de slachtoffers daarin niet mee wilden gaan, dreigde verdachte – al dan niet door een door hem opgevoerde derde persoon – de inmiddels met hem gedeelde geheimen openbaar te maken aan ouders, jeugdzorg of op de school van de slachtoffers. De slachtoffers werden van hun omgeving geïsoleerd en het gedrag van verdachte leidde ertoe, dat de slachtoffers zich verantwoordelijk voelden voor de situatie waarin zij terecht waren gekomen en zich daarvoor schaamden. De slachtoffers werden gedwongen tot het maken van naaktfoto’s of –filmpjes van zichzelf, waarbij meerdere slachtoffers ook seksuele handelingen bij zichzelf moesten verrichten. Zij moesten deze naaktfoto’s of –filmpjes naar verdachte opsturen. En was er eenmaal een naaktfoto of –video opgestuurd, dan was dat een extra drukmiddel om de slachtoffers nog meer beeldmateriaal te laten sturen dan wel met verdachte te laten afspreken. Tijdens die afspraken reed verdachte met de slachtoffers naar afgelegen plaatsen. In de afgesloten auto, het bos of (buiten het seizoen) op de camping werden de inzet van drukmiddelen en van bedreigingen – al dan niet gebruikmakend van de door verdachte opgevoerde fictieve derde persoon – voortgezet en moesten seksuele of ontuchtige handelingen worden verricht, waarbij in bijna alle gevallen mede sprake was van het binnendringen van het lichaam van een minderjarige. Van die seksuele handelingen maakte verdachte – al dan niet in opdracht van de door hem geïntroduceerde fictieve derde persoon – foto’s en filmpjes, die hij in geheime mappen achter een calculator op zijn telefoon opsloeg.

Verdachte heeft met zijn geslepen manier van handelen, op zoek naar aandacht en voor zijn eigen gerief, grenzen overschreden en een zeer grote inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de vaak toch al kwetsbare slachtoffers. Algemeen bekend is dat dit soort feiten, juist aan minderjarigen die nog aan het begin staan van hun seksuele ontwikkeling, schade toebrengen. Voor meerdere slachtoffers was het de eerste seksuele ervaring. Uit de vele ter zitting voorgelezen slachtofferverklaringen blijkt hoe ingrijpend de gevolgen van deze feiten voor de verschillende slachtoffers zijn geweest waarmee zij nog steeds kampen. Dat heeft verdachte er niet van weerhouden de strafbare feiten te plegen. Hij is heel ver gegaan in het overschrijden van grenzen van zijn slachtoffers. Zijn gedrag getuigt van brutaliteit en raffinement. Daarnaast schokken dit soort feiten de rechtsorde in ernstige mate. De rechtbank rekent dit verdachte zeer zwaar aan.

Gaandeweg het onderzoek kwamen steeds meer zaken aan het licht. Dat gaf aanleiding tot het bevelen van een onderzoek naar de geestesgesteldheid van verdachte.

In het forensisch psychologisch rapport, gedateerd 22 februari 2019 en opgesteld door [naam] (GZ-psycholoog) en [naam] (kinder- en jeugdpsycholoog SKJ) is vermeld dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de zin van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met borderline, narcistische, antisociale en histrionische kenmerken en een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens in de vorm van een persisterende depressie.

Vrijwel gelijktijdig heeft [naam] (kj-psychiater) gerapporteerd. In zijn forensisch psychiatrisch rapport, gedateerd 5 maart 2019, is vermeld dat er sprake is van een andere gespecificeerde stoornis waar antisociale, borderline en theatrale kenmerken zichtbaar zijn.

Genoemde deskundigen achten de kans op herhaling van vergelijkbare zedendelicten hoog en adviseren verdachte de tenlastegelegde feiten in verminderde mate toe te rekenen. Zij achten een langdurige klinische behandeling noodzakelijk om het gedrag van verdachte op lange termijn te beïnvloeden en zien geen andere mogelijkheid dan behandeling binnen een TBS-kader met dwangverpleging.

Mede op verzoek van de verdediging heeft de rechtbank op 25 juni 2019 besloten dat het wenselijk is dat (aanvullend) wordt gerapporteerd door een kj-psychiater met deskundigheid specifiek op het gebied van zeden. Uiteindelijk heeft dat geresulteerd in de benoeming van psychiater [naam] . Haar forensisch psychiatrisch rapport, gedateerd 31 januari 2020, houdt onder meer het volgende in.

Betrokkene is lijdende aan een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met narcistische en antisociale trekken. Daarnaast was ten tijde van de tenlastegelegde feiten sprake van een game- en internetverslaving.

Bij betrokkene staat op de voorgrond dat hij moeite heeft met sociale interactie waarbij hij niet goed in staat is om op emotioneel niveau contact te leggen met anderen. Hij kan zich onvoldoende inleven in emoties van anderen en onvoldoende emoties bij anderen herkennen. Hierdoor was betrokkene ten tijde van de ten laste gelegde feiten (indien bewezen) onvoldoende in staat om de emotionele impact van zijn gedrag op de slachtoffers in te schatten en ook onvoldoende in staat om goed te herkennen dat zijn gedrag een grote emotionele weerslag had op zijn slachtoffers. Om deze reden wordt geadviseerd om betrokkene de ten laste gelegde feiten in verminderde mate toe te rekenen. Anderzijds wordt namelijk ook ingeschat dat betrokkene ook vanuit opportunistische motieven gehandeld heeft, waarbij hij willens en wetens de slachtoffers (jonge, kwetsbare meisjes met meestal problemen thuis of op school) onder druk heeft gezet om seksuele handelingen met hem te verrichten waarbij hij in staat moet worden geacht om te beoordelen dat dit gedrag strafbaar is.

Vanuit de stoornis is er sprake van een zeer beperkt probleembesef en de neiging van betrokkene om zijn problemen en gedrag te bagatelliseren. Dit maakt dat er zonder behandeling een groot risico is op recidive, wat bevestigd wordt door middel van gestructureerde risicotaxatie met de Static en de Stable.

Ingeschat wordt dat een lange klinische behandeling noodzakelijk is om het gedrag van betrokkene op de lange termijn te kunnen beïnvloeden. Tevens wordt ingeschat dat een behandeling in een voorwaardelijk kader onvoldoende is om deze behandeling vorm te geven en daarnaast wordt ingeschat dat betrokkene zich makkelijk kan onttrekken uit een voorwaardelijke behandeling. Daarom wordt geadviseerd om aan betrokkene een tbs-maatregel met dwangverpleging op te leggen.

Met de conclusies van de rapporten kan de rechtbank zich verenigen. Zij zal verdachte ten tijde van het plegen van de feiten als verminderd toerekeningsvatbaar beschouwen.

Op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, zoals hiervoor beschreven, en de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte, komt de rechtbank tot het oordeel dat naast de geadviseerde TBS met dwangverpleging tevens een langdurige gevangenisstraf dient te worden opgelegd, die recht doet aan de wijze waarop de vele slachtoffers zijn misbruikt.

Wat betreft de variant van terbeschikkingstelling met voorwaarden, zoals geopperd door de raadsvrouw, overweegt de rechtbank dat oplegging van deze maatregel geen recht zou doen aan de uitgebrachte adviezen en de daarin omschreven ernst van de problematiek van de verdachte en de noodzaak van een langdurige klinische behandeling.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de gevangenisstraf enerzijds rekening gehouden met de justitiële documentatie van verdachte, waaruit blijkt dat hij niet eerder voor een geweldsdelict is veroordeeld en met zijn nog jeugdige leeftijd.

Voorts heeft de rechtbank de verminderde toerekeningsvatbaarheid meegewogen en het feit dat verdachte na tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf een maatregel zal ondergaan die eveneens met vrijheidsbeneming gepaard gaat.

Anderzijds heeft de rechtbank meegewogen dat verdachte – mogelijk als resultaat van zijn persoonlijkheid – steeds slechts mondjesmaat en schoorvoetend heeft bekend, te weten in die zaken waarin er naast de aangifte ook foto’s en/of filmpjes op zijn gegevensdragers zijn aangetroffen. De rechtbank verbindt hieraan de conclusie dat de verdachte vooralsnog niet volledig inzicht heeft gekregen in omvang en ernst van de bewezen verklaarde feiten.

De rechtbank acht in het licht van het voorgaande zowel een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege als een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren passend en geboden.

Geen maatregelen ex artikel 38v en/of 38z Wetboek van Strafrecht (Sr)

Door enkele advocaten van de slachtoffers is de suggestie gedaan om aan verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v Sr en /of een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z Sr op te leggen. De officier van justitie heeft dit in haar vordering ter terechtzitting niet overgenomen.

Gelet op de aan verdachte op te leggen straf en vrijheidsbenemende maatregel ziet de rechtbank ambtshalve geen meerwaarde in oplegging van een maatregel ex artikel 38v Sr en/of 38z Sr. De officier van justitie heeft andere mogelijkheden om ervoor te zorgen dat verdachte direct noch indirect, al dan niet via sociale media, contact opneemt met (een van) de slachtoffers.

7.4.

Vrijheidsbenemende maatregel

De rechtbank is van oordeel dat de terbeschikkingstelling van verdachte dient te worden gelast en dat zijn verpleging van overheidswege dient te worden bevolen, nu bij verdachte tijdens het begaan van de feiten een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond, de door verdachte begane feiten - met uitzondering van feit 8 subsidiair en feit 10 primair (parketnummer 15/871659-18) - misdrijven zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld en de algemene veiligheid van personen het opleggen van deze maatregel eist.

Nu de maatregel van terbeschikkingstelling zal worden opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten verkrachting, het plegen ontuchtige handelingen met personen die de leeftijd van twaalf jaren maar niet de leeftijd van zestien jaren hebben bereikt en het vervaardigen en bezit van kinderporno (gezien de wijze waarop de verdachte de kinderpornografie heeft vervaardigd en ingezet als drukmiddel) kan de totale duur van de maatregel een periode van vier jaar te boven gaan.

8 Vermogensmaatregel onttrekking aan het verkeer

Onder verdachte is inbeslaggenomen:

- I phone 6

- I phone 7

- Harde schijf Medion

- Computer Medion

- Laptop Vaio Sony

- Ipad Apple wit

- Computer Corsair

- Computer Asus

- Computer Packedbell

- Apple laptop

- Telefoon Samsung

- Interne harde schijf WD 2.0 TB

- Externe harde schijf WD My Passport

- Laptop HP

- Laptop Acer

De officier van justitie heeft gevorderd om alle inbeslaggenomen voorwerpen te onttrekken aan het verkeer nu niet kan worden gegarandeerd dat al het kinderpornografisch materiaal van de gegevensdragers is verwijderd.

De raadsvrouw heeft verzocht de voorwerpen waarop chatberichten en kinderpornografisch materiaal voorkomt verbeurd te verklaren en de overige inbeslaggenomen voorwerpen aan verdachte terug te geven.

De rechtbank is van oordeel dat bovenstaande onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Die voorwerpen behoren verdachte toe en zijn aangetroffen bij gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane feiten. Van een aantal voorwerpen is vastgesteld dat zij zijn gebruikt bij het plegen van de begane feiten. Voor alle voorwerpen geldt dat ze kunnen dienen tot de voorbereiding of het begaan van soortgelijke feiten. Het ongecontroleerde bezit van voormelde in beslag genomen voorwerpen is in strijd met het algemeen belang.

9 Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel

Vrijwel alle benadeelde partijen hebben de advocaat die hen rechtsbijstand verleent, in het mede door hen ondertekende voegingsformulier, gemachtigd om namens hen te procederen. In dit voegingsformulier is in veel gevallen tevens een verzoek gedaan om de door de benadeelde partij en/of haar wettelijke vertegenwoordiger gemaakte proceskosten te vergoeden. Het gaat hierbij om reis, verblijf- en verletkosten die zijn gemaakt voor bezoeken aan de advocaat en de officier van justitie en voor het bijwonen van de zittingen (zowel inhoudelijk als pro forma).

Ter terechtzitting heeft de rechtbank de gemachtigde advocaten vragen gesteld over de juridische grondslag van dit verzoek. Daarbij is telkens als antwoord gegeven dat deze verzoeken doorgaans zonder nader juridisch debat door de zittingsrechter worden toegewezen. De officier van justitie heeft in lijn hiermee zonder nadere toelichting de rechtbank geadviseerd de verdachte als verzocht in alle gevallen in de proceskosten te veroordelen.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

Wat de kosten van de gemachtigde zelf betreft stelt de rechtbank vast dat hiervoor door geen van de benadeelde partijen een kostenveroordeling wordt verzocht. De rechtbank leidt hieruit af dat er daarom telkens sprake is geweest van kosteloze rechtsbijstand, dat wil zeggen zonder voorafgaande beoordeling van de draagkracht volledig gefinancierd op de voet van artikel 44, vierde lid, van de Wet op de Rechtsbijstand .

Nu aldus is geprocedeerd dient zich de vraag aan in welke rechtsregel grond is gelegen voor een beslissing waarbij de verdachte wordt veroordeeld om de overige proceskosten te vergoeden.

De Hoge Raad heeft inmiddels bij herhaling in algemene zin overwogen en geoordeeld dat bij de begroting van de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten dezelfde maatstaf dient te worden gehanteerd als in civiele procedures. In de voegingsprocedure in het strafproces kan, evenals in civiele procedures, het proceskostensysteem van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering worden toegepast. Meer in het bijzonder heeft de Hoge Raad de vingerwijzing gegeven dat in beginsel het liquidatietarief kan worden toegepast bij de bepaling van het te vergoeden bedrag voor gemaakte advocaatkosten.

Ervan uitgaand dat aansluiting moet worden gezocht bij het procesrecht in burgerlijke zaken zijn de volgende wettelijke bepalingen van belang.

Artikel 238 Rv

1.

In zaken waarin partijen in persoon kunnen procederen, wordt, indien de wederpartij van de in het ongelijk gestelde partij zonder gemachtigde procedeert, onder de kosten waarin laatstgenoemde partij wordt veroordeeld, opgenomen een door de rechter te bepalen bedrag voor noodzakelijke reis- en verblijfkosten van die wederpartij. De rechter kan onder de kosten waarin de in het ongelijk gestelde partij wordt veroordeeld, ook opnemen een door hem te bepalen bedrag voor noodzakelijke verletkosten van de wederpartij.

2.

Procedeert de wederpartij van de in het ongelijk gestelde partij met een gemachtigde, dan wordt onder die kosten een door de rechter te bepalen bedrag opgenomen voor salaris en noodzakelijke verschotten van de gemachtigde, tenzij de rechter om in het vonnis te vermelden redenen anders beslist.

239 Rv

In zaken waarin partijen niet in persoon kunnen procederen, kunnen van de kosten van de wederpartij slechts de salarissen en verschotten van de advocaat van die wederpartij ten laste van de in het ongelijk gestelde partij worden gebracht.

De rechtbank stelt vast dat in de civiele beslispraktijk aan deze regeling steevast op zodanige wijze toepassing wordt gegeven dat, in het geval er een gemachtigde advocaat optreedt namens de in het gelijk gestelde partij, er geen andere proceskostenveroordeling volgt dan die voor de door deze partij gemaakte kosten voor de gemachtigde. Er wordt dan, behoudens uitzonderingen, toepassing gegeven aan het liquidatietarief. Daarvan wordt algemeen aangenomen dat het niet toereikend is voor een volledige schadeloosstelling.

Betekent dit dat, in het licht van de algemene richtsnoer dat de maatstaven van het civiele procesrecht dienen te worden gehanteerd, de namens de benadeelde partijen verzochte proceskostenveroordeling afstuit op een ontbrekende grondslag in de wet?

Bij de beantwoording van die vraag stelt de rechtbank voorop dat het in dit verband gaat om proceskosten die de benadeelde heeft gemaakt in de hoedanigheid van benadeelde partij en niet in die van slachtoffer. Wat betreft de uitoefening van de rechten en bevoegdheden in laatstgenoemde hoedanigheid (als bedoeld in de artikelen 51b tot en met 51e Sv ) biedt de wet aan de persoon die is getroffen door de gevolgen van een strafbaar feit geen rechtsingang voor een verzoek tot vergoeding van gemaakte kosten ten laste van de verdachte in het kader van diens strafzaak. Indien en voor zover de opgevoerde kosten moeten worden geacht naar hun aard uitsluitend hierop betrekking te hebben is reeds hierin een beletsel voor een toewijzende beslissing gelegen.

De Hoge Raad heeft meermalen als volgt overwogen: “Een redelijke uitleg van art. 592a Sv (thans: 532 Sv) brengt mee dat bij de begroting van de daar bedoelde kosten dezelfde maatstaf wordt gehanteerd als in civiele procedures.” De rechtbank begrijpt dit aldus dat hierin ligt besloten dat de strafrechter aan het gehele stelsel voor de proceskosten overeenkomstige toepassing dient te geven. Een uitsluiting van de regeling van artikel 238 Rv kan hierin in elk geval niet worden gelezen.

Een rechterlijke beslissing, gegeven in de zich hier voordoende gevallen waarbij de kosten die zijn verbonden met de inzet van een gemachtigd advocaat volledig worden vergoed, die inhoudt dat in aanvulling daarop de door de benadeelde zelf gemaakte reis-, verblijf- en verletkosten worden vergoed, staat op gespannen voet met dit door de Hoge Raad geformuleerde kader.

Tot nog toe heeft de Hoge Raad echter niet met zoveel woorden geoordeeld dat de reikwijdte van artikel 238 Rv zich ongeclausuleerd uitstrekt over de vordering van de benadeelde partij in het strafproces. Daar komt bij dat de rechtbank ook niet de ogen wil sluiten voor de bestendige beslispraktijk in de feitenrechtspraak waarnaar door de gemachtigden is verwezen.

Het voorgaande brengt de rechtbank tot de volgende benaderingswijze van de proceskosten in de gevallen waarin sprake is van een gemachtigd advocaat. Daarbij wordt met al het voorgaande rekening gehouden.

In aansluiting op de in het puntensysteem gehanteerde categorieën bij de toepassing van het liquidatietarief gaat de rechtbank ervan uit dat in het bijzonder het invullen van het voegingsformulier (opstellen van de civiele vordering) en het bijwonen van de zitting waarop de strafzaak inhoudelijk wordt behandeld het meest gewicht toekomen in de inspanningen van de benadeelde partij. De rechtbank zal aan de hand van de opgevoerde kostenposten, die met deze activiteiten verband houden, schattenderwijs een bedrag bepalen waarvoor een proceskostenveroordeling zal worden uitgesproken. Daarbij zal als ondergrens worden gehanteerd een eenmalig bezoek aan de gemachtigd advocaat voor het opstellen van de vordering en het bijwonen van de inhoudelijke zittingsdagen op 11, 12 en 13 februari 2020, waarop onder meer de behandeling van de vorderingen van de benadeelde partijen in eerste en tweede termijn heeft plaatsgevonden.

Bij de bepaling van de hoogte van het bedrag zal de rechtbank in het bijzonder acht slaan op de afstanden die de benadeelde partij heeft moeten afleggen voor bezoek aan de advocaat en het bijwonen van deze zittingsdagen.

Voor de volledigheid zij hier nog opgemerkt dat in de gevallen waarin de benadeelde partij geen machtiging heeft afgegeven maar wel om een vergoeding van proceskosten heeft verzocht ( [slachtoffer 6] en [slachtoffer 9] ) toewijzend zal worden beslist, zolang het totaalbedrag lager is dan het geval zou zijn bij toepassing van het liquidatietarief voor kantonzaken, uitgaand van drie punten.

De officier van justitie heeft verzocht de gevorderde proceskosten in de verschillende zaken toe te wijzen, tenzij anders vermeld.

Parketnummer 15/871659-18

Feit 1

Mr. J.A. van der Lem heeft namens de benadeelde partij [slachtoffer 1], vertegenwoordigd door haar moeder [naam] , een vordering tot schadevergoeding van € 5.000,00 ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die [slachtoffer 1] als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

De officier van justitie heeft geadviseerd de vordering geheel toe te wijzen.

De raadsvrouw heeft verzocht aan te sluiten bij categorie 2 van de Letsellijst van het Schadefonds Geweldsmisdrijven en het toe te wijzen bedrag te matigen tot € 2.500,00.

Vergoeding van de immateriële schade komt de rechtbank billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. De vordering zal geheel worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Feiten 2, 11 en 12

Mr. M.G. Doornbos heeft namens benadeelde partij [slachtoffer 2], vertegenwoordigd door haar moeder [naam] , een vordering tot schadevergoeding van € 10.071,25 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die [slachtoffer 2] , naar de rechtbank begrijpt, als gevolg van de onder 2, 11 en 12 ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit:

Materieel: € 71,25 reiskosten naar behandelaar;

Immaterieel: € 10.000,00.

Daarnaast wordt een bedrag van € 249,28 als vergoeding van de proceskosten (bestaande uit reiskosten wegens een bespreking met de advocaat, de officier van justitie en het bijwonen van de zitting) gevorderd.

De officier van justitie heeft geadviseerd de vordering geheel toe te wijzen.

De raadsvrouw heeft verzocht het bedrag ter vergoeding van de immateriële schade te matigen en zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de reiskosten.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade rechtstreeks voortvloeit uit de onder 2, 11 en 12 bewezen verklaarde feiten. Tevens komt de rechtbank vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 7.500,00 billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 maart 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft gemaakt, onder verwijzing naar bovenstaande algemene overwegingen tot op heden begroot op € 150,00, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Feiten 3, 11 en 12

Mr. W.J.P. Suringar heeft namens de benadeelde partij [slachtoffer 3] een vordering tot schadevergoeding van € 10.000,00 ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die [slachtoffer 3] als gevolg van de onder 3, 11 en 12 ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

Daarnaast wordt een bedrag van € 402,42 als vergoeding van de proceskosten (bestaande uit reiskosten naar de advocaat en de officier van justitie) gevorderd.

De officier van justitie heeft geadviseerd de vordering in zijn geheel toe te wijzen.

De raadsvrouw heeft verzocht het bedrag ter vergoeding van de immateriële schade te matigen.

Vergoeding van de immateriële schade komt de rechtbank tot een bedrag van € 7.500,00 billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 november 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft gemaakt, onder verwijzing naar bovenstaande algemene overwegingen tot op heden begroot op € 250,00, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Feiten 4 en 8

Mr. E.M. Diesfeldt heeft namens de benadeelde partij [slachtoffer 4], vertegenwoordigd door haar moeder [naam] , een vordering tot schadevergoeding van € 11.836,52 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die [slachtoffer 4] als gevolg van de onder 4 en 8 ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit:

Materieel: totaal € 1.836,52:

Reiskosten GGZ De Praktijk jeugdzorg in Alkmaar t/m 12/2/2019: 38x60x0,26 = € 561,60

Reiskosten GGZ De Praktijk in Alkmaar 25/2/2019 – 6/1/2020: 19x60x0,26 = € 296,40

Reiskosten met psycholoog naar school in Schagen 2x11x0,26 = € 5,72

Reiskosten naar politie, advocaat en rechtbank Alkmaar: 9x60x0,26 = € 140,40

Reiskosten naar politie Den Helder 3x40,8x0,26 = € 32,00

Aanschaf nieuwe telefoon € 238,80

Immaterieel: € 10.000,00.

De officier van justitie heeft geadviseerd de vordering geheel toe te wijzen (op basis van een berekening waarin wordt uitgegaan van hetgeen de benadeelde partij heeft beoogd te vorderen).

De raadsvrouw heeft verzocht het bedrag ter vergoeding van de immateriële schade te matigen tot een bedrag van € 1.000,00.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade tot een bedrag een bedrag van € 942,34 rechtstreeks voortvloeit uit de onder 4 en 8 bewezen verklaarde feiten. Tevens komt de rechtbank vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 7.500,00 billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 januari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Feiten 5, 11 en 12

Mr. P.M. Breukink heeft namens de benadeelde partij [slachtoffer 5], een vordering tot schadevergoeding van € 15.025,00 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van de onder 5 primair, 11 en 12 ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit:

Materieel: € 25,00 aan telefoonkosten;

Immaterieel: € 15.000.00.

Daarnaast wordt een bedrag van € 483,80 als vergoeding van de proceskosten (bestaande uit reiskosten naar de politie en de rechtbank voor het bijwonen van [pro-forma] zittingen en het verblijf gedurende drie nachten in een hotel tijdens de dagen waarop de strafzaak inhoudelijk wordt behandeld) gevorderd.

De officier van justitie heeft geadviseerd het gevorderde bedrag ter vergoeding van de materiële en immateriële schade toe te wijzen en de toe te wijzen bijdrage in de proceskosten te matigen tot € 48,80.

De raadsvrouw heeft verzocht het toe te wijzen bedrag ter vergoeding van immateriële schade te matigen.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade ad € 25,00 rechtstreeks voortvloeit uit de onder 5 primair, 11 en 12 bewezen verklaarde feiten. Tevens komt de rechtbank vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 10.000,00 billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. De vordering zal dan ook in zoverre worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 december 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft gemaakt, onder verwijzing naar bovenstaande algemene overwegingen tot op heden begroot op € 153,96, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Feiten 6, 11 en 12

De benadeelde partij [slachtoffer 6] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 6.500,00 ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van de onder 6, 11 en 12 ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

Daarnaast wordt – na een wijziging ter terechtzitting – een bedrag van € 193,98 als vergoeding van de proceskosten (bestaande uit reiskosten naar en een hotelovernachting tijdens de inhoudelijke behandeling van de strafzaak) gevorderd.

De officier van justitie heeft geadviseerd een bedrag van € 5.000,00 toe te wijzen ter vergoeding van de immateriële schade.

De raadsvrouw heeft verzocht het toe te wijzen bedrag ter vergoeding van de immateriële schade te matigen.

De rechtbank is van oordeel dat de immateriële schade rechtstreeks voortvloeit uit de onder 6, 11 en 12 bewezen verklaarde feiten. De rechtbank komt vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 3.000,00 billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 november 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 6] heeft gemaakt, tot op heden begroot op € 193,98, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Feiten 7, 11 en 12

Mr. J.W.E. Groot heeft namens de benadeelde partij [slachtoffer 7], vertegenwoordigd door haar ouders [naam] en [naam] , een vordering tot schadevergoeding van € 1.916,72 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van de onder 7 , 11 en 12 ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

De gestelde schade bestaat uit:

Materieel: € 416,72 (reiskosten en verletkosten vader in verband met aangifte, gesprek met slachtofferhulp en de officier van justitie en het bijwonen van pro forma zittingen);

Immaterieel: € 1.500,00.

Daarnaast wordt een bedrag van € 1.141,68 als vergoeding van de proceskosten (bestaande uit reis-, parkeer- en verletkosten van de ouders in verband met de inhoudelijke behandeling van de strafzaak) gevorderd. Ter terechtzitting is het te vorderen bedrag aan proceskosten door mr. Groot verlaagd tot € 903,03.

De officier van justitie heeft geadviseerd het gevorderde bedrag toe te wijzen.

De raadsvrouw heeft verzocht de benadeelde partij [slachtoffer 7] niet-ontvankelijk te verklaren gelet op het standpunt van de verdediging met betrekking tot de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging.

De rechtbank overweegt dat, ondanks het feit dat [slachtoffer 7] niet wordt genoemd in de tenlastelegging onder feit 11 en 12, deze wel zo moet worden opgevat dat de haar betreffende afbeeldingen onder het bereik daarvan vallen. Gelet op de bewijsvoering heeft de rechtbank dit uitgangspunt in de bewezenverklaring overgenomen en de bewijsmiddelen die op haar betrekking hebben tot het bewijs gebezigd. Er is daarom sprake van rechtstreekse schade als bedoeld in de artikelen 51f en 361 Sv.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade tot een bedrag een bedrag van € 145,48 (€ 18,98 + € 11,70 + € 114,80) rechtstreeks voortvloeit uit de onder 11 en 12 bewezen verklaarde feiten. Tevens komt de rechtbank vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 1.000,00 billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 december 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 7] heeft gemaakt, onder verwijzing naar bovenstaande algemene overwegingen tot op heden begroot op € 250,00, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Feiten 10, 11 en 12

[naam] heeft als wettelijk vertegenwoordiger namens de benadeelde partij [slachtoffer 9] een vordering tot schadevergoeding van € 6.051,00 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die [slachtoffer 9] als gevolg van de onder 10, 11 en 12 ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

De gestelde schade bestaat uit:

Materieel: € 3.051,00 reis naar Turkije;

Immaterieel: € 1.000,00 wegens derving levensvreugde en aanranding goede naam en € 2.000,00 wegens schending privacy gelet op het vervaardigen en bezit van kinderpornografische afbeeldingen van [slachtoffer 9] .

Daarnaast wordt een bedrag van € 322,56 als vergoeding van de proceskosten (bestaande uit reiskosten naar de politie, slachtofferhulp, advocaat en de rechtbank voor de inhoudelijke behandeling van de strafzaak) gevorderd.

De officier van justitie heeft geadviseerd het toe te wijzen bedrag ter vergoeding van de immateriële schade te matigen tot € 1.500,00 en de gevorderde kosten in verband met de mislukte vakantie in Turkije af te wijzen.

De raadsvrouw heeft verzocht de benadeelde partij [slachtoffer 9] niet-ontvankelijk te verklaren gelet op het standpunt van de verdediging met betrekking tot de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging.

Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de kosten van de reis niet voor vergoeding in aanmerking komen nu deze niet zijn aan te merken als rechtstreekse schade. Ten aanzien van het verzoek tot vergoeding van de immateriële schade heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde materiële schade niet voor vergoeding in aanmerking komt, aangezien niet is aangetoond dat het schade van de benadeelde partij betreft. De rechtbank zal de vordering daarom in zoverre afwijzen.

Vergoeding van de immateriële schade komt de rechtbank tot een bedrag van € 2.000,00 billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 9] heeft gemaakt, tot op heden begroot op € 300,00, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Feiten 11, 12 en 13

Mr. S. van Schaik heeft namens de benadeelde partij [slachtoffer 10] een vordering tot schadevergoeding van € 7.148,42 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van de onder 11, 12 en 13 ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

De gestelde schade bestaat uit:

Materieel: € 53,42 wegens reiskosten naar politie, slachtofferhulp en advocaat en € 95,00 wegens kosten van de psycholoog in verband met informatieverstrekking;

Immaterieel: € 5.000,00 wegens het plegen van ontuchtige handelingen, waaronder het binnendringen van het lichaam en € 2.000,00 wegens schending privacy gelet op het vervaardigen en bezit van kinderpornografische afbeeldingen van [slachtoffer 10] .

Daarnaast wordt een bedrag van € 131,86 als vergoeding van de proceskosten (bestaande uit reiskosten) gevorderd.

De officier van justitie heeft geadviseerd de vordering gedeeltelijk toe te wijzen.

De raadsvrouw heeft verzocht de vordering af te wijzen dan wel de benadeelde partij [slachtoffer 10] niet ontvankelijk te verklaren.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde materiële schade niet voor vergoeding in aanmerking komt, aangezien deze niet rechtstreeks voortvloeit uit de onder 11 en 12 bewezenverklaarde feiten. De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer 10] niet-ontvankelijk verklaren in dat deel van de vordering.

Vergoeding van de immateriële schade komt de rechtbank tot een bedrag van € 1.000,00 billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 10] heeft gemaakt, onder verwijzing naar bovenstaande algemene overwegingen tot op heden begroot op € 100,00, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Feiten 11 en 12

[naam] heeft als wettelijk vertegenwoordiger van de benadeelde partij [slachtoffer 14] een vordering tot schadevergoeding van € 1.814,10 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van de onder 11 en 12 ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

De gestelde schade bestaat uit:

Materieel: € 314,10 wegens reiskosten naar slachtofferhulp en naar de zitting, waar de strafzaak inhoudelijk wordt behandeld;

Immaterieel: € 1.500,00.

De officier van justitie heeft geadviseerd de vordering toe te wijzen.

De verdediging heeft geen opmerkingen ten aanzien van de vordering.

De rechtbank merkt ten eerste op dat de materiële kosten niet anders kunnen worden begrepen dan als proceskosten en dat de rechtbank daar als zodanig over zal oordelen.

Voorts overweegt de rechtbank dat, hoewel [slachtoffer 14] niet wordt genoemd in de tenlastelegging, deze wel zo moet worden opgevat dat de haar betreffende afbeeldingen onder het bereik daarvan vallen. Gelet op de bewijsvoering heeft de rechtbank dit uitgangspunt in de bewezenverklaring overgenomen en de bewijsmiddelen die op haar betrekking hebben tot het bewijs gebezigd. Meer in het bijzonder overweegt de rechtbank dat onder feit 12 een video is bewezen verklaard die op [slachtoffer 14] betrekking heeft. Er is daarom sprake van rechtstreekse schade als bedoeld in de artikelen 51f en 361 Sv.

Vergoeding van de immateriële schade komt de rechtbank tot een bedrag van € 1.000,00 billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 14] heeft gemaakt, tot op heden begroot op € 314,10, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Parketnummer 15/800000-19 en de feiten 11 en 12 van parketnummer 15/871659-18

Mr. P.M. Breukink heeft namens de benadeelde partij [slachtoffer 11], vertegenwoordigd door haar moeder [naam] , een vordering tot schadevergoeding van € 15.025,00 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van de onder parketnummer 15/800000-19 en 11 en 12 (parketnummer 15/871659-18) ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit:

Materieel: € 25,00 aan telefoonkosten;

Immaterieel: € 15.000.00.

Daarnaast wordt een bedrag van € 123,92 als vergoeding van de proceskosten (bestaande uit reiskosten naar de zitting [twee dagen] waarop de strafzaak inhoudelijk wordt behandeld) gevorderd.

De officier van justitie heeft geadviseerd het gevorderde bedrag geheel toe te wijzen.

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade ad € 25,00 rechtstreeks voortvloeit uit de onder 15/800000-19 en 11 en 12 (parketnummer 15/871659-18) bewezen verklaarde feiten. Tevens komt de rechtbank vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 7.500,00 billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 juli 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 11] heeft gemaakt, onder verwijzing naar bovenstaande algemene overweging tot op heden begroot op € 117,52, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Parketnummer 15/810000-19

Feit 1

Mr. J.A. van der Lem heeft namens de benadeelde partij [slachtoffer 12], vertegenwoordigd door haar moeder [naam] , een vordering tot schadevergoeding van € 1.000,00 ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die [slachtoffer 12] als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

De officier van justitie heeft geadviseerd de vordering geheel toe te wijzen.

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Vergoeding van de immateriële schade komt de rechtbank tot een bedrag van € 500,00 billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. De vordering zal dan ook geheel worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 juli 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 12] heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Feiten 2 en 3

[naam] heeft als wettelijk vertegenwoordiger van de benadeelde partij [slachtoffer 13] een vordering tot schadevergoeding van € 28.616,15 (ter terechtzitting verhoogd tot € 29.316,15) ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

De gestelde schade bestaat uit:

Materieel: € 59,90 reis- en verletkosten

€ 114,24 reiskosten naar psycholoog

€ 272,85 kleding

€ 19,16 medicatie

€ 13.850,00 studievertraging;

Immaterieel: € 15.000,00.

De officier van justitie heeft geadviseerd de vordering geheel toe te wijzen.

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de kleding niet voor vergoeding in aanmerking komt en dat er met betrekking tot de studievertraging onvoldoende duidelijkheid is over het causale verband met het bewezenverklaarde. Behandeling van dat deel van de vordering zou een onevenredige belasting van het strafproces met zich meebrengen, zodat de benadeelde partij voor dat deel van de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Ten aanzien van het overige heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade wegens reiskosten naar de psycholoog en medicatie rechtstreeks voortvloeit uit de onder 2 en 3 bewezen verklaarde feiten (totaal € 133,40).

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde materiële schade ten aanzien van de kleding debat heeft opgeroepen dat onvoldoende kan plaatsvinden tijdens het strafproces. Ook de gevorderde schade wegens studievertraging vergt een debat dat een onevenredige belasting van het strafproces zal opleveren.

Vergoeding van de gestelde immateriële schade komt de rechtbank billijk voor tot een bedrag van € 7.500,00 gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 augustus 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 13] heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 1 primair, 2 primair, 3, 4 primair, 5 primair, 6, 8 subsidiair, 10 primair, 11, 12 (van parketnummer 15/871659-18), onder primair van parketnummer 15/800000-19 en onder 1, 2 primair en 3 (parketnummer 15/810000-19) bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: verkrachting of ontucht met iemand die de leeftijd van zestien jaren niet heeft bereikt (zowel met als zonder binnendringen in het lichaam van de minderjarige) of afdreiging of een ander door bedreiging met een feitelijkheid wederrechtelijk dwingen iets te doen of het bezit van kinderporno of vervaardigen van kinderporno] aanleiding ter zake van de vorderingen van de benadeelde partijen de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

Ingevolge artikel 36f, achtste lid, Sr in verbinding met artikel 24c Sr kan bij het opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat worden bepaald dat bij gebreke van betaling en verhaal gijzeling wordt toegepast. Deze gijzeling mag in het geval van samenloop als bedoeld in artikelen 57 en 58 Sr, ingevolge artikel 60a Sr in verbinding met artikel 24c, derde lid, Sr ten hoogste één jaar bedragen. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank naar evenredigheid, gelet op de hoogte van de toegewezen vorderingen van de benadeelde partijen, de mogelijkheid tot gijzeling opnemen tot hoogtes waardoor het maximum van één jaar niet wordt overschreden.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Artikel 36b, 36 c, 36d, 36f, 37a, 37b, 57, 240b, 242, 245, 247, 284 en 318 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging voor wat betreft de onder parketnummer 15/871659-18 onder 7 primair, 8 primair en 9 primair tenlastegelegde feiten.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder parketnummer 15/871659-18 onder feit 7 subsidiair, feit 9 subsidiair en feit 13 primair en subsidiair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte de volgende onder de verschillende parketnummers ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.4. weergegeven:

Parketnummer 15/871659-18: feit 1 primair, feit 2 primair, feit 3, feit 4 primair, feit 5 primair, feit 6, feit 8 subsidiair, feit 10 primair, feit 11 en feit 12;

Parketnummer 15/800000-19: het primair tenlastegelegde feit;

Parketnummer 15/810000-19: feit 1, feit 2 primair en feit 3.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de onder 4.4. bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes (6) jaren.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten met uitzondering van feit 8 subsidiair en feit 10 primair:

Gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld, en beveelt dat hij van overheidswege wordt verpleegd.

Onttrekt aan het verkeer:

- I phone 6

- I phone 7

- Harde schijf Medion

- Computer Medion

- Laptop Vaio Sony

- Ipad Apple wit

- Computer Corsair

- Computer Asus

- Computer Packedbell

- Apple laptop

- Telefoon Samsung

- Interne harde schijf WD 2.0 TB

- Externe harde schijf WD My Passport

- Laptop HP

- Laptop Acer.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade tot een bedrag van € 5.000,00 (zegge: vijfduizend euro) als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, aan de wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 1] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 5.000,00 (zegge: vijfduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 29 (negenentwintig) dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst (gedeeltelijk) toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 2] geleden schade tot een bedrag van € 7.571,25 (zegge: zevenduizend vijfhonderdeenenzeventig euro en vijfentwintig cent), bestaande uit € 71,25 als vergoeding voor de materiële en € 7.500,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 maart 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, aan de wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 2] gemaakt, tot op heden begroot op € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) ter zake reiskosten, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 7.571,25 (zegge: zevenduizend vijfhonderdeenenzeventig euro en vijfentwintig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 44 (vierenveertig) dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 maart 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst (gedeeltelijk) toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 3] geleden schade tot een bedrag van € 7.500,00 (zegge: zevenduizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 november 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 3] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 3] gemaakt, tot op heden begroot op € 250,00 (zegge: tweehonderdvijftig euro), en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 3] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 7.500,00 (zegge: zevenduizend vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 43 (drieënveertig) dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 november 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst (gedeeltelijk) toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 4] geleden schade tot een bedrag van € 8.442,34 (zegge: achtduizend vierhonderdtweeënveertig euro en vierendertig cent), bestaande uit € 942,34 als vergoeding voor de materiële en € 7.500,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 januari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, aan de wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 4] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 4] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 4] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 8.442,34 (zegge: achtduizend vierhonderdtweeënveertig euro en vierendertig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 49 (negenenveertig) dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst (gedeeltelijk) toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 5] geleden schade tot een bedrag van € 10.025,00 (zegge: tienduizend vijfentwintig euro) bestaande uit € 25,00 als vergoeding voor de materiële en € 10.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 december 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 5] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 5] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 5] gemaakt, tot op heden begroot op € 153,96 (zegge: honderddrieënvijftig euro en zesennegentig cent), en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 5] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 10.025,00 (zegge: tienduizend vijfentwintig euro, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 58 (achtenvijftig) dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst (gedeeltelijk) toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 6] geleden schade tot een bedrag van € 3.000,00 (zegge: drieduizend euro) als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 november 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 6] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 6] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 193,98 (zegge: honderddrieënnegentig euro en achtennegentig cent), en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 6] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 3.000,00 (zegge: drieduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 17 (zeventien) dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 november 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst (gedeeltelijk) toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 7] geleden schade tot een bedrag van € 1.145,48 (zegge: eenduizend honderdvijfenveertig euro en achtenveertig cent), bestaande uit € 145,48 als vergoeding voor de materiële en € 1.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 december 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, aan de wettelijk vertegenwoordigers van [slachtoffer 7] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 7] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 7] gemaakt, tot op heden begroot op € 250,00 (zegge: tweehonderdvijftig euro), en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 7] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.145,48 (zegge: eenduizend honderdvijfenveertig euro en achtenveertig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 december 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst (gedeeltelijk) toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 9] geleden schade tot een bedrag van € 2.000,00 (zegge: tweeduizend euro) als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, aan de wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 9] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Wijst af de gevorderde vergoeding van materiële schade.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 9] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering van immateriële schade.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 9] gemaakt, tot op heden begroot op € 300,00 (zegge: driehonderd euro), en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 9] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.000,00 (zegge: tweeduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 11 (elf) dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst (gedeeltelijk) toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 10] geleden schade tot een bedrag van € 1.000,00 (zegge: duizend euro) als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 10] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 10] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 10] gemaakt, tot op heden begroot op € 100,00 (zegge: honderd euro), en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 10] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.000,00 (zegge: duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst (gedeeltelijk) toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 14] geleden schade tot een bedrag van € 1.000,00 (zegge: duizend euro) als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, aan de wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 14] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 14] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 14] gemaakt, tot op heden begroot op € 314,10 (zegge: driehonderdveertien euro en tien cent), en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 14] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.000,00 (zegge: duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst (gedeeltelijk) toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 11] geleden schade tot een bedrag van € 7.525,00 (zegge: zevenduizend vijfhonderdvijfentwintig euro), bestaande uit € 25,00 als vergoeding voor de materiële en

€ 7.500,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 juli 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, aan de wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 11] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 11] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 11] gemaakt, tot op heden begroot op € 117,52, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 11] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 7.525,00 (zegge: zevenduizend vijfhonderdvijfentwintig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 44 (vierenveertig) dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 juli 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst (gedeeltelijk) toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 12] geleden schade tot een bedrag van € 500,00 (zegge: vijfhonderd euro als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 juli 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, aan de wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 12] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 12] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 12] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 12] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 500,00 (zegge: 500,00), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 juli 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst (gedeeltelijk) toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 13] geleden schade tot een bedrag van € 7.633,40 (zegge: zevenduizend zeshonderddrieëndertig euro en veertig cent), bestaande uit € 133,40 als vergoeding voor de materiële en € 7.500,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 augustus 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, aan de wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 13] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 13] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 13] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 13] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 7.633,40 (zegge: zevenduizend zeshonderddrieëndertig euro en veertig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 44 (vierenveertig) dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 augustus 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.H.E. Boomgaart, voorzitter,

mr. R.M. Steinhaus en mr. J. van Beek, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. C.M.A. van der Meij,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 februari 2020.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature