< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Geheimhouding. Uit artikel 25, derde lid, van de Gemeentewet .

Uitspraak



RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 20/77

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 november 2020 in de zaak tussen

1. [eiser 1] , te [woonplaats 1] ,

2. [eiser 2] , te [woonplaats 2] ,

eisers

en

de raad van de gemeente Wormerland, verweerder

(gemachtigde: mr. L. Schouten-Huismans).

Procesverloop

Bij besluit van 7 mei 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de geheimhouding bekrachtigd van een onder geheimhouding aangereikte brief over de voortgang van de aanbesteding van de Zaanbrug.

Eisers hebben tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 27 november 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op het beroep betrekking hebbende stukken ingezonden en daarbij voor een deel van de stukken verzocht toepassing te geven aan artikel 8:29, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank heeft bij beslissing van 26 mei 2020 bepaald dat beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.

Eiser heeft de rechtbank ter zitting toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb om kennis te nemen van de onder beperkte kennisneming overgelegde stukken.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 oktober 2020. Eisers zijn verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde, vergezeld van [naam] .

Overwegingen

1.1

Eiser sub 1 is gemeenteraadslid voor de [partij] in Zaanstad. Eiser sub 2 is gemeenteraadslid voor de [partij] in Wormerland. De [partij] heeft op 17 maart 2019 in Wormerland raadsvragen gesteld. Deze raadsvragen konden naar de mening van het college van burgemeester en wethouders (het college) alleen maar goed beantwoord worden door aanbestedingsgevoelige informatie te delen met de gemeenteraad over de nieuwe Zaanbrug. Bij brief van 26 maart 2019 heeft het college in meer algemene zin beantwoord en aangekondigd dat een raadsinformatiebrief zal worden opgesteld en toegestuurd met daarin het geheime deel van de informatie. Op deze raadsinformatiebrief, gedateerd 2 april 2019, heeft het college op 2 april 2019 tijdelijke geheimhouding opgelegd.

1.2

Bij de publicatie van de brief van 26 maart 2019 is op 11 april 2019 ook de geheime raadsinformatiebrief van 2 april 2019 per ongeluk gepubliceerd. De geheime brief heeft tot 16 april 2019 op het voor iedereen via internet toegankelijke raadsinformatiesysteem van de gemeente Wormerland gestaan. Op 16 april 2019 werd een artikel met informatie uit de geheime brief gepubliceerd op de website van [nieuwswebsite] , een Zaanse nieuwswebsite. Verder is op internet een link naar dit artikel geplaatst door eiser sub 1.

1.3

Tijdens de vergadering van de gemeenteraad op 7 mei 2019 heeft de raad de geheimhouding bekrachtigd met toepassing van artikel 25, derde lid, van de Gemeentewet , onder verwijzing naar artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b en g van de Wet openbaarheid bestuur (Wob). Daarbij heeft de raad in aanmerking genomen dat de brief alleen op het raadsinformatiesysteem had gestaan, dat de pers alleen citaten uit de brief heeft gebruikt en dat de pers niet heeft geschreven over de overige aanbestedingsgevoelige informatie uit de brief. Tegen dit besluit hebben eisers bezwaar ingediend.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard en de geheimhouding gehandhaafd. Aan dit besluit heeft verweerder ten grondslag gelegd dat de juiste procedure is gevolgd en dat niet eerder sprake is geweest van openbaarmaking in de zin van de Wob.

3. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage en maakt onderdeel uit van deze uitspraak.

De gevolgde procedure

4.1

Eisers voeren in de eerste plaats aan dat volgens artikel 25, derde lid, van de Gemeentewet geheimhouding op de eerstvolgende raadsvergadering op 9 april 2019 bekrachtigd had moeten worden. Omdat de brief echter niet geagendeerd was op 9 april 2019 is de tijdelijke geheimhouding vervallen. Eisers verwijzen naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 21 mei 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1809.

4.2

Verweerder stelt zich op het standpunt dat het moment van overleggen van geheime stukken aan de raad bepalend is bij het bepalen wat de eerstvolgende raadsvergadering is in de zin van artikel 25, derde lid, van de Gemeentewet , en niet het moment waarop het college tot tijdelijke geheimhouding heeft beslist. Het college heeft op 11 april 2019 de brief met een voorstel tot bekrachtiging van de (tijdelijke) geheimhouding aan de raad gezonden. De eerstvolgende raadsvergadering na het overleggen van de stukken vond plaats op 7 mei 2019, waardoor volgens verweerder de juiste procedure is gevolgd.

4.3

De rechtbank is van oordeel dat uit artikel 25, derde lid, van de Gemeenteraad volgt dat de (tijdelijke) geheimhouding die het college op een stuk met toepassing van artikel 25, tweede lid, van de Gemeentewet heeft opgelegd, ter bekrachtiging aan de raad moet worden voorgelegd in de eerstvolgende vergadering na het besluit tot oplegging van geheimhouding. Daarbij geldt dat een redelijke wetsuitleg meebrengt dat onder de eerstvolgende vergadering van de raad wordt verstaan de eerstvolgende vergadering na het besluit van het college tot oplegging van geheimhouding waarop redelijkerwijs de kwestie van de geheimhouding kan worden geagendeerd met het oog op de bekrachtiging door de raad. De rechtbank verwijst in dit verband naar het arrest van het Hof 's-Hertogenbosch van 24 april 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:1789.

4.4

De rechtbank stelt vast dat het college op 2 april 2020 heeft besloten om tijdelijke geheimhouding op te leggen en dat de geheime brief en het bekrachtigingsvoorstel op 11 april 2020 aan de raad zijn toegezonden. Ter zitting is vast komen te staan dat een week voor de raadsvergadering de agenda wordt vastgesteld door de raadscommissie. De rechtbank neemt op grond daarvan aan dat het redelijkerwijs niet mogelijk om het besluit tot oplegging van de geheimhouding op de raadsvergadering van 9 april 2020 te agenderen. De bekrachtiging van de (tijdelijke) geheimhouding op 7 mei 2020 is in dit geval dan ook in overeenstemming met artikel 25, derde lid, van de Gemeentewet . De beroepsgrond slaagt niet.

Informatie eerder openbaar gemaakt?

5.1

Eisers voeren verder aan dat het document al eerder openbaar is gemaakt. Informatie die al openbaar is gemaakt valt niet meer onder de Wob en blijft openbaar. Het met terugwerkende kracht opleggen van geheimhouding is daarom niet meer mogelijk. Verweerder heeft de informatie zelf op 11 april 2019 actief openbaar gemaakt en deze informatie is feitelijk op het internet te vinden. Verweerder heeft onterecht de conclusie getrokken dat de informatie niet in ruime kring is verspreid. Verder voeren eisers aan dat een identiek document in de gemeente Zaanstad door de raad niet als geheim is bekrachtigd. Eisers (raadsleden van de [partij] in de twee betrokken gemeenten) kunnen nu niet met elkaar overleggen over het document.

5.2

Verweerder stelt zich op het standpunt dat de geheime brief niet actief openbaar is gemaakt, nu deze alleen tijdelijk op het raadsinformatiesysteem gestaan. Het per ongeluk plaatsen van de brief is geen openbaarmaking in de zin van de Wob. Verweerder verwijst naar de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 31 juli 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:8978. De geheimhouding geldt tot de gemeenteraad deze opheft. Het volgen van de stelling van eisers zou tot gevolg hebben dat fouten en datalekken niet meer kunnen worden hersteld. De informatie uit de geheime brief is niet in ruime kring verspreid. De informatie die ten tijde van het bestreden besluit nog terug te vinden is op internet is het hiervoor onder 1.2 genoemde artikel op de website van [nieuwswebsite] . Het gaat hier verder om een document wat naar haar aard niet openbaar was omdat een uitzonderingsgrond genoemd in artikel 10 van de Wob van toepassing was.

5.3

De rechtbank stelt voorop dat de Afdeling in haar uitspraak van 27 mei 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI4972, heeft bepaald dat de omstandigheid dat documenten zonder toestemming van een bestuursorgaan aan derden zijn verstrekt, niet met zich meebrengt dat deze documenten openbaar zijn gemaakt in de zin van de Wob. Een andere uitleg zou ertoe leiden dat een bestuursorgaan zich erbij moet neerleggen dat derden buiten zijn toestemming om in het bezit zijn gekomen van bij hem berustende documenten. Het bestuursorgaan kan dan niet voorafgaand toetsen of op grond van de Wob een recht op openbaarmaking bestaat en zich verzetten tegen verdere bekendmaking van de inhoud van deze documenten. Een dergelijke uitleg is niet verenigbaar met het uitgangspunt van de Wob dat elk verzoek om informatie en elk voornemen tot het uit eigen beweging verstrekken van informatie moet worden getoetst aan de in deze wet neergelegde uitzonderingsgronden.

5.4

Niet in geschil is dat de geheime brief ten tijde van het bestreden besluit niet (meer) op internet te vinden was. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de omstandigheid dat de geheime brief korte tijd op het raadsinformatiesysteem van Wormerland heeft gestaan en is opgepikt door [nieuwswebsite] niet dat de brief daarmee openbaar is geworden in de zin van de Wob. Verweerder heeft er immers niet mee ingestemd dat de brief aan derden is verstrekt. Dit staat bekrachtiging door de raad van de (tijdelijke) geheimhouding dan ook niet in de weg.

5.5

Eisers hebben hun stelling dat een identieke brief in de gemeente Zaanstad openbaar is gemaakt, onvoldoende onderbouwd. Het enkele feit dat de gemeenteraad van Zaanstad de door het college aldaar op de brief opgelegde geheimhouding niet heeft bekrachtigd, brengt nog niet mee dat de brief openbaar is gemaakt in de zin van de Wob. Eisers hebben niet aangetoond dat deze brief ten tijde van het bestreden besluit op het internet te vinden was, bijvoorbeeld met het overleggen van een print screen. Daarbij komt dat, ook als de inhoud van de Zaanse brief identiek zou zijn aan de inhoud van de geheime brief, dit niet in de weg staat aan bekrachtiging van de geheimhouding door verweerder. Het gaat immers niet om hetzelfde document, en de gemeenteraden van de gemeenten Zaanstad en Wormerland kunnen elk voor zich een afweging maken over het al dan niet geheim houden van stukken.

De beroepsgrond slaagt daarom niet.

6. Het beroep is ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Jochem, rechter, in aanwezigheid van mr. L. van Broekhoven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 november 2020.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Bijlage

Gemeentewet

Artikel 2 5

1. De raad kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de raad worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat de raad haar opheft.

2 Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het college, de burgemeester en een commissie, ieder ten aanzien van de stukken die zij aan de raad of aan leden van de raad overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.

3 De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan de raad overgelegde stukken vervalt, indien de oplegging niet door de raad in zijn eerstvolgende vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd.

4 De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan leden van de raad overgelegde stukken wordt in acht genomen totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het stuk waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan de raad is voorgelegd, totdat de raad haar opheft. De raad kan deze beslissing alleen nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht.

Wet openbaarheid van bestuur

Artikel 10. tweede lid (voor zover van belang)

2. Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:

(…)

b. de economische of financiële belangen van de Staat, de andere publiekrechtelijke lichamen of de in artikel 1a, onder c en d, bedoelde bestuursorganen;

(…)

g. het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature