< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Reintegratietraject Participatiewet

Uitspraak



RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 18/3699

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 mei 2019 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. L.A.M. van der Geld),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad, verweerder

(gemachtigde: mr. V. Djordevic).

Procesverloop

Bij besluit van 7 februari 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder eiseres meegedeeld dat zij weliswaar beperkingen heeft maar dat zij op termijn belastbaar wordt geacht voor werk en dat zij daarom verplicht is deel te nemen aan een re-integratietraject, zodat zij zo snel mogelijk inzetbaar is op de reguliere arbeidsmarkt. Verweerder heeft verder alle aan de uitkering van eiseres op grond van de Participatiewet (Pw) verbonden verplichtingen gehandhaafd.

Bij besluit van 30 juli 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het hiertegen gerichte bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 mei 2019. Eiseres en verweerder zijn vertegenwoordigd door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. De rechtbank neemt de volgende, door partijen niet betwiste, feiten als vaststaand aan. Eiseres is een alleenstaande moeder van twee minderjarige kinderen en ontvangt sinds 2011 bijstand. Sinds 1 december 2014 ontvangt eiseres deze bijstand op grond van de Pw. Sinds april 2017 is eiseres in het kader van re-integratie op de arbeidsmarkt door verweerder opgenomen in het Project 4/5 en in dat kader opgeroepen voor een (oriënterend) gesprek. Op 18 april 2017 vindt de eerste van meerdere gesprekken plaats tussen eiseres en verweerder. Omdat eiseres tijdens deze gesprekken erg emotioneel reageert, vindt er op 15 december 2017 op verzoek van verweerder een arbeidspsychologisch onderzoek plaats door A-REA. De conclusies van onderzoekend psycholoog [naam] zijn dat er bij eiseres beperkingen zijn ten aanzien van de belastbaarheid, gelegen in een energetische beperking, waardoor eiseres beperkt is voor werkdruk. De behandeling van eiseres in relatie tot werkbelastbaarheid zou volgens de psycholoog het beste vormgegeven kunnen worden door behandeling door specialistische geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Volgens de psycholoog is eiseres marginaal belastbaar te achten maar zou zij naast behandeling enkele uren per week kunnen starten met activering, bij voorkeur aan het eind van de ochtend/begin van de middag in verband met de zorg voor haar kinderen. De psycholoog verwacht dat de belastbaarheid door adequate behandeling in de loop van het jaar zal toenemen. Verweerder heeft naar aanleiding van dit rapport eiseres op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de Pw verplicht deel te nemen aan een re-integratietraject en dat besluit in bezwaar gehandhaafd. Het verzoek van eiseres om ontheven te worden van haar arbeidsverplichting is hiermee eveneens afgewezen. Er is namelijk niet gebleken dat eiseres blijvend arbeidsongeschikt moet worden geacht.

2. Eiseres heeft, kort samengevat en voor zover van belang, aangevoerd dat verweerder haar wel degelijk, al dan niet tijdelijk, dient te ontheffen van haar volledige arbeidsverplichting. Hiertoe voert eiseres aan dat verweerder zich niet heeft kunnen baseren op het advies van A-REA, omdat niet duidelijk is wat er moet worden verstaan onder marginale belastbaarheid. Verder vindt eiseres dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met haar medische situatie. Eiseres is namelijk niet in staat om naast haar medische behandeling een activeringstraject te volgen. Eiseres voelt veel druk vanuit verweerder en de gesprekken zijn voor eiseres daarom heel stressvol. Ter onderbouwing hiervan heeft eiseres bij brief van 25 april 2019 e-mailcorrespondentie overgelegd tussen haar en de gemeente, met daarbij een toelichting. Eiseres heeft verder aangevoerd dat haar gezondheidssituatie sinds het advies van A-REA van 15 november 2017 verslechterd is. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft eiseres in beroep op 31 januari 2019 twee brieven overgelegd van I-Psy, gedateerd 2 mei 2018 en 30 januari 2019 en twee brieven van haar huisarts, gedateerd 4 mei 2018 en 29 januari 2019. Uit deze stukken komt naar voren, samengevat, dat eiseres regelmatig bij de huisarts komt, dat haar behandeling wordt voortgezet in de specialistische GGZ en dat is begonnen met Schematherapie. Omdat met deze therapie tot nog toe weinig vooruitgang is geboekt, wordt nu niet uitgesloten dat eiseres traumagerelateerde klachten heeft en is het mogelijk dat op termijn traumabehandeling wordt ingezet. Ter zitting is door de gemachtigde nog nader verduidelijkt dat eiseres vanwege haar medische problematiek volledig en duurzaam arbeidsongeschikt moet worden geacht. Verder heeft de gemachtigde ter zitting geopperd dat er bij eiseres mogelijk sprake is van bewijsnood om haar medische toestand aan te tonen.

3. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres niet heeft aangetoond dat niet (meer) mag worden uitgegaan van het advies van A-REA. Nu uit dit advies naar voren komt dat eiseres marginaal belastbaar is en naast de behandeling voor enkele uren zou kunnen starten met activering, met zicht op verbetering van de belastbaarheid in de toekomst, is er geen reden om aan te nemen dat eiseres duurzaam en volledig arbeidsongeschikt moet worden geacht. Artikel 9, lid vijf, van de Pw is daarom niet van toepassing en er kan om die reden geen vrijstelling worden verleend van de opgelegde re-integratieverplichtingen. Bij de invulling hiervan heeft verweerder bovendien voldoende rekening gehouden met de medische problemen van eiseres. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder nog aangegeven niet helemaal te begrijpen waarom deze procedure nodig is. Verweerder geeft daarbij aan dat helemaal niet van eiseres verwacht wordt dat zij solliciteert en dat de activiteiten in het kader van de re-integratie eveneens op een heel laag pitje staan. Er vinden namelijk al lang geen gesprekken meer plaats. Er is enkel in december 2018 nog een e-mail aan eiseres gestuurd met het verzoek om online een test te doen. En hoewel eiseres hier niet op heeft gereageerd, heeft verweerder geen enkele stap ondernomen richting eiseres.

4. De rechtbank overweegt als volgt.

Vooropgesteld moet worden dat ontheffing van re-integratieverplichtingen op grond van de Pw slechts mogelijk is, indien sprake is van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen . Naar het oordeel van de rechtbank is hiervan niet gebleken. Weliswaar blijkt uit de medische stukken in het dossier dat eiseres te kampen heeft met psychische problematiek, maar gesteld noch gebleken is dat deze problematiek van blijvende aard is en/of onbehandelbaar zou zijn. Van bewijsnood, zoals ter zitting geopperd, is de rechtbank verder niet gebleken. Eiseres wordt immers behandeld en heeft hierover bewijsstukken overgelegd. Desgevraagd heeft de gemachtigde ter zitting ook niet kunnen aangeven welke bewijsstukken buiten de macht van eiseres niet konden worden verkregen. Gelet op het vorenstaande moet het er daarom voor worden gehouden dat eiseres succesvol behandeld kan worden en in de toekomst weer in staat kan worden geacht aan de arbeidsverplichting op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Pw te voldoen, zoals in het advies van A-REA staat vermeld. Gelet hierop is er dus geen wettelijke grondslag om eiseres vrijstelling te verlenen van de verplichting gebruik te maken van het aangeboden re-integratietraject (sociale activering gericht op arbeidsinschakeling). Weliswaar moet bij de invulling daarvan door verweerder rekening worden gehouden met de medische omstandigheden van eiseres, maar naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder dit in voldoende mate gedaan. Verweerder heeft de beoogde Zaanpak training immers niet doorgezet, heeft daarop input gevraagd van de behandelende arts(en) om een geschikt traject te vinden en heeft daarnaast aangegeven dat er momenteel helemaal geen gesprekken (meer) plaatsvinden met eiseres. Dat verweerder incidenteel nog contact heeft met eiseres om haar in beeld te houden, acht de rechtbank niet strijdig met het advies van A-REA. De gebeurtenissen waar eiseres in beroep naar verwijst vonden bovendien plaats voordat het primaire besluit was genomen. De stelling van eiseres dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met haar medische problematiek, volgt de rechtbank daarom ook niet.

5. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van mr. I. Boland, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2019.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature