< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Beëindiging van de tbs-maatregel, omdat gebleken is dat er bij betrokkene geen sprake meer is van een persoonlijkheidsstoornis, zodat niet meer wordt voldaan aan de noodzakelijke criteria om te verlengen.

Uitspraak



RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

StrafrechtZittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 07/021036-93 (vordering verlenging tbs)

Beslissing op grond van artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 10 januari 2022

in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:

[betrokkene] ,

geboren op [1957] te [geboorteplaats] (Duitsland),

wonende te [adres] te [woonplaats]

hierna te noemen: betrokkene.

1 De stukken

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:

het arrest van het gerechtshof Arnhem van 7 februari 1994 waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege vanwege verkrachting en moord;

stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling is ingegaan op 20 december 1999;

de beslissing van deze rechtbank van 2 maart 2020, waarbij de verpleging van overheidswege voorwaardelijk is beëindigd;

de beslissing van deze rechtbank van 14 december 2020, waarbij de termijn van terbeschikkingstelling voor het laatst is verlengd met één jaar;

de vordering van de officier van justitie van 4 november 2021, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar;

het Pro Justitia-rapport van 25 augustus 2021, opgemaakt door E.M.M. Mol, psychiater;

de voortgangsverslagen met betrekking tot de betrokkene, over de periode 2 september 2020 tot en met 2 september 2021;

het reclasseringsadvies van 19 oktober 2021, opgemaakt door G. Wilbers, reclasseringswerker;

het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting bij deze rechtbank van 6 december 2021, waarbij de zaak is aangehouden tot 10 januari 2022.

2 Het onderzoek ter terechtzitting

Op de terechtzitting van 6 december 2021 is de behandeling van de zaak aangehouden omdat de raadsman verhinderd was.

De behandeling van de zaak heeft op 10 januari 2022 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:

- de officier van justitie, mr. H.J. Lambers;

- de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.A.W. Knoester, advocaat te ‘s-Gravenhage;

- de deskundige de heer G. Wilbers, reclasseringswerker.

3 Het standpunt van de reclassering

Het standpunt van de reclassering blijkt uit het onder 1 genoemde rapport. Dit standpunt houdt onder meer het volgende in.

Na een aanvankelijk moeizaam verloop van de tbs-maatregel, waarbij zelfs longstay is overwogen, is de tbs-maatregel uiteindelijk goed van de grond gekomen. In december 2017 is betrokkene met een transmuraal verlofkader geplaatst in een verlofwoning van de kliniek in [woonplaats] . Betrokkene woont nu in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van de tbs-maatregel nog altijd in dezelfde woning, welke nu een eigen huurwoning betreft. Betrokkene is zelfredzaam en heeft werk in vast dienstverband. De afgelopen jaren hebben zich geen onregelmatigheden afgespeeld die zorgwekkend waren. Hij is meer en meer open in contact en maakt zaken als seksualiteit zelf bespreekbaar.

De positieve lijn die vorig jaar zichtbaar was, heeft betrokkene voortgezet. De reclassering is het afgelopen jaar steeds meer naar de achtergrond gegaan en doorverwijzing naar een maatschappelijke organisatie is niet nodig gebleken. Er is sprake van een laag recidiverisico.

De reclassering maakt een compliment naar betrokkene dat hij zich ondanks de duur van de maatregel, altijd is blijven inzetten voor zijn vrijheid en daar ook het juiste gedrag bij wist te hanteren.

De reclassering heeft geadviseerd de tbs-maatregel niet te verlengen.

De deskundige voornoemd heeft ter zitting het advies van de reclassering toegelicht. De afgelopen drie jaren is een grote ontwikkeling bij betrokkene waargenomen. Betrokkene neemt uit zichzelf contact op met de reclassering. Bij de reclassering bestaat de overtuiging dat betrokkene in de toekomst hulp zal zoeken als hij dat nodig heeft. Ook zijn omgeving houdt een oogje in het zeil. Hij heeft inmiddels ook buiten het werk om sociale contacten opgedaan, al is het niet de verwachting dat hij een groot sociaal netwerk zal opbouwen.

4 Het standpunt van de deskundige

Het standpunt van de deskundige blijkt uit het onder 1 genoemde rapport. Dit standpunt houdt onder meer het volgende in.

Betrokkene lijdt niet meer aan een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens. De gunstige ontwikkeling die eerder is waargenomen heeft zich doorgezet, waardoor hij niet meer voldoet aan de noodzakelijk criteria om te komen tot de diagnose persoonlijkheidsstoornis. Betrokkene heeft de afgelopen decennia een positieve persoonlijke ontwikkeling doorgemaakt met toegenomen besef van zijn eigen beperkingen en toegenomen inzicht in mogelijkheden om zijn huidige goede functioneren te bestendigen. Het recidiverisico bij beëindiging van de tbs-maatregel wordt laag tot matig geschat. Alleen in de hypothetische situatie waarin hij een intieme relatie met een vrouw krijgt, terugvalt in leugenachtig en vermijdend gedrag, er sprake is van misbruik van alcohol en het zich terugtrekken uit sociale contacten zonder dat hij om hulp vraagt, lijkt er sprake van een laag tot matig verhoogd recidiverisico.

De deskundige heeft geadviseerd om de tbs-maatregel niet te verlengen.

5 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter zitting zijn vordering gewijzigd. Gelet op hetgeen in de hiervoor aangehaalde rapporten van de reclassering en de psychiater wordt geadviseerd, vordert hij de rechtbank de schriftelijke vordering af te wijzen, zodat de maatregel van terbeschikkingstelling zal eindigen.

6 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht de vordering van de officier van justitie af te wijzen, zodat de maatregel van terbeschikkingstelling zal eindigen.

7 Het oordeel van de rechtbank

Maximering

Betrokkene is bij arrest van 7 februari 1994 veroordeeld voor verkrachting en moord.

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, heeft in de verlengingsbeslissing van 6 december 2014 overwogen dat de totale duur van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege niet in tijd is beperkt.

Stoornis en recidivegevaar

Uit de Pro Justitia-rapportage blijkt dat betrokkene niet meer voldoet aan de noodzakelijke criteria om te komen tot de diagnose persoonlijkheidsstoornis, zodat deze niet kan worden vastgesteld.

Het recidivegevaar wordt bij beëindiging van de maatregel als laag tot matig ingeschat.

De reclassering schat het risico op recidive in op laag.

De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het advies en de rapportage van de deskundige te twijfelen en neemt dit over.

Uit de adviezen blijkt dat betrokkene goed heeft geprofiteerd van de behandeling. Hij heeft zich goed ingezet voor zijn behandeling. De tbs-maatregel heeft zeer lang geduurd en toch heeft betrokkene het volgehouden om aan zichzelf te werken. Dat hij zo ver is gekomen dat er geen stoornis meer kan worden vastgesteld, is een groot compliment waard.

Afwijzing vordering en beëindiging van rechtswege

De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat niet anders kan worden geconcludeerd dan dat het in de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht neergelegde gevaarscriterium, te weten dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen, de verlenging van de terbeschikkingstelling eist, op betrokkene niet meer van toepassing is.

De rechtbank zal daarom de vordering van de officier van justitie afwijzen, zodat de terbeschikkingstelling van rechtswege eindigt op het moment van onherroepelijk worden van deze beslissing.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank wijst af de vordering tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling van [betrokkene] voornoemd.

Deze beslissing is genomen door mr. N. van Esch, voorzitter, mrs. A.W.M. van Hoof en J. Wiersma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.T. Feenstra als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 januari 2022.

Mrs. J. Wiersma en B.T. Feenstra zijn buiten staat deze beslissing mee te ondertekenen.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature