E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBMNE:2021:2302
Rechtbank Midden-Nederland, C/16/521822 / KG ZA 21-273

Inhoudsindicatie:

De familie van een patiënt die Covid-19 heeft gehad en er slecht aan toe is, wenst behandeling van de patiënt met de middelen Ivermectine, Hydroxychloroquine en Vitamine C. Het ziekhuis weigert dit en staat ook niet toe dat een door de familie aangedragen andere arts de behandeling in het ziekenhuis uitvoert. De familie heeft gevorderd het ziekenhuis te bevelen om toe te staan dat een andere arts de gewenste behandeling in het ziekenhuis toepast. De voorzieningenrechter heeft op de zitting een mondeling vonnis gewezen, waarbij deze vordering is afgewezen. De beslissing van het ziekenhuis om de door de familie gewenste behandeling niet toe te passen en dit evenmin te faciliteren, is niet in strijd is met goed hulpverlenerschap. De voorzieningenrechter ziet geen reden om aan het inhoudelijke medisch oordeel van de behandelend artsen en de door hen toegepaste behandeling te twijfelen. Het ziekenhuis en de behandelend artsen hebben zorgvuldig gehandeld.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie