< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Toewijzing verzoekschrift ex de artikelen 537 jo. 533 Sv (vergoeding van schade ten gevolge van vrijheidsbeneming in kader schorsing voorwaardelijke invrijheidstelling ).

Uitspraak



RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 99/000643-43Rekestnummers: 19/2664 en 19/2666

Beschikking van de meervoudige kamer in strafzaken, op de op 10 december 2019 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoekschriften op grond van het bepaalde in de artikelen 537 jo. 533 (rekestnummer 19/2664) en artikel 530 (rekestnummer 19/2666) van het Wetboek van Strafvordering (Sv), van

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] 1989 in [naam gemeente] ,

domicilie kiezende ten kantore van zijn raadsman, mr. R.I. Takens, advocaat te Amsterdam,

(hierna te noemen: verzoeker).

Het verzoekschrift ex de artikelen 537 jo. 533 Sv strekt er toe dat de rechtbank een vergoeding toekent voor de schade die verzoeker ten gevolge van ondergane vrijheidsbeneming in het kader van de schorsing van zijn voorwaardelijke invrijheidstelling stelt te hebben geleden tot een bedrag van € 420,-.

Het verzoekschrift ex artikel 530 Sv strekt er toe dat de rechtbank een vergoeding toekent voor de kosten van de raadsman voor het indienen van het verzoekschrift ten bedrage van € 280,-.

De rechtbank heeft kennis genomen van de inhoud van het dossier in de strafzaak tegen verzoeker als verdachte (met bovenvermeld parketnummer) en van voornoemd verzoekschrift.

In reactie op het verzoekschrift heeft de officier van justitie schriftelijk te kennen gegeven in te stemmen met de toewijzing van de verzochte vergoedingen.

De rechtbank heeft de raadsman en de officier van justitie vervolgens per e-mail van 14 september 2020 meegedeeld voorshands voornemens te zijn het de verzoeken toe te wijzen.

De raadsman en de officier van justitie hebben per e-mail van 14 september 2020 ingestemd met de voorgestelde afdoening en meegedeeld geen behoefte hebben aan een mondelinge behandeling van de verzoekschriften. De verzoekschriften zijn daarom zonder mondelinge behandeling aan de orde geweest op de terechtzitting van 15 september 2020.

De rechtbank gaat bij de beoordeling van de onderhavige verzoeken uit van de navolgende feiten en omstandigheden:

de rechter-commissaris heeft op 2 december 2019 bevolen dat de voorwaardelijke invrijheidstelling van verzoeker met ingang van 2 december 2019 werd geschorst.

de vordering van de officier van justitie tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling is op 4 december 2019 afgewezen door de meervoudige kamer van deze rechtbank.

de rechtbank heeft het bevel tot schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling met ingang van 5 december 2019 opgeheven.

verzoeker heeft in totaal 4 dagen doorgebracht in een huis van bewaring.

Overwegingen

Het verzoekschrift ex de artikelen 537 jo. 533 Sv

Nu de vordering van de officier van justitie tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling van verdachte is afgewezen, kan verzoeker aanspraak maken op een vergoeding van de schade die hij heeft geleden als gevolg van de tijdens de schorsing van die voorwaardelijke invrijheidsstelling uitgezeten gevangenisstraf. Schadevergoeding wordt toegekend indien en voor zover daartoe, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.

De rechtbank is van oordeel dat verzoeker, alles in aanmerking genomen, een vergoeding toekomt van € 420,-. De rechtbank gaat daarbij uit van het aantal dagen gevangenisstraf dat verzoeker in het kader van de schorsing van zijn voorwaardelijke invrijheidsstelling heeft uitgezeten en van de bedragen die over het algemeen worden toegekend als vergoeding op grond van artikel 533 Sv , te weten 4 dagen à € 105,-.

Ter zake het verzoekschrift ex artikel 530 Sv

De rechtbank is van oordeel dat aan kosten van de raadsman voor het indienen van het verzoekschrift een vergoeding op zijn plaats is zoals die gewoonlijk wordt toegewezen, te weten € 280,- (inclusief btw).

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt:

Op de voet van artikel 537 jo. 533 Sv:

- kentaan verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe ten bedrage van € 420,-

(zegge: vierhonderdtwintig euro);

Op de voet van artikel 530 Sv :

- kent toeaan verzoeker uit 's Rijks kas een vergoeding ten bedrage van € 280,-

(zegge: tweehonderdtachtig euro).

Beveelt de griffier van deze rechtbank voormelde bedragen aan verzoeker uit te betalen op rekeningnummer [rekeningnummer] , t.n.v. Stichting Beheer Derdengelden [.] , o.v.v. [..] .

Aldus gegeven door mr. C.A.M. van Straalen, voorzitter, en mrs. I.J.B. Corbeij en

O.P. van Tricht, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Lindeman, griffier, op 29 september 2020.

Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature