Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Dubbele kinderbijslag.

Uitspraak



RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Lelystad

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/698

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 mei 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,

en

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, verweerder.

Procesverloop / Inleiding

Eiseres ontvangt voor haar zoon, [zoon] ( [zoon] ) geboren op [2008] , kinderbijslag. Eiseres heeft op 8 juli 2019 een aanvraag ingediend voor dubbele kinderbijslag vanaf het derde kwartaal van 2019 voor thuiswonende kinderen die intensieve zorg nodig hebben. [zoon] is gediagnosticeerd met een taalontwikkelingsstoornis (TOS).

Bij besluit van 2 oktober 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag afgewezen.

Bij besluit van 10 februari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een

verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft partijen op 16 april 2020 per brief geïnformeerd over haar voornemen om de zaak buiten zitting af te doen. Als één van de partijen wel een zitting wilde, moesten zij dit binnen een week na verzending van die brief aan de rechtbank laten weten. Geen van de partijen heeft aangegeven dat zij een zitting noodzakelijk vinden.

De rechtbank heeft vervolgens met toepassing van met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht bepaald dat een zitting achterwege blijft en het onderzoek op 27 april 2020 gesloten.

Overwegingen

1. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.

2. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat de aanvraag van eiseres terecht is afgewezen. Verweerder heeft zich hierbij gebaseerd op een advies van Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) van 30 januari 2020 (het advies). Bij de beoordeling of een kind intensieve zorg nodig heeft, hanteert het CIZ het Beoordelingskader BUK 2018 (het beoordelingskader). Het CIZ heeft in het advies alleen een punt voor de functie “begeleiding buitenshuis” toegekend. Hiermee voldoet [zoon] niet aan de minimale zorgscore van drie punten.

3. Eiseres is het daarmee niet eens. Volgens eiseres hadden voor de functies “lichaamshygiëne”, “communicatie” en “alleen thuisblijven” ook punten moeten worden toegekend. De rechtbank zal de argumenten van eiseres hierna per functie bespreken.

4. De rechtbank neemt het Beoordelingskader als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanspraak op dubbele kinderbijslag. In het Beoordelingskader is opgenomen dat het een hulpmiddel is om te bepalen of er sprake is van een intensieve zorgbehoefte. De voorbeelden in de beschrijving van ‘geen score’ zijn bedoeld als hulpmiddel voor argumenten die ouders mogelijk aandragen. De voorbeelden zijn niet limitatief. Dat betekent dat er ook andere situaties kunnen zijn die geen score opleveren. Er kan gescoord worden als een kind voldoet aan de beschrijving bij ‘score 1’.

5. De rechtbank moet beoordelen of verweerder de ongegrondverklaring van het bezwaar mocht baseren op het advies van het CIZ van 30 januari 2020. Daarbij is van belang dat volgens vaste rechtspraak een bestuursorgaan, zoals verweerder, bij zijn besluitvorming in principe mag uitgaan van de juistheid van een ingewonnen deskundigenadvies. Dit kan anders zijn als er duidelijke aanknopingspunten zijn dat óf het CIZ de zaak niet goed heeft onderzocht óf dat de inhoud van het advies niet klopt. Het is aan eiseres om deze aanknopingspunten aan te voeren. De rechtbank verwijst hierbij naar een uitspraak van de hoogste bestuursrechter in dit soort zaken.

6. De rechtbank stelt vast dat uit het advies volgt dat het CIZ bij het advies van 30 januari 2020 onder meer het medisch advies van arts drs. I Dammar (de medisch adviseur) van 28 januari 2020 heeft betrokken.

Lichaamshygiëne

7. Voor de functie ‘lichaamshygiëne’ wordt volgens het Beoordelingskader een punt toegekend als er volledige hulp nodig is bij het wassen en douchen, afdrogen, haren wassen, aan- en uitkleden en tanden poetsen. Ook wordt een punt toegekend als het kind een aantal handelingen wel zelf kan maar niet zonder permanente aanwezigheid van een ander, waarbij bij (vrijwel) alle handelingen aanwijzingen en bij een deel van de handelingen gerichte fysieke hulp noodzakelijk is.

8. Eiseres wijst erop dat [zoon] geholpen moet worden bij het verrichten van handelingen die zien op zijn lichaamshygiëne. Zo moet [zoon] er dagelijks op geattendeerd worden dat hij schone kleding moet aantrekken en dat hij zijn tanden moet poetsen. Er moet altijd iemand bij blijven anders doet [zoon] niet wat hij moet doen. Eiseres vindt de onderbouwing van de deskundige erg mager.

9. De rechtbank stelt vast dat de medisch adviseur de medische stukken die [zoon] betreffen heeft betrokken in zijn advies. De medisch adviseur heeft in zijn advies geconcludeerd dat gezien de aard en mate van de beperkingen die voortvloeien uit de aandoening, permanente aanwezigheid en gedeeltelijke hulp niet aannemelijk is. [zoon] kan volgens de medisch adviseur de handelingen fysiek grotendeels zelfstandig uitvoeren, maar bij een deel van de handelingen is veel toezicht en eventueel hulp noodzakelijk. Het CIZ heeft het voorgaande betrokken in het advies van 30 januari 2020. De rechtbank ziet in wat eiseres heeft aangevoerd geen aanleiding om te oordelen dat aan de juistheid van het advies van het CIZ zou moeten worden getwijfeld.

Eiseres heeft niet (met stukken) onderbouwd dat [zoon] vanwege zijn TOS wel permanent toezicht nodig heeft bij alle handelingen of volledig moet worden geholpen in het kader van lichaamshygiëne. In wat eiseres heeft aangevoerd ziet de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat de door verweerder in navolging van CIZ getrokken conclusie over de zorgscore voor de functie lichaamshygiëne onjuist is. Van een motiveringsgebrek is de rechtbank niet gebleken. Deze beroepsgrond slaagt niet. Communicatie

10. Voor het item ‘communicatie’ wordt volgens het Beoordelingskader een punt toegekend in de volgende situaties: - onvermogen tot spreken;- spraak kan door niemand begrepen worden of alleen door naaste verzorgers/ouders; maakt alleen door gebaren duidelijk dat hij van iemand iets wil;- communiceert slechts met gebaren en losse woorden;- reageert als gevolg van een zware autistische aandoening (vrijwel) nooit op aanwijzingen en vragen of alleen met gebaren of (ondersteunende) gebaren en losse woorden. Er is nagenoeg geen communicatie mogelijk. Het gaat hierbij om 1) het technisch vermogen om te spreken en 2) het verloop van de basale communicatie. Dus niet om schrijf-, lees- of leerstoornissen dan wel interpretatieproblemen.

11. Eiseres wijst erop dat uit de tests blijkt dat [zoon] ruim drie jaar achterloopt. Daarbij speelt communicatie een belangrijke rol. [zoon] kan zichzelf niet verbaal verweren. Als mensen te snel spreken en veel woorden gebruiken klapt [zoon] dicht. Diverse instanties en ondervraagden stellen volgens eiseres ook dat [zoon] niet verbaal kan communiceren. Eiseres vindt de onderbouwing van de deskundige erg mager.

12. De medisch adviseur heeft in zijn advies geconcludeerd dat [zoon] op dit punt primaire beperkingen ondervindt. Deze beperkingen zijn matig van aard. Er zijn geen dermate zware beperkingen dat [zoon] helemaal niet in staat is te communiceren met derden. Het CIZ heeft het voorgaande betrokken in het advies van 30 januari 2020.

De rechtbank ziet in wat eiseres heeft aangevoerd geen aanleiding om te oordelen dat aan de juistheid van het advies van het CIZ zou moeten worden getwijfeld. In wat eiseres heeft aangevoerd ziet de rechtbank dan ook onvoldoende aanknopingspunten om te oordelen dat de door verweerder in navolging van CIZ getrokken conclusie over de zorgscore voor de functie communicatie onjuist is. Weliswaar ondervindt [zoon] beperkingen in het communiceren vanwege zijn TOS, maar niet gebleken is dat sprake is van een situatie als hiervoor genoemd onder 10. Van een motiveringsgebrek is geen sprake. Ook deze beroepsgrond slaagt dus niet.

Alleen thuis zijn

13. Voor het item ‘alleen thuis zijn’ wordt volgens het Beoordelingskader een punt toegekend als de betrokkene niet langer dan 30 minuten alleen thuis kan zijn als gevolg van ziekte of stoornis.

14. Eiseres vindt het onbegrijpelijk dat ook voor dit item geen punt is toegekend. Als [zoon] in paniek is, weet hij niet wat hij moet doen. Bovendien vergeet [zoon] dat hij de deur niet mag opendoen voor vreemden. Opnieuw vindt eiseres de onderbouwing van de deskundige erg mager.

14. De rechtbank ziet ook op dit punt geen aanleiding om te oordelen dat aan de juistheid van het advies van het CIZ zou moeten worden getwijfeld. Eiseres heeft niet (met stukken) onderbouwd dat [zoon] vanwege zijn TOS niet langer dan 30 minuten alleen thuis kan zijn. In wat eiseres heeft aangevoerd ziet de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat de door verweerder in navolging van CIZ getrokken conclusie over de zorgscore voor de functie “alleen thuis” zijn onjuist is. Van een motiveringsgebrek is de rechtbank ook op dit punt niet gebleken. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie

16. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 13 mei 2020 door mr. E.E.M. van Abbe, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. van Ravenhorst, griffier.

Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

De griffier is verhinderd De rechter is verhinderd om deze uitspraak te ondertekenen om deze uitspraak te ondertekenen

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

BIJLAGE

Op grond van artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) heeft een verzekerde voor een tot zijn huishouden behorend kind dat drie jaar is of ouder, maar nog niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, recht op een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag, indien het kind is aangewezen op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen mate van intensieve zorg.

Op grond van artikel 11, eerste lid, van het Besluit uitvoering kinderbijslag (Buk) is van intensieve zorg als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de wet sprake als het een kind betreft dat zodanig ernstig beperkt is in het dagelijks functioneren als gevolg van een ziekte of stoornis van lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of geestelijke aard dat de verzorging en oppassing door de ouders in ernstige mate worden verzwaard. Op grond van het tweede lid worden bij ministeriële nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop wordt vastgesteld of er sprake is van intensieve zorg als bedoeld in het eerste lid.

Op grond van artikel 12, eerste lid, van het Buk wint de Svb, om te bepalen of een kind intensieve zorg behoeft, een op medische gegevens gebaseerd advies in bij CIZ, genoemd in artikel 7.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg . In het tweede lid is bepaald dat bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld met betrekking tot de procedure alsmede de beoordelingscriteria waarop het advies, bedoeld in het eerste lid, wordt gebaseerd.

In artikel 1 van de Regeling uitvoering dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg (Regeling) is bepaald, voor zover van belang, dat in deze regeling onder advies wordt verstaan, een op medische gegevens gebaseerd advies als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het Buk.

Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Regeling kan de Svb vaststellen dat er sprake is van intensieve zorg indien het advies positief luidt. Op grond van het tweede lid, aanhef en onderdeel b, luidt het advies positief indien het kind blijkens de beoordeling van CIZ intensieve zorg nodig heeft.

In artikel 3, eerste lid, van de Regeling is bepaald dat de beoordeling, bedoeld in

artikel 2, tweede lid, onderdeel b, tot stand komt aan de hand van de volgende items:

a. lichaamshygiëne;

b. zindelijkheid;

c. eten en drinken;

d. mobiliteit;

e. medische verzorging;

f. gedrag;

g. communicatie;

h. alleen thuis zijn;

i. begeleiding buitenshuis;

j. bezig houden, handreikingen.

In het tweede lid is bepaald dat indien het CIZ oordeelt dat er sprake is van een zware zorgbehoefte op een item, het CIZ op dit item een punt toekent.

Ingevolge het derde lid, aanhef en onder b, behoeft het kind intensieve zorg als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, indien het 10 –17 jaar is en het CIZ minimaal 3 punten toekent.

de uitspraak van de CRvB van 25 september 2012 (ECLI:NL:CRVB:2012:BX8145).


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature