< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

ZM verleend voor 6 maanden, eerst starten met ambulante verplichte zorg en op moment dat deze vorm van zorg niet meer voldoende is om het ernstig nadeel af te wenden, kunnen andere verleende vormen van verplichte zorg worden toegepast.

Uitspraak



RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Familierecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/499344 / FA RK 20-1871

Betrokkenenummer: [betrokkenenummer]

Machtiging tot verlenen van verplichte zorg

Beschikking van 30 maart 2020 naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [1973] te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats] , [adres] ,

hierna te noemen: de betrokkene,

advocaat: mr. H.S.K. Jap A Joe.

1 Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 19 maart 2020, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- de medische verklaring van 15 februari 2020;

- de zorgkaart inclusief bijlagen;

- het zorgplan inclusief bijlagen;

- de bevindingen van de geneesheer directeur;

- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet BOPZ en de Wvgzz en strafvorderlijke en justitiegegevens.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 30 maart 2020.

1.3.

Daarbij heeft de rechtbank de volgende personen telefonisch gehoord:

- de betrokkene;

- mr. H.S.K. Jap A Joe, de advocaat van de betrokkene;

- mevrouw B.E.C. Kroeze, psychiater.

1.4.

De officier van justitie heeft van tevoren laten weten dat hij niet voornemens is bij de

mondelinge behandeling te verschijnen.

1.5.

De rechtbank heeft na de mondelinge behandeling direct uitspraak gedaan en aan de officier van justitie, de advocaat van de betrokkene en aan de zorgaanbieder een kennisgeving mondelinge uitspraak verstrekt.

2 Beoordeling

2.1.

In het verzoekschrift is, op grond van het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, verzocht om aan de betrokkene de volgende vormen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:2 Wvggz te mogen verlenen. Het gaat om:

a. toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychotische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

b. beperken van de bewegingsvrijheid;

c. insluiten;

d. uitoefenen van toezicht op betrokkene;

j. opnemen in een accommodatie.

De officier verzoekt deze vormen van verplichte zorg voor de duur van zes maanden. In het verzoek is vermeld dat verplichte zorg in de vorm van het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ook ambulant wordt toegepast; de overige vormen van verplichte zorg zullen alleen klinisch worden toegepast.

2.2.

De advocaat van de betrokkene heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek. De betrokkene is het niet eens met de diagnose en dus ook niet met het innemen van medicatie. Hij weerspreekt ook de feiten die in de stukken genoemd worden over zijn verblijf in Brazilië. Sinds zijn ontslag op 13 maart 2020 is hij op vrijwillige basis in contact. De betrokkene wil zelf beschikken over zijn lichaam. Maar hij is wel bereid om in contact te blijven om samen tot een oplossing te komen. De betrokkene heeft toegelicht dat hij zich een gevangene van het systeem voelt.

2.3.

De psychiater heeft toegelicht dat een ambulante zorgmachtiging nodig is om de behandeling van de betrokkene te kunnen waarborgen. De betrokkene geeft bij herhaling aan dat hij het niet eens is met de diagnose en dat hij niet de voorgeschreven medicatie wil gebruiken. In november 2019 is hij gestopt met medicatie-inname, is hij naar Brazilië gereisd en is hij lichamelijk achteruit gegaan, dreigend geweest en is hij uiteindelijk daar vastgezet. Daarna is hij gerepatrieerd naar Nederland. Hij is nu op zijn verzoek ingesteld op seroquel, maar het blijft moeilijk om samen te werken. Het is te broos om de behandeling geheel in het vrijwillige kader te laten plaatsvinden.

2.4.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat de betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.

2.5.

Deze stoornis leidt bij betrokkene tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang voor of van de betrokkene of een ander;

- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.

Om ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van de betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van de betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft de betrokkene zorg nodig.

2.6.

Ter toelichting op het voorgaande overweegt de rechtbank als volgt.

De betrokkene is het niet eens met de gestelde diagnose. Hoewel hij zelf verzocht heeft om ingesteld te worden op seroquel, is gelet op het voorgaande de kans heel groot dat hij zal stoppen met deze medicatie-inname. Gelet hierop is het reëel om aan te nemen dat de betrokkene zich zonder juridisch kader zal onttrekken aan zorg. Om die reden is verplichte zorg nodig.

2.7.

De rechtbank constateert in deze zaak dat het de bedoeling is dat een zorgmachtiging wordt verleend die gelijkenis vertoont met de voorwaardelijke machtiging onder de wet Bopz. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat de voorwaardelijke machtiging met voorwaarden en opname als stok achter de deur zeer effectief was en in een grote behoefte voorzag. De Wvggz kent een dergelijke machtiging niet. Uitgangspunt in de Wvggz is echter wel dat de verplichte zorg zo veel mogelijk ambulant wordt toegepast. De rechtbank is dan ook van oordeel dat aan de behoefte in de praktijk tegemoet gekomen kan worden door bij de vormen van verplichte zorg in de zorgmachtiging onderscheid te maken tussen enerzijds vormen van verplichte zorg die ambulant worden toegepast en anderzijds vormen van verplichte zorg die bestaan uit en horen bij opname. Deze laatste vormen van verplichte zorg dienen pas te worden toegepast op het moment dat het ernstig nadeel niet meer met de ambulant verplichte zorg kan worden afgewend.

2.8.

Gelet op het bovenstaande ziet de rechtbank aanleiding om in de onderhavige zaak de verzochte vormen van verplichte zorg toe te wijzen, waarbij de vorm a eerst moeten worden toegepast. Pas als op die manier het ernstig nadeel niet meer kan worden afgewend, dan kunnen de vormen b, c, d en j worden toegepast. De ambulant verplichte vormen van zorg die de rechtbank zal toewijzen, mogen dan ook in de kliniek worden toegepast.

Deze verplichte zorg kan naar het oordeel van de rechtbank het ernstig nadeel voldoende wegnemen.

2.9.

Er zijn in dit geval geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.10.

De verzochte verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van de betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen. De rechtbank wijst er op dat artikel 2:2 van het Besluit vggz eisen stelt aan de veiligheid bij de toepassing van een zorgmachtiging met ambulant verplichte zorg.

2.11.

Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan de criteria voor en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging met de gevraagde vormen van verplichte zorg zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden.

3 Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [1973] te [geboorteplaats] , voor de volgende vormen van verplichte zorg:

a. toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van

medische controles of andere medische handelingen en therapeutische

maatregelen, ter behandeling van een psychotische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

b. beperken van de bewegingsvrijheid;

c. insluiten;

d. uitoefenen van toezicht op betrokkene;

j. opnemen in een accommodatie,

en

bepaalt dat gestart zal worden met ambulante verplichte zorg als bedoeld onder a;

bepaalt dat op het moment dat de ambulant verplichte zorg niet meer voldoende is om het ernstig nadeel af te wenden, ook de andere verleende vormen van verplichte zorg kunnen worden toegepast;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 september 2020.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2020 door mr. D.J. van Maanen, rechter, in aanwezigheid van D.B.T. Koster als griffier en is schriftelijk uitgewerkt op 14 april 2020.

..

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature