E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBMNE:2019:6450
Rechtbank Midden-Nederland, UTR 19/560

Inhoudsindicatie:

Verweerder heeft aan eiseres een bestuurlijke boete opgelegd van € 36.000,- in verband met een bedrijfsongeval tijdens een brandbestrijdingsoefening. Aan het besluit is een boeterapport ten grondslag gelegd dat is opgemaakt door de arbeidsinspectie. Volgens verweerder heeft eiseres niet alles gedaan wat redelijkerwijs van haar kon worden gevergd om de overtreding te voorkomen, zodat geen sprake is van het ontbreken van verwijtbaarheid. Ook is niet gebleken van matigingsgronden. De boete is opgelegd zoals is neergelegd in de Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwet. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt gesteld dat eiseres ter voorkoming van valgevaar geen andere voorzieningen of maatregelen heeft getroffen. Hierdoor werd het gevaar op een ongewilde gebeurtenis, zoals een val van de balustrade door het losschieten van het afneembare hek, niet tegengegaan. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat dit risico voorzienbaar was.

Het is de rechtbank niet gebleken dat verweerder de matigingsgronden cumulatief heeft getoetst zoals eiser heeft gesteld. De rechtbank acht de Beleidsregel niet onredelijk. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht geen aanleiding heeft gezien om de boete te matigen op één van matigingsgronden zoals genoemd in de Beleidsregel. De boete is voorts evenredig.

Er is wel sprake van overschrijding van de redelijke termijn met minder dan zes maanden, daarom zal de boete worden gematigd met 5%.

Beroep gegrond, zelf voorzien, boete vaststellen op € 34.200,-

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie