< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Een 50-jarige man uit Zaandam en een 47-jarige man uit Hilversum die honderden mensen hebben opgelicht door hen nepvakanties te verkopen zijn veroordeeld tot gevangenisstraffen. Ook moet het duo in totaal ruim 180.000 euro terugbetalen aan de slachtoffers die ze hebben gemaakt.

251 mensen hebben tussen oktober 2014 en juli 2015 een vliegvakantie geboekt via de webwinkel ZonFly. De klanten kochten een vakantie naar, voornamelijk, Turkije maar kwamen bedrogen uit. Veel klanten hebben aangifte gedaan bij het Landelijk meldpunt Internetoplichting waarna de politie een groot onderzoek is gestart, genaamd 14Parkiet.

Uit dat onderzoek is gebleken dat de man uit Zaandam het bedrijf ZonFly heeft verkocht aan zijn medeverdachte. Dat bleek achteraf een schijnconstructie te zijn want de Zaandammer bleef doorgaan met de exploitatie van de webwinkel en hij bleef toegang houden tot de bankrekeningen van het bedrijf. De webwinkel had een professionele website en liet kopers geloven dat zij te maken hadden met een echte webwinkel in de reisbranche. De klanten maakten (een deel van) het geld over en dachten een vakantie in het vooruitzicht te hebben. Veel van hen ontdekten pas bij het inchecken dat zij geen vakantie hadden geboekt, zij stonden niet op de passagierslijst van de luchtvaartmaatschappijen. Ook ontvingen verschillende mensen kort voor hun reis een e-mail waarin stond dat het bedrijf failliet was. Telefoontjes en e-mails van klanten aan het bedrijf werden vervolgens niet meer beantwoord.

Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de zeer professionele wijze en de grote schaal waarop de oplichting plaats vond. Niet alleen zijn de slachtoffers financieel benadeeld, ook is het vertrouwen in de reisbranche en het betalingsverkeer ernstig geschaad. Volgens de rechtbank ging het duo op brutale wijze te werk en hadden ze enkel oog voor eigen financieel gewin. Hoewel de rechtbank – net als de officier van justitie – bij het bepalen van de straf meeweegt dat de redelijke termijn van dit proces overschreden is, wijkt de rechtbank af van de eis van de officier van justitie. Er is tegen de man uit Zaandam 7 maanden celstraf geëist, maar de rechtbank vindt dat die straf onvoldoende recht doet aan de ernst van de feiten. De 50-jarige man is veroordeeld tot 10 maanden gevangenisstraf. De beledigingen, bedreigingen en negatieve media-aandacht die de man zou hebben gekregen is geen reden om een lagere straf op te leggen. Bij het bepalen van de straf van de 47-jarige medeverdachte houdt de rechtbank rekening met het feit dat hij een kleinere rol had. Hij is veroordeeld tot een celstraf van 4 maanden. Daarnaast hebben in totaal 161 klanten om een schadevergoeding gevraagd. De rechtbank heeft bepaald dat het duo ruim 180.000 euro moet terugbetalen aan de gedupeerde vakantiegangers.

Uitspraak



RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/707008-15 (ontneming)

Vonnis van de meervoudige kamer van 24 december 2019

in de ontnemingszaak tegen

[veroordeelde] ,

geboren op [1972] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres

[adres] , [woonplaats] ,

(hierna te noemen: veroordeelde).

1 De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

- de schriftelijke vordering ten bedrage van € 86.900,00 die door de officier van justitie binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;

- de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting;

- het strafdossier onder parketnummer 16/707008-15, waaruit blijkt dat veroordeelde bij vonnis van 24 december 2019 van deze rechtbank is veroordeeld ter zake van – kort gezegd – medeplichtigheid aan oplichting, meermalen gepleegd;

- de overige stukken in het dossier.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op deterechtzittingen van 29 augustus 2018, 14 november 2018, 5 november 2019, 13 november 2019 en 10 december 2019.

De ontnemingsvordering is gelijktijdig ter terechtzitting behandeld met de strafzaak tegen veroordeelde, bekend onder hetzelfde parketnummer. De inhoudelijke behandeling van de straf- en ontnemingszaak heeft op 5 november 2019 plaatsgevonden. Op 13 november 2019 heeft de behandeling van de vorderingen van de benadeelde partijen plaatsgevonden. Op 10 december 2019 is het onderzoek ter terechtzitting gesloten.

De veroordeelde is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door zijn raadsman mr. W.A.P. Gerbrandij, advocaat te Amsterdam.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat veroordeelde en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2 De beoordeling

2.1.

De vordering van de officier van justitie

De schriftelijke vordering van de officier van justitie strekt tot het aan de veroordeelde opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van € 86.900,00. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie zijn vordering gehandhaafd.

De officier van justitie vordert daarnaast dat de vorderingen van de benadeelde partijen, zoals deze zijn ingediend in de strafzaak in mindering worden gebracht op het wederrechtelijk verkregen voordeel.

2.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gesteld dat de bedragen die op de privérekening van veroordeelde zijn bijgeschreven niet van misdrijf afkomstig waren, zodat de vordering ten aanzien van deze bedragen moet worden afgewezen. Ten aanzien van de andere bedragen heeft de raadsman aangevoerd dat veroordeelde deze niet voorhanden heeft gehad. Over de opgenomen geldbedragen bij de automaten heeft veroordeelde verklaard dat hij deze moest afgeven, waardoor veroordeelde hier geen voordeel van heeft genoten.

De raadsman heeft subsidiair bepleit dat het wederrechtelijk verkregen voordeel slechts de som kan zijn van de betaalde maar niet genoten reizen.

2.3.

Het oordeel van de rechtbank

2.3.1.

Grondslag

Bij vonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank van 24 december 2019 is veroordeelde veroordeeld voor medeplichtigheid aan oplichting, meermalen gepleegd, in de periode van 18 februari 2015 tot en met 8 juli 2015.

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewezenverklaring en de feiten en omstandigheden die in de hierna te noemen bewijsmiddelen zijn vervat, aannemelijk dat veroordeelde uit dit feit voordeel heeft verkregen. Door de rechtbank is bij het bepalen van het wederrechtelijk verkregen voordeel een transactieberekening gehanteerd. Artikel 36e lid 2 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) vormt daarmee de grondslag voor de ontnemingsmaatregel.

2.3.2.

Bewijsmiddelen

Als uitgangspunt voor de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel baseert de rechtbank zich op het ‘Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict’ van 1 december 2016 met de daarin opgenomen uitgangspunten.

2.3.3.

Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel

De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel dat veroordeelde heeft genoten de volgende berekening gehanteerd.

Bankrekening SNS [rekeningnummer]

Om te kunnen bepalen wie welk voordeel op welk moment heeft verkregen en welke financiële transacties er op bepaalde tijdstippen zijn uitgevoerd zijn de relevante

bankrekeningen opgevraagd.

Voor het vaststellen van het wederrechtelijk verkregen voordeel is in dit onderzoek primair de SNS bankrekening met nummer [rekeningnummer] gebruikt. Dit is de zakelijke rekening welke is geopend door [veroordeelde] ten behoeve van [bedrijf] op 10 februari 2015. Relevante mutaties hebben plaatsgevonden tot 09 juli 2015. Dit is ook de datum waarop het zogenoemde faillissement van [bedrijf] bekend werd gemaakt.

Beginsaldo SNS [rekeningnummer] € 0,00

Bijschrijvingen

Vakantieboekingen rechtstreeks op de SNS rekening € 145.574,33

Vakantieboekingen via PSP Escrow ice pay € 274.553,01 +

Totaal bijgeboekt € 420.127,34

Van dit bedrag wordt het geld dat werd terugbetaald voor geannuleerde vliegreizen afgehaald (restitutie).

€ 420.127,34 - € 2942,- = € 417.185,34

Op dit bedrag worden de zakelijke kosten betaald aan derden en de inkoopkosten van vliegtickets in mindering gebracht.

Kosten Global collect € 849,15

Kosten Google € 17.342,41

Zakelijke kosten € 1.384,27

Inkoop vliegtickets € 183.560.08 +

€ 203.135,91

€ 417.185,34 - € 203.135,91 = € 214.049,43

Verdeelsleutel

Vanuit het onderzoek zijn er aanwijzingen dat de verdeling van het voordeel niet gelijkelijk heeft plaatsgevonden. Het onderzoek vermeldt dat de veroordeelde de beschikking heeft gehad over twee privérekeningen waarnaar in totaal € 72.200,- werd overgemaakt van de zakelijke ( [bedrijf] ) SNS rekening [rekeningnummer] . Echter, uit de bewijsmiddelen volgt dat veroordeelde uitsluitend de beschikking had over de (privé) SNS-rekening met het nummer [rekeningnummer] . Naar deze rekening is in totaal € 26.500,- overgemaakt vanaf de zakelijke SNS rekening van [bedrijf]. De rechtbank zal dan ook dit bedrag toereken aan veroordeelde als het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Conclusie

Gelet hierop stelt de rechtbank vast dat veroordeelde uit medeplichtigheid aan oplichting, meermalen gepleegd voordeel heeft genoten.

De verplichting tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel kan dan ook aan de veroordeelde worden opgelegd voor een bedrag van € 26.500,-.

3 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op artikel 36e lid 2 van het Wetboek van Strafrecht.

4 De beslissing

De rechtbank:

- stelt het bedrag van het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel vast op een bedrag van € 26.500;

- wijst af het meer of anders gevorderde;

- legt aan de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 26.500.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.J.B. Corbeij, voorzitter, mrs. D. Riani el Achhab en M.C. Danel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.H. Batavier, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 december 2019.

Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 2 december 2016, genummerd PL0900-2015209627 (Onderzoek: 14Parkiet), opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 3006 en het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e tweede lid van het Wetboek van Strafrecht, met bijlagen, van 1 december 2016 doorgenummerd 1 tot en met 208. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel - ex art 36e 2e lid Sr.

Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel - ex art 36e 2e lid Sr, p. 10.

Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel - ex art 36e 2e lid Sr, p. 10.

Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel - ex art 36e 2e lid Sr, p. 13.

Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel - ex art 36e 2e lid Sr, p. 13.

Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel - ex art 36e 2e lid Sr, p. 7.

Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel - ex art 36e 2e lid Sr, p. 54 – 66.

Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel - ex art 36e 2e lid Sr, p. 7.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature