E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBMNE:2019:3509
Rechtbank Midden-Nederland, UTR 18/3505-T

Inhoudsindicatie:

Tussenuitspraak. Turkse inburgeringsplicht. Motiveringsgebrek. Bestuurlijke lus.

Wetsartikelen: artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, Wet Inburgering en artikel 5, tweede lid, aanhef en onder d, Wet Inburgering

Samenvatting:

Eiser heeft de Turkse nationaliteit en een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De eerder aan eiser toegekende lening in het kader van de inburgeringsplicht heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stopgezet omdat eiser volgens de minister niet inburgeringsplichtig is. De rechtbank ziet niet in dat de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 16 augustus 2011 (ECLI:NL:CRVB:2011:BR4959) ook gevolgen heeft voor de inburgeringsplicht van mensen met de Turkse nationaliteit die niet vallen onder het associatierecht EU-Turkije. De toelichting ter zitting dat het de keuze van de minister is geweest om alle mensen met de Turkse nationaliteit te laten vallen onder de uitzondering van artikel 5, tweede lid, aanhef en onder d, van de Wet Inburgering is niet nader onderbouwd. De minister heeft zes weken gekregen om dit gebrek te herstellen met een aanvullende motivering of een nieuwe beslissing op bezwaar.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie