< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Artikel 5 Handelsnaamwet

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer: C/03/288872 / KG ZA 21-76

Vonnis in kort geding van 15 juni 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

advocaat mr. L.L.A.M. Thissen;

tegen:

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , handelend onder de naam [handelsnaam 1] en/of [handelsnaam 2] ,

wonend te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie, eiser in reconventie,

advocaat mr. A.J.L.J. Pfeil en mr. J.A.M.W. Lutgens

Partijen zullen hierna, ten behoeve van de leesbaarheid van dit vonnis, aangeduid worden als “ [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ” en waar nodig “ de vennootschap van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ” enerzijds en “ [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ” anderzijds.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding met producties 1 tot en met 15;

het herstelexploot nieuwe dag- en tijdsbepaling;

de bij schrijven van 11 maart 2021 namens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in het geding gebrachte productie 16;

de bij schrijven van 15 maart 2021 namens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in het geding gebrachte productie 17;

de bij schrijven van 16 maart 2021 namens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in het geding gebrachte productie 18;

de bij schrijven van 27 mei 2021 namens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in het geding gebrachte producties 19 tot en met 21;

de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties 1 tot en met 7;

de mondelinge behandeling, gehouden op 1 juni 2021;

de pleitnota van de zijde van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ;

de pleitnota van de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn broers.

2.2.

De vennootschap van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , is opgericht op 16 mei 2002. Volgens de inschrijving in de Kamer van Koophandel zijn haar handelsnamen: “[handelsnaam 3]”, “[handelsnaam 4]” en – vanaf 1 juli 2020 – “[handelsnaam 5]”. Volgens diezelfde inschrijving omvatten de werkzaamheden van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de bemiddeling bij handel, huur of verhuur van onroerend goed.

2.3.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] drijft zijn onderneming ook op het internet via zijn bedrijfswebsite met de domeinnaam “ [website 1] ” [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is voorts houder van het Benelux (beeld)merk “ [handelsnaam 1] ”, dat op 10 oktober 2005 is ingeschreven.

2.4.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft zijn onderneming opgericht in mei 2008. Hij heeft zijn onderneming vanuit [vestigingsplaats 2] aanvankelijk gedreven op het gebied van financiële dienstverlening, zoals hypotheekbemiddeling en kredietbemiddeling met betrekking tot onroerend goed voor particulieren. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] handelde daarbij onder de handelsnamen “[handelsnaam 6]” en “[handelsnaam 7]”.

2.5.

In 2015 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn ondernemingsactiviteiten uitgebreid naar makelaardij. Aanvankelijk deed hij dat onder de handelsnamen “[handelsnaam 6]” en “[handelsnaam 7]”.

2.6.

Vanaf 2020 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn makelaardij gedreven onder de handelsnamen “[handelsnaam 8]”, “[handelsnaam 1]”, “[handelsnaam 9]” en “[handelsnaam 2]” Op 1 maart 2020 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de domeinnaam “ [website 2] ” geregistreerd en op 1 september 2020 de naam “ [website 3] ”

3 Het geschil

In conventie

3.1.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt dat hij sedert de oprichting de handelsnaam “ [handelsnaam 3] ” onafgebroken heeft gevoerd. Hij drijft een onderneming op het gebied van vastgoedbemiddeling, dan wel makelaardij en houdt kantoor in [vestigingsplaats 1] . De makelaardij richt zich voornamelijk op de zakelijke vastgoedmarkt, zoals bedrijfs- en kantoorpanden en bedrijfsterreinen, doch [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt voorts met enige regelmaat ook actief te zijn op de particuliere vastgoedmarkt. Het onroerend goed waarin hij bemiddelt, bevindt zich voornamelijk in de regio (Zuid-)Limburg. Ook zijn klanten zijn voornamelijk afkomstig uit deze regio. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt dat hij zijn onderneming ook drijft via social media, te weten LinkedIn en via het platform voor makelaars RICS.

3.2.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] sinds 2016 zijn ondernemingsactiviteiten geleidelijk aan heeft uitgebreid naar makelaardij. De makelaardij van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] richt zich volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] met name op de particuliere markt voor woningen die zijn gelegen in de regio (Zuid-)Limburg. Omdat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] die activiteiten oorspronkelijk verrichtte onder de handelsnamen genoemd in rechtsoverweging 2.4., is de wijziging van diens bedrijfsactiviteiten voor [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] lange tijd onopgemerkt gebleven. Dat veranderde volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in januari 2020, toen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn makelaarsactiviteiten is gaan drijven onder de namen “ [handelsnaam 8] ”, “ [handelsnaam 1] ” en “ [handelsnaam 2] ”. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft in de daaropvolgende maanden de domeinnamen “ [website 3] ” en “ [website 2] ” geregistreerd. Op Facebook en LinkedIn gebruikt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de handelsnamen “ [handelsnaam 1] ” en “ [handelsnaam 2] ”.

3.3.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt zich op het standpunt dat het handelsnaamgebruik door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in strijd is met het bepaalde in artikel 5 van de Handelsnaamwet (hierna te noemen: “Hnw”). [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] betoogt dat verwarring bij het relevante publiek te duchten is, te weten het publiek dat – privé of beroepsmatig – in aanraking komt met beide ondernemingen, omdat de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gevoerde naam slechts in (te) geringe mate afwijkt van de rechtmatig door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gevoerde naam. Dat er daadwerkelijk verwarring is opgetreden, blijkt volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] uit het feit dat hij telefoontjes kreeg van mensen die geïnteresseerd waren in woningen die door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te koop werden aangeboden en dat hij van notarissen conceptaktes voor de levering van woningen kreeg toegezonden die voor [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bestemd waren. Het verwarringsgevaar wordt volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet weggenomen door de toevoeging van het beschrijvende element “makelaar” aan de naam “ [handelsnaam 1] ”. De beschrijvende elementen “wonen” of “woonbemiddeling” behoren tot dezelfde categorie van begrippen als “makelaar”. Volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] werkt de toevoeging van die elementen de verwarring juist in de hand.

3.4.

De aard van de bedrijfsactiviteiten van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is nagenoeg identiek: beide ondernemingen richten zich op de makelaardij en dan in het bijzonder op onroerende zaken gelegen in de regio (Zuid-)Limburg. Dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zich hoofdzakelijk richt op de zakelijke vastgoedmarkt en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op de particuliere vastgoedmarkt maakt volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de aard van de ondernemingen niet anders. Daar komt bij dat beide ondernemingen in dezelfde regio zijn gevestigd, te weten in Zuid-Limburg. Bij het relevante publiek, dat woont of gevestigd is in de regio (Zuid-)Limburg, maar ook het publiek dat op zoek is naar onroerend goed in de regio (Zuid-)Limburg zal daarom verwarring tussen beide ondernemingen te duchten zijn.

3.5.

Ook is volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voldaan aan het criterium dat sprake is van een voor derden kenbaar gebruik van een handelsnaam. Bovendien levert het gebruik van een domeinnaam handelsnaamgebruik op, omdat de website van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] een bedrijfsmatig karakter heeft en de website de domeinnaam inkleurt tot handelsnaam. Omdat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zijn handelsnaam sinds mei 2002 onafgebroken voert en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn handelsnaam pas sinds januari 2020, is volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ook voldaan aan het in artikel 5 Hnw neergelegde vereiste, dat de omstreden jongere handelsnaam inbreuk maakt op een oudere handelsnaam.

3.6.

Verder stelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zich op het standpunt dat er een grote mate van overeenstemming bestaat tussen de door hem gevoerde handelsnaam en de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gevoerde omstreden handelsnamen. De jongere, door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gebruikte handelsnaam onderscheidt zich volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] immers slechts van de door hem gevoerde handelsnaam “ [handelsnaam 3] ” door het gebruik van generieke termen “makelaars”, “wonen” en “woonbemiddeling.” Het dominante en sterk onderscheidende onderdeel van de handelsnamen, te weten “ [handelsnaam 1] ”, stemt echter juist overeen.

3.7.

Daarnaast stelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zich op het standpunt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] door de gestelde inbreuk op het handelsnaamrecht van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] maatschappelijk onzorgvuldig jegens hem handelt en daarmee een onrechtmatige daad jegens hem pleegt.

3.8.

Op grond van het vorenstaande vordert [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] (samengevat) dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] :

I. beveelt om binnen 24 uur na betekening van het in deze procedure te wijzen vonnis zich te (blijven) onthouden van de inbreuk op de handelsnaam van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] “ [handelsnaam 3] ” door het staken en gestaakt houden van het gebruik van:i. de woordcombinatie “ [handelsnaam 1] ” als handelsnaam en/of als bestanddeel van zijn handelsnaam;ii. de handelsnaam “ [handelsnaam 1] ”, “ [handelsnaam 8] ” en/of “ [handelsnaam 2] ”; en/ofiii. van iedere handelsnaam die slechts in geringe mate afwijkt van de handelsnaam “ [handelsnaam 3] ”;

II. beveelt om binnen 24 uur na betekening van het in deze procedure te wijzen vonnis primair de naam van de houder van de domeinnaam [website 2] te wijzigen in de naam van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , althans daaraan alle nodige medewerking te verlenen, althans alle medewerking te verlenen aan de overdracht van de domeinnaam [website 2] aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , dan wel subsidiair zich te onthouden van ieder voor het internetpubliek kenbaar gebruik van de domeinnaam;

III. beveelt dat hij bij het niet, of niet volledig nakomen van een door de voorzieningenrechter op te leggen bevel, aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] een direct opeisbare dwangsom verschuldigd is van € 5.000,-- voor iedere dag [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat bevel niet tijdig of niet volledig nakomt, met een maximum van € 250.000,--;

IV. primair veroordeelt in alle (proces)kosten van deze procedure op grond van artikel 1019h Rv., bestaande in het salaris van de advocaat van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , het griffierecht en de kosten voor de deurwaarder, dan wel subsidiair veroordeelt in alle (proces)kosten van deze procedure op grond van artikel 237 Rv ;

V. veroordeelt in de nakosten als bedoeld in artikel 237 lid 4 Rv ;

VI. veroordeelt tot vergoeding van de wettelijke rente over de proceskosten, te rekenen vanaf 24 uur na betekening van het in deze procedure te wijzen vonnis tot de dag der algehele voldoening;

3.9.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] betwist de vordering en voert verweer.

3.10.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

In reconventie

3.11.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt dat hij sinds 2008 de handelsnaam “ [handelsnaam 2] ” voert, welke naam in 2020 is veranderd in “ [handelsnaam 1] .” [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voert pas sinds 1 juli 2020 de handelsnamen “ [handelsnaam 5] ” Ten aanzien van die combinatie stelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de oudste rechten te hebben.

3.12.

Door de toevoeging van een nieuwe handelsnaam heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn activiteiten verbreed, omdat hij zich sedert 1 juli 2020 ook richt op de particuliere markt en uit de dagvaarding blijkt dat hij zich in het geografische gebied van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] begeeft. Dat betekent dat beide partijen zich in hetzelfde geografische gebied richten op de particuliere woningmarkt.

3.13.

Gelet op het feit dat de handelsnamen die partijen gebruiken in grote mate overeenstemmen, bestaat er volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gevaar voor verwarring. Omdat partijen zich beide onder andere richten op de particuliere woningmarkt is verwarring volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet meer te vermijden. Het gebruik van de handelsnaam “ [handelsnaam 5] ” levert volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dan ook een schending op van artikel 5 Hnw en een onrechtmatige daad.

3.14.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt dat hij door deze inbreuk door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] (toekomstige) schade lijdt, omdat klanten die niet uit het klantenbestand van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] komen, door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] kunnen worden weggekaapt, indien deze al niet per ongeluk bij [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] terechtkomen in plaats van bij [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] .

3.15.

Op grond van het vorenstaande vordert [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] :

beveelt om binnen 24 uur na betekening van het in deze procedure te wijzen vonnis zich te (blijven) onthouden van de inbreuk op de handelsnaam van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] (“ [handelsnaam 9] ”) door het staken en gestaakt houden van het gebruik van - de woordcombinatie “ [handelsnaam 1] ” en “Wonen” en/of “Woningmakelaar” en/of “Woningmakelaars”- iedere handelsnaam die slechts in geringe mate afwijkt van de handelsnaam “ [handelsnaam 1] ”;

beveelt bij het niet volledig nakomen van een door de voorzieningenrechter op te leggen bevel, aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] een direct opeisbare dwangsom verschuldigd is van € 5.000,-- voor iedere dag dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet tijdig of niet volledig nakomt, met een maximum van € 250.000,--, dan wel een door de voorzieningenrechter te bepalen dwangsom en door de voorzieningenrechter te bepalen maximum;

veroordeelt in de (proces)kosten van deze procedure op grond van artikel 1019h Rv, bestaande in het salaris van de advocaat van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , het griffierecht, dan wel subsidiair te veroordelen in de alle (proces)kosten van deze procedure op grond van artikel 237 lid 4 Rv ;

veroordeelt tot vergoeding van de wettelijke rente over de proceskosten, te rekenen vanaf 24 uur na betekening van het in deze procedure te wijzen vonnis, tot de dag der algehele voldoening.

3.16.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] betwist de vordering en voert verweer.

3.17.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

In conventie en reconventie 4.1.

Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie, zal de voorzieningenrechter die vorderingen gezamenlijk beoordelen.

Het spoedeisend belang

4.2.

De betwisting door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van het bestaan van een spoedeisend belang bij de vorderingen van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , moet worden verworpen. Zoals [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] met betrekking tot zijn vordering in reconventie – die gelijkaardig is aan de vordering in conventie – zelf stelt, is met de aard van de vordering de spoedeisendheid in beginsel gegeven. Niet valt in te zien, waarom dit voor de vordering van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in conventie anders zou zijn. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op 16 juli 2020 voor het eerst gesommeerd het omstreden gebruik van de handelsnaam “ [handelsnaam 8] ” te staken. Dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] echter pas op 3 maart 2021 [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in kort geding heeft gedagvaard om het omstreden gebruik van de handelsnaam te staken, betekent niet dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] geen spoedeisend belang meer zou hebben bij zijn vorderingen. Dat geldt te meer nu onweersproken is dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de periode tussen juli 2020 en maart 2021 ook gebruikt heeft om met [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] buitengerechtelijk tot een vergelijk te komen over deze kwestie.

Verjaring en rechtsverwerking

4.3.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft aangevoerd dat hij al sinds 2008 de handelsnaam “ [handelsnaam 2] ” voert en al sinds 2002 de handelsnaam “ [handelsnaam 1] .” Volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is de vordering van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] verjaard, omdat de verjaring ervan niet tijdig gestuit is.

4.4.

Het verweer van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] moet worden verworpen. De voorzieningenrechter is met [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] van oordeel dat iedere dag dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in strijd handelt met het handelsnaamrecht van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] een aparte onrechtmatige daad oplevert, die tot gevolg heeft dat daarmee steeds een nieuwe verjaringstermijn aanvangt. Daar komt nog bij dat artikel 5 Hnw aan het verbod tot het voeren van een handelsnaam onder meer als vereiste stelt dat verwarring bij het publiek te duchten is, onder andere in verband met de “aard van beide ondernemingen.” Tot 2015 behoorde het ontplooien van makelaarsactiviteiten naar de eigen stelling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet tot zijn ondernemingsactiviteiten; voordien verrichte [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] enkel activiteiten op gebieden waarop [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet actief was en nog steeds niet is. Pas in 2015 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] makelaarsactiviteiten aan zijn werkzaamheden toegevoegd en toen ook pas, kon het (mogelijke) gevaar van verwarring bij het publiek in verband met de aard van de ondernemingen ontstaan. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft echter onvoldoende onderbouwd dat en waarom de vorderingen van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , gerekend vanaf dat moment, zouden zijn verjaard.

4.5.

Daarnaast heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] een beroep gedaan op rechtsverwerking. Ter onderbouwing van dat beroep heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aangevoerd dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] sinds jaar en dag op de hoogte is van het feit dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] handelt onder de naam “ [handelsnaam 1] ” en “ [handelsnaam 2] .” Tot juli 2020 heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] daar volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] nooit problemen mee gehad. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] was ervan op de hoogte dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] handelt onder de afkorting “ [handelsnaam 1] ”. Indien dat een inbreuk zou vormen op de handelsnaam van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , dan had hij dit in 2008, en eigenlijk zelfs al in 2002 moeten aangeven en niet pas vele jaren later. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft jegens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] nooit enig bezwaar gemaakt tegen het gebruik van de familienaam en daarom zou hij het recht verwerkt hebben om daar nu op terug te komen.

4.6.

Ook in dit verband moet worden betrokken dat van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in ieder geval niet eerder dan in 2015 zou kunnen worden verwacht dat hij optrad tegen het omstreden handelsnaamgebruik door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] . Immers, ook hier heeft te gelden hetgeen in rechtsoverweging 4.4. is overwogen en waarnaar de voorzieningenrechter kortheidshalve verwijst. Voor een geslaagd beroep op rechtsverwerking is bovendien onvoldoende de enkele stelling dat een partij heeft stilgezeten. Het enkele tijdsverloop op zich levert geen rechtsverwerking op. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft echter geen, althans onvoldoende, bijkomende omstandigheden gesteld die een succesvol beroep op rechtsverwerking rechtvaardigen, bijvoorbeeld inhoudende dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] bij hem het gerechtvaardigd vertrouwen zou hebben opgewekt dat hij niet zou optreden tegen het omstreden handelsnaamgebruik, of dat zijn positie onredelijk wordt benadeeld of verzwaard nu [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zijn aanspraak alsnog geldend tracht te maken.

De handelsnamen

4.7.

Voor toewijzing van een verbod tot het voeren van een handelsnaam in kort geding dient voorshands voldoende aannemelijk te zijn dat in een eventuele bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de partij aan wie dit verbod moet worden opgelegd, de handelsnaam onrechtmatig voert. Hiervan kan sprake zijn indien de handelsnaam, of een in geringe mate afwijkende handelsnaam, reeds eerder rechtmatig werd gevoerd door de partij die het verbod vraagt, voor zover in verband met de aard van de beide ondernemingen en de plaats waar zij gevestigd zijn, bij het publiek verwarring tussen de ondernemingen te duchten is, zo volgt uit artikel 5 Hnw .

4.8.

De voorzieningenrechter is aanstonds van oordeel dat de vordering in conventie onder I sub i als te ruim geformuleerd moet worden afgewezen. Het moet [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] immers vrijstaan zijn familienaam te gebruiken als onderdeel van een handelsnaam, indien het overige deel van die naam geen verwarring veroorzaakt met de bedrijfsactiviteiten van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , bijvoorbeeld indien de rest van die naam duidt op andere bedrijfsactiviteiten die niet zullen worden geassocieerd met makelaardijwerkzaamheden in onroerend goed. De vordering in conventie onder I sub i wordt dan ook afgewezen.

4.9.

Met betrekking tot de overige vorderingen in conventie onder I en in reconventie onder 1 overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Als onvoldoende betwist staat vast dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in ieder geval sedert 2002 de handelsnaam “ [handelsnaam 3] ” gebruikt en dat hij op het internet de domeinnaam www.vandelaarmakelaars.nl gebruikt. Tegenover de oudere, door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gevoerde, handelsnaam “ [handelsnaam 3] ”, staan de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gevoerde, jongere, handelsnamen “ [handelsnaam 1] ”, “ [handelsnaam 2] ” van “ [handelsnaam 8] .” Weliswaar betwist [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat hij die handelsnamen gebruikt –

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft betoogd dat hij thans uitsluitend handelt onder de naam “ [handelsnaam 9] ”, maar die betwisting heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] aan de hand van de door hem in het geding gebrachte producties en toelichting (vgl. randnummer 12 e.v. van de dagvaarding) in voldoende mate weerlegd, zodat de voorzieningenrechter daaraan voorbij gaat.

4.10.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de handelsnamen “ [handelsnaam 1] ”, “ [handelsnaam 2] ” en “ [handelsnaam 8] ” enerzijds verwarringscheppend zijn, indien deze worden vergeleken met de handelsnaam “ [handelsnaam 3] ” anderzijds. Dat is niet alleen zo vanwege de overeenstemmende familienaam die diverse handelsnamen gemeen hebben, en die auditief en visueel overeenstemmen, maar ook vanwege de handelsactiviteit die met het overige gedeelte van de diverse handelsnamen wordt aangeduid, te weten “makelaardij”, “wonen” en “woonbemiddeling” enerzijds en “makelaars” anderzijds. De woorden “makelaardij” en “woonbemiddeling” hebben dezelfde associatie, namelijk dat iemand of iets, een makelaar, of een makelaardij, bemiddelt bij de verkoop of aankoop van een woning en daardoor bemiddelt bij het verschaffen of verkrijgen van woonruimte. Ook het woord “wonen” kan – naast andere associaties – zeer zeker de associatie oproepen dat het gaat om makelaarswerkzaamheden.

4.11.

Het behoeft weinig betoog dat de woorden “makelaardij” en “makelaars” dezelfde handelsactiviteit, te weten het optreden als makelaar, aanduiden en geen onderscheidend vermogen hebben, omdat in het eerste geval de activiteit wordt aangeduid en in het tweede geval degene die die activiteit uitoefent, zodat een handelsnaam waarin daaraan enkel de naam “ [handelsnaam 1] ” is toegevoegd, verwarrend kan zijn. Dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] als onderdeel van zijn handelsnaam niet de aanduiding “makelaardij” gebruikt, zoals hij stelt, wordt ook weersproken door de verklaring van Funda. Deze organisatie heeft namelijk verklaard dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bij haar geregistreerd staat als “ [handelsnaam 8] ”.

4.12.

In het kader van de beoordeling van het verwarringsgevaar is verder van belang dat de bedrijfsactiviteiten van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet wezenlijk van elkaar verschillen. Beiden houden zich bezig met makelaardij. Dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zijn bedrijfsactiviteiten met name richt op zakelijk onroerend goed, terwijl [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zich meer richt op particulier onroerend goed, is onvoldoende om een wezenlijk verschil in bedrijfsactiviteiten aan te kunnen nemen. Bovendien is [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ook, zij het sporadisch, actief op het gebied van de bemiddeling bij de aan- en verkoop van particulier onroerend goed.

4.13.

Verwarring tussen de ondernemingen van partijen wordt ook in de hand gewerkt, omdat zij actief zijn in dezelfde regio, te weten Zuid-Limburg. Dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zich met name richt op het westen van Zuid-Limburg, te weten Maastricht en omstreken, en dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zich met name richt op het oostelijke gedeelte van Zuid-Limburg, te weten de gemeenten die samen worden aangeduid als Parkstad, is irrelevant. Deze gebiedsdelen zijn onvoldoende onderscheidend en te klein om niet te worden beschouwd als één regio. Het feit dat verschillende makelaars kantoren aanhouden in zowel Maastricht als Heerlen, zoals [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt, kan diverse redenen hebben en betekent niet dat Maastricht en Heerlen als verschillende regio’s zouden moeten worden beschouwd.

4.14.

Voorts blijkt het verwarringsgevaar ook uit de omstandigheid dat het zich daadwerkelijk heeft gerealiseerd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is voldoende aannemelijk geworden dat zich bij [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] enkele potentiële kopers hebben gemeld die reageerden op een advertentie van een woning geplaatst door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zelfs van notarissen concepten van leveringsakten toegezonden kreeg die betrekking hadden op de overdracht van woningen waarbij [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bemiddelde bij de verkoop.

4.15.

Omdat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] eerder in de regio Zuid-Limburg rechtmatig onder de handelsnaam “ [handelsnaam 3] ” als makelaar actief is geworden dan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , is voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat het gebruik van de handelsnamen “ [handelsnaam 1] ”, “ [handelsnaam 8] ” en “ [handelsnaam 2] ” door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] onrechtmatig is.

4.16.

Dat betekent dat de vordering van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] onder I sub ii in conventie voor toewijzing gereed ligt. De vordering van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] onder I sub iii is, anders dan op de wijze waarover hiervoor reeds is geoordeeld, niet weersproken en wordt eveneens toegewezen.

4.17.

Met zijn vordering in reconventie onder 1 tracht [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te bewerkstelligen dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] het gebruik van de handelsnamen “ [handelsnaam 1] ”, “ [handelsnaam 1] Woningmakelaar” en “ [handelsnaam 5] ” staakt, omdat dit een inbreuk zou vormen op de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gebruikte handelsnaam “ [handelsnaam 9] ”. De voorzieningenrechter wijst deze vordering, die in zekere zin spiegelbeeldig is aan de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ingestelde vordering, af. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft onvoldoende concreet onderbouwd, en de voorzieningenrechter is overigens ook niet gebleken, dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] onder die benamingen handelt in de zin van artikel 1 Hnw en naar buiten toe gebruikt als aanduidingen van zijn onderneming. Een schending van artikel 5 Hnw is al om die niet reden niet vast komen te staan, zodat niet aannemelijk is geworden dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat het gebruik van de handelsnamen “ [handelsnaam 1] ”, “ [handelsnaam 1] Woningmakelaar” en “ [handelsnaam 5] ” onrechtmatig is. De slotsom is dat de vordering van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in reconventie onder 1 moet worden afgewezen. Nu die vordering wordt afgewezen, ontvalt ook de grond voor toewijzing van de andere vorderingen in reconventie.

De domeinnaam

4.18.

Omdat het [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet is toegestaan de handelsnaam “ [handelsnaam 1] ” te gebruiken, zal de voorzieningenrechter [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tevens bevelen zich te onthouden van ieder voor het internetpubliek kenbaar gebruik van de domeinnaam [website 2] .

De dwangsommen

4.19.

De door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gevorderde dwangsom zal worden beperkt en het totaal zal worden gemaximeerd als vermeld in het dictum van dit vonnis.

Artikel 1019i Rv

4.20.

Op grond van het toepasselijke artikel 1019i Rv zal de voorzieningenrechter bepalen dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] binnen een termijn van drie maanden een bodemprocedure aanhangig dient te maken.

De kosten

4.21.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] wordt voor het overgrote deel in conventie en in reconventie volledig in het ongelijk gesteld. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vordert op grond van het bepaalde in artikel 1019h Rv dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] wordt veroordeeld in de daadwerkelijk door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gemaakte proceskosten. Deze kosten worden door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] begroot op € 14.387,14 (vgl. productie 21). [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt zich op het standpunt dat het door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] begrote bedrag onredelijk is, nu het is gebaseerd op een onredelijk aantal gedeclareerde uren.

4.22.

De voorzieningenrechter merkt in de eerste plaats op dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in reconventie ook heeft gevorderd om [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , op grond van het bepaalde in artikel 1019h Rv , te veroordelen in de daadwerkelijk door hem gemaakte proceskosten. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft die kosten begroot op € 13.939,20. De kostenveroordelingen die partijen over en weer vorderen, verschillen in omvang nauwelijks van elkaar. Weliswaar declareert de advocaat van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] een groter aantal uren dan de advocaat van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , maar daar staat tegenover dat het gemiddelde uurtarief dat door de advocaat van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in rekening is gebracht aanzienlijk lager is dan het tarief dat door de advocaat van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] wordt berekend. Omdat partijen over en weer veroordeling van de ander in vrijwel gelijke proceskosten vorderen, zal de voorzieningenrechter het door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] naar voren gebrachte bezwaar tegen de hoogte van de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gevorderde proceskosten passeren.

4.23.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal dan ook in de proceskosten worden veroordeeld, welke kosten aan de zijde van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] worden begroot op:

- dagvaarding € 90,62;

- griffierecht € 667,00;

- salaris advocaat € 14.387,14;

Totaal € 15.144,76.

4.24.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal tevens worden veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over de proceskosten, alsmede in de nakosten, op de wijze als in het dictum vermeld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

In conventie

5.1.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om zich binnen 24 uur na betekening van dit vonnis zich te (blijven) onthouden van de inbreuk op de handelsnaam van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] “ [handelsnaam 3] ” door het staken en gestaakt houden van het gebruik van:- de handelsnaam “ [handelsnaam 1] ”, “ [handelsnaam 8] ” en/of “ [handelsnaam 2] ”; en/of- van iedere handelsnaam die slechts in geringe mate afwijkt van de handelsnaam “ [handelsnaam 3] ”;

5.2.

beveelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om zich binnen 24 uur na betekening van dit vonnis te onthouden van ieder voor het internetpubliek kenbaar gebruik van de domeinnaam [website 2] ;

5.3.

bepaalt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bij het niet, of niet volledig nakomen van de veroordelingen onder 5.1. en 5.2. aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] een direct opeisbare dwangsom verschuldigd is van € 500,-- voor iedere dag [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat bevel niet tijdig of niet volledig nakomt, met een maximum van € 25.000,--;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af;

5.6.

bepaalt dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] op grond van het bepaalde in artikel 1019i Rv binnen drie maanden na heden een bodemprocedure aanhangig dient te maken;

In reconventie

5.7.

wijst de vorderingen af;

In conventie en in reconventie

5.8.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in alle (proces)kosten van deze procedure op grond van artikel 1019h Rv, bestaande in het salaris van de advocaat van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , het griffierecht en de kosten voor de deurwaarder, in totaal begroot op € 15.144,76;

5.9.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot vergoeding van de wettelijke rente over de proceskosten, te rekenen vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;

5.10.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 246,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J. Noelmans, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken.

type: MT


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature