< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Werknemer zegt arbeidsovereenkomst op. Gaat aansluitend in dienst bij concurrent van zijn vorige werkgever. Verricht voor zijn nieuwe werkgever werkzaamheden bij relatie van vorige werkgever. Overtreding relatie- en non-concurrentiebeding. Boete van € 75.000,00.

Uitspraak



RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8313725 CV EXPL 20-642

Vonnis van de kantonrechter van 7 april 2021

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] ,

gevestigd te [vestigingsplaats sub 1] ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

gemachtigde mr. F.J.H. Krumpelman,

tegen

[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] ,

wonend te [woonplaats] ,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,

gemachtigde mr. M.M.J.P. Penners.

Partijen zullen hierna [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] en [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 16 september 2020 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald

het proces-verbaal (met de daaraan gehechte pleitnota’s) van de mondelinge behandeling op 17 december 2020

de brief van mr. Krumpelman van 7 januari 2021 met aanvullende opmerkingen over de inhoud van de pleitnota.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] exploiteert een uitzendonderneming. De uitzendkrachten zijn in dienst van één van haar werkmaatschappijen, [naam werkmaatschappij] genaamd. De door [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] via de uitzendkrachten aangeboden werkzaamheden betreffen onder meer steigerbouw en isolatiewerkzaamheden.

2.2.

Het hoofdkantoor van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] is gevestigd te [vestigingsplaats sub 1] . In 2017 heeft zij een vestiging te [vestigingsplaats sub 2] geopend. [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] is toen (op 1 juli 2017) op grond van een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar in dienst van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] getreden in de functie van [naam functie] . Deze arbeidsovereenkomst bevat een relatiebeding, een concurrentiebeding en een boetebeding.

2.3.

In diezelfde periode is ook [naam] in dienst getreden van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] . Beiden zijn daarvóór werkzaam geweest bij [naam bedrijf sub 1] .

2.4.

De arbeidsovereenkomst met [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] is met ingang van 1 juli 2018 voor onbepaalde tijd voortgezet. Partijen hebben dit in een nieuwe arbeidsovereenkomst schriftelijk vastgelegd. Ook die arbeidsovereenkomst bevat een relatie-, een concurrentiebeding en een daaraan gekoppeld boetebeding. Deze bedingen luiden als volgt.

Artikel 1 1 (Relatiebeding)

Het is werknemer niet toegestaan gedurende het bestaan der dienstbetrekking en binnen een tijdvak van één jaar na beëindiging van de dienstbetrekking, ongeacht de wijze van beëindiging, hetzij direct, hetzij indirect, al dan niet in dienstbetrekking, op enigerlei wijze werkzaam te zijn voor een handelsrelatie van werkgever en daarmee gelieerde vennootschappen en/of ondernemingen, hetzij tegen vergoeding, hetzij om niet. Onder handelsrelatie worden in elk geval verstaan “factuurklanten” van werkgever (klanten die in het jaar voorafgaande aan de beëindiging van de arbeidsovereenkomst tenminste éénmaal een factuur van werkgever hebben ontvangen), alsmede leveranciers van personeel alsmede (ex-)werknemers van werkgever (werknemers die in het jaar voorafgaande aan de beëindiging van de arbeidsovereenkomst op enig moment in dienst van werkgever waren).

Artikel 1 2 (Concurrentiebeding)

Het is werknemer niet toegestaan om gedurende het bestaan van de dienstbetrekking en binnen 12 maanden, binnen de provincie Limburg in enigerlei vorm een kantoor, bedrijf of beroep gelijk, gelijkwaardig of aanverwant aan dat van werkgever en daarmee gelieerde vennootschappen en/of ondernemingen, te vestigen, uit te oefenen, mede uit te oefenen, of te doen uitoefenen, hetzij direct, hetzij indirect, alsook financieel, in welke vorm ook bij een dergelijk kantoor, bedrijf, beroep of de uitoefening daarvan belang te hebben, direct of indirect, of daarin of daarvoor op enigerlei wijze werkzaam te zijn, hetzij tegen vergoeding, hetzij om niet, of daarin enig aandeel van welke aard te hebben.

Artikel 13 (Boete bij overtreding van het geheimhoudingsbeding, relatiebeding en concurrentiebeding )

Bij overtreding van het geheimhoudingsbeding, relatiebeding en/of concurrentiebeding verbeurt de werknemer een direct opeisbare boete van EUR 10.000,-- per overtreding en een boete van EUR 1.000,-- voor elke dag dat een overtreding voortduurt, te voldoen aan werkgever, onverminderd het recht van werkgever om volledige schadevergoeding te vorderen van werknemer. In geval van overtreding of niet-nakoming van één der bovenbedoelde verplichtingen is de werknemer uit kracht van het enkele feit der overtreding in gebreke, zonder dat sommatie of enige andere formaliteit nodig zal zijn en zonder dat schade behoeft te worden aangetoond.

2.5.

[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] werkzaamheden voor [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] bestonden hoofdzakelijk uit het werven van uitzendkrachten [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] heeft in 2018 (namens [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] ) 373 uur voor [naam bedrijf sub 2] gewerkt in [provincie] .

2.6.

Op 21 januari 2019 heeft [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] de arbeidsovereenkomst met [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] (mondeling) opgezegd. De arbeidsovereenkomst tussen partijen is als gevolg daarvan geëindigd op 28 februari 2019.

2.7.

Op 1 maart 2019 heeft [naam] aan [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] diverse gegevens van klanten/contacten van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] ge-e-maild.

2.8.

Op die dag is [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] in dienst getreden van [naam bedrijf sub 3] te [vestigingsplaats sub 2] . [naam bedrijf sub 3] exploiteert een uitzendbureau dat zich eveneens richt op opdrachtgevers in de steigerbouw.

Via deze werkgever is [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] werkzaamheden gaan verrichten voor [naam bedrijf sub 4] en [naam bedrijf sub 2] [naam bedrijf sub 4] is een uitzendbureau, gevestigd te [vestigingsplaats sub 2] dat zich richt op steigerbouw. [naam bedrijf sub 2] verricht activiteiten in de steigerbouw en was voorheen een opdrachtgever van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] .

2.9.

Bij brief van 15 maart 2019 heeft [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] aan [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] medegedeeld dat hij (onder meer) het relatiebeding en het concurrentiebeding overtreden heeft, waardoor hij in ieder geval een boete van € 80.000,00 aan [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] verschuldigd is.

2.10.

Bij brief van 5 april 2019 heeft [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] betwist voornoemde bedingen overtreden te hebben, zodat hij in zijn ogen geen boete aan [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] verschuldigd is.

2.11.

Partijen hebben daarna nog verder gecorrespondeerd, maar dat heeft niet geleid tot een wijziging van hun standpunten.

2.12.

Bij vonnis in kort geding van 19 december 2019 heeft de kantonrechter te [vestigingsplaats sub 1] op vordering van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] (voor zover hier van belang) het relatiebeding, het concurrentiebeding en het boetebeding geschorst tot en met 28 februari 2020.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] vordert [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] te veroordelen tot betaling van :

€ 75.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2019, althans vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van betaling;

de proceskosten.

3.2.

[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] voert verweer.

in reconventie

3.3.

[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] vordert [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] te veroordelen:

om aan hem de jaaropgaaf 2019 te verstrekken, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] na betekening van dit vonnis daarmee in gebreke blijft, tot een maximumbedrag van € 75.000,00,

tot betaling van de proceskosten.

3.4.

[eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] voert verweer.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

Met [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] het concurrentie- en het relatiebeding heeft overtreden. Hij is immers onmiddellijk nadat hij bij [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] uit dienst is getreden aansluitend in dienst getreden van [naam bedrijf sub 3] te [vestigingsplaats sub 2] . [vestigingsplaats sub 2] is in Limburg gelegen en [naam bedrijf sub 3] houdt zich zoals bij de feiten reeds is vermeld, net als [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] ook bezig met uitzendactiviteiten in de steigerbranche. [naam bedrijf sub 3] is dus een directe concurrent van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] die sinds 2017 in Limburg voet aan de grond probeert te krijgen. Door bij [naam bedrijf sub 3] in dienst te treden, heeft [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] dus het concurrentiebeding overtreden. Doordat hij via [naam bedrijf sub 3] bij [naam bedrijf sub 2] te werk is gesteld heeft [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] ook het relatiebeding overtreden. [naam bedrijf sub 2] was immers onmiskenbaar een “factuurklant” van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] .

4.2.

[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] voert aan dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] krachtens art. 7:653 lid 4 BW geen beroep kan doen op het relatie- en concurrentiegeding omdat de arbeidsovereenkomst is beëindigd wegens ernstig verwijtbaar gedrag van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] . Hij stelt in dat verband dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] heeft geweigerd achterstallig loon van € 1.100,00 netto aan hem te betalen. De kantonrechter verwerpt dit verweer. Weliswaar staat vast dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] inderdaad heeft geweigerd dit achterstallig loon aan hem te betalen, maar dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] daarom de arbeidsovereenkomst heeft beëindigd, blijkt nergens uit.

4.3.

[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] voert verder aan dat hij bij [naam bedrijf sub 3] ander werk verricht dan bij [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] . Het is juist dat de functie waarvoor hij bij [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] was aangenomen, was gericht op het werven van uitzendkrachten en op het leggen en onderhouden van contacten met opdrachtgevers. Ook staat vast dat hij via [naam bedrijf sub 3] werkt als (meewerkend) voorman in de steigerbouw. Anders dan [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] veronderstelt, volgt daaruit echter niet dat hij het concurrentiebeding niet overtreden heeft. Het concurrentiebeding beperkt zich immers niet tot de situatie dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] bij de nieuwe werkgever dezelfde werkzaamheden verricht. Bovendien moet het ervoor gehouden worden dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] wel degelijk zowel bij [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] als via [naam bedrijf sub 3] (deels) dezelfde werkzaamheden heeft verricht. [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] wijst in dit verband (en met stukken onderbouwd) erop dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] via haar bij [naam bedrijf sub 2] als meewerkend voorman was geplaatst. [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] verweer daartegen is niet meer dan een blote betwisting van dit onderbouwde betoog van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] en wordt daarom verworpen.

4.4.

Ook [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] verweer dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] zich niet alleen richt op steigerbouw, kan hem niet baten. Vast staat immers dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] zich (ook) richt op werving en selectie van uitzendkrachten in de steigerbouw. Zij heeft haar bedrijfsdebiet voor dit onderdeel van haar activiteiten willen beschermen met de door haar opgestelde bedingen waar [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] mee akkoord is gegaan. Niet valt in te zien waarom [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] zich dan niet op die bedingen mag beroepen als [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] bij [naam bedrijf sub 3] , een uitzendbureau dat zich richt op werving en selectie van uitzendkrachten voor de steigerbouw, in dienst treedt en vervolgens werkzaamheden in de steigerbouw gaat verrichten voor een klant/opdrachtgever van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] . Het argument dat [naam bedrijf sub 3] een veel kleinere onderneming dan [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] is, doet in dit verband niet ter zake. Daar komt nog bij dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] haar activiteiten vanuit Limburg ( [vestigingsplaats sub 2] ) aan het uitbreiden was. Ook dan is het evident dat het [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] schaadt/kan schaden als [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] , de persoon die aan die uitbreiding een belangrijke bijdrage diende te leveren, overstapt naar een directe concurrent in dezelfde plaats. In dat verband maakt het dan ook niet uit dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] vervolgens feitelijk buiten Limburg heeft gewerkt in [plaats] voor [naam bedrijf sub 2] Die werkzaamheden heeft hij namelijk verricht op basis van zijn dienstverband met [naam bedrijf sub 3] en die werkgever is gevestigd in Limburg.

4.5.

Het argument van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] dat [naam bedrijf sub 2] reeds een opdrachtgever van [naam bedrijf sub 3] was, kan hem evenmin baten. Dit laat immers onverlet dat hij de bedingen overtreden heeft.

Het werk dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] vervolgens via [naam bedrijf sub 3] voor [naam bedrijf sub 2] is gaan verrichten, kon in ieder geval niet meer via die opdrachtgever bij [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] terechtkomen.

4.6.

Het verweer van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] dat het relatie- en concurrentiebeding qua straal en tijdsspanne te ruim geformuleerd zijn, wordt eveneens verworpen. De bedingen bevatten een alleszins gebruikelijke termijn van 12 maanden. Het gebied waarbinnen [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] zich moet onthouden van concurrerende werkzaamheden is naar het oordeel van de kantonrechter niet te groot. Het moet ervoor gehouden worden dat ook met die bedingen het voor [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] in alle redelijkheid mogelijk moet zijn (geweest) om buiten Limburg werkzaam te zijn binnen de steigerbouw, een branche waarbinnen hij naar eigen zeggen al zijn hele werkzame leven actief is. Zijn betoog dat hij voor zijn werk en sociale leven is gebonden aan (Zuid-)Limburg wordt verworpen, want vaststaat dat hij, toen hij nog in dienst van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] was, ook veel buiten Limburg werkte. Ook zijn betoog dat hij niet in het buitenland kan werken wordt verworpen omdat hij dat in het geheel niet onderbouwd heeft. Zijn stelling dat in België en Duitsland de arbeidsrechtelijke wetgeving anders is, kan niet als een ter zake doende onderbouwing worden gezien. Bovendien staat onbetwist vast dat hij ook in het buitenland in de steigerbouw actief is geweest.

4.7.

Een belangenafweging valt ook in het nadeel van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] uit. Het is evident dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] met zijn handelwijze [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] nadeel/schade heeft berokkend.

Het is verder alleszins aannemelijk dat hij de gegevens van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] heeft gebruikt / kunnen gebruiken toen hij in dienst trad bij [naam bedrijf sub 3] Met name het feit dat [naam] op

1 maart 2019 diverse e-mails die (ook) gegevens van uitzendkrachten en opdrachtgevers van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] bevatten aan [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] heeft doorgestuurd, duidt daarop. De uitleg van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] dat die e-mails zijn verzonden omdat hij [naam] , die toen nog [naam functie sub 2] van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] was, wilde helpen om een aantal zaken af te handelen, vindt de kantonrechter ongeloofwaardig. De kwestie van het achterstallige loon legt ook geen gewicht in de schaal ten faveure van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] aangezien de weigering om dit loon te betalen pas werd uitgesproken toen het [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] duidelijk was dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] het relatie- en het concurrentiebeding had overtreden. [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] betoogt verder tevergeefs dat bij de belangenafweging dient te worden meegewogen dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] hem gedurende zijn dienstverband geen cursussen/opleidingen heeft aangeboden en hem niet in staat gesteld heeft zijn functioneren te verbeteren. Het (gestelde) feit dat dit niet gebeurd is, legt geen gewicht in de schaal in het voordeel van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] . Andersom, als [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] wel in [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] zou hebben geïnvesteerd, zou dit bij een belangenafweging wel in het voordeel van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] meegenomen kunnen worden.

4.8.

Op grond van de overtreding van de bedingen is [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] aan [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] een boete van € 20.000,00 verschuldigd. Verder staat vast dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] de bedingen is blijven overtreden tot (in ieder geval) de zitting van 17 december 2020. Op dat moment werkte hij immers nog steeds voor [naam bedrijf sub 2] in [plaats] via [naam bedrijf sub 3] Krachtens het boetebeding is hij voor iedere dag dat de overtreding voortduurt € 1.000,00 per overtreding verschuldigd aan [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] . Hieruit volgt dat de door [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] tot € 75.000,00 gematigde boete toewijsbaar is. De wettelijke rente over dit bedrag is niet toewijsbaar vanaf 1 maart 2019, want op dat moment was [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] dit bedrag nog niet verschuldigd. De wettelijke rente zal daarom worden toegewezen vanaf de subsidiair door [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] bepleite dag van dagvaarding (3 februari 2020).

4.9.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] tot op heden begroot op:

dagvaarding € 85,09

griffierecht € 996,00

salaris gemachtigde € 2.244,00 (3 x € 748,00

Totaal: € 3.325,09

in reconventie

4.10.

Op grond van artikel 28 sub e van de Wet op de Loonbelasting was [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] verplicht de jaaropgaaf van 2019 aan [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] te verstrekken. Een dergelijk opgaaf is nodig om de belastingaangifte op 1 april 2020 in te kunnen dienen. Het is dan ook niet vreemd dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] op 6 maart 2020 aan [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] heeft gevraagd om de jaaropgaaf te verstrekken. [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] stelt dat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] deze vordering heeft ingediend als “bliksemafleider”. Maar dat valt op grond van deze overwegingen dus niet te volgen.

4.11.

Vast staat dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] alsnog, op 20 april 2020, de jaaropgaaf 2019 aan [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] heeft verstrekt. Hieruit volgt dat de vordering van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] niet meer hoeft te worden toegewezen. Wel zal [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten in reconventie aangezien [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] de jaaropgaaf eerst heeft verstrekt nadat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] dit in reconventie heeft gevorderd.

4.12.

De proceskosten aan de zijde van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] worden begroot op € 225,00 salaris gemachtigde (3 x € 75,00).

5 De beslissing

De kantonrechter

in conventie

5.1.

veroordeelt [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] tot betaling aan [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] van € 75.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 februari 2020 tot de dag van betaling,

5.2.

veroordeelt [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] tot betaling van de kosten van dit geding, aan de zijde van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] tot op heden begroot op € 3.325,09,

in reconventie

5.3.

veroordeelt [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] tot betaling van de kosten van dit geding, aan de zijde van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] tot op heden begroot op € 225,00,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in conventie en in reconventie

verklaart de onderdelen 5.1., 5.2. en 5.3. van deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad

Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster en is in het openbaar uitgesproken.

Type: RW


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature