< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Uitleg legaat; Verrekening met tegenvordering van erfgenaam.

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/278651 / HA ZA 20-289

Vonnis van 24 maart 2021

in de zaak van

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat: mr. J.P. den Besten,

tegen

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat: mr. H.A.J. Stollenwerck.

Partijen zullen hierna “ [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ” en “ [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ” genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding met producties 1 tot en met 5,

de conclusie van antwoord in conventie en van voorwaardelijke eis in reconventie met

producties 1 tot en met 8 (hierna: “CvA/CvE”),

de conclusie van antwoord in reconventie,

het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, gehouden op 6 januari 2021.

1.2.

Ten slotte is vonnis gewezen.

2 De feiten

2.1.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] was sinds 2007 de partner van [erflater] (hierna: “erflater”). [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en erflater waren niet gehuwd en zijn ook geen geregistreerd partnerschap aangegaan. Zij woonden samen in de woning van erflater te [woonplaats 1] ).

2.2.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is de zoon van erflater.

2.3.

Bij testament van 14 december 2017 (productie 1 bij dagvaarding) heeft erflater [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot enig en algeheel erfgenaam van zijn nalatenschap benoemd onder last van de in dat testament te melden legaten. Onder “VII. LEGATEN” staat in het testament het volgende:

“Ik legateer aan mijn partner, [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , (...):

een bedrag in contanten ad (...) (€ 35.000,00);

het persoonlijk recht van gebruik en het recht van bewoning van mijn woning die ten tijde van mijn overlijden door ons samen wordt bewoond alsmede het recht van gebruik van inboedel die in die woning aanwezig is. (...) Onder inboedel wordt hier onder meer begrepen: mijn meubels, de stoffering, mijn boeken, mijn computer(s), mijn beeld-, muziek- en fotoapparatuur, mijn geluids- en beelddragers, mijn papieren, mijn gereedschappen, al mijn apparatuur van huishoudelijke aard, mijn fiets(en), en mijn kunstvoorwerpen. (...) De legataris mag de woning alleen zelf bewonen en de zaken alleen zelf gebruiken.

I. (...)

II. De gewone lasten en herstellingen, de rente van schulden die door mij zijn aangegaan voor de aanschaf, verbetering of onderhoud van de woning waarop het recht van gebruik en bewoning heeft alsmede de aflossingen zijn voor rekening van de hoofdgerechtigde.

III. (...)

3. een maandelijks uit te keren bedrag groot (...) (€ 2.500,00), ingaande de maand van mijn overlijden.

Mijn erfgenaam [toevoeging rechtbank: [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ] leg ik de last op een bedrag ad (...) (€ 500.000,00) te reserveren ten behoeve van vorenmelde maandelijkse uitkering alsmede voor de uitkering van de overige geldlegaten aan mijn partner, te weten een bedrag ter grootte van de door haar verschuldigde erfbelasting alsmede een bedrag in contanten groot (...) (€ 35.000,00).

Gemelde uitkering geschiedt in beginsel maandelijks gedurende het leven van mijn partner, met dien verstande dat de uitkering eerder stopt voor zover het voor de uitkering gereserveerde bedrag alsmede de daarover ontvangen rente gebruikt is voor het vorenstaande.

Op het eerste verzoek van de legataris dient door de erfgenaam zekerheid te worden gesteld voor de reservering van vorenmeld geldbedrag.

4. Een bedrag in contanten gelijk aan de verschuldigde erfbelasting door mijn partner naar aanleiding van de verkrijging uit mijn nalatenschap.

(...)”

2.4.

Op 25 december 2017 is erflater overleden.

2.5.

Tussen [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is er – kort gezegd – een verschil van mening over (de uitleg van) het testament, in het bijzonder van het legaat. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in kort geding gedagvaard tot nakoming van het legaat in het testament van erflater. In dat kader hebben [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ter zitting van 7 november 2019 (productie 2 bij dagvaarding) de volgende regeling getroffen:

“(...) 1) [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] verklaart onder zich te hebben alle inboedelgoederen, te zien op de lijst onder A, minus de foto’s op de lijst onder B. De loungebank, te zien op een van de foto’s die onder A is overgelegd, heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet meer onder zich.

2) [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal binnen twee weken na heden, na een daartoe tussen partijen gemaakte afspraak, de betreffende goederen (dus die op lijst A. minus die op lijst B. en minus de loungebank) bij [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ophalen, en wel op zijn eigen kosten.

3) Zodra de voornoemde inboedelgoederen bij [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zijn opgehaald, zal [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] betalen een bedrag van € 15.000,-- (de verschenen termijnen van het legaat tot en met november 2019). Vervolgens zal [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ingaande in de maand december 2019 een bedrag van € 2.500,-- per maand aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voldoen overeenkomstig het testament van [erflater] .

4) Na uitvoering van het in deze overeenkomst bepaalde verlenen partijen elkaar over en weer finale kwijting terzake van het onderhavige geschil.

5) Partijen doen afstand van het recht deze overeenkomst te ontbinden of te doen ontbinden.

6) Partijen verzoeken de procedure door te halen onder compensatie van kosten. (...)”

2.6.

Bij brief van 8 januari 2020 (productie 3 bij dagvaarding) heeft de advocaat van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aan de advocaat van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] – kort gezegd – een lijst C en foto’s toegezonden met goederen die niet zijn teruggekomen met de verhuizer. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft in rood goederen aangegeven die hij perse terug wil hebben. “Zonder teruggave van die goederen is enige regeling niet mogelijk . Dat geldt ook voor de na afloop van het kort geding besproken telefoon van zijn vader met foto’s daarop. Die moeten ook terugkomen. Nadat deze goederen zijn terugbezorgd, kunnen partijen komen tot een afspraak over de waardering van de overige goederen op de lijst en de financiële uitkomst van dat overleg zal dan verrekend worden met de opgeschorte uitkeringen per maand. (...)”

2.7.

Bij verzoekschrift ingediend bij deze rechtbank heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in een separate procedure voor een wijziging van het legaat verzocht (productie 5 bij dagvaarding). Ter mondelinge behandeling hiervan op 16 juni 2020 heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ten overstaan van de behandelend rechter de mobiele telefoon van erflater aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] teruggeven, waarbij zij aangaf dat zij de foto’s van de kinderen op die telefoon had gewist. Tevens gaf zij ter zitting ten overstaan van de behandelend rechter aan dat zij de urn met de as van erflater kapot had laten vallen en dat zij diploma’s van erflater had weggegooid.

2.8.

Op 30 juni 2020 heeft de naamloze vennootschap Van Lanschot Kempen Wealth Management N.V. (hierna ook: “de bank”) zich – kort gezegd – voor [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] garant gesteld jegens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] tot een bedrag van € 422.500,00 (productie 1 bij CvA/CvE).

2.9.

Tot op heden bestaat er tussen partijen onenigheid over de uitleg van het legaat in het testament van erflater en de uitvoering ervan.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om:

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 30.000 aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , te vermeerderen met de nog te verschijnen termijnen vanaf de maand mei 2020 ad € 2.500 per maand;

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te veroordelen om binnen 7 dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] aan de genoemde eis in deze dagvaarding te voldoen op verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag met een maximum van € 500.0000.-;

en met veroordeling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de kosten van de procedure.

3.2.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in (voorwaardelijke) reconventie

3.4.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vordert (na wijziging ter zitting van een verschrijving in de CvA/CvE)

in reconventie dat het de rechtbank behage te verklaren voor recht:

I. dat de erfbelasting van € 67.124 in mindering strekt op het legaat van

€ 500.000.

II. dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn tegenvordering van € 172.701,37 mag verrekenen met de vordering van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] van € 355.376,-.

III. dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de bankgarantie mag verminderen tot € 182.674,63;

IV. en voorts elke vordering van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] boven een bedrag van € 182.674,63 als basis voor de maandelijkse betaling van € 2.500,- af te wijzen alsmede de gevorderde dwangsom, kosten rechtens.

in voorwaardelijke reconventie: dat het de rechtbank behage om [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in reconventie bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiser te betalen het bedrag van € 172.701,37 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf heden en te berekenen tot de dag der gehele voldoening, kosten rechtens.

3.5.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voert verweer.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie

4.1.

Vanwege de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie zal de rechtbank deze vorderingen gezamenlijk beoordelen.

Uitleg legaat

4.2.

De rechtbank ziet zich, nu partijen daarover verschillen, in de eerste plaats gesteld voor de vraag hoe het legaat moet worden uitgelegd. De rechtbank stelt voorop dat het bij de uitleg van een bij notariële akte opgemaakt testament aankomt op de in die notariële akte tot uitdrukking gebrachte partijbedoeling die moet worden afgeleid uit de in de akte gebruikte bewoordingen, uit te leggen naar objectieve maatstaven in het licht van de gehele inhoud van de akte. Daaruit volgt dat bij de uitleg van notariële akten aldus grote waarde wordt gehecht aan de tekst van die akte.

4.3.

Volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] moet het legaat aldus worden uitgelegd: uit het bedrag van

€ 500.000,00 vinden maandelijkse uitkeringen van € 2.500,00 plaats en daar bovenop vindt plaats een uitkering van € 35.000,00 én wordt de erfbelasting betaald. Het woord “alsmede’ in het testament dient volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] als “plus” te worden begrepen. Dit blijkt uit het feit dat die som en de erfbelasting afzonderlijk worden genoemd, hetgeen de bedoeling van erflater was, aldus [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] .

4.4.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] betwist de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voorgestane uitleg. Volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is de tekst duidelijk: de omvang van het legaat bedraagt maximaal € 500.000,00. Dit bedrag omvat alles, dus zowel de maandelijkse uitkeringen als het bedrag van € 35.000,00 als het bedrag van erfbelasting. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , die bij het opstellen van het testament betrokken was, heeft van de notaris begrepen dat erflater dit ook zo bedoeld heeft.

4.5.

De rechtbank kan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet volgen in de uitleg die zij aan de bewuste passage in het testament toekent. De rechtbank leidt uit de tekst van het testament af dat aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] als erfgenaam een last wordt opgelegd om € 500.000,00 te reserveren voor (i) de maandelijkse uitkering van € 2.500,00, voor (ii) het bedrag van € 35.000,00 in contanten en voor (iii) een bedrag ten behoeve van de door haar verschuldigde erfbelasting. Deze drie posten moeten dan ook geacht worden te zijn begrepen in het te reserveren bedrag van € 500.000,00. De rechtbank ziet geen aanwijzingen op grond waarvan zij de taalkundige betekenis van het woord “alsmede” in dit geval moet uitleggen als “plus”, in die zin dat het bedrag in contanten en het bedrag ter zake de verschuldigde erfbelasting bovenop het te reserveren bedrag van € 500.000,00 zouden moeten komen. Dat de som van € 35.000,00 en de erfbelasting separaat in deze passage worden benoemd, is, zonder nadere toelichting die ontbreekt, op zichzelf geen aanwijzing voor de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voorgestane uitleg. Daarbij komt dat ook uit de hierna geciteerde zin in het legaat (zie onder rov. 2.3. sub 3 “Gemelde uitkering geschiedt in beginsel maandelijks gedurende het leven van mijn partner, met dien verstande dat de uitkering eerder stopt voor zover het voor de uitkering gereserveerde bedrag alsmede de daarover ontvangen rente gebruikt is voor het vorenstaande.”) kan worden afgeleid dat maximaal een bedrag van € 500.000,00 (plus de daarover ontvangen rente) is gelegateerd aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , waaruit alle genoemde bedragen dienen te worden voldaan. De uitkering aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stopt op het moment dat het bedrag van

€ 500.000,00 besteed is. Ten slotte heeft te gelden dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] geen feiten of concrete omstandigheden heeft gesteld waaruit een andersluidende bedoeling van erflater kan worden afgeleid, zodat de rechtbank daaraan voorbijgaat.

4.6.

Uit het voorgaande volgt dat als uitgangspunt dient te worden genomen dat een totaalbedrag van € 500.000,00 door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dient te worden gereserveerd, waaruit én de maandelijkse uitkering van € 2.500,00 én het bedrag van € 35.000,00 in contanten én een bedrag ten behoeve van de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] daarover verschuldigde erfbelasting dient te worden voldaan.

4.7.

Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot februari 2019 het maandelijkse bedrag van € 2.500,00 aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft betaald (in totaal zijnde € 77.500,00) en dat hij de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] verschuldigde erfbelasting van € 67.124,00 heeft voldaan. De rechtbank neemt dit als vaststaand aan. Gelet hierop resteerde tot februari 2019 een aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gelegateerde som van

(€ 500.000,00 minus € 77.500,00 minus € 67.124,00 =) € 355.376,00. Gelet hierop ligt de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in reconventie sub I gevorderde verklaring van recht voor toewijzing gereed.

achterstand betalingen

4.8.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft gesteld dat er vanaf februari 2019 tot aan de mondelinge behandeling ter zitting van 6 januari 2021 geen maandelijkse betalingen door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn gedaan, hetgeen neerkomt op 24 maanden x € 2.500,00 = € 60.000,00. Nadat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de Audi van erflater aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft teruggegeven, heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] nog een bedrag van € 10.000,00 betaald. Voorts heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] tijdens de mondelinge behandeling gesteld dat ook de maand december 2017 nog niet is betaald. Al met al staat bedraagt de omvang van de achterstallige betalingen volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] (€ 60.000,00 minus € 10.000,00 plus € 2.500,0) = € 52.500,00.

4.9.

Ter zitting heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] erkend dat de achterstand inmiddels € 50.000,00 bedraagt. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] betwist echter dat december 2017 niet zou zijn betaald: [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt dat in januari 2018 een dubbele betaling van in totaal € 5.000,00 zou zijn gedaan.

4.10.

Gelet op de erkenning van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat de betalingsachterstand in de periode tussen februari 2019 en 6 januari 2021 € 50.000,00 bedroeg, zal de rechtbank het bij petitum in conventie sub 1 gevorderde bedrag van € 30.000,00, te vermeerderen met de nog te verschijnen termijnen vanaf de maand mei 2020 ad € 2.500,00 per maand, toewijzen.

4.11.

De rechtbank gaat als onvoldoende gesteld voorbij aan de eerst tijdens de mondelinge behandeling door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ingenomen (en door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gemotiveerd betwiste) stelling dat de maand december 2017 niet zou zijn voldaan, nu [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] die stelling met niets heeft onderbouwd.

inboedel

4.12.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft gesteld dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] jegens hem een onrechtmatige daad heeft gepleegd, nu zij inboedelgoederen die op lijst C stonden niet aan hem heeft teruggegeven en ook niet meer zal teruggeven, omdat zij stelt deze niet meer te hebben. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vordert dan ook de waarde van die inboedelgoederen. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt op basis van de factuur voor de premie van de inboedelverzekering (productie 3 bij CvA/CvE) dat de totale inboedel op

9 mei 2017 verzekerd was voor € 365.947,00. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] schat dat de inboedelgoederen, die voorkomen op lijst C ongeveer 1/3e deel van de totale inboedel uitmaakten, zodat deze goederen in elk geval een verzekerde waarde van (€ 365.947,00 / 3 =) € 121.982,00 vertegenwoordigen. Het verschil tussen nieuwwaarde en dagwaarde begroot [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op 50%, zodat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] een door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] aan hem als schadevergoeding te betalen bedrag van

€ 60.991,00 vordert.

4.13.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft hiertegen slechts bloot ingebracht dat de goederen van lijst C “bij lange na” geen € 60.991,00 waard zijn en dat het hoofdzakelijk goederen met enkel een emotionele waarde betreffen. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] meent dat de goederen niet meer dan € 25.000,00 waard zijn.

4.14.

Nu [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] geen enkel objectief aanknopingspunt heeft gegeven op grond waarvan de rechtbank haar stelling zou kunnen volgen, terwijl [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op een, aan de hand van een percentage van de verzekerde waarde van de inboedel, onderbouwde wijze is gekomen tot de waarde van € 60.991,00, zal de rechtbank dit bedrag in de hierna te maken berekening betrekken.

Audi

4.15.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vordert voorts een vergoeding voor het gebruik van de auto van erflater door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] . Deze auto behoort niet tot de inboedel en in het legaat is niet separaat bepaald dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] deze mocht blijven gebruiken. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft de Audi gebruikt in de periode tussen

1 januari 2018 en 1 september 2019, terwijl [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de verzekering ervan en de verschuldigde wegenbelasting heeft betaald. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vordert een vergoeding van

€ 500,00 per maand voor het gebruik van de Audi, in totaal € 10.000,00.

4.16.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft de vordering betwist. Zij heeft aangevoerd dat de discussie over het gebruik van de Audi al enige tijd geleden door partijen is beslecht, waarna [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] achterstallige betalingen aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft voldaan. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] daarmee zijn rechten heeft verwerkt. Bovendien is de auto een inboedelgoed en mocht zij de Audi volgens het in het legaat bepaalde gebruiken.

4.17.

Een auto is, anders dan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] meent, naar het oordeel van de rechtbank niet te kwalificeren als een inboedelgoed. Het legaat biedt geen enkel aanknopingspunt op grond waarvan het haar zou zijn toegestaan de Audi te gebruiken. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft niet betwist de auto van januari 2018 tot 1 september 2019 te hebben gebruikt, terwijl [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de verzekering en wegenbelasting gedurende die periode voor zijn rekening heeft genomen. Gelet hierop dient [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] een gebruiksvergoeding daarover aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te betalen. De enkele omstandigheid dat hij – zoals [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft aangevoerd – hierop niet eerder aanspraak heeft gemaakt, is onvoldoende om te oordelen dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn rechten dienaangaande zou hebben verwerkt. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft de omvang van de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gevorderde gebruiksvergoeding niet betwist. De rechtbank zal dan ook het bedrag van € 10.000,00 voor het gebruik van de Audi in de hierna te maken berekening betrekken.

sieraden

4.18.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft gesteld dat tot de nalatenschap sieraden behoren, die erflater heeft gekocht. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft deze sieraden behouden, terwijl uit niets blijkt dat deze aan haar zijn geschonken. Uit een taxatierapport van juwelier Martens van 23 mei 2019 (productie 4 bij CvA/CvE) blijkt dat deze sieraden een waarde van € 44.450,00 vertegenwoordigen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aangevoerd dat de stelplicht en bewijslast dat de sieraden aan haar zijn geschonken bij [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ligt en dat daarvan niets is gebleken. De sieraden kunnen immers, zo stelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , ook voor zijn kinderen zijn bedoeld.

4.19.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft als verweer aangevoerd dat erflater de sieraden van € 44.500,00 aan haar bij leven heeft gegeven en dus heeft geschonken. Volgens haar vallen deze sieraden dan ook buiten het vermogen van erflater en het legaat. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voert nog aan navraag te hebben gedaan over de waarde van de sieraden, en deze blijken volgens haar maximaal € 5.000,00 waard te zijn. Het zijn damessieraden en daarmee is het bewezen dat ze van haar zijn, aldus [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] tijdens de mondelinge behandeling. Zij heeft toen voorts medegedeeld niet over andere bewijsmiddelen te beschikken.

4.20.

De rechtbank volgt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet in haar standpunt. Uit het enkele feit dat het hier om damessieraden gaat, kan zonder nadere toelichting van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , die ontbreekt, niet worden geconcludeerd dat deze sieraden ook aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zijn geschonken. Nu zij overigens niets heeft aangedragen, dient ervan te worden uitgegaan dat deze sieraden deel uitmaken van de nalatenschap van erflater. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft de waarde van de sieraden aan de hand van een taxatie van juwelier Leon Martens gemotiveerd onderbouwd, terwijl [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft volstaan met een blote betwisting. Dat betekent dat de rechtbank de waardering door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van de sieraden zal volgen en derhalve het bedrag van € 44.450,00 in de hierna te maken berekening zal betrekken.

verhuiskosten

4.21.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat zij de verhuiskosten voor

haar rekening had moeten nemen, hetgeen zij niet heeft gedaan. Gelet op die erkenning zal de rechtbank het bedrag van € 670,00 in de hierna te maken berekening betrekken.

bankopname

4.22.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft gesteld dat er na het overlijden van erflater door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] onbevoegd nog twee bankopnamen zijn gedaan, te weten op 27 december 2018 voor een bedrag van

€ 2.000,00 en op 8 januari 2019 voor een bedrag van € 2.000,00.

4.23.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft deze stelling betwist. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] verklaard zich niet te kunnen herinneren of zij deze bedragen heeft gepind.

4.24.

De rechtbank zal dit deel van de vordering als onvoldoende gemotiveerd gesteld afwijzen en derhalve niet in de hier te maken berekening betrekken. Het had op de weg van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gelegen zijn stellingen, bijvoorbeeld aan de hand van bankafschriften, nader te onderbouwen, hetgeen hij echter heeft nagelaten.

pin- en overige betalingen

4.25.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft bij CvA/CvE een aantal door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in winkels gedane pinbetalingen en een aantal door hem ten behoeve van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] betaalde bedragen opgesomd, waarvan hij stelt dat hem een vorderingsrecht op [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] toekomt. Tijdens de mondelinge behandeling is zijdens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bewijs aangeboden van de door gestelde betalingen, waarbij hij heeft verklaard dat hij de rechtbank daarmee niet in een eerder stadium van de procedure wilde belasten.

4.26.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] betwist dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in dit verband een vorderingsrecht op haar heeft. De bij CvA/CvE genoemde posten betreffen volgens haar uitsluitend betalingen van zaken die blijkens het legaat onder bewoning en inboedel moeten worden begrepen, zodat niet valt in te zien dat zij die bedragen aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zou moeten betalen.

4.27.

De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn stelling van een onvoldoende onderbouwing heeft voorzien en daarmee niet aan zijn stelplicht heeft voldaan. Het lag op de weg van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] het door hem gestelde, gelet op de betwisting van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , tijdig nader te onderbouwen, hetgeen hij om hem moverende reden niet heeft gedaan. Daarbij komt dat een aanzienlijk deel van de gevorderde posten betrekking lijkt te hebben op het gebruik van de woning, hetgeen blijkens het legaat onder het recht van gebruik en bewoning valt en daarmee voor rekening van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] komt. De rechtbank zal dit deel van de vordering dan ook niet in de hierna te maken berekening betrekken.

smartengeld

4.28.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt dat hij een bedrag van € 10.000,00 ter zake van immateriële schadevergoeding kan verrekenen met de vordering van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] . [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt dat partijen hadden afgesproken dat zij na een jaar de urn met de as van erflater aan hem zou geven, hetgeen zij niet heeft gedaan. Ook heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] foto’s van de telefoon van erflater gewist en heeft zij zijn diploma’s vernietigd. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gaat uit van een opzettelijke actie van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , die hem zeer gegriefd heeft.

4.29.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt dat zij had begrepen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat hij geen interesse had in de urn, maar dat dit achteraf gezien onjuist was. Zij heeft erkend dat het zeer pijnlijk is dat zij de urn heeft laten vallen en zij heeft begrip voor de emoties die dat bij [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft opgeroepen. Omdat zij echter in de veronderstelling was dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] afstand had gedaan van de urn, ontbreekt volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] elke juridische grondslag voor een vorderingsrecht voor wat betreft de urn. Het wissen van de foto’s en het vernietigen van diploma’s heeft plaatsgevonden in een vlaag van verstandsverbijstering. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] erkent dit en stelt dat zij dienaangaande bereid is maximaal een bedrag van € 5.000,00 als smartengeld te betalen.

4.30.

De rechtbank stelt vast dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft erkend de urn te hebben laten vallen, de foto’s te hebben gewist en de diploma’s te hebben vernietigd. Dat is kwalijk en voor [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] uitermate pijnlijk. De rechtbank is van oordeel dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] daardoor leed bij [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft veroorzaakt, hetgeen zij ook heeft erkend. De rechtbank zal om die reden een bedrag van € 5.000,00 aan immateriële schadevergoeding betrekken in de hierna te maken berekening.

kosten belastingadviseur en advocaat

4.31.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft gesteld door de houding van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] bij de afwikkeling van het legaat bijstand nodig te hebben gehad van zijn belastingadviseur en advocaat (productie 7 en 8 bij CvA/CvE), welke kosten in totaal (resp. € 1.512,50 + € 10.166,00 =) € 11.678,50 bedragen. Tijdens de mondelinge behandeling is zijdens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] nog aangevoerd dat dit inmiddels de derde gerechtelijke procedure is, waarin hij door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] betrokken wordt.

4.32.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] betwist dat deze kosten verrekend kunnen worden met de vordering die zij op [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft aangevoerd dat de kosten van de belastingadviseur dienen te worden afgewezen, omdat hiervoor geen grondslag is. Bovendien valt niet in te zien, waarom [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gehouden zou zijn de volledige advocaatkosten te vergoeden, nu het stelsel van de wet hoogstens uitgaat van een forfaitaire proceskostenveroordeling.

4.33.

De rechtbank gaat als onvoldoende gesteld voorbij aan de kosten gemaakt door de belastingadviseur, nu [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] deze post enkel heeft onderbouwd met een factuur van 23 juli 2020, waarop staat “voor u verrichte werkzaamheden tot en met 23-7-2020” en “adviespraktijk”. Zonder nadere onderbouwing, die niet is gegeven, valt niet in te zien dat en waarom [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] deze kosten zou moeten dragen. Ook de advocaatkosten zullen niet in de hierna te maken berekening worden betrokken, omdat deze geacht worden te zijn begrepen in de proceskosten. Dat de proceskosten in de twee eerdere procedures zijn gecompenseerd, zoals [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft aangevoerd, doet daar niet aan af.

dwangsom

4.34.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft gesteld [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] meermaals te hebben gesommeerd tot betaling van het maandelijkse vergoeding van € 2.500,00 uit het legaat over te gaan. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] blijkt hiertoe niet vrijwillig bereid te zijn, terwijl [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voor haar levensonderhoud afhankelijk is van het maandelijkse uit te keren bedrag. Om die reden vordert [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot betaling op verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag met een maximum van € 500.000,00 wordt veroordeeld.

4.35.

Gelet op het bepaalde in art. 611a lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke

Rechtsvordering, waarin is bepaald dat een dwangsom niet kan worden opgelegd in geval van een veroordeling tot betaling van een geldsom, zal de rechtbank dit deel van het in conventie door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gevorderde afwijzen.

Resumerend

in conventie

4.36.

Het door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in conventie sub 1 gevorderde wordt toegewezen, het sub 2 gevorderde wordt afgewezen.

in reconventie

4.37.

Het door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in reconventie sub I gevorderde wordt toegewezen. De vordering die [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] met de vordering van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] uit hoofde van het legaat mag verrekenen, bedraagt € 121.111,00 en bestaat uit de inboedel (€ 60.991,00), het gebruik van de Audi (€ 10.000,00), de sieraden ( € 44.450,00), de verhuiskosten (€ 670,00) en de immateriële schadevergoeding (€ 5.000,00). Voormeld bedrag van € 121.111,00 mag conform het sub II gevorderde worden verrekend met het nog aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] toekomende bedrag van € 355.376,00 (zijnde € 500.000,00 minus € 77.500,00 (maandelijks uitbetaalde legaat tot februari 2019) minus € 67.124,00 (betaalde erfbelasting)). De rechtbank merkt hierbij op dat het in conventie toegewezene (nog) niet is verrekend in het bedrag van € 355.376,00.

4.38.

Gelet op hetgeen wordt toegewezen, mag [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de bankgarantie verminderen tot (€ 355.376,00 minus € 121.110,00 =) € 234.265,00. De rechtbank zal in zoverre het sub III gevorderde (als het mindere) toewijzen.

4.39.

Het sub IV gevorderde zal eveneens worden toegewezen, met dien verstande dat het gaat om elke vordering van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] boven een bedrag van € 234.265,00 (in plaats van het gevorderde bedrag van € 182.674,63) als basis voor de maandelijkse betaling van € 2.500,00 zal worden afgewezen.

Voorwaardelijke reconventie

4.40.

Gelet op het voorgaande, komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van de vordering in voorwaardelijke reconventie.

Proceskosten in conventie en in reconventie

4.41.

Gelet op de aard van de relatie tussen partijen zal de rechtbank de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot betaling van een bedrag van € 30.000,00 aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , te

vermeerderen met de al verschenen termijnen en de nog te verschijnen termijnen vanaf de maand mei 2020 ad € 2.500,00 per maand,

5.2.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.3.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.5.

verklaart voor recht dat de erfbelasting van € 67.124,00 in mindering strekt op het legaat van € 500.000,00,

5.6.

verklaart voor recht dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn tegenvordering van € 121.111,00 mag

verrekenen met de vordering van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] van € 355.376,00,

5.7.

verklaart voor recht dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de bankgarantie mag verminderen tot

€ 234.265,00,

5.8.

verklaart voor recht dat elke vordering van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] boven een bedrag van

€ 234.265,00 als basis voor de maandelijkse betaling van € 2.500,00 wordt afgewezen,

5.9.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.10.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J. Noelmans en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2021.

type: JC


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature