< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Veroordeling voor mensensmokkel van vier personen met de Vietnamese nationaliteit, waarvan er één minderjarig was. Verdachte had de wetenschap dat de personen die hij in opdracht van de Vietnamese organisatie vervoerde, illegaal verblijf hadden in Europa waardoor hij wist dat een doorreis door Nederland wederrechtelijk was. Verdachte was feitelijk een taxibedrijf en vervoerde kwetsbare personen. Hij heeft een belangrijke rol vervuld in een netwerk van mensensmokkelaars. De rechtbank ziet aanleiding om voor de straftoemeting aansluiting te zoeken bij de Richtlijn voor strafvordering mensensmokkel van het openbaar ministerie (2018R002). Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/659018-19

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 22 oktober 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 1984,

gedetineerd in PI Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. S.B.M.A. Engelen, advocaat kantoorhoudende te Venlo.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 8 oktober 2019. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte, al dan niet samen met anderen, vier personen met de Vietnamese nationaliteit – waarvan één minderjarig – in zijn auto door Nederland heeft gesmokkeld.

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in de weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het tenlastegelegde wordt bewezenverklaard. In het bijzonder heeft hij daartoe aangevoerd dat verdachte – blijkens zijn verklaring ter terechtzitting – op enig moment wist dat hij onderdeel was van een organisatie die personen vanuit Vietnam naar Europa haalde en hen daar tewerkstelde in winkels en restaurants. Hij was ervan op de hoogte dat de vervoerde personen niet altijd over de juiste reisdocumenten beschikten. Desondanks heeft verdachte – niet incidenteel – de personen in zijn auto vervoerd. Uit de appberichten in het strafdossier kan worden afgeleid dat verdachte vóór de pleegdatum door de organisatie wordt gevraagd om naar Berlijn te komen. Op de pleegdatum bevestigt verdachte zijn komst en heeft hij vier mannen met de Vietnamese nationaliteit van Berlijn naar Nederland gebracht met de bedoeling om hen verder te brengen richting Parijs. Eén van hen was minderjarig. Verdachte wist dat de personen niet in Nederland mochten zijn.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte een autohandelaar uit Parijs is die auto’s kocht in Berlijn en personen van Berlijn naar Parijs vervoerde om de reiskosten te dekken. Aanvankelijk regelde verdachte zelf passagiers via carpoolnetwerk [website] , maar later heeft hij anderen ontmoet die passagiers konden aandragen. Verdachte heeft een reële prijs aan zijn passagiers doorberekend en derhalve niet uit winstbejag personen gesmokkeld om inkomen te genereren. Hij heeft enkel personen vervoerd wanneer hij voor de autohandel in Berlijn was. Verdachte was zich bewust van het risico dat de vervoerde personen geen juiste papieren hadden. Hij voerde zo nu en dan een controle uit op reispapieren, maar heeft dit op de pleegdatum nagelaten. Verdachte had geen wetenschap van het illegale verblijf van zijn passagiers, maar had slechts een ernstig vermoeden moeten hebben.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Van het tenlastegelegde heeft de verdachte duidelijk en ondubbelzinnig de feitelijke gedragingen bekend. Het wederrechtelijke karakter van de doorreis wordt niet betwist, evenmin de persoonsgegevens van de passagiers en de nauwe en bewuste samenwerking bij het plegen ervan. Wel wordt door de verdediging weersproken dat de handelingen door verdachte zijn gepleegd met wetenschap van die wederrechtelijkheid. De verdediging stelt dat verdachte slechts ernstige redenen had te vermoeden dat de personen niet over de juiste reisdocumenten beschikten.

Voor hetgeen door de verdachte duidelijk en ondubbelzinnig is bekend volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen. Voor het overige zijn de bewijsmiddelen uitgewerkt.

Bewijsmiddelen

het proces-verbaal van aanhouding;

de ID-staat van [naam 1];

de ID-staat van [naam 2];

de ID-staat van [naam 3];

de verklaring van [naam 1] afgelegd bij de politie op 4 juli 2019;

de verklaring van [naam 4] afgelegd bij de politie op 4 juli 2019;

de verklaring van [naam 2] afgelegd bij de politie op 4 juli 2019;

de verklaring van [naam 3] afgelegd bij de politie op 4 juli 2019;

het proces-verbaal van bevindingen met de chatgesprekken tussen [naam 5] en [verdachte] van 30 juni 2019 tot en met 4 juli 2019;

In laatstgenoemd proces-verbaal relateren verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] dat er chatgesprekken tussen [naam 5] en verdachte zijn aangetroffen. Zij relateren – zakelijk weergegeven – als volgt:

Ik zag dat [naam 5] op zondag 30 juni 2019 aan [verdachte] vroeg of hij met 4p van Berlijn naar Parijs kon komen. Ik zag dat [naam 5] vroeg of [verdachte] donderdag van Berlijn naar Parijs kon komen. [verdachte] antwoordde met ja. Ik zag dat [naam 5] schreef dat hij klanten moest aanstellen en dat hij [verdachte] donderdag zou zien.

Ik zag dat [verdachte] op woensdag 3 juli 2019 aan [naam 5] vroeg of morgen 11h AM goed was. [naam 5] antwoordde met ja en schreef dat het om 4p naar Parijs ging.

Ik zag dat [verdachte] op donderdag 4 juli 2019 om 10:16 uur aan [naam 5] schreef dat hij naar het ontmoetingspunt was. Ik zag dat [naam 5] antwoordde met ok en een bestand doorstuurde naar [verdachte] met daarboven de tekst ‘naar dit adres’. Ik zag dat [verdachte] hierop om 10.22 uur met ok, tot snel mijn vriend, antwoordde. Ik zag dat [naam 5] om 20:05 uur aan [verdachte] vroeg hoe laat hij ongeveer zou arriveren. Ik zag dat [verdachte] vanaf dat moment niet meer reageerde.

Verdachte [verdachte] werd op donderdag 4 juli 2019 17:15 uur aangehouden.

de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 oktober 2019.

In laatstgenoemde verklaring van verdachte is onder meer – zakelijk weergegeven – te lezen:

In 2016 werd ik in Duitsland benaderd door een Vietnamese man die mij vertelde dat hij veel vrienden had die naar Frankrijk wilden reizen. Hij vroeg mij hem te bellen als ik geen carpoolers had. In oktober 2017 heb ik hem een bericht gestuurd. Hij bracht mij in contact met een ander die mij – telkens als ik in Duitsland was – voorzag van twee, drie of vier passagiers terug naar Parijs.

Nadat ik in maart 2018 in Frankrijk ben gearresteerd omdat ik personen vervoerde zonder identiteitsbewijs, heb ik contact opgenomen met één van de Vietnamese mannen uit de groep waarmee ik zaken deed. Hij zei mij dat de personen hun papieren waren vergeten. Dat vond ik vreemd.

In mei 2018 ben ik in Duitsland veroordeeld voor hetzelfde vergrijp. Hierop heb ik de Vietnamese man uit de groep gevraagd waarom de passagiers wederom geen papieren hadden. Hij zei mij dat dat kan voorkomen.

In juni en juli 2018 heb ik niets gedaan. In september 2018 heb ik weer passagiers meegenomen via [website] . Omdat mijn uitkering was geblokkeerd, verkeerde ik inmiddels in financiële moeilijkheden. Ik vroeg mij daarom af wat te doen. In oktober 2018 werd ik opnieuw benaderd door een lid van de groep Vietnamezen waarmee ik eerder zaken deed. Hij vroeg hoe het met mij ging. Ik vertelde hem over het geld dat ik was kwijtgeraakt na het voorval met de Duitse politie en hij zei mij dat hij kon helpen het geld terug te verdienen. Toen ben ik gevraagd voor transporten op het traject Berlijn-Parijs. Ik heb mijn onkosten berekend en hen een prijs doorgegeven. In het contact dat ik had met de Vietnamezen werd mij verteld dat zij mij zouden helpen aan geld, maar dat daar wel een risico aan vastzat. Hij vertelde mij dat de personen geen papieren hadden. Aanvankelijk wilde ik er niets mee te maken hebben, maar ik zat behoorlijk in de puree. Ik heb het meerderde malen overwogen en ben tot de conclusie gekomen dat het voor de wet illegaal zou kunnen zijn, maar dat God mij niet zou verbieden om mensen te vervoeren. In oktober 2018 ben ik dus weer begonnen. De bedoeling was om meer geld te verkrijgen teneinde mijn problemen op te lossen.

In februari 2019 begreep ik van passagiers in mijn auto dat sommige van hen in Europa zijn gekomen met een paspoort en een visum, maar dat die stukken van hen zijn afgenomen door de organisator van hun reis. Een passagier vertelde mij dat die organisatie alles regelt voor de reis van Vietnam naar Europa. Uiteindelijk komen de personen in winkels en restaurants in Duitsland, Frankrijk en België te werken. De organisatie vraagt mij om personen mee te nemen van Berlijn naar Parijs. Alles wordt door de organisatie geregeld vanuit Vietnam. Ik wist dus dat de personen die ik vervoerde ooit oorspronkelijke reisdocumenten hadden die hen zijn onttrokken en dat zij daarom die documenten niet bij zich hadden tijdens de reis.

De personen waarmee ik appberichten heb uitgewisseld, te weten [naam 6] (TL), [naam 5] , [naam 7] en [naam 8] , zijn allen leden van de genoemde Vietnamese organisatie. [naam 6] en [naam 5] zijn dezelfde persoon.

Op 2 juli 2019 ben ik uit Parijs vertrokken en op 4 juli 2019 ging ik weer terug vanuit Berlijn. Het klopt dat ik op 4 juli 2019 de vier Vietnamese personen in mijn auto niet heb gevraagd naar hun reispapieren.

Overweging

Gelet op de bewijsmiddelen, in het bijzonder het hiervoor aangehaalde gedeelte van de verklaring van verdachte, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de wetenschap had dat het zijn Vietnamese passagiers niet was toegestaan door Nederland te reizen.

De rechtbank overweegt dat verdachte reeds lange tijd samenwerkte met een Vietnamese organisatie die hem verzocht personen te vervoeren, onder meer, van Berlijn naar Parijs. Naar het oordeel van de rechtbank is het vermoeden van het illegale karakter van deze transporten bij verdachte ontstaan in mei 2018 toen hij voor de tweede maal in aanraking kwam met justitie wegens het vervoeren van personen zonder geldige reisdocumenten. Voor zover dat vermoeden in oktober 2018 geen plaats heeft gemaakt voor wetenschap op het moment dat verdachte door de organisatie expliciet werd gezegd dat de passagiers geen reispapieren zouden hebben, is de rechtbank van oordeel dat het ernstig vermoeden van verdachte in elk geval in februari 2019 is bevestigd toen zijn passagiers hem vertelden over de werkwijze van de organisatie; bij binnenkomst in Europa werd van elke vreemdeling het paspoort afgenomen. Sindsdien heeft verdachte de wetenschap dat de personen die hij in opdracht van de Vietnamese organisatie vervoerde, illegaal verblijf hadden in Europa waardoor hij wist dat een doorreis door Nederland wederrechtelijk was.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte die wetenschap ook had op 4 juli 2019. Immers blijkt uit de appgesprekken dat verdachte die dag de passagiers heeft vervoerd op verzoek van [naam 5] , te weten – gelet op de eigen verklaring van verdachte – een lid van de bewuste Vietnamese organisatie. Het verweer van de raadsman vindt hierin zijn weerlegging en wordt derhalve verworpen.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

op 4 juli 2019 in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met anderen,

- [naam 1] , geboren [geboortedatum 2] te [geboorteplaats 2] en

- [naam 2] , geboren [geboortedatum 3] te [geboorteplaats 3] )

en

- [naam 3] , geboren [geboortedatum 4] te [geboorteplaats 4] en

- [naam 4] , geboren op [geboortedatum 5] te onbekend [geboorteland]

behulpzaam is geweest bij doorreis door Nederland door die [naam 1] en [naam 2] en [naam 3] en [naam 4] te vervoeren in een door hem, verdachte, bestuurde personenauto terwijl verdachte wist dat die doorreis wederrechtelijk was.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

mensensmokkel.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 42 maanden met aftrek van voorarrest. Verdachte heeft als mensensmokkelaar een cruciale schakel gevormd in de keten van mensenhandel. De organisatie waarvoor verdachte werkte houdt zich bezig met moderne slavernij. Gelet op de appgesprekken voerde verdachte de transporten voor de organisatie bijna beroepsmatig uit. Mensensmokkel is een ernstig misdrijf waarbij een forse gevangenisstraf past. De ernst van het feit hangt niet samen met de winst die verdachte ermee heeft behaald. De officier van justitie is bij het bepalen van zijn strafeis uitgegaan van de richtlijn van het openbaar ministerie. In een eerdere zaak met soortgelijk feit heeft deze rechtbank op 4 oktober 2019 tevens aansluiting gezocht bij deze richtlijn. Voor vier gesmokkelden neemt de officier van justitie als uitgangspunt een gevangenisstraf van 18 maanden. Als strafverzwarende omstandigheden neemt hij in aanmerking het beroepsmatig handelen van verdachte in georganiseerd verband, de bijzondere kwetsbaarheid van de gesmokkelde personen en de recidive van verdachte. Deze omstandigheden rechtvaardigen volgens de officier van justitie in dit geval een verhoging van zes maanden gevangenisstraf per gesmokkelde. Hij ziet geen aanleiding voor een voorwaardelijk strafdeel of het alsnog laten opmaken van een reclasseringsrapport. De persoonlijke omstandigheden van verdachte zijn voldoende toegelicht ter terechtzitting.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de strafeis van de officier van justitie disproportioneel is. Volgens de Hoge Raad zijn de landelijke rechterlijke oriëntatiepunten (LOVS) eerder richtinggevend dan de richtlijnen van het openbaar ministerie; de toepassing van genoemde richtlijnen heeft geen juridische grondslag. Voorts is de genoemde uitspraak van de rechtbank Limburg van 4 oktober 2019 de raadsman onbekend en is de strafeis volgens de raadsman onjuist opgebouwd door de officier van justitie. Nu voor onderhavig feit geen rechterlijk oriëntatiepunt geldt, dient aansluiting te worden gezocht bij het oriëntatiepunt voor overtreding van artikel 197 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). De straffen die voor feiten als onderhavig plegen te worden opgelegd hebben als uitgangspunt drie maanden gevangenisstraf per gesmokkelde. De strafeis van de officier van justitie past voorts niet bij de omstandigheden van het geval. Verdachte vervoerde de personen slechts om zijn kosten te dekken en voor zover verdachte eerder personen heeft vervoerd voor de personen uit de appgesprekken, staat allerminst vast dat die vervoerde personen geen geldige verblijfstitel hadden. Bij het bepalen van de strafmaat moet enkel worden uitgegaan van het feit zoals tenlastegelegd. Een straf zoals geëist kan volgens de raadsman niet worden opgelegd zonder reclasseringsadvies. Bovendien is een voorwaardelijk strafdeel ook mogelijk . De raadsman heeft dan ook verzocht om het laten opmaken van een reclasseringsrapport indien bij de strafoplegging wordt afgeweken van drie maanden gevangenisstraf per gesmokkelde met eventueel een opslag. De raadsman heeft aangevoerd dat de reclassering ten onrechte niet heeft gerapporteerd; er bestaan mogelijkheden om buiten Nederland toezicht op een veroordeelde te houden. Thans is de thuissituatie van veroordeelde onvoldoende toegelicht.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensensmokkel van vier personen met de Vietnamese nationaliteit, waarvan er één minderjarig was. Mensensmokkel maakt een ernstige inbreuk op de internationale rechtsorde en doorkruist het overheidsbeleid aangaande de bestrijding van illegaal verblijf en illegale toegang tot Nederland en andere Europese landen. Het houdt een illegaal circuit in stand dat gemakkelijk leidt tot allerlei vormen van uitbuiting en misbruik van kwetsbare personen. Daarbij veroorzaakt het delict onrust en gevoelens van onveiligheid in de samenleving waardoor het maatschappelijk draagvlak om vluchtelingen op te vangen kan worden ondermijnd. Verdachte heeft een belangrijke rol vervuld in een netwerk van mensensmokkelaars door de vreemdelingen met zijn auto van Berlijn naar Nederland te brengen met het doel Parijs te bereiken. De vervoerde personen beschikten niet over geldige reisdocumenten en waren derhalve volledig afhankelijk van verdachte. Verdachte vormde hiermee een onmisbare schakel in de uitvoering van het delict. De rechtbank neemt verdachte dit bijzonder kwalijk.

Vanwege de ernst van het feit past naar het oordeel van de rechtbank louter het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Hoewel verdachte volgens de raadsman geen grote winst heeft geboekt met het vervoeren van de personen, is het menselijk leed bij mensensmokkel – in tegenstelling tot drugshandel waar grotere winsten in omgaan – aanzienlijk waardoor een hoge straf gerechtvaardigd is. De rechtbank ziet in lijn met het vonnis van 4 oktober 2019 (parketnummer 03/702631-19) aanleiding om voor de straftoemeting aansluiting te zoeken bij de Richtlijn voor strafvordering mensensmokkel van het openbaar ministerie (2018R002).

Voor het bepalen van de straf neemt de rechtbank alle omstandigheden, in samenhang bezien, in aanmerking. Uit het strafdossier kan worden afgeleid dat verdachte samenwerkte met een organisatie die personen van Vietnam naar Europa vervoerde om hen vervolgens hun persoonlijke papieren te ontnemen. Voor die organisatie was verdachte feitelijk een taxibedrijf waaraan de gesmokkelde personen konden worden overgedragen. Verdachte ging beroepsmatig te werk en hanteerde hierin professionele bedragen. Daarbij vervoerde hij kwetsbare personen, te weten een minderjarige. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat minderjarige Vietnamezen, ook wanneer zij door de overheid beschermd worden ondergebracht, vaak weer ten prooi vallen aan de organisatie die hen smokkelde.

Zonder uit te gaan van dezelfde mathematische redenering als de officier van justitie, is de rechtbank van oordeel dat op basis van genoemde richtlijn een forse straf geboden is. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat verdachte in Duitsland reeds is veroordeeld voor een soortgelijk feit.

De rechtbank overweegt dat de raadsman ter terechtzitting heeft verzocht om het laten opmaken van een reclasseringsrapportage. De rechtbank wijst dit verzoek af nu verdachte ter terechtzitting ruimschoots de gelegenheid heeft gehad en heeft benut om zijn persoonlijke omstandigheden toe te lichten. Daarnaast heeft de reclassering het verzoek tot het opmaken van een rapportage reeds eerder ontvangen en gemotiveerd afgewezen. De raadsman heeft niet aangegeven waarom de situatie thans anders zou zijn.

Alles afwegende acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest passend.

7 Het beslag

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat, al dan niet onder verdachte, goederen en geldbedragen zijn inbeslaggenomen.

De officier van justitie heeft gevorderd de inbeslaggenomen telefoons, de personenauto ( Ford Escort, goednummer 1215330) en het geld (€ 905,00) verbeurd te verklaren, nu het bewezenverklaarde is begaan met behulp van die goederen en – blijkens de appgesprekken in juni/juli 2019 – het geld door middel van het bewezenverklaarde is verkregen.

Gelet op de handgeschreven opmerkingen op de kennisgevingen van inbeslagneming in het strafdossier, gaat de rechtbank ervan uit dat de smartphone, merk Huawei Ag-Lx1 (goednummer 1215338), en tablet, merk Huawei (goednummer 1216176), aan verdachte zijn geretourneerd. De rechtbank zal ten aanzien hiervan geen beslissing nemen.

Teruggave

De rechtbank is van oordeel dat de navolgende goederen dienen te worden teruggegeven aan de rechthebbende, nu met het voortduren van het beslag geen strafvorderlijk belang meer wordt gediend en een grond voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer ontbreekt:

met rood handgeschreven papier routebeschrijving (goednummer 1218451);

telefoon merk Oppa (goednummer 1216181);

telefoon merk Nokia (goednummer 1216182);

simkaart merk Vitel (goednummer 1215303);

telefoon merk Nokia Ta 10-10 (goednummer 1215259).

Conservatoir beslag

Op grond van artikel 353, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering – onder verwijzing naar HR 16 november 2014 ECLI:NL:HR:2004:AR3202 – onthoudt de rechtbank zich van een oordeel over de personenauto (Ford Escort, goednummer 1215330) en het geld (€ 905,00) waarop conservatoir beslag rust, nu de officier van justitie het conservatoir beslag niet heeft opgeheven onder gelijktijdige herleving van het klassiek beslag.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 47 en 197a van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

spreekt de verdachte vrij van hetgeen meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 36 maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Beslag

- gelast de teruggave van de volgende in beslag genomen voorwerpen aan de rechthebbende:

met rood handgeschreven papier routebeschrijving (goednummer 1218451);

telefoon merk Oppa (goednummer 1216181);

telefoon merk Nokia (goednummer 1216182);

simkaart merk Vitel (goednummer 1215303);

telefoon merk Nokia Ta 10-10 (goednummer 1215259).

Dit vonnis is gewezen door mr. V.P. van Deventer, voorzitter, mr. W.L.J. Voogt en mr. C.C.W.M. Aretz, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Dijkhoff, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 22 oktober 2019.

Buiten staat

mr. C.C.W.M. Aretz en mr. W.L.J. Voogt zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 4 juli 2019 in de gemeente Venlo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een ander of anderen, te weten

- [naam 1] , geboren [geboortedatum 2] te [geboorteplaats 2] en/of

- [naam 2] , geboren [geboortedatum 3] te [geboorteplaats 3] )

en/of

- [naam 3] , geboren [geboortedatum 4] te [geboorteplaats 4] en/of

- [naam 4] , geboren op [geboortedatum 5] te onbekend [geboorteland]

behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen, in elk geval een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of hem/hen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door die [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] te vervoeren in een door hem, verdachte, bestuurde personenauto terwijl verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was;

Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Limburg, team Migratiecriminaliteit en Mensenhandel, proces-verbaalnummer LBRCC19020-5 (Cosenza), gesloten d.d. 15 juli 2019, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 142.

Proces-verbaal aanhouding van verbalisanten [verbalisant 3] , [verbalisant 4] en [verbalisant 5] d.d. 4 juli 2019, p. 24-26.

Een geschrift, te weten een ID Staat Vreemdelingenrecht (op basis van identificatie met biometrie) van [naam 1] d.d. 4 juli 2019, p. 66.

Een geschrift, te weten een ID Staat Vreemdelingenrecht (op basis van identificatie met biometrie) van [naam 2] d.d. 4 juli 2019, p. 68.

Een geschrift, te weten een ID Staat Vreemdelingenrecht (op basis van identificatie met biometrie) van [naam 3] d.d. 4 juli 2019, p. 69.

Proces-verbaal van verhoor [naam 1] d.d. 4 juli 2019, p. 70-72.

Proces-verbaal van verhoor [naam 4] d.d. 4 juli 2019, p. 73-74.

Proces-verbaal van verhoor [naam 2] d.d. 4 juli 2019, p. 75-77.

Proces-verbaal van verhoor [naam 3] e d.d. 4 juli 2019, p. 78-80.

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek telefoongegevens verdachte [verdachte] (Huawei, IBN goednr. 1215338, SIN nr. AALG0499NL) van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] d.d. 22 augustus 2019, onderdeel ‘Chatgesprekken via WhatsApp tussen [naam 5] en verdachte [verdachte] , gesprek 30 juni 2019 tot en met gesprek 4 juli 2019’.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature