< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Ongestoord genot eigendom. Eigenaar zandwinput behoeft leidingen van de gemeente en lozingen door de gemeente niet te dulden op zijn eigendom.

Uitspraak



Rechtbank Leeuwarden

Sector civiel recht

afdeling handelsrecht

Uitspraak: 10 september 2003

Zaak-/Rolnummer: 56961 HA ZA 03-123

VONNIS

van de enkelvoudige handelskamer in de zaak van:

de besloten vennootschap

FORTISSIMO BELEGGINGEN B.V.,

gevestigd te Tytsjerk,

eiseres, hierna te noemen: Fortissimo,

procureur: mr. W. Sleijfer,

tegen

de publieke rechtspersoon

DE GEMEENTE TYTSJERKSTERADIEL,

zetelend te Burgum,

gedaagde, hierna te noemen: de gemeente,

procureur: mr. G.H. Hamelink-Bouwman.

PROCESGANG

De zaak is bij dagvaarding van 12 februari 2003 aanhangig gemaakt. De gemeente heeft een conclusie van antwoord genomen. Bij vonnis van 7 mei 2003 heeft de rechtbank een comparitie van partijen gelast. Deze comparitie -waarvan proces-verbaal is opgemaakt- heeft plaatsgevonden op 11 augustus 2003.

De gemeente heeft producties overgelegd. Ten slotte is door partijen vonnis gevraagd.

RECHTSOVERWEGINGEN

De vordering

1.1. De vordering van Fortissimo strekt er toe dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

de gemeente zal bevelen om binnen drie maanden na dit vonnis de lozing(en) van ongezuiverd rioolwater op het eigendom van Fortissimo te beëindigen en beëindigd te houden en de daartoe strekkende werken binnen die termijn weg te nemen met herstel van het eigendom van Fortissimo, voor zover als gevolg van het weghalen beschadigd, zulks op straffe van een dwangsom van 10.000,00 euro voor elke week, dat de gemeente in gebreke zal zijn, geheel of gedeeltelijk, aan het vonnis te voldoen;

subsidiair:

voor zover de rechtbank van oordeel zou zijn, dat de in de dagvaarding bedoelde lozing(en) uit een oogpunt van algemeen belang door Fortissimo dienen te worden aanvaard, de gemeente zal veroordelen om aan Fortissimo te vergoeden de uit deze lozing(en) en het hebben en onderhouden van de daartoe strekkende werken voortvloeiende schade, zulks nader door deskundigen vast te stellen;

zowel primair als subsidiair:

de gemeente zal veroordelen in de kosten van het geding.

1.2. De gemeente heeft tegen de vordering verweer gevoerd en geconcludeerd Fortissimo niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering, althans haar deze te ontzeggen, met veroordeling van Fortissimo in de kosten van het geding, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Vaststaande feiten

Tussen partijen staat als gesteld en niet of onvoldoende betwist, alsmede op grond van de niet-betwiste inhoud van de overgelegde producties onder meer het volgende vast:

2.1. Fortissimo is in 1994 economisch eigenaar geworden van de zandwinput en omliggende gronden, gelegen tussen de dorpen Hurdegaryp en Tytsjerk in de gemeente Tytsjerksteradiel, kadastraal bekend gemeente Hurdegaryp, sectie H, nr. 1243, hierna te noemen: de zandwinput. In 2000 is Fortissimo juridisch eigenaar geworden van de zandwinput.

2.2. In 1979 en in 1989 zijn er in de omgeving van de zandwinput door de gemeente een tweetal rioolwateroverstortleidingen en een drainagestelsel aangelegd, welke uitmonden op de zandwinput.

2.3. De gemeente heeft voor de aanwezigheid van de hiervoor bedoelde werken, alsmede voor de lozingen destijds toestemming gekregen van de rechtsvoorgangers van Fortissimo. Van Fortissimo heeft de gemeente geen toestemming gekregen voor de aanwezigheid van deze werken en de lozingen.

2.4. De gemeente beschikt sinds 1999 ter zake van de onderhavige lozingen over een (lozings)vergunning op grond van de Wet verontreiniging oppervlaktewater.

2.5. De gemeente heeft wat betreft de onderhavige werken een procedure gestart op grond van de Belemmeringenwet privaatrecht.

Het geschil en de beoordeling daarvan

3. Fortissimo heeft aangevoerd dat de lozingen door de gemeente in de aan Fortissimo in eigendom toebehorende zandwinput onrechtmatig zijn omdat Fortissimo daarvoor geen toestemming heeft gegeven. Ook is het hebben van werken -te weten riooloverstortleidingen en een drainagesysteem- in de aan Fortissimo in eigendom toebehorende zandwinput onrechtmatig omdat daarvoor noch een opstalrecht is gevestigd, noch anderszins toestemming is verleend door Fortissimo. Met name door de lozing van ongezuiverd rioolwater op haar eigendom, wordt zij ernstig in haar belangen aangetast, aldus Fortissimo. Volgens Fortissimo kan zij de zandwinput niet (laten) gebruiken zoals zij wenst -zoals zwemmen en vissen- vanwege de risico's die de lozingen meebrengen voor de volksgezondheid. Fortissimo vreest aansprakelijk te worden gesteld door derden, die al dan niet met toestemming van Fortissimo van de zandwinput gebruik maken om te recreëren. Bovendien stelt Fortissimo schade te lijden door de aanwezigheid van werken in haar grond. De grond is volgens Fortissimo (veel) minder waard dan zonder de aanwezigheid van deze werken omdat deze werken de volledige eigendom die bij Fortissimo berust beperken. Op grond van het voorgaande vordert Fortissimo primair beëindiging van de lozingen en verwijdering van de werken en subsidiair schadevergoeding.

4. De rechtbank stelt voorop dat het een eigenaar in beginsel met uitsluiting van een ieder vrij staat van de zaak gebruik te maken. Dit houdt in dat derden de eigenaar niet mogen storen in het genot van zijn zaak. Bovendien is het eigendomsrecht ook een exclusief recht; derden hebben niet de bevoegdheid van de zaak gebruik te maken, ook al zou de eigenaar daardoor in het gebruik dat hij zelf van de zaak wil maken, niet worden belemmerd. Fortissimo behoeft de aanwezigheid van werken in haar eigendom, alsmede de lozingen op haar eigendom dan ook in beginsel niet te dulden. De vraag of Fortissimo al dan niet schade lijdt als gevolg van de aanwezigheid van de onderhavige werken en door de lozingen -hetgeen door de gemeente is betwist- is daarbij niet relevant.

Voorzover de gemeente al heeft willen betogen dat Fortissimo geen enkel belang heeft bij haar vordering, zodat zij misbruik van haar bevoegdheid maakt, zal het verweer worden verworpen. De gemeente heeft hiertoe slechts aangevoerd dat er maximaal enkele keren per jaar overstorten plaatsvinden en dat het water nauwelijks verontreinigd is. Van misbruik van bevoegdheid is bij een inbreuk op een eigendomsrecht echter slechts in zeer bijzondere gevallen sprake, waarvan in het onderhavige geval geen sprake is.

5.1. De gemeente heeft wat betreft de onderhavige werken (en dus niet wat betreft de lozingen) aangevoerd dat Fortissimo niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering omdat zij inmiddels een procedure is gestart op grond van de Belemmeringenwet privaatrecht. Fortissimo kan zich in die procedure verzetten tegen het opleggen van een gedoogplicht, aldus de gemeente. Omdat er een andere voorziening open staat waarin materieel hetzelfde resultaat kan worden bereikt als via de onderhavige procedure, dient Fortissimo niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering, aldus de gemeente.

5.2. De rechtbank stelt voorop dat er geen termen aanwezig zijn om Fortissimo niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering. De situatie waar de gemeente op doelt is hier immers niet aan de orde, nu Fortissimo niet degene is die het verzoek op grond van de Belemmeringenwet privaatrecht kan indienen of heeft ingediend. Het is dus niet Fortissimo die in deze procedure hetzelfde resultaat kan bereiken als in de procedure op grond van de Belemmeringenwet privaatrecht. Voor zover de gemeente heeft beoogd te stellen dat de vordering moet worden afgewezen omdat thans een procedure op grond van de Belemmeringenwet privaatrecht aanhangig is, wordt als volgt overwogen. Indien het door de gemeente met de hiervoor bedoelde procedure beoogde effect al zou worden bereikt -hetgeen thans niet vast staat- laat dit naar het oordeel van de rechtbank onverlet dat de gedoogplicht alleen geldt voor de werken en niet voor de lozingen. Niet valt in te zien dat de gemeente een belang heeft bij handhaving van de werken indien zij tevens wordt bevolen de lozingen op de zandwinput te beëindigen. Het verweer zal dan ook worden verworpen.

6.1. De gemeente heeft voorts aangevoerd, dat zij sinds het jaar 1999 beschikt over een lozingsvergunning ten aanzien van de lozingen in de zandwinput, te weten een vergunning ingevolge artikel 1 lid 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren . Op grond van deze vergunning moet Fortissimo de lozingen zowel publiekrechtelijk als civielrechtelijk dulden, aldus de gemeente.

6.2. Fortissimo heeft terecht gesteld dat de omstandigheid dat de gemeente over een (publiekrechtelijke) vergunning beschikt ten aanzien van de lozingen onverlet laat dat Fortissimo deze lozingen civielrechtelijk niet behoeft te dulden. Het verweer wordt dan ook verworpen.

7.1. Vervolgens heeft de gemeente aangevoerd, dat zij in het verleden van de rechtsvoorgangers van Fortissimo toestemming heeft gekregen voor de aanwezigheid van de werken en voor het lozen.

7.2. Naar het oordeel van de rechtbank gaat ook dit verweer niet op. Weliswaar heeft Fortissimo niet betwist dat de gemeente in het verleden toestemming heeft gekregen van de rechtsvoorgangers van Fortissimo, maar Fortissimo heeft terecht opgemerkt, dat zij aan die door haar rechtsvoorgangers verleende toestemming niet gebonden is. Het betreft immers slechts een persoonlijk recht dat door deze rechtsvoorgangers van Fortissimo aan de gemeente is verleend en geen zakelijk recht.

8.1. Wat betreft de leiding die in het jaar 1979 is aangelegd, heeft de gemeente aangevoerd dat de vordering strekkende tot verwijdering daarvan is verjaard door verloop van 20 jaren.

8.2. De rechtbank is van oordeel dat het beroep op verjaring niet op gaat. Omdat tussen partijen vast staat dat de rechtsvoorgangers van Fortissimo destijds toestemming hebben gegeven aan de gemeente voor de aanwezigheid van onder meer de leiding die in 1979 is aangelegd, was er destijds geen sprake van een onrechtmatige toestand. Pas op het moment dat Fortissimo in het jaar 2000 eigenaar is geworden van de zandwinput en haar toestemming aan de gemeente onthield voor de aanwezigheid van onder meer de leiding die in 1979 is aangelegd, is er een onrechtmatige toestand ontstaan. Op dat moment is de verjaringstermijn ter zake van de vordering strekkende tot opheffing van een onrechtmatige toestand pas gaan lopen -en niet reeds in het jaar 1979- zodat de verjaringstermijn niet voltooid is.

9. Ook de door de gemeente gestelde omstandigheid dat (de directeur van) Fortissimo bij de aankoop van de zandwinput op de hoogte was van de aanwezigheid van de werken en van de lozingen, staat naar het oordeel van de rechtbank niet aan toewijzing van de vordering in de weg. Deze omstandigheid kan slechts van belang zijn in de relatie van Fortissimo tot de verkoper van de zandwinput. Het laat echter onverlet dat Fortissimo op grond van haar eigendomsrecht gerechtigd is om op te komen tegen werken in haar eigendom, alsmede tegen lozingen op haar eigendom.

10. De primaire vordering zal gelet op het vorenstaande worden toegewezen, dit evenwel met inachtneming van het volgende. Omdat de gemeente heeft aangevoerd -hetgeen onvoldoende gemotiveerd is betwist door Fortissimo- dat de gemeente ongeveer één jaar nodig heeft om alles goed te regelen, waaronder het aanvragen van vergunningen om een andere oplossing te realiseren, zal de rechtbank de gemeente een termijn van één jaar gunnen om aan het vonnis te voldoen. Weliswaar heeft Fortissimo terecht aangevoerd dat de gemeente al gedurende enige tijd rekening heeft kunnen houden met een voor haar ongunstige uitspraak, maar de rechtbank is van oordeel dat het algemeen belang op dit punt prevaleert. De gemeente heeft onweersproken gesteld dat indien zij aan het gevorderde voldoet, zonder vooraf maatregelen te treffen, het rioolwater op straat komt te staan, hetgeen een gevaar oplevert voor de volksgezondheid.

De primaire vordering zal dan ook in die zin worden toegewezen.

11. De rechter ziet nu nog geen aanleiding tot het opleggen van een dwangsom, aangezien van een overheidsorgaan als de gemeente verwacht mag worden dat zij een rechterlijke uitspraak zonder meer naleeft.

12. De gemeente zal als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

BESLISSING

De rechtbank

beveelt de gemeente om binnen één jaar na betekening van dit vonnis de lozing(en) van ongezuiverd rioolwater op het eigendom van Fortissimo te beëindigen en beëindigd te houden en de daartoe strekkende werken binnen die termijn weg te nemen met herstel van het eigendom van Fortissimo, voor zover als gevolg van het weghalen beschadigd;

veroordeelt de gemeente in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Fortissimo begroot op 273,20 euro aan verschotten en 780,00 euro aan salaris procureur;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. C.M. Telman en in het openbaar uitgesproken door de rolrechter op 10 september 2003.

fn 82


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature