E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBHAA:2011:BU2003
LJN BU2003, Rechtbank Haarlem, 184261-2011-2717

Inhoudsindicatie:

De verhuizing van de moeder naar [plaats A] heeft tot gevolg dat aan de co-ouderschapsregeling zoals partijen waren overeengekomen geen uitvoering meer kan worden gegeven op een wijze die in het belang van de minderjarige te achten is. De rechtbank merkt daarbij op dat aan de co-ouderschapsregeling al gedurende twee jaren zonder ernstige conflicten tussen partijen of problemen in de ontwikkeling van de minderjarige en op dat hieraan op een voor de minderjarige vertrouwde wijze uitvoering wordt gegeven.

De moeder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank laten leiden door haar eigen behoefte om naar [plaats A] te verhuizen en aan haar behoefte het belang van de minderjarige en het belang van de vader ondergeschikt gemaakt. De moeder had kunnen voorzien dat deze verhuizing op termijn de uitvoering van de co-ouderschapregeling onmogelijk zou maken. De omstandigheid dat de vader tegen de verhuizing van de moeder op dat moment geen stappen heeft ondernomen, doet hieraan niet af.

De moeder heeft daarmee een situatie veroorzaakt die in strijd met de belangen van de minderjarige te achten is. Het verzoek van de vader mbt hoofdverblijf van de minderjarige bij hem te bepalen wordt toegewezen onder afwijzing van het verzoek van de moeder.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie