< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

vervangende toestemming verhuizing naar het buitenland. Verzoek van moeder afgewezen. Alle belangen en omstandigheden van dit geval afwegende, is de rechtbank van oordeel dat de moeder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar belang bij verhuizing met [naam minderjarige] naar Curaçao zwaarder weegt dan het belang van [naam minderjarige] om in zijn vertrouwde omgeving te blijven wonen en het belang van de vader bij een frequent en adequaat contact met [naam minderjarige].

Hierbij speelt een grote rol dat de moeder de verhuizing met [naam minderjarige] niet in overleg met de vader heeft voorbereid, maar dat de vader pas na ontvangst van het verzoekschrift van de moeder is geconfronteerd met deze inbreuk op zijn gezagsrecht door de moeder.

Uitspraak



RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel

familie- en jeugdrecht

geschillenregeling 1:253a BW

zaak-/rekestnr.: 176309/2010-4131

beschikking van de meervoudige kamer voor familiezaken van 3 mei 2011

in de zaak van:

[naam moeder],

wonende te [plaats],

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. A.C. Mens, kantoorhoudende te Hoofddorp,

tegen

[naam vader],

wonende te [plaats],

hierna te noemen: de vader,

advocaat V.K.S. Deetman, kantoorhoudende te Dordrecht.

1 Procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, met bijlagen, van de moeder van 3 december 2010, ingekomen op 6 december 2010;

- het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek, met bijlagen, van de vader van 18 maart 2011, ingekomen op 21 maart 2011;

- de brief, met bijlagen, van de advocaat van de moeder van 15 maart 2011.

1.2 De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 31 maart 2011 in aanwezigheid van partijen, de moeder bijgestaan door mr. A.C. Mens en de vader door mr. V.K.S. Deetman.

2 Feiten en omstandigheden

2.1 Partijen zijn op [datum] 1999 in de gemeente [plaats] met elkaar gehuwd, welk huwelijk op [datum] 2008 is ontbonden door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de echtscheidingsbeschikking van deze rechtbank van 16 oktober 2007.

2.2 Uit dit huwelijk is geboren de minderjarige [naam]:

- [naam minderjarige], geboren op [datum] 2000 in de gemeente [plaats].

De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over deze minderjarige.

2.3 Bij beschikking van deze rechtbank van 7 oktober 2008 is de hoofdverblijfplaats van deze minderjarige bepaald bij de moeder.

2.4 Bij voormelde beschikking van 7 oktober 2008 is een omgangsregeling vastgesteld waarbij de minderjarige en de vader eenmaal per veertien dagen van vrijdag 17.00 uur tot zondag 18.00 uur omgang met elkaar hebben, alsmede de helft van de zomervakantie, de kerstvakantie en de april/meivakantie. De overige schoolvakanties zullen door partijen om en om worden verdeeld.

Deze regeling is nadien nog aangevuld bij beschikking van 12 oktober 2010. Bepaald is daarbij dat de minderjarige en de vader in de even jaren de eerste drie weken van de zomervakantie met elkaar zullen doorbrengen en in de oneven jaren de laatste drie weken.

3 Verzoek

De moeder heeft verzocht te bepalen dat de minderjarige zijn hoofdverblijfplaats bij haar op Curaçao zal hebben.

Tevens is gevraagd de omgangsregeling tussen de minderjarige en de vader zoals deze is vastgesteld bij eerdergenoemde beschikkingen van 7 oktober 2008 en 12 oktober 2010 te wijzigen in die zin dat [naam minderjarige] en de man gerechtigd zijn omgang met elkaar te hebben gedurende de helft van de zomer-, Kerst- en voorjaarsvakantie en de reiskosten tussen partijen bij helfte worden verdeeld

4 Verweer en zelfstandig verzoek

De vader heeft daartegen gemotiveerd verweer gevoerd.

Primair verzoekt de vader de verzoeken van de moeder af te wijzen.

Subsidiair verzoekt de vader de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij hem vast te stellen wanneer de moeder naar Curaçao verhuist, dan wel een zodanige omgangsregeling vast te stellen die de rechtbank in het belang van de minderjarige acht.

5 Beoordeling

5.1 De ouders hebben gezamenlijk gezag over [naam minderjarige]. Dit brengt mee dat de moeder voor de verhuizing van [naam minderjarige] naar Curaçao in beginsel toestemming van de vader nodig heeft. Een geschil tussen de ouders kan op de voet van artikel 1:253a BW worden voorgelegd aan de rechter.

Om een beslissing te kunnen nemen in het kader van artikel 1:253a BW dienen de belangen van de minderjarige een eerste overweging van de rechtbank te vormen. Echter, conform vaste rechtspraak, dient de rechter bij de beslissing in een geschil als het onderhavige alle omstandigheden van het geval in acht te nemen en alle betrokken belangen af te wegen, waaronder:

- het recht en belang van de verhuizende ouder en de vrijheid om zijn of haar leven opnieuw in te richten;

- de noodzaak om te verhuizen;

- de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;

- de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor het kind en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren;

- de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg;

- de rechten van de andere ouder en het kind op onverminderd contact met elkaar in hun vertrouwde omgeving;

- de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;

- de frequentie van het contact tussen het kind en de andere ouder voor en na de verhuizing;

- de leeftijd van het kind, zijn mening en de mate waarin het geworteld is in zijn omgeving of juist gewend is aan verhuizingen;

- de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing.

5.2 Uit de overgelegde stukken en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gebracht is gebleken dat de standpunten van partijen haaks op elkaar staan en zij niet tot een vergelijk kunnen komen.

5.3 De rechtbank neemt in een verzoek als het onderhavige als uitgangspunt dat een ouder waarbij het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft, in beginsel vervangende toestemming kan krijgen om te verhuizen, indien de omstandigheden van het geval na een belangenafweging zoals hiervoor genoemd, een dergelijke beslissing ook rechtvaardigen. Dit uitgangspunt leidt naar het oordeel van de rechtbank echter uitzondering indien een ouder voornemens is naar het buitenland te verhuizen. Een verhuizing naar het buitenland maakt immers per definitie inbreuk op de plicht en het recht van de andere ouder om zijn of haar kind te verzorgen en op te voeden en op het recht van het kind op frequente en fysieke omgang met die ouder.

Vaststaat dat [naam minderjarige] zijn hoofdverblijfplaats heeft bij de moeder en dat zij daardoor het grootste aandeel in de zorg heeft. Daarnaast is door de rechtbank een omgangsregeling vastgesteld, zoals hierboven onder 2.4 omschreven waardoor ook de vader een deel van de zorg voor [naam minderjarige] heeft.

Verhuizing naar Curaçao brengt, mede gelet op de grote afstand en de daaraan gekoppelde lange reistijd, verhoogde reis- en contactkosten en dergelijke met zich, waardoor het aandeel dat de vader in de opvoeding van [naam minderjarige] heeft drastisch wordt ingeperkt. Daarom kan vervangende toestemming voor verhuizing in dit geval alleen verleend worden indien de belangen van de moeder duidelijk veel zwaarder wegen dat de belangen van de vader en het kind bij het behoud van huidige situatie.

5.4 De moeder wil graag terugkeren naar Curaçao. Zij is in 1999 vanuit Curaçao, met de vier kinderen uit een eerdere relatie, naar Nederland gekomen om met de vader te trouwen. Haar hele familie, waaronder drie van haar kinderen wonen inmiddels weer op Curaçao.

Hoewel het huwelijk van partijen al enkele jaren geleden geëindigd is, is er nog wel sprake van een langdurige (juridische) strijd tussen de ouders. De moeder voelt zich in deze situatie niet prettig. Zij is klaar met haar leven in Nederland en wil graag met [naam minderjarige] (11 jr) en [naam dochter] (16 jr), de dochter uit haar eerdere relatie die nog bij haar woont, een nieuw leven beginnen op haar geboortegrond. Daarnaast stelt zij dat het leven op Curaçao goedkoper is dan in Nederland, zeker nu zij sinds 1 januari 2011 geen baan meer heeft en in inkomen achteruit gegaan is. Op Curaçao heeft zij geen woonlasten omdat zij een eigen huis heeft waar zij met [naam minderjarige] en haar andere kinderen kan wonen. Bovendien verwacht zij op Curaçao makkelijker een baan te vinden dan in Nederland. De moeder wil ook terug naar Curaçao om bij te dragen in de mantelzorg van haar 77-jarige vader, die ziek is. De moeder gaat ervan uit dat zij op Curaçao beter kan functioneren dan in Nederland omdat er geen sprake meer zal zijn van door de vader veroorzaakte onrust in haar gezin, hetgeen zeker ten goede van de ontwikkeling van [naam minderjarige] zal zijn.

[naam minderjarige], die naast Nederlands ook Papiamento spreekt, wil graag met haar mee. Volgens de moeder is hij op een leeftijd waarop hij deze verhuizing aankan. Er zijn op Curaçao goede Nederlandstalige scholen voor basis- en voortgezet onderwijs en er is een Universiteit. Daarnaast zal [naam minderjarige] door het warme klimaat veel minder last hebben van astma dan in Nederland. In afwachting van de uitspraak van de rechtbank, heeft de moeder [naam minderjarige] al ingeschreven op een basisschool op Curaçao.

Desgevraagd heeft de moeder verklaard niet zonder [naam minderjarige] naar Curaçao te verhuizen, wanneer de rechtbank haar verzoek zal afwijzen.

5.5 De vader acht een verhuizing van [naam minderjarige] met de moeder naar Curaçao niet in het belang van de minderjarige. Volgens hem kan [naam minderjarige] de consequenties van een dergelijke verhuizing niet overzien. De vader wil dat [naam minderjarige] in ieder geval in Nederland de basisschool afmaakt. De moeder heeft hem niet betrokken bij haar plannen om te verhuizen en heeft hem evenmin geraadpleegd bij de keuze voor een school op Curaçao. Hij acht het onwaarschijnlijk dat de moeder hem in de toekomst -als zij met [naam minderjarige] op Curaçao zou wonen- bij belangrijke beslissingen aangaande [naam minderjarige] zal betrekken.

Ter zitting heeft de vader verklaard dat de moeder tijdens het huwelijk steeds de wens heeft geuit om terug te gaan naar Curaçao. Zij wilde dat doen wanneer alle kinderen uit haar eerdere relatie meerderjarig zouden zijn. Omdat [naam dochter], de jongste dochter van moeder op [datum] 2012 meerderjarig wordt, heeft de vader er rekening mee gehouden dat de terugkeer van de moeder vanaf die datum zou kunnen plaatsvinden. [naam minderjarige] zou dan 12 jaar oud zijn.

5.6 De rechtbank is van oordeel dat het belang van de moeder om naar Curaçao te verhuizen duidelijk is. De moeder dient daarbij wel rekening te houden met de belangen van [naam minderjarige] en de gevolgen die een dergelijke verhuizing voor hem en de vader hebben, met name voor de mogelijkheid om contact te houden met elkaar.

Het belang van [naam minderjarige] bij een verhuizing naar Curaçao is dat hij herenigd wordt met zijn halfbroers en -zus met wie hij in gezinsverband heeft samengewoond. [naam minderjarige] is ingebed in de cultuur van de moeder en hij zal deel uitmaken van familie van de moeder, waaronder een aantal leeftijdsgenootjes, die hij al kent omdat hij een aantal keren op Curaçao is geweest. Daarnaast is van belang dat de moeder zich op haar geboorte-eiland veel prettiger zal voelen dan in Nederland omdat zij steun heeft van haar familie en geen spanningen meer zal ervaren die zij stelt in Nederland te hebben.

De vraag is echter of deze voordelen zwaarder wegen dan het sterk verminderde contact tussen [naam minderjarige] en zijn vader. [naam minderjarige] ziet zijn vader nu eenmaal per twee weken twee en een halve dag (een lang weekend) en gedurende de helft van de vakanties. Hoewel de moeder bereid is om [naam minderjarige] frequent via internet en telefonisch contact met zijn vader te laten hebben, is het voor [naam minderjarige] niet mogelijk om, zoals nu, regelmatig bij zijn vader te verblijven en activiteiten met zijn vader te ondernemen. Het ter zitting door de moeder gedane aanbod de omgang tijdens de vakantie uit te breiden van drie gedeelde vakanties naar de helft van alle schoolvakanties, geeft aan dat de moeder de gevolgen van haar verhuisplannen voorafgaande aan haar besluit niet voldoende heeft overdacht.

De moeder is wel bereid de helft van de reiskosten van [naam minderjarige] naar Nederland op zich te nemen, maar de vader heeft onvoldoende financiële middelen om regelmatig naar Curaçao te reizen. Ook is het niet meer mogelijk om via zijn werkgever een werkplek op Curaçao te realiseren zoals destijds toen hij de moeder leerde kennen.

5.7 Alle belangen en omstandigheden van dit geval afwegende, is de rechtbank van oordeel dat de moeder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar belang bij verhuizing met [naam minderjarige] naar Curaçao zwaarder weegt dan het belang van [naam minderjarige] om in zijn vertrouwde omgeving te blijven wonen en het belang van de vader bij een frequent en adequaat contact met [naam minderjarige].

Hierbij speelt een grote rol dat de moeder de verhuizing met [naam minderjarige] niet in overleg met de vader heeft voorbereid, maar dat de vader pas na ontvangst van het verzoekschrift van de moeder is geconfronteerd met deze inbreuk op zijn gezagsrecht door de moeder.

De vader was weliswaar op de hoogte van de wens van de moeder ooit terug te keren naar Curaçao, maar dit neemt niet weg dat zij hem had moeten betrekken bij haar plannen en de gevolgen van haar verhuiswens in verband met het invullen van contact tussen [naam minderjarige] en zijn vader.

Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat gelet op de leeftijd van [naam minderjarige] de vader een gerechtvaardigd belang heeft bij zijn wens om [naam minderjarige] de lagere school in Nederland te laten afmaken, zodat [naam minderjarige] in Nederland de Cito-toets kan doen en aan hem een advies wordt gegeven voor het vervolgonderwijs. Beide ouders kunnen dan in goed overleg samen een school uitzoeken waar [naam minderjarige] naar toe zal gaan.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat gesteld noch gebleken is dat de vader van de moeder voor zijn verzorging van de moeder afhankelijk is. Ten overvloede merkt de rechtbank hierover nog op dat de moeder meerdere familieleden in de buurt van haar vader heeft wonen en dat een van de meerderjarige zoons van de moeder bij zijn opa in huis verblijft.

Tot slot geeft de rechtbank de moeder in overweging in Nederland professionele hulp dan wel steun bij haar geloofsgenoten te zoeken ter leniging van haar psychisch lijden, zodat de noodzaak om op korte termijn met [naam minderjarige] naar Curaçao te vertrekken minder groot wordt.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal het verzoek van de moeder worden afgewezen.

5.8 Indien de moeder over enige tijd nog steeds de wens heeft om met [naam minderjarige] naar Curaçao te verhuizen, wordt van de moeder verwacht dat zij in goed overleg met de vader en met [naam minderjarige] treedt om duidelijke afspraken te maken over de gevolgen voor hen van deze verhuizing.

6 Beslissing

De rechtbank:

Wijst af het verzoek van de moeder.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Ayal, tevens kinderrechter, en mr. R.A. Otter en mr. C.A.M. van de Rest-van der Heijden, tevens kinderrechters, in tegenwoordigheid van M.P. Joukes, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 mei 2011.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature