< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Schriftelijk vonnis politierechter; diefstallen; tenuitvoerlegging en omzetting voorwaardelijke straf; machtiging RC vereist voor opvragen camerabeelden?; zie Hoge Raad 23 maart 2010, LJN BK6331.

Uitspraak



RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Politierechter

Parketnummer: 15/700299-10, 15/710139-10 en 15/700008-10 (TUL)

Uitspraakdatum: 11 juni 2010

Tegenspraak, ex artikel 279 lid 2 Wetboek van Strafvordering

Schriftelijk strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 11 en 28 mei 2010 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in PI Midden Holland HvB Haarlem te Haarlem.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

15/710139-10 feit 1

hij op of omstreeks 23 november 2009 te Purmerend met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee blikje(s) Bacardi-cola, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [winkel], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

15/700299-10 feit 1

hij op of omstreeks 21 april 2010 te Wormerveer, gemeente Zaanstad, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een personenauto (Hummer type H2) heeft weggenomen een [tas] met inhoud (waaronder een [portemonnee] met daarin diverse bankpassen en creditcards), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking.

2. Voorvragen

De politierechter heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de beide tenlastegelegde feiten en gevorderd dat verdachte terzake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden alsmede dat de door de politierechter te Haarlem bij vonnis van 22 maart 2010 voorwaardelijk aan verdachte opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 57 dagen geheel zal worden ten uitvoer gelegd. Het inbeslaggenomen en niet teruggegeven krat bier kan terug naar verdachte.

4. Bewijs

4.1. Redengevende feiten en omstandigheden

- Feit 1 Parketnummer 15/710139-10

De politierechter komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit 1 onder voormeld parketnummer op grond van de navolgende bewijsmiddelen waarbij de politierechter - nu verdachte een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering is - zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

• de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ten overstaan van [verbalisant] op 1 februari 2010 (dossierpagina 34 en 35);

• het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1], opgemaakt op 27 november 2009 (dossierpagina 24 e.v.).

- Feit 1 Parketnummer 15/700299-10

De politierechter komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit 1 onder voormeld parketnummer op grond van de navolgende bewijsmiddelen waarbij de politierechter - nu verdachte een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering is - zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

• de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ten overstaan van [verbalisanten] op 29 april 2010 (dossierpagina 35 e.v.);

• het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] (dossierpagina 22 e.v.).

4.2. Bewijsoverweging ten aanzien van parketnummer 15/700299-10 feit 1:

De raadsman heeft bepleit dat verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken, nu voor dit feit onvoldoende bewijs voorhanden is. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de camerabeelden die op 29 april 2010 op vordering van de officier van justitie bij [juwelier] te Wormerveer voor de periode 21 april 2010 van 23.00 uur tot en met 24.00 uur zijn opgevraagd, niet voor het bewijs gebruikt kunnen worden, gelet op de uitspraak van de Hoge Raad van 23 maart 2010, LJN BK6331. In deze uitspraak heeft de Hoge Raad immers bepaald dat ook gegevens waaruit informatie over het ras van een persoon kan worden afgeleid, zoals een foto, als “gevoelige” informatie moet worden aangemerkt, voor het opvragen waarvan derhalve een machtiging van de rechter-commissaris in strafzaken is vereist. Nu deze machtiging in de onderhavige zaak ontbreekt, kan ook de bekennende verklaring die verdachte naar aanleiding van deze beelden bij confrontatie hiermee tijdens zijn verhoor op 29 april 2010 heeft afgelegd, niet voor het bewijs gebruikt worden. Verder bewijs is niet voorhanden.

De officier van justitie heeft daarentegen betoogd dat op wettelijk voorgeschreven wijze de beschikking is verkregen over de camerabeelden van [juwelier] waarop verdachte als de pleger van de onder voormeld parketnummer ten laste gelegde auto-inbraak, is herkend. Voor het opvragen van deze camerabeelden is geen machtiging van de rechter-commissaris in strafzaken vereist, nu immers niet te verwachten is dat een te beschermen groep in beeld komt. Hij heeft zich daarbij beroepen op het standpunt van het College van Procureurs-Generaal zoals dat na het arrest van de Hoge Raad tot stand is gekomen. Gelet op de bekennende verklaring van verdachte kan dan ook dit feit wettig en overtuigend bewezen worden.

In de onderhavige zaak is evident dat voor een bewezenverklaring van de ten laste gelegde auto-inbraak bepalend is of de door de officier van justitie opgevraagde camerabeelden waarop verdachte is herkend en naar aanleiding waarvan hij tijdens zijn verhoor op 29 april 2010 een bekennende verklaring heeft afgelegd, voor het bewijs gebruikt mogen worden. Derhalve dient de vraag beantwoord te worden of er al dan niet een machtiging van de rechter-commissaris in strafzaken voor het opvragen van dergelijke camerabeelden nodig is.

De wet maakt, voor zover hier van belang, onderscheid in identificerende gegevens, overige gegevens (andere dan identificerende), en gevoelige gegevens, voor het opvragen waarvan telkens meer waarborgen vereist zijn ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene. Een machtiging van de rechter-commissaris in strafzaken is alleen voor het opvragen van gevoelige gegevens noodzakelijk. De wetgever baseert zich voor wat onder gevoelige gegevens moet worden verstaan, op de Wet bescherming persoonsgegevens. De wetgever heeft niet nader gespecificeerd onder welke categorie het opvragen van camerabeelden geplaatst bij bijvoorbeeld een bank- of juweliersbedrijf valt. Ook uit de memorie van toelichting (Kamerstukken 2003-2004, 29441, nummer 3) bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de wet van 16 juli 2005 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering en enkele andere wetten in verband met de regeling van bevoegdheden tot het vorderen van gegevens (Stb. 2005, 390) kan dit niet gedistilleerd worden. Bezien dient te worden of voormeld arrest van de Hoge Raad uitsluitsel op dit punt kan geven.

In de aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen zaak was aan de orde de vraag of foto’s die door de officier van justitie waren opgevraagd van mensen die gedurende een bepaalde periode het tourniquet van twee metrostations te Rotterdam waren gepasseerd, als gevoelige gegevens gekwalificeerd dienden te worden. De gebruikers van dit tourniquetsysteem hadden hun gegevens en foto ter beschikking gesteld aan de instantie die de ov-chipkaart uitgeeft om een dergelijke kaart te verkrijgen.

De Hoge Raad beantwoordde die vraag positief, nu uit die foto’s informatie over het ras van de betrokkene kan worden afgeleid. En dus hadden deze foto’s alleen met een machtiging van de rechter-commissaris in strafzaken opgevraagd kunnen worden.

Er blijken in die zaak dus gegevens opgevraagd te zijn die door een betrokkene aan een instelling of instantie zijn afgestaan met een ander doel dan waarvoor zij door de officier van justitie in die zaak werden gevorderd. Bovendien waren door het opvragen van de naam en adresgegevens met de daarbij behorende foto gevoelige gegevens zoals ras direct te koppelen aan een betrokkene.

Op grond van artikel 8 van de Wet bescherming persoonsgegevens is het bedrijven toegestaan beveiligingscamera ’s te gebruiken om hun bedrijf te beveiligen. Het achterliggende doel voor het plaatsen van dergelijke camera’s is beveiliging, niet identificatie op zich, er worden ook geen namen aan de beelden gekoppeld. Daarmee vindt de verwerking tegen een geheel andere achtergrond plaats dan wanneer het gaat om foto’s in een leden- of personeelsadministratie dan wel registratiesysteem voor houders van bepaalde passen.

Er wordt niet vanuit gegaan dat uit camerabeelden zonder meer gevoelige gegevens als ras kunnen worden afgeleid, ook al niet omdat vooraf onbekend is van welke personen beelden worden gemaakt. Daarmee zijn ze niet op voorhand te beschouwen als gevoelige gegevens. Vaak zal pas achteraf blijken wat uit de beelden valt af te leiden, of wat daarop al dan niet zichtbaar is. De kwaliteit is bovendien wisselend, de beelden zijn ook niet zelden zwart-wit. In dat opzicht kan de vergelijking gemaakt worden met het opvragen van de in de memorie van toelichting als voorbeeld genoemde financiële gegevens. Hiervan is ook pas achteraf vast te stellen dat zich tussen de gevraagde gegevens gevoelige gegevens (bijvoorbeeld betreffende schenkingen aan een levensbeschouwelijke organisatie) bevinden. In de memorie van toelichting is expliciet vermeld dat deze op basis van de algemene bevoegdheid opgevraagd kunnen worden, ook al zou naderhand blijken dat er gevoelig gegevens tussen zaten, en vervolgens verwerkt kunnen worden.

Daar komt bij dat deelname aan het maatschappelijk verkeer een zekere inbreuk op de privacy met zich mee brengt, waarbij niet altijd sprake is van schending van een “Schutznorm”.

Naar het oordeel van de politierechter is daarvan sprake bij beelden van een camera door een bedrijf ter beveiliging van dat bedrijf geplaatst. De filmbeelden zijn immers niet door de verdachte afgegeven om op een zorgvuldige wijze in een of ander systeem op te laten slaan conform de Wet bescherming persoonsgegevens. Hierin verschilt de onderhavige zaak dan ook wezenlijk van het door de Hoge Raad bij arrest van 23 maart 2010 beslechte geschil.

Eén en ander kan anders zijn indien voorzienbaar is dat er gevoelige gegevens zijn geregistreerd. Gelet op het voorgaande gaat het echter te ver er op voorhand vanuit te gaan dat camerabeelden, zoals hiervoor bedoeld, gevoelige gegevens bevatten en dus onder het regime van artikel 126 nf Wetboek van Strafvordering vallen. Daarmee zou ook het evenwicht tussen de diverse belangen, zoals het individuele belang bij bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het algemene belang bij opsporing van strafbare feiten, verstoord zijn.

Nu in de onderhavige strafzaak niet gebleken is dat voorzienbaar is geweest dat er gevoelige gegevens op de beveiligingscamera geplaatst bij [juwelier] te Wormerveer zijn geregistreerd, vallen de verkregen camerabeelden niet onder gevoelige gegevens zoals ras en volstond een vordering van de officier van justitie om deze beelden op te vragen. De bekennende verklaring van verdachte, verkregen na confrontatie met deze beelden tijdens zijn verhoor, kan derhalve voor het bewijs gebezigd worden.

4.3. Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de politierechter wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

Parketnummer 15/710139-10 feit 1

hij op 23 november 2009 te Purmerend met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee blikjes Bacardi-cola, toebehorende aan [winkel];

Parketnummer 15/700299-10 feit 1

hij op 21 april 2010 te Wormerveer, gemeente Zaanstad, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een personenauto (Hummer type H12) heeft weggenomen een [tas] met inhoud (waaronder een [portemonnee] met daarin diverse bankpassen en creditcards), toebehorende aan [benadeelde], waarbij verdachte de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de politierechter de tenlastelegging verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

- Ten aanzien van parketnummer 15/710139-10 feit 1:

Diefstal

- Ten aanzien van parketnummer 15/700299-10 feit 1:

Diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van sanctie

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de politierechter zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het vanwege de GGZ Palier Reclassering Haarlem uitgebrachte rapport van 15 maart 2010 is gebleken.

In het bijzonder heeft de politierechter het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een diefstal en een auto-inbraak waarbij hij de tas met inhoud heeft kunnen wegnemen door de autoruit met een steen kapot te maken. Verdachte is eerder voor soortgelijke feiten veroordeeld geweest en staat bij justitie te boek als actieve veelpleger. Dat heeft hem er blijkbaar niet van weerhouden opnieuw een strafbaar feit te begaan. Diefstallen dan wel inbraken zijn ergerlijke feiten, die de samenleving en de betrokkenen in het bijzonder veel hinder en overlast bezorgen. Dit speelt des te sterker wanneer de benadeelde ook nog geconfronteerd wordt met beschadiging van zijn eigendom, zoals in geval van de auto-inbraak. De politierechter rekent dat verdachte dan ook in ernstige mate aan en acht een vrijheidsbenemende straf mede gelet op verdachte’s justitiële documentatie een passende straf.

Nu één van de bewezenverklaarde feiten vóór 22 maart 2010 is gepleegd, van welke datum verdachte’s laatste veroordeling dateert, zal de politierechter gelet op artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht verdachte een wat lagere gevangenisstraf dan door de officier van justitie geëist opleggen.

8. Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (algemene voorwaarde)

Bij vonnis van 22 maart 2010 in de zaak met parketnummer 15/700008-10 heeft de politierechter te Haarlem verdachte ter zake van diefstal, meermalen gepleegd, veroordeeld tot - onder meer - een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 57 dagen. Ten aanzien van die voorwaardelijke straf is de proeftijd op twee jaren bepaald onder de algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van die proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. De officier van justitie vordert thans dat de rechtbank zal gelasten dat die voorwaardelijke straf alsnog zal worden ten uitvoer gelegd.

De politierechter heeft bij het onderzoek ter terechtzitting bevonden dat zij bevoegd is over de vordering te oordelen en dat de officier van justitie daarin ontvankelijk is.

De politierechter is van oordeel dat de vordering kan worden toegewezen, nu uit de overige inhoud van dit vonnis blijkt dat verdachte niet heeft nageleefd de voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Om die reden zal de politierechter, gelet op artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht, de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke gevangenisstraf gelasten, een en ander zoals hieronder aangegeven.

Uit het reclasseringsrapport van 15 maart 2010 dat ten behoeve van de politierechterzitting van 22 maart 2010 is opgemaakt, blijkt dat de GGZ Palier Reclassering Haarlem nog enige mogelijkheden ziet verdachte te begeleiden, aangezien verdachte welwillend lijkt mee te werken aan een plan van aanpak en er nooit eerder iets is ondernomen ten aanzien van de verslavingsproblematiek. De politierechter heeft daarin blijkbaar aanleiding gezien verdachte in het kader van een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht op te leggen. Vanwege de huidige detentie vanaf 29 april 2010 heeft deze begeleiding amper van de grond kunnen komen. Het komt de politierechter dan ook geraden voor dat deze begeleiding zo spoedig mogelijk aanvangt dan wel voortgezet wordt. Gelet hierop zal de politierechter geen volledige tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf gelasten, maar een tenuitvoerlegging voor 37 dagen, onder handhaving van de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich houdt aan de aanwijzingen hem gegeven door of namens de reclassering. Verdachte dient in dat verband traceerbaar te zijn. Het restant van de destijds voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf kan als stok achter de deur voor dit reclasseringstoezicht fungeren. De politierechter ziet voorts in het uitgebrachte reclasseringsrapport van 15 maart 2010 alsmede de mededeling ter terechtzitting van de raadsman dat verdachte bereid is een werkstraf uit te voeren en na afloop van de detentie bij zijn broer kan verblijven, redenen deze 37 dagen gevangenisstraf om te zetten in een werkstraf van na te melden duur.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht: 63, 310 en 311.

10. Beslissing

De politierechter:

Verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van achtenveertig (48) dagen.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot tenuitvoerlegging van de officier van justitie en gelast de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf, opgelegd bij vonnis van de politierechter d.d. 22 maart 2010 in de zaak met parketnummer 15/700008-10, voor de duur van zeven en dertig (37) dagen, met dien verstande dat de gevangenisstraf omgezet wordt in een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van vier en zeventig uren (74), bij het niet naar behoren verrichten te vervangen door zeven en dertig (37) dagen hechtenis.

Wijst de vordering voor het overige af.

Gelast de teruggave aan verdachte:

- 1.00 STK Krat

GROLSCH bier

1 krat met 14 flesjes

Beveelt de opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van die voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de duur van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf.

Politierechter en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Ph. Burgers, politierechter,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. H. Feenstra,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 juni 2010.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature