< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Alimentatie. Nu de vrouw is toegelaten tot de wettelijke schuldsanering en de man tot de vrijwillige schuldhulpverlening, moeten partijen rondkomen van een inkomen rond het bestaansminimum. In beginsel is er dan ook bij beide partijen geen draagkracht om te voorzien in de kosten van levensonderhoud van de kinderen.

De vrouw heeft ervoor gezorgd dat in haar vrij te laten bedrag een potje ten behoeve van de kinderen wordt gereserveerd. De man heeft dit in de gesprekken met de schuldhulpverlening niet aan de orde gesteld. Bij de vaststelling van zijn vrij te laten bedrag is dan ook geen rekening gehouden met zijn onderhoudsverplichting jegens zijn kinderen. In de overgelegde berekening van dit bedrag is echter wel een aparte post voor alimentatieverplichtingen ingeruimd, waaruit de rechtbank afleidt dat dit – net zoals bij de vrouw – wel tot de mogelijkheden behoort. Onder de gegeven omstandigheden ziet de rechtbank dan ook geen grond om het verzoek van de man geheel toe te wijzen.

Uitspraak



RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel

familie- en jeugdrecht

alimentatie/tegenspraak

zaak-/rekestnr.: 158430 / FA RK 09-1924

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 1 december 2009

in de zaak van:

[naam man],

wonende te [plaats],

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. M. Verhoog, kantoorhoudende te Heerhugowaard,

tegen

[naam vrouw],

wonende te [plaats],

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. S.S. van Gijn, kantoorhoudende te Amsterdam.

1 Procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, met bijlagen, van de man van 9 april 2009, ingekomen op

11 juni 2009;

- het verweerschrift van de vrouw van 6 juli 2009;

- de brief, met bijlagen, van de advocaat van de vrouw van 16 september 2009;

- de brief, met bijlagen, van de advocaat van de man van 1 oktober 2009;

- de brief, met bijlage, van de advocaat van de man van 5 oktober 2009.

1.2 De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 16 oktober 2009 in aanwezigheid van partijen, de man bijgestaan door mr. M. Verhoog en de vrouw door

mr. S.S. van Gijn.

2 Feiten en omstandigheden

2.1 Partijen zijn op [datum] 1993 met elkaar gehuwd, welk huwelijk op [datum] 2006 is ontbonden door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de echtscheidingsbeschikking van deze rechtbank van 16 augustus 2006.

2.2 Uit dit huwelijk zijn geboren de minderjarigen [naam]:

- [naam minderjarige 1], geboren op [datum] 1994 in de gemeente [plaats];

- [naam minderjarige 2], geboren op [datum] 1996 in de gemeente [plaats].

Het gezag over de minderjarigen wordt door partijen gezamenlijk uitgeoefend.

2.3 Bij de hiervoor genoemde beschikking is bepaald dat het echtscheidingsconvenant dat partijen hebben gesloten deel uitmaakt van de beschikking. Volgens dit convenant dient de man aan de vrouw een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen (hierna ook: kinderbijdrage) van € 161,50 per maand per kind te voldoen.

2.4 Ingevolge de wettelijke indexering bedraagt de kinderbijdrage met ingang van

1 januari 2009 € 174,58 per maand per kind.

3 Verzoek

Met als grondslag dat de hierboven genoemde beschikking door wijziging van omstandigheden heeft opgehouden te voldoen aan wettelijke maatstaven heeft de man verzocht deze beschikking te wijzigen in die zin, dat de kinderbijdrage wordt bepaald op nihil met ingang van 23 september 2008.

4 Verweer

De vrouw heeft daartegen gemotiveerd verweer gevoerd.

5 Beoordeling

wijziging van omstandigheden

5.1 Nu de man is toegetreden tot de schuldhulpverlening is sprake van een wijziging van omstandigheden aan zijn zijde die een nieuwe beoordeling van zijn draagkracht rechtvaardigt. De man is derhalve ontvankelijk in zijn verzoek.

behoefte

5.2 De behoefte van de minderjarigen aan de gevraagde kinderbijdrage staat als niet weersproken vast.

draagkracht

5.3 De man stelt dat hij over onvoldoende draagkracht beschikt om de vastgestelde kinderbijdrage te voldoen. Sinds geruime tijd is hij niet meer in staat om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen daar hij schulden heeft bij verschillende schuldeisers. Hij verkeert in een financieel slechte positie en om die reden heeft hij op 13 oktober 2008 met de Kredietbank [plaats] een overeenkomst ter zake budgetbeheer gesloten. De gemeente heeft het vrij te laten bepaald op € 907,18 per maand, waardoor hij niet in staat is om de vastgestelde kinderbijdrage te volden.

5.4 De vrouw heeft hiertegen verweer gevoerd. Zij heeft naar voren gebracht dat de huwelijkse schulden tussen partijen zijn verdeeld en dat zij bij vonnis van 15 april 2008 is toegelaten tot de wettelijke schuldsanering. De vrouw moet samen met de kinderen van slechts € 40 per week rondkomen, maar zij heeft kunnen bewerkstelligen dat zij binnen deze schuldsaneringsregeling ook een bedrag voor de kinderen kan sparen. De man heeft echter bij het aangaan van zijn overeenkomst tot schuldhulpverlening verzuimd op te geven dat hij een alimentatieverplichting jegens zijn kinderen heeft en daar moeten de kinderen niet de dupe van worden, aldus de vrouw.

5.5 De rechtbank constateert dat zowel de vrouw als de man zijn aangesproken voor de huwelijkse schulden van destijds circa € 60.000. De man heeft na het uiteengaan van partijen nog meer schulden gemaakt, waardoor hij op dit moment aansprakelijk is voor een totaal aan schulden van circa € 110.000. Nu de vrouw is toegelaten tot de wettelijke schuldsanering en de man tot de vrijwillige schuldhulpverlening, moeten partijen rondkomen van een inkomen rond het bestaansminimum. In beginsel is er dan ook bij beide partijen geen draagkracht om te voorzien in de kosten van levensonderhoud van de kinderen.

De vrouw heeft ervoor gezorgd dat in haar vrij te laten bedrag een potje ten behoeve van de kinderen wordt gereserveerd. De man heeft dit in de gesprekken met de schuldhulpverlening niet aan de orde gesteld. Bij de vaststelling van zijn vrij te laten bedrag is dan ook geen rekening gehouden met zijn onderhoudsverplichting jegens zijn kinderen. In de overgelegde berekening van dit bedrag is echter wel een aparte post voor alimentatieverplichtingen ingeruimd, waaruit de rechtbank afleidt dat dit – net zoals bij de vrouw – wel tot de mogelijkheden behoort. Onder de gegeven omstandigheden ziet de rechtbank dan ook geen grond om het verzoek van de man geheel toe te wijzen. Redengevend daarbij is dat het hier een vrijwillige vorm van schuldhulpverlening betreft, dat de man geen poging heeft ondernomen om een kinderbijdrage in het vrij te laten bedrag te laten verwerken, dat over het ontstaan van de nieuwe schulden niets bekend is en dat tenminste de helft van de schulden na het verbreken van de samenleving zijn ontstaan. De rechtbank zal de eerder vastgestelde kinderbijdrage zodanig verminderen dat de man nog circa 90% van de bijstandnorm ter vrije besteding overhoudt, dat wil zeggen dat de kinderbijdrage zal worden bepaald op € 45 per maand per kind.

ingangsdatum

5.6 De man heeft verzocht de ingangsdatum van de kinderbijdrage te bepalen op

23 september 2008, de dag waarop de man schuldhulpverlening heeft aangevraagd. De vrouw heeft hiertegen verweer gevoerd. Het feit dat de man onbekend was met de mogelijkheid om wijziging van een vastgestelde kinderbijdrage te verzoeken, is een omstandigheid die in de risicosfeer ligt van de man en die niet ten nadele van de kinderen moet komen. De rechtbank zal dan ook bepalen dat als ingangsdatum heeft te gelden de datum van indiening van het verzoekschrift, te weten 11 juni 2009.

6 Beslissing

De rechtbank:

6.1 Bepaalt met wijziging in zoverre van de hierboven genoemde beschikking van deze rechtbank van 16 augustus 2006 dat de man aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen [naam]:

- [naam minderjarige 1], geboren op [datum] 1994 in de gemeente [datum];

- [naam minderjarige 2], geboren op [datum] 1996 in de gemeente [datum],

dient te voldoen € 45 per maand per kind een en ander met ingang van 11 juni 2009 en voor wat betreft de toekomstige termijnen bij vooruitbetaling te voldoen.

6.2 Wijst er – ten overvloede – op dat de hiervoor vastgestelde bijdrage jaarlijks van rechtswege wordt gewijzigd met het wettelijk vast te stellen indexeringspercentage.

6.3 Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

6.4 Wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A. Roelvink-Verhoeff, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. J.E. Lurvink-Betlem, griffier, op 1 december 2009.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature