E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ1029
LJN BJ1029, Rechtbank Haarlem, [149743-08-3201

Inhoudsindicatie:

Over de vraag of een inmiddels meerderjarig geworden kind zelf in rechte aanspraak kan maken op alimentatie jegens zijn ouders voor de periode van zijn minderjarigheid heeft de rechtbank partijen in de gelegenheid gesteld om met inachtneming van de uitspraken van de Hoge Raad (NJ 1988, 723 en NJ 1990, 501) hun stellingen aan te passen.

Conform genoemde uitspraken van de Hoge Raad is de rechtbank van oordeel dat artikel 1:406 BW toepassing mist, maar dat de aanspraak van de zoon kan worden gebaseerd op artikel 1:247 BW , ondanks het bepaalde in artikel 1:250 BW . De wettelijke regeling sluit niet uit dat een kind zijn aanspraak jegens zijn ouders op verzorging en opvoeding, althans op een financiële bijdrage ter zake, ook voor wat betreft de tijd van zijn minderjarigheid – zij het in uitzonderingsgevallen – zelf in rechte geldend kan maken, en dat hij daartoe na zijn meerderjarigheid in rechte kan optreden ook nog voor het verleden, indien het daarbij voldoende belang heeft.

Verzoek zoon afgewezen.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie