< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Over de vraag of een inmiddels meerderjarig geworden kind zelf in rechte aanspraak kan maken op alimentatie jegens zijn ouders voor de periode van zijn minderjarigheid heeft de rechtbank partijen in de gelegenheid gesteld om met inachtneming van de uitspraken van de Hoge Raad (NJ 1988, 723 en NJ 1990, 501) hun stellingen aan te passen.

Conform genoemde uitspraken van de Hoge Raad is de rechtbank van oordeel dat artikel 1:406 BW toepassing mist, maar dat de aanspraak van de zoon kan worden gebaseerd op artikel 1:247 BW , ondanks het bepaalde in artikel 1:250 BW . De wettelijke regeling sluit niet uit dat een kind zijn aanspraak jegens zijn ouders op verzorging en opvoeding, althans op een financiële bijdrage ter zake, ook voor wat betreft de tijd van zijn minderjarigheid – zij het in uitzonderingsgevallen – zelf in rechte geldend kan maken, en dat hij daartoe na zijn meerderjarigheid in rechte kan optreden ook nog voor het verleden, indien het daarbij voldoende belang heeft.

Verzoek zoon afgewezen.

Uitspraak



RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel

familie- en jeugdrecht

alimentatie/tegenspraak

zaak-/rekestnr.: 149743/08-3201

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 19 mei 2009

in de zaak van:

[naam zoon],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de zoon,

advocaat mr. M. Meerman-Padt, kantoorhoudende te Haarlem,

tegen

[naam moeder],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. R.L. Beckers, kantoorhoudende te Purmerend.

1 Procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, met bijlagen, van de zoon van 8 september 2008, ingekomen op 10 september 2008;

- het verweerschrift, van de vrouw van en ingekomen op 10 oktober 2008;

- de brief, met bijlagen, van de advocaat van de zoon van 16 december 2008;

- de brief, met bijlagen, van de advocaat van de vrouw van 17 december 2008;

- de beschikking dagbepaling van 20 januari 2009;

- de brief, met bijlagen, van de advocaat van de zoon van 25 maart 2009;

- de brief van de advocaat van de vrouw van 26 maart 2009;

- de brief van de advocaat van de vrouw van 7 april 2009.

1.2 De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 8 januari 2009 in aanwezigheid van partijen, de zoon bijgestaan door mr. Meerman-Padt voornoemd en de vrouw door mr. Beckers voornoemd.

2 Feiten en omstandigheden

2.1 De zoon [naam] is op [datum] 1986 te [geboorteplaats] geboren uit het huwelijk van de vrouw met [naam man]. Dit huwelijk is ontbonden door inschrijving van het echtscheidingsvonnis van de rechtbank ’s-Gravenhage van [datum] 1990. Bij beschikking na ouderverhoor van de rechtbank ’s-Gravenhage van [datum]1990 is onder meer de vrouw benoemd tot voogdes over [naam zoon] en is bepaald dat de vader een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [naam zoon] diende te voldoen van tot 1 augustus 1992 ? 50 per maand en vanaf 1 augustus 1992 ? 250 per maand.

2.2 [naam zoon] is na de echtscheiding van zijn ouders bij de vrouw blijven wonen. De vrouw is getrouwd met een nieuwe partner. [naam zoon] draagt de achternaam van zijn stiefvader.

2.3 Sinds [datum] 2003 is [naam zoon] niet meer woonachtig bij de vrouw en zijn stiefvader.

[naam zoon] is op [datum] 2004 meerderjarig geworden.

3 Verzoek

3.1 [naam zoon] verzoekt - zo leest de rechtbank - vaststelling van een door de vrouw aan hem te betalen onderhoudsbijdrage over de periode 1 maart 2003 tot en met april 2005 van

€ 15.838,64.

3.2 Hij voert hiertoe aan dat hij in 2003 door de vrouw en haar partner uit huis is gezet. Hierdoor was hij genoodzaakt zich te wenden tot – onder meer – het Leger des Heils.

Over de periode maart 2003 tot mei 2005 heeft hij minder inkomen gehad dan het vastgestelde minimum loon. Het bedrag dat hij in deze periode nodig had voor zijn levensonderhoud bedroeg € 600 per maand ofwel in totaal € 17.470.

[naam zoon] is van mening dat de vrouw in genoemde periode gehouden was in zijn levensonderhoud te voorzien. Inmiddels heeft de vrouw aan [naam zoon] een bedrag van in totaal € 1.641,36 voldaan. Dit betrof de onderhoudsbijdrage die de vrouw van zijn vader heeft ontvangen over de periode nadat [naam zoon] niet meer thuis woonde. Daarom bedraagt de vordering op de vrouw thans € 15.838,64.

4 Verweer

4.1 De vrouw heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

4.2 Zij is van mening dat [naam zoon] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn verzoek, omdat de wet niet voorziet in de mogelijkheid van het kind zelf om een onderhoudsbijdrage te verzoeken gedurende zijn minderjarigheid en dit dan ook niet het geval kan zijn nu [naam zoon] meerderjarig is.

De vrouw stelt voorts dat zij haar onderhoudsverplichting jegens [naam zoon] heeft willen voldoen door hem onderdak te bieden, maar dat [naam zoon] heeft geweigerd om weer thuis te komen wonen.

Voor zover de rechtbank meent dat [naam zoon] niettemin ontvankelijk is in zijn verzoek, is de vrouw van mening dat [naam zoon] zijn behoefte zowel in de periode dat hij minderjarig was als vanaf de periode dat hij meerderjarig was onvoldoende heeft onderbouwd. Daarnaast stelt zij dat zij in bedoelde periode geen draagkracht had om in het levensonderhoud van [naam zoon] te voorzien en ook thans geen draagkracht heeft.

5 Beoordeling

5.1 Over de vraag of een inmiddels meerderjarig geworden kind zelf in rechte aanspraak kan maken op alimentatie jegens zijn ouders voor de periode van zijn minderjarigheid heeft de rechtbank partijen in de gelegenheid gesteld om met inachtneming van de uitspraken van de Hoge Raad (NJ 1988, 723 en NJ 1990, 501) hun stellingen aan te passen.

5.2 Conform genoemde uitspraken van de Hoge Raad is de rechtbank van oordeel dat artikel 1:406 BW toepassing mist, maar dat de aanspraak van de zoon kan worden gebaseerd op artikel 1:247 BW , ondanks het bepaalde in artikel 1:250 BW . De wettelijke regeling sluit niet uit dat een kind zijn aanspraak jegens zijn ouders op verzorging en opvoeding, althans op een financiële bijdrage ter zake, ook voor wat betreft de tijd van zijn minderjarigheid – zij het in uitzonderingsgevallen – zelf in rechte geldend kan maken, en dat hij daartoe na zijn meerderjarigheid in rechte kan optreden ook nog voor het verleden, indien het daarbij voldoende belang heeft.

5.3 Blijkens genoemde beslissingen van de Hoge Raad kan dit uitzonderingsgeval zich voordoen wanneer het kind tijdens zijn minderjarigheid zijn onderhoud – omdat de ouder dat niet voor zijn rekening nam – zelf heeft moeten bekostigen en daartoe bijvoorbeeld verplichtingen is aangegaan.

[naam zoon] is van mening dat daarvan sprake is. Naar zijn stelling is hij in maart 2003 niet vrijwillig weggegaan bij zijn moeder en stiefvader en heeft hij vanaf dat moment zelf zijn onderhoud moeten bekostigen. Deze kosten werden niet afgedekt door enige bijdrage daarin van de ouders. Ter onderbouwing van deze kosten heeft hij een kostenspecificatie overgelegd over de periode maart 2003 tot en met april 2005 en een grootboekuitdraai betreffende zijn inkomsten en uitgaven.

5.4 Uit de overgelegde stukken en hetgeen hierover ter zitting is verklaard is gebleken dat [naam zoon] na zijn vertrek uit de woning van de vrouw en de stiefvader eerst zes maanden zijn intrek heeft genomen bij een vriendin. Daarna is hij terechtgekomen op [naam] (Leger des Heils) te [plaats]. Hier heeft [naam zoon] gewoond van september 2003 tot 18 augustus 2004. Vanaf augustus 2004 tot het einde van de periode waartoe het verzoek van [naam zoon] strekt, verbleef [naam zoon] op het begeleid kamerproject voor dak/thuisloze jongeren in [plaats]. In de periode van maart 2003 tot en met mei 2003 volgde [naam zoon] een [naam opleiding] (werkend-leren) bij het [school]. Hij verdiende daar € 550 per maand. Vanaf 12 september 2003 tot 31 december 2003 werkte [naam zoon] als oproepkracht voor een uitzendbureau. Zijn inkomen was toen wisselend tot maximaal € 500 per maand. In de periode na 1 januari 2004 is [naam zoon] als [baan] gaan werken. Sinds mei 2005 verdient hij meer dan het vastgestelde minimumloon.

5.5 Met de vrouw is de rechtbank van oordeel dat [naam zoon] het door de Hoge Raad aan de aanspraak in zo’n geval verbonden belang onvoldoende heeft onderbouwd en onvoldoende concreet heeft gemaakt. Uit de door hem overgelegde stukken blijkt niet welke kosten concreet voor zijn rekening zijn gekomen, noch dat hij daartoe verplichting heeft moeten aangaan.

Zowel over de periode waarin hij bij een vriendin woonde, als over de periode dat hij op [naam ] en in het begeleid kamerproject verbleef, is niet gebleken dat [naam zoon] zelf een bijdrage heeft moeten voldoen voor zijn verblijf, althans dat hij daarvoor verplichtingen heeft moeten aangaan. In de door hem overgelegde kostenspecificatie wordt slechts uitgegaan van een algemene aanname dat [naam zoon] gedurende de gehele periode € 600 per maand nodig had voor kosten van levensonderhoud.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de rechtbank het verzoek van [naam zoon], voor zover dat betrekking heeft op de periode van zijn minderjarigheid, zal afwijzen.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat [naam zoon] ook betreffende de periode na zijn meerderjarigheid (vanaf 3 juli 2004 tot mei 2005) zijn behoefte onvoldoende heeft onderbouwd, zodat het verzoek, voor zover dat betrekking heeft over de periode vanaf zijn meerderjarigheid, eveneens zal worden afgewezen.

6 Beslissing

De rechtbank:

Wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Flipse, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van E. Dijkstra, griffier, op 19 mei 2009.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature