< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Vervangende toestemming erkenning. Partijen hebben een relatie gehad waaruit vier kinderen zijn geboren. Ten aanzien van het laatste kind weigert de moeder toestemming omdat volgens haar de zwangerschap van dit kind niet gewenst was en zij tijdens de zwangerschap door de man is mishandeld. De man betwist dit standpunt.

Toewijzing verzoek vervangende toestemming.

Uitspraak



RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel

familie- en jeugdrecht

vervangende toestemming tot erkenning

zaak-/rekestnr.: 149330/2008-3033

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 23 december 2008

in de zaak van:

[naam man],

wonende te [woonplaats],

hierna mede te noemen: de man,

advocaat: mr. D.J. Klock, kantoorhoudende te Velserbroek

--tegen--

[naam moeder],

wonende te [woonplaats],

hierna mede te noemen: de moeder,

advocaat: mr. J.’t Hart, kantoorhoudende te Haarlem.

1 Verloop van de procedure

1.1 Voor het verloop van de procedure verwijst de rechtbank naar de volgende stukken:

- het op 28 augustus 2008 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoekschrift met bijlagen van de man;

- de brief van 15 oktober 2008 van de bijzondere curator, mr. M.M.H. van de Vijver-Aeckerlin;

en het verhandelde ter terechtzitting op 24 november 2008 in aanwezigheid van man, bijgestaan door zijn advocaat, de moeder bijgestaan door haar advocaat, en de bijzondere curator.

2 De vaststaande feiten

Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting is het volgende gebleken:

2.1 Partijen hebben een aantal jaren een affectieve relatie gehad, uit welke relatie op [datum] 2006 te [geboorteplaats] is geboren het thans nog minderjarige kind:

- [naam kind 4].

De moeder is van rechtswege alleen belast met het gezag over dit kind.

De relatie tussen partijen is in augustus 2007 verbroken.

2.2 Uit de relatie van partijen zijn tevens de minderjarige [geslachtsnaam] geboren:

- [naam kind 1], geboren op [datum] 2000 te [plaats],

- [naam kind 2], geboren op [datum] 2001 te [plaats];

- [naam kind 3], geboren op [datum] 2003 te [plaats].

Deze drie kinderen zijn door de man erkend. Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over deze kinderen.

2.2 Bij beschikking van deze rechtbank van 16 september 2008 is mr. M.M.H. van de Vijver-Aeckerlin, advocaat te Beverwijk, tot bijzondere curator over de minderjarige Alexander benoemd.

3 Het verzoek en de grondslag daarvan

3.1 Het verzoek van de man strekt tot het verlenen van vervangende toe¬stem¬ming tot erkenning van [naam kind 4], als bedoeld in artikel 1:204 lid 3 Burgerlijk Wetboek .

3.2 De man heeft zijn verzoek gebaseerd op de stelling, dat hij de verwekker is van [naam kind 4] en dat de moeder zonder redelijke grond weigert haar toestemming voor de erkenning van dit kind te verlenen, terwijl hij wel de andere drie kinderen heeft erkend.

De man heeft aangevoerd dat door de erkenning van [naam kind 4] de belangen van de moeder bij een onge¬stoor¬de verhouding met [naam kind 4] en de belangen van [naam kind 4] niet zal schaden. Erkenning is juist in het belang van [naam kind 4] omdat hij dan, net als de andere drie kinderen uit het gezin, in familierechtelijke betrekking met de man komt te staan.

3.3 De man verzoekt voorts te bepalen dat de geslachtsnaam van [naam kind 4] na de erkenning [geslachtsnaam] zal zijn.

4 Het verweer

De moeder heeft het verzoek gemotiveerd bestreden.

5 Beoordeling van het verzoek.

5.1 Op grond van het in artikel 1: 204 lid 3 Burgerlijk Wetboek bepaalde kan de toestemming van de moeder, wier kind de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, dan wel de toestemming van het kind van twaalf jaren of ouder, op verzoek van de man die het kind wil erkennen, door de toestemming van de rechtbank worden vervangen indien de erkenning de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind of de belangen van het kind niet zou schaden en de man de verwekker is van het kind.

Het komt daarbij aan op een belangenafweging van de betrokkenen, waarbij tot uitgangspunt dient te worden genomen dat zowel het kind als de verwekker er aanspraak op heeft dat hun relatie rechtens wordt erkend als een familierechtelijke betrekking. Daarbij moet worden onderzocht of door de erkenning de belangen van het kind of die van de moeder bij een ongestoorde verhouding geschaad zouden worden als de toestemming van de moeder wordt vervangen door die van de rechter.

5.2 De moeder is van mening dat de zwangerschap van [naam kind 4] door de man niet gewenst was en dat hij er bij de moeder meerdere malen op aangedrongen heeft deze zwangerschap door een abortus te laten beëindigen. Omdat de man haar tijdens de zwangerschap heeft mishandeld, heeft zij tijdens de zwangerschap van [naam kind 4] er bewust voor gekozen dit kind niet door de man te laten erkennen. Van de mishandeling heeft de moeder aangifte gedaan. Ook na de bevalling was het voor haar duidelijk dat de man dit kind niet wilde, omdat hij ruw en achteloos met hem om ging.

Volgens de man is [naam kind 4] een door hem gewenst kind, al heeft hij zich wel zorgen gemaakt of een vierde kind wel een verstandige keuze was. Hij heeft zich tijdens de zwangerschap betrokken getoond, onder meer door het meegaan naar zwangerschapscontroles.

5.3 Hoewel de man zonder de moeder in te lichten een DNA-test heeft uitgevoerd, betwist de moeder niet dat de man de verwekker is van [naam kind 4].

De moeder is van mening dat indien de rechtbank het verzoek van de man tot vervangende toestemming toewijst, het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam in [geslachtsnaam] zal afwijzen omdat een dergelijke wijziging een groot risico is voor zijn evenwichtige sociaal-psychologische ontwikkeling. De moeder wil voorkomen dat [naam kind 4] op enig moment een aantal pijnlijke stappen moet ondernemen om (de gevolgen van) de erkenning ongedaan te maken. Zij zal [naam kind 4] op enig moment informeren over de reden dat hij een afwijkende geslachtsnaam dan de andere kinderen draagt.

Wanneer voor die tijd blijkt dat sprake is van een goede relatie tussen de man en [naam kind 4], zal zij haar zoon hooguit vertellen dat er in haar relatie met de man enige problemen zijn geweest. De moeder heeft desgevraagd nog verklaard dat zij er aan hecht dat er tussen de man en alle vier zijn kinderen een goede band tot stand komt.

Tot slot heeft de moeder aangevoerd dat zij vreest dat wijziging van de geslachtsnaamwijziging van [naam kind 4] in [geslachtsnaam] negatieve reacties bij haar familie en kennissen zal oproepen en dat zij het gedrag van hen niet in de hand heeft.

De man wil dat [naam kind 4] na de erkenning, net als de andere drie kinderen in het gezin, de geslachtnaam [geslachtsnaam] zal dragen omdat het belangrijk is dat alle kinderen in het gezin dezelfde geslachtsnaam dragen en [naam kind 4] geen uitzonderingspositie in het gezin heeft.

5.4 Partijen verschillen van mening over de wijze waarop de (keuze van de) geslachtsnaam van de drie oudste kinderen tot stand is gekomen. De man stelt dat de moeder ten tijde van de geboorte van [naam kind 1] zelf bij het loket van de burgerlijke stand in het ziekenhuis een toestemmende verklaring heeft getekend en dat van deze gebeurtenissen foto’s zijn gemaakt.

De moeder heeft verklaard dat de keuze voor de geslachtsnaam van [naam kind 1] ([geslachtsnaam]) onder valse voorwendselen tot stand gekomen. Zij was ten tijde van de geboorte van [naam kind 1] ernstig ziek en heeft kort na de geboorte een zware operatie ondergaan. Terwijl zij nog behandeld werd met morfine heeft de man haar een verklaring laten tekenen. Enige tijd later begreep zij dat zij niet alleen toestemming voor de erkenning had gegeven maar ook een toestemming voor de keuze van de geslachtsnaam van de man, terwijl de man en zij het er voor de geboorte van [naam kind 1] over eens waren dat hun eerste kind de geslachtsnaam van de moeder ([geslachtsnaam moeder]) zou dragen. De erkenning van [naam kind 2] en [naam kind 3] zijn volgens de moeder ook onder dwang tot stand gekomen. Omdat [naam kind 1] de geslachtsnaam [geslachtsnaam] droeg, hebben deze kinderen na de erkenning automatisch deze geslachtsnaam gekregen.

5.5 De bijzondere curator adviseert de rechtbank het verzoek van de man toe te wijzen.

Zij stelt daartoe dat uit het onderzoek dat zij heeft gedaan niet gebleken is dat de erkenning van [naam kind 4] de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met dit kind zal schaden. Evenmin is gebleken dat erkenning gevaar zal opleveren voor de sociaal-psychologische en emotionele ontwikkeling van [naam kind 4]. Ook is er geen sprake van enige bedreiging als gevolg van zijn verblijf bij de moeder. [naam kind 4] groeit samen met de drie andere kinderen van partijen op in het gezin van de moeder en de man heeft regelmatig contact met deze kinderen. Het is daarom in het belang van [naam kind 4] dat hij zich geen uitzondering in het gezin zal voelen, maar dat hij dezelfde positie zal hebben als de andere kinderen van het gezin en zich met hen kan identificeren.

5.6 Partijen hebben minimaal 7 jaar samengewoond en hebben in deze periode vier kinderen gekregen, waarvan er drie door de man zijn erkend. Het eerste kind van partijen is op [datum] 2000 geboren. De moeder heeft op [datum] 2000 een zware operatie ondergaan. De moeder heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij door de man destijds is overvallen dan wel gedwongen is geweest een akte van instemming voor de erkenning dan wel de keuze van de geslachtsnaam te tekenen. De akte van erkenning is immers pas op [datum] 2000 opgemaakt.

Dat de erkenningen van de andere twee kinderen eveneens onder dwang tot stand zou zijn gekomen is evenmin aannemelijk geworden. De moeder heeft ter zitting verkaard dat zij hoog opgeleid is en een verantwoordelijke functie heeft bij de [naam werkgever], waar overigens ook de man werkzaam is. De rechtbank acht niet aannemelijk dat de moeder onder de door haar geschetste omstandigheden zich niet via haar werk tot een vertrouwenspersoon had kunnen wenden of via de huisarts of een andere instelling hulpverlening had kunnen vragen.

Door de moeder is niet betwist dat partijen na de geboorte van [naam kind 4] nog enige tijd in gezinsverband hebben samengewoond. Partijen hebben bij het uiteengaan bovendien een zogenaamde zorgregeling afgesproken waarbij zij in onderling overleg zijn overeengekomen dat alle vier de kinderen iedere maandag en vrijdag bij de man verblijven en eenmaal per twee weken van zaterdag tot maandagochtend voor school en gedurende de helft van de vakanties. Omdat er problemen over deze zorgregeling zijn ontstaan, heeft de man bij kort geding eerst nakoming van deze overeenkomst gevorderd.

Bij vonnis in kort geding van 25 augustus 2008 is bepaald dat de man iedere maandag en vrijdag van 9.00 – 17.30 uur omgang met zijn kinderen mag hebben. Daarbij is voor [naam kind 4] geen uitzondering gemaakt. Bij vonnis in kort geding van 13 november 2008 is aan de moeder een dwangsom opgelegd van € 100 per keer (met een maximum van € 5.000) voor iedere keer dat zij weigert mee te werken aan de omgangsregeling zoals bepaald bij het kort geding vonnis van 25 augustus 2008.

De rechtbank maakt hieruit op dat de man al het mogelijke in het werk stelt om de band met zijn vier kinderen en met name [naam kind 4] vorm te geven.

De moeder heeft op 25 september 2008 een verzoek tot het vaststellen van een omgangsregeling ingediend, waarbij zij verzoekt een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming in te stellen. Zij heeft ook in deze procedure geen uitzondering gemaakt voor [naam kind 4]. Dit verzoek wordt behandeld ter zitting van 26 januari 2009.

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, is voldoende aannemelijk geworden dat de moeder geen uitzondering maakt tussen de drie oudste kinderen van partijen en [naam kind 4] waar het de relatie met hun vader betreft. Het enkele feit dat de relatie tussen partijen zodanig is verstoord dat zij op geen enkele wijze kunnen communiceren over de belangen van hun kinderen – en in deze procedure met name over het belang van [naam kind 4] – betekent niet dat er tussen de man en [naam kind 4] geen familierechtelijke betrekking zou mogen ontstaan. Uitgangspunt is immers dat, na een belangafweging, zowel het kind als de verwekker er aanspraak op hebben dat hun relatie rechtens worden erkend als een familierechtelijke betrekking.

De moeder heeft ook overigens niet gesteld en ook is niet gebleken dat erkenning door de man haar belangen bij een ongestoorde verhouding met het kind of de belangen van het kind worden geschaad. Uit haar stellingen is niet gebleken dat erkenning van [naam kind 4] door de man een reëel risico oplevert voor een evenwichtige sociaal-psychologische en emotionele ontwikkeling. De door de moeder geschetste negatieve ervaringen die zij op dit moment in relatie tot de man ervaart en haar emotionele bezwaren om de familierechtelijke betrekkingen tussen [naam kind 4] en zijn biologische vader te voorkomen, zijn daartoe onvoldoende. De rechtbank acht het in het belang van [naam kind 4] dat ook juridisch wordt vastgesteld dat de man de vader van [naam kind 4] is. Daarom is de rechtbank van oordeel dat het beroep van de moeder op artikel 8 EVRM niet kan slagen.

Gelet op het hetgeen hiervoor is overwogen, zal de rechtbank de man vervangende toestemming verlenen om [naam kind 4] te erkennen. Door deze erkenning zal hij ook een wettig kind van de man zijn en zich met de andere drie kinderen uit het gezin kunnen identificeren en niet langer een uitzonderingspositie hebben binnen het gezin.

5.7 Ten aanzien van de geslachtsnaam van [naam kind 4] overweegt de rechtbank als volgt.

Uit de wet vloeit voort dat [naam kind 4] na de erkenning de geslachtsnaam [geslachtsnaam] zal dragen. Immers op grond van artikel 1:5 lid 8 BW kan slechts ten aanzien van het eerste kind tot wie beide ouders in familierechtelijke betrekking staan een verklaring van naamskeuze worden gedaan en hebben alle volgende kinderen van dezelfde ouders dezelfde geslachtsnaam als het eerste kind. Het verzoek van de man zal daarom worden afgewezen.

Ook het verzoek van de moeder, onder verwijzing naar artikel 8 EVRM , te bepalen dat de geslachtsnaam van het kind [geslachtsnaam moeder] zal zijn, wordt afgewezen.

Hoewel artikel 8 EVRM niet uitdrukkelijk het naamrecht noemt, valt dit niettemin onder het begrip privé- of gezinsleven, nu de naam een persoonlijke identificatie is en een band met het gezin kan aangeven.

Nu de rechtbank de moeder niet volgt in de door haar gestelde dwang en valse voorwendselen bij de keuze van de achternaam van het eerste kind van partijen, is er geen aanleiding de wettelijke bepalingen aangaande het naamrecht buiten toepassing te verklaren. Dit geldt evenzeer voor een eventuele toekomstige, en dus ongewisse, wens van [naam kind 4] om naamswijziging te verzoeken.

6 Beslissing:

De rechtbank:

6.1 Verleent de man vervangende toestemming tot erkenning van de minderjarige [geslachtsnaam moeder]:

- [naam kind 4], geboren op [datum] 2006 te [plaats].

6.2 Wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Otter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 23 december 2008, in tegenwoordigheid van M.P. Joukes als griffier.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature