E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBHAA:2008:BD4209
LJN BD4209, Rechtbank Haarlem, 142786/2008-292

Inhoudsindicatie:

Verzoek opheffing huwelijksgemeenschap o.g.v artikel 1:109 Burgerlijk Wetboek (BW) . Onweersproken is door de vrouw gesteld dat partijen ten tijde van het huwelijk in welstand hebben geleefd. Daarnaast beoordeelt de rechtbank het aangaan van de leningen door de vrouw in het licht van de abrupte beƫindiging van de relatie en de samenwoning van partijen. De rechtbank deelt, met inachtneming van het hierboven overwogene, het standpunt van de man dat de vrouw lichtvaardig schulden maakt en goederen van de gemeenschap verspilt, niet. Naast de door hem gestelde inkomsten van de vrouw, stelt de man echter niet welke uitgaven de vrouw na 8 oktober 2007 heeft gedaan en of deze uitgaven - naast de vaste lasten van de echtelijke woning en de kosten van levensonderhoud - daadwerkelijk de gemeenschap hebben benadeeld.

De rechtbank merkt daarbij nog op dat de bijdrage voor de minderjarige geen inkomsten zijn in het levensonderhoud van de vrouw en dat deze bedoeld zijn als bijdrage aan de kosten van verzorging en opvoeding de minderjarige.

Nu vast staat dat de vrouw geen geld van het flexibel krediet heeft opgenomen en na het afsluiten van dit krediet geen andere leningen heeft afgesloten, is de rechtbank van oordeel dat er op dit moment geen sprake is van een van de in art. 1:109 BW gestelde gronden die opheffing van de gemeenschap rechtvaardigen, zodat het verzoek van de man zal worden afgewezen.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie