E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBHAA:2007:BB4413
LJN BB4413, Rechtbank Haarlem, 133890-2007-1116

Inhoudsindicatie:

5.5 Bij de beantwoording van de vraag of ongewijzigde handhaving van de termijn naar

maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet van de vrouw gevergd kan worden stelt de rechtbank voorop dat het de bedoeling van de wetgever is geweest dat verlenging van de van rechtswege geldende termijn op beperkte gronden verzocht kan worden en dat het initiatief moet uitgaan van de alimentatiegerechtigde, die dan ook de stelplicht en de bewijslast heeft van de omstandigheden die tot verlenging aanleiding kunnen geven. Voorts neemt de rechtbank in aanmerking de leeftijd van de vrouw - thans 61 jaar - , de omstandigheid dat uit het huwelijk geen kinderen zijn geboren en dat het huwelijk bijna 9 jaar heeft geduurd. Niet door de taakverdeling gedurende het huwelijk, doch slechts door de omstandigheid dat de vrouw uit Roemenië afkomstig is zou de verdiencapaciteit van de vrouw op negatieve wijze beïnvloed kunnen zijn. Tegenover de stelling van de man dat de vrouw zich actief had moeten inzetten om (meer) te gaan werken en dat dit in de gegeven omstandigheden van haar verlangd had mogen worden heeft de vrouw slechts aangevoerd dat zij dit wel heeft geprobeerd, maar dat dit niet is gelukt. Van de door de vrouw gestelde veelvuldige sollicitaties, heeft zij slecht drie sollicitatie brieven overgelegd van respectievelijk 11,5 jaar, 11 jaar en 7 jaar oud. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de omstandigheid dat de vrouw ten tijde van de echtscheiding ca. 50 jaar oud was, zij voor het huwelijk van partijen een zelfstandig leven heeft geleid en daarbij een goede vooropleiding heeft genoten, nog gevolgd door Mavo diploma Nederlands en een Havo diploma Nederlands behaald gedurende het huwelijk van partijen, in alle redelijkheid voldoende gelegenheid en mogelijkheden heeft gehad om in Nederland een zelfstandig bestaan op te bouwen en dat dit ook van haar verlangd had kunnen worden. De omvang van de werkzaamheden die de vrouw vanaf 1997 verricht en de daaruit gegenereerde inkomsten kunnen niet geduid worden als een deugdelijke poging om zich dusdanige inkomsten te verwerven dat zij thans in haar eigen behoefte zou hebben kunnen voorzien.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie