E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBHAA:2007:BB0421
LJN BB0421, Rechtbank Haarlem, 127642/06-2881

Inhoudsindicatie:

De rechtbank is, anders dan de vrouw, van oordeel dat, gelet op ieders draagkrachtruimte en rekening houdende met de mate waarin de man omgang heeft met de kinderen van partijen, een verdeling, waarbij de helft van de kosten bij de man komen en de andere helft voor rekening van de vrouw en haar huidige echtgenoot, redelijk is. Gebleken is dat de zorg voor [kind 3] ongeveer bij helfte wordt gedeeld tussen de man en de vrouw. Vaststaat dat de vrouw de kinderbijslag voor [kind 3] ontvangt. Voorts hebben zowel de man als de vrouw gesteld dat zij kosten voor [kind 3] maken. De rechtbank acht het redelijk om het aandeel van de man en de vrouw voor de kosten van [kind 3] voor beiden gelijk te stellen, waarbij in aanmerking is genomen dat de vrouw de kinderbijslag voor [kind 3] ontvangt. De man is derhalve geen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind 3] aan de vrouw verschuldigd. Uitgaande van een totale behoefte van [kind 1] en [kind 2] van € 664,-- bedraagt het aandeel van de man in deze kosten totaal € 332,--, hetgeen € 166,-- per kind is.

Gelet op bovenvermelde gegevens van de man en de fiscale aspecten in aanmerking nemende, is de rechtbank van oordeel dat de man in staat is voornoemde bijdrage in de opvoeding en verzorging van [kind 1] en [kind 2] van € 166,-- per maand per kind te betalen.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie