E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBHAA:2007:BA8313
LJN BA8313, Rechtbank Haarlem, 130441/06-4031

Inhoudsindicatie:

Verzoek artikel 1:160 BW . De vraag of de geconstateerde affectieve relatie en de periode van samenwoning als duurzaam moet worden beschouwd, beantwoordt de rechtbank in het licht van de jurisprudentie vooralsnog ontkennend. Daarbij overweegt de rechtbank dat geen vaste periode is aan te geven gedurende welke de relatie moet hebben geduurd wil deze als duurzaam in het kader van artikel 1: 160 BW worden aangemerkt. Naast een zekere tijdsduur kunnen immers ook andere omstandigheden op de intentie van duurzaamheid van de relatie wijzen. Genoemde feiten en omstandigheden kunnen niet het oordeel dragen dat er sprake is van wederzijdse verzorging. Daarom is er geen aanleiding om, zoals door de man gesteld, de vrouw te belasten met het tegenbewijs dat er geen samenleving is als waren zij gehuwd.

De bewijslast rust op de man. De man heeft echter geen bewijsaanbod gedaan. De rechtbank ziet ook geen aanleiding hem ambtshalve een bewijsopdracht te verlenen.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie