E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBHAA:2005:AU9216
LJN AU9216, Rechtbank Haarlem, 07/600342-05

Inhoudsindicatie:

art. 8 Regeling vluchtuitvoering Ballonnen, artt. 2.1 en 5.3 Wet luchtvaart, art. 62 Luchtvaartwet

Ongeval met luchtballon met een inhoud van 180.000 kubieke voet. Gezagvoerder voldeed niet aan de ervaringseisen die voor een vaart als gezagvoerder met een dergelijke ballon gelden.

Sprake van een inschattingsfout welke verdachte kan worden aangerekend maar die inschattingsfout rechtvaardigt niet de conclusie dat verdachte zich roekeloos, zeer onvoorzichtig, onoplettend en/ of zich nalatig heeft gedragen, aangezien de daarvoor benodigde schuld ontbreekt. Aldus vrijspraak van het onder primair ten laste gelegde, zijnde het strafbaar gestelde in art. 169 Sr.

Beroep op rechtsdwaling ten aanzien van artikel 8 lid 1 onder e van de Regeling vluchtuitvoering ballonnen . Verweer verworpen. Verweer inhoudende beroep op vrijspraak gelet op legaliteitsbeginsel eveneens verworpen nu verdachte volgens de meest gunstige bepalingen ook niet aan de ervaringseisen voldeed. Evenmin OVAR.

Gelet op de verklaring van de deskundige dat er een groter risico op een ongeval bestaat bij grotere ballonnen in vergelijking met kleinere ballonnen (ten gevolge van de grotere massa) indien de gezagvoerder te weinig vluchturen heeft gemaakt, is de harde landing van de ballon toe te schrijven aan het ervaringsgebrek van de gezagvoerder.

Bewezenverklaring medeplegen van handelen in strijd met artikel 5.3 Wet Luchtvaart, medeplegen van handelen in strijd met artikel 2.1, eerste lid Wet Luchtvaart en overtreding van een voorschrift gesteld bij of krachtens artikel 62, derde lid, Luchtvaartwet .

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie