< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Eindbeschikking o.g.v. art. 4:131 lid 1 BW. Testamentaire last. De rechtbank wijst toe het verzoek tot vervallen verklaring van een bij testament verkegen recht.

Uitspraak



beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rekestnummer: C/05/362011 / HA RK 19-311

eindbeschikking van 9 juli 2020

in de zaak van

de stichting STICHTING INDIVIDUELE VERTEGENWOORDIGING EN BEHEER VOOR DE ZORGSECTOR in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan [zoon erflater] , vertegenwoordigd door mevrouw [naam 1] ,

[adres 1] ,

verzoekster,

advocaat mr. M.H. Hogeman te Zutphen

tegen

de stichting STICHTING TOBRA, vertegenwoordigd door de heer [vertegenwoordiger TOBRA]

[adres 2] ,

verweerster,

advocaat mr. W.H. van Zundert te Rotterdam.

Partijen zullen hierna IVB en TOBRA worden genoemd.

1 De procedure

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:- de tussenbeschikking van 3 april 2020- de brief van 2 juni 2020 van TOBRA met bijlagen- de e-mail van 17 juni 2020 van IVB

2 De verdere beoordeling

2.1.

Op 18 oktober 2004 is [erflater] , de vader van [zoon erflater] , overleden (hierna: erflater). Bij testament van 29 november 1996 heeft erflater over zijn nalatenschap beschikt. Daarin heeft hij onder meer het volgende bepaald:“Ik benoem tot enig erfgenaam van mijn nalatenschap (…) Tobra (…), en zulks onder de last voor die stichting om met het door haar verkregen vermogen uit mijn nalatenschap het lot en de leefomstandigheden van enkelvoudig en meervoudig gehandicapte personen, in het bijzonder die van mijn genoemde zoon ( [zoon erflater] ) te verlichten”.

2.2.

Bij tussenbeschikking van 3 april 2020 heeft de rechter TOBRA in de gelegenheid gesteld om te bewijzen op welke wijze zij, gelet op de door haar gestelde beperkte financiële middelen, voldaan heeft aan de testamentaire last door overlegging van de volgende stukken:

de boedelbeschrijving van de nalatenschap van erflater, die TOBRA als executeur heeft moeten opmaken, waaruit blijkt wat de omvang van de nalatenschap van erflater was op het moment van zijn overlijden;

bankafschriften waaruit het verloop van het vermogen uit de nalatenschap van erflater blijkt gedurende de jaren 2004 tot en met heden;

de minnelijke regeling tussen erflater (verpachter) en zijn neef (pachter);

een overzicht van de kosten van de instandhouding van de boerderij en de inkomsten uit pacht gedurende de jaren 2004 tot en met heden;

stukken waaruit blijkt op welke wijze TOBRA van 2004 tot en met heden voldaan heeft aan de testamentaire last.

2.3.

Naar het oordeel van de rechter heeft TOBRA niet bewezen op welke wijze zij heeft voldaan aan de testamentaire last om met het uit de nalatenschap van erflater verkregen vermogen het lot en de leefomstandigheden van enkelvoudig en meervoudig gehandicapte personen, in het bijzonder die van [zoon erflater] . te verlichten. TOBRA heeft de boedelbeschrijving van de nalatenschap van erflater per 18 oktober 2004 overgelegd:A. [rekeningnummer] € 7.174,27B. Nissan Micra automaat met [kenteken] 1989 € 500,00

C. TV-toestel € 150,00D. Meubels` nihilE. Restant-inventaris € 500,00

2.4.

Uit de tussenbeschikking van 3 april 2020 blijkt dat de ouders van [zoon erflater] bij akte van 27 augustus 1998 de boerderij hebben overgedragen aan TOBRA, dat de koopsom van fl. 885.700,00 is omgezet in een lening en dat op de boerderij ten gunste van de ouders een hypotheek is gevestigd tot zekerheid. Niet valt in te zien waarom deze hypothecaire geldlening van € 198.528,85 ten behoeve van de ouders van [zoon erflater] niet is opgenomen in de boedelbeschrijving, nu deze naar het oordeel van de rechter onderdeel uitmaakt van de nalatenschap van erflater.

2.5.

Verder heeft TOBRA de bankafschriften van de ervenrekening met beginsaldo en eindsaldo per kalenderjaar overgelegd. Daaruit blijkt dat het vermogen uit de nalatenschap van erflater is toegenomen tot € 55.338,34 per 31 december 2019. Volgens TOBRA zijn de kosten van de instandhouding van de boerderij en de inkomsten uit pacht gedurende deze jaren verwerkt in de bankafschriften. Door slechts de begin- en eindsaldo’s van de bankrekeningen per kalenderjaar te overleggen en niet de mutaties, bijvoorbeeld over de afgelopen zeven jaar gelet op de bewaarplicht van de bank, heeft TOBRA naar het oordeel van de rechter op geen enkele wijze onderbouwd welke kosten zij heeft gemaakt ter instandhouding van de boerderij en wat haar pachtinkomsten waren. Daardoor kan niet worden geconcludeerd of TOBRA het uit de nalatenschap van erflater verkregen vermogen heeft besteed aan de verlichting en het lot van gehandicapten in het algemeen en dat van [zoon erflater] in het bijzonder.

2.6.

Uit de door TOBRA overgelegde brief van 20 december 2000 van de gemeente Neede en het inspraakverslag voorontwerp-bestemmingsplan buitengebied gemeente Neede uit 1997 blijkt dat TOBRA het voornemen had om een zorgboerderij te starten. Deze stukken dateren echter van voor het overlijden van erflater. TOBRA heeft gesteld dat zij pas aan de uitvoering kon beginnen na beëindiging van de pachtovereenkomst. Hoewel TOBRA de pachtovereenkomst en de minnelijke regeling niet heeft overlegd, blijkt uit de beschikking van 14 november 1997 van de Centrale Grondkamer dat de vader van [zoon erflater] als verpachter met de pachter een minnelijke regeling is overeengekomen. Deze regeling houdt in dat de pachtovereenkomst op 30 april 2025 eindigt, de pachter akkoord gaat met de overdracht van de boerderij aan TOBRA en zich niet op zijn wettelijk voorkeursrecht zal beroepen. Deze minnelijke regeling dateert echter ook van voor het overlijden van erflater. Naar het oordeel van de rechter zien deze stukken dan ook op de statutaire doelstelling van TOBRA en niet op de uitvoering van de testamentaire last. Bovendien heeft TOBRA geen stukken overgelegd van na het overlijden van erflater, waaruit blijkt dat zij ter uitvoering van de testamentaire last de intentie heeft een zorgboerderij te stichten en bezig is met het treffen van voorbereidingshandelingen.

2.7.

De door TOBRA overgelegde stukken van 6 december 1996 en 6 maart 2000 betreffen belastingaangelegenheden van voor het overlijden van erflater. Naar het oordeel van de rechter hebben deze stukken dan ook betrekking op de statutaire doelstelling van TOBRA en niet op de uitvoering van de testamentaire last. Bovendien heeft TOBRA geen stukken overgelegd, waaruit de reactie van de belastingdienst blijkt.

2.8.

De door TOBRA overgelegde zorgplannen 2006, 2010 en 2019 hebben betrekking op de zorg voor [zoon erflater] . Daarin is onder meer opgenomen dat [zoon erflater] iedere zondag wordt opgehaald door de [naam 2] voor een bezoek aan zijn ouderlijk huis van 10.30 tot 14.30 uur. Daarnaast brengt [zoon erflater] samen met de [naam 2] op de sterfdagen van zijn ouders een bloemetje/plantje naar hun graf.

2.9.

Naar het oordeel van de rechter hebben de door TOBRA overgelegde stukken zoals genoemd in de rechtsoverwegingen 2.6. en 2.7. betrekking op de statutaire doelstelling van TOBRA en niet op de uitvoering van de testamentaire last, nu deze stukken dateren van voor het overlijden van erflater. Uit de tussenbeschikking van 3 april 2020 blijkt dat TOBRA heeft gesteld dat de financiële middelen, waaronder inkomsten uit pacht, slechts toereikend zijn om de boerderij in stand te houden. TOBRA heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, echter geen inzicht gegeven in de pachtinkomsten en de voor de instandhouding van de boerderij noodzakelijke kosten. Uit het verloop van het uit de nalatenschap van erflater verkregen vermogen blijkt dat het eindsaldo per 31 december 2019 € 55.338,34 bedraagt en dat dit vermogen de afgelopen 15 jaar met een bedrag van circa

€ 48.000,00 is toegenomen. Dit betekent dat TOBRA, anders dan zij heeft gesteld, wel degelijk financiële middelen heeft om aan de testamentaire last te voldoen. Door geen inzage te geven in de pachtinkomsten en de kosten ter instandhouding van de boerderij heeft TOBRA niet bewezen op welke manier zij heeft voldaan aan de testamentaire last, die verbonden was aan de verkrijging van het vermogen van erflater. Daarom zal de rechter het door TOBRA als enig erfgenaam van erflater verkregen recht vervallen verklaren.

3 De beslissing

De rechtbank

verklaart het door TOBRA als enig erfgenaam ingevolge het testament van 29 november 1996 van [erflater] verkregen recht vervallen.

Deze beschikking is gegeven door mr. O. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2020.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature