< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Bungalowpark. Diverse conflicten tussen eigenaren en parkexploitant in kader van beheersovereenkomsten. Niet opzegbare beheersovereenkomst I, omdat partijen dat zijn overeengekomen. Beoordeling aan de hand van HR 15 april 2016 ECLI:NL:HR:2016:660. Beroep op art. 6:248 lid 2 BW en art. 6:258 BW slaagt niet. Geen aanpassing van de hoogte van de vergoeding op grond van deze beheersovereenkomst, nu geen ontbinding is gevorderd en de overeenkomst bepaalt dat de vergoeding ook is verschuldigd als niet van alle diensten gebruik wordt gemaakt. Geen rekening en verantwoording inzake beheersovereenkomst II verschuldigd door parkexploitant aan eigenaren, nu een derde (een stichting) daarvoor verantwoordelijk is. Beoordeling aan de hand van HR 9 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1089.

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/336043 / HA ZA 18-22 / 17 / 560

Vonnis van 8 januari 2020

in de zaak van

1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

VERENIGING VAN EIGENAREN BUNGALOWPARK “WIGHENERHORST ”

gevestigd te Wijchen

2. [naam]

wonende te [woonplaats]

3. [naam]

wonende te [woonplaats] , Duitsland

4. [naam] en [naam]

beiden wonende te [woonplaats]

5. [naam]

wonende te [woonplaats]

6. [naam] en [naam]

beiden wonende te [woonplaats]

7. [naam]

wonende te [woonplaats]

8. [naam]

wonende te [woonplaats]

9. [naam]

wonende te [woonplaats]

10. [naam]

wonende te [woonplaats]

11. [naam]

wonende te [woonplaats]

12. [naam] en [naam]

beiden wonende te [woonplaats]

13. [naam] en [naam]

beiden wonende te [woonplaats]

14. [naam]

wonende te [woonplaats]

15. [naam]

wonende te [woonplaats]

16. [naam]

wonende te [woonplaats]

17. [naam] en [naam]

beiden wonende te [woonplaats]

18. [naam]

wonende te [woonplaats]

19. [naam]

wonende te [woonplaats]

20. [naam] en [naam]

beiden wonende te [woonplaats]

21. [naam] en [naam]

beiden wonende te [woonplaats]

22. [naam]

wonende te [woonplaats]

23. [naam]

wonende te [woonplaats]

24. [naam]

wonende te [woonplaats]

25. [naam]

wonende te [woonplaats]

26. [naam] en [naam]

beiden wonende te [woonplaats]

27. [naam]

wonende te [woonplaats]

28. [naam] en [naam]

beiden wonende te [woonplaats]

29. [naam]

wonende te [woonplaats]

30. [naam]

wonende te [woonplaats]

31. [naam]

wonende te [woonplaats]

32. [naam]

wonende te [woonplaats]

33. [naam] en [naam]

beiden wonende te [woonplaats]

34. [naam]

wonende te [woonplaats]

35. [naam]

wonende te [woonplaats]

36. [naam]

wonende te [woonplaats]

37. [naam]

wonende te [woonplaats]

38. [naam] en [naam]

beiden wonende te [woonplaats]

eisers in conventie en verweerders in reconventie in de hoofdzaak

verweerders in het de incidenten

advocaat: mrs. C.J. Schipperus en B.E.J. Loeffen te Wijchen

tegen

1. de vennootschap onder firma

VOF BUNGALOWPARK WIGHENERHORST

2. [vennoot 1]

3. [vennoot 2]

4. [vennoot 3]

allen gevestigd/wonende te [plaats]

gedaagden in conventie en eisers in reconventie in de hoofdzaak

eisers in de incidenten

advocaat: mr. T.L. Hemrica te Wijchen

Eisers zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als de vve c.s. en afzonderlijk als de vve en de eigenaren. Gedaagden worden gezamenlijk de vof c.s. genoemd en afzonderlijk de vof en de vennoten.

1 De procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:- het vonnis in de incidenten van 19 december 2018,

- de conclusie van antwoord in reconventie van de vve c.s.,

- de akte reconventie en overlegging productie van de vve c.s.,

- het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 4 februari 2019,

- de akte houdende producties 18 en 19, tevens wijziging van eis in reconventie onder 1 en 2 van de vof c.s.,

- de antwoordakte van de vve c.s.

1.2.

Vervolgens is opnieuw vonnis bepaald.

1.3.

In de akte wijziging van eis van 30 mei 2018 zijn de namen van drie eisers doorgehaald, namelijk die van de eiser onder 14 ( [naam] ) en die van de eisers onder 33 ( [naam] en [naam] ). Als toelichting heeft de vve c.s. gesteld dat deze eisers hun woningen hebben verkocht en daarom geen belang meer hebben bij de procedure. De vof heeft in reactie hierop gesteld dat zij de personen die in de dagvaarding staan als eisers aanmerkt en dat het doorhalen van namen in een akte processueel geen betekenis heeft. De rechtbank stelt vast dat de onder 14 en 33 genoemde eisers partij in de procedure blijven en dat hun vorderingen reeds bij gebrek aan belang niet kunnen worden toegewezen.

2 De feiten

2.1.

In 1997 is Recreatiecentrum Wighenerhorst B.V. begonnen met de ontwikkeling van het bungalowpark Wighenerhorst te Wijchen . Dat park bestaat uit circa honderd kavels waar vrijstaande bungalows op staan. Deze bungalows zijn planologisch bestemd voor recreatieve bewoning.

2.2.

Een groot deel van de bewoners woont permanent op het park. In 2013 heeft de gemeente Wijchen aan 68 gebruikers van 45 bungalows een gedoogbeschikking verstrekt, ingaande op 20 juli 2006, op grond waarvan zij de permanente bewoning mogen voortzetten. Ter zake van de permanente bewoning hanteert de gemeente Wijchen een ‘uitsterfbeleid’: het gebruik is persoonsgebonden, het mag niet worden vergroot, en het gedoogrecht vervalt wanneer het gebruik langer dan een jaar wordt onderbroken.

Een aantal bewoners woont permanent in het park zonder gedoogvergunning. Een aantal bungalows wordt uitsluitend recreatief bewoond en niet verhuurd. Een aantal bungalows wordt verhuurd aan recreanten. Een aantal bungalows wordt bewoond door arbeidsmigranten of door mensen die om uiteenlopende redenen behoefte hebben aan tijdelijke huisvesting.

2.3.

Bij notariële akte van 28 april 1997 is de ‘Vereniging van Eigenaren Bungalowpark “Wighenerhorst”’opgericht. In artikel 2 van deze akte staat:

1. Het doel van de vereniging is het behartigen van de belangen van de eigenaren van de recreatiebungalows, gelegen in het bungalowpark “Wighenerhorst” (...), in de meest ruime zin van het woord.

2. De vereniging tracht haar doel onder meer te bereiken door:

(...)

c. het deelnemen aan arbitrage bij geschillen tussen haar leden en de exploitant met betrekking tot de beheersovereenkomsten tussen een lid of de leden en de exploitant.

2.4.

Bij notariële akte van 28 april 1997 is voorts de ‘Stichting Beheer Infrastructuur Bungalowpark “Wighenerhorst”’ opgericht, door de partijen ook genoemd ‘SBIBW’ en hier verder te noemen ‘de stichting’. In artikel 2 van deze akte staat:

1. De stichting heeft ten doel: de verkrijging van onroerende- en roerende zaken bestemd voor de aanleg en instandhouding van de infrastructuur voor het bungalowpark “Wighenerhorst” (...) waaronder begrepen de terreininrichting en inventaris, de beplantingen, de parkeerplaatsen, de omheining, de voorzieningen met betrekking tot de toegangscontrole-apparatuur waaronder begrepen slagbomen het beheer en onderhoud van voormelde infrastructuur (...)

2. De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door:

a. het aangaan van beheersovereenkomsten met de eigenaren van recreatiebungalows in het bungalowpark “Wighenerhorst” (...)

b. het aangaan van overeenkomsten terzake van het beheer met de exploitant van het bungalowpark “Wighenerhorst” (...)

c. het in overleg treden met de [vve] terzake van het beheer en het onderhoud van vorenbedoelde infrastructuur (...)

2.5.

In de overeenkomsten waarbij de eigenaren de bungalows hebben gekocht, is opgenomen dat de koper toetreedt tot de Vereniging van Eigenaren Bungalowpark “Wighenerhorst” (de vve). Verder staat in die overeenkomsten dat de kopers deze verplichting aan hun rechtsopvolgers als kettingbeding opleggen. In de aktes van levering is opgenomen dat de koper tot de vve toetreedt door ondertekening van de akte.

2.6.

In de koopovereenkomsten staat voorts dat de kopers zich verplichten een beheersovereenkomst met de verkoper aan te gaan en in stand te houden. In de koopovereenkomst van 25 oktober 1999 tussen Recreatiecentrum Wighenerhorst B.V. en [naam] (geen partij in deze procedure) is het als volgt verwoord:

BEHEERSOVEREENKOMST

(...)

Artikel 18

KEUZEVARIANT EIGEN GEBRUIK

De koper verbindt zich jegens de verkoper een beheersovereenkomst aan te gaan en in stand te houden met Recreatiecentrum Wighenerhorst B.V. en de stichting: Stichting Beheer Infrastructuur Bungalowpark “Wighenerhorst” (...) zowel tezamen als ieder van hen afzonderlijk ook te noemen: “de exploitant” of de opvolgend exploitant van het bungalowpark en/of met derden met betrekking tot de door deze(n) aan hem ten behoeve van het gebruik en het onderhoud van de recreatiebungalow en het recreatiebungalowpark te verlenen diensten. De koper is bekend met de inhoud van deze beheersovereenkomsten waarvan hij een exemplaar heeft ontvangen.

(...)

2.7.

In de aktes van levering is een bijzondere bepaling opgenomen over de beheersovereenkomst. In de akte van levering van 1 november 1999 tussen Recreatiecentrum Wighenerhorst B.V. en [naam] en [naam] (eisers 3 en 16) is die bepaling opgenomen onder 5:

BEHEERSOVEREENKOMST

5. De koper verbindt zich jegens de verkoper [Recreatiecentrum Wighenerhorst B.V., rechtbank] een beheersovereenkomst aan te gaan met verkoper en [de stichting] (hierna zowel te zamen als ieder van hen afzonderlijk ook te noemen: “de exploitant”) met betrekking tot de door de exploitant aan hem te verlenen diensten ten behoeve van het gebruik van de recreatiebungalow en het recreatiepark. Deze diensten zullen onder meer omvatten het onderhoud van de paden en plantsoenen en de groenvoorzieningen in het bungalowpark, de afvoer van vuilnis, het onderhouden van de noodzakelijke contacten met de kabelexploitant voor een ongestoord functioneren van een net voor de ontvangst van radio- en televisieprogramma’s via CAI [centrale antenne-inrichtingen, rechtbank] alsmede het onderhouden van de noodzakelijke contacten met de openbare nutsbedrijven en overheidsinstanties, het toezicht op het terrein, het ter beschikking stellen van recreatiemiddelen, zoals een speelveld en kleine speeltoestellen en hulp bij storing of ongevallen.

2.8.

In de aktes van levering is voorts een bijzondere bepaling opgenomen over kwalitatieve verplichtingen. In de hiervoor genoemde akte van levering tussen Recreatiecentrum Wighenerhorst B.V. en [eiers 3 en 16] luidt die bepaling:

KWALITATIEVE VERPLICHTINGEN

13.a. Het hiervoor in de bijzondere bepalingen onder (...) 5 (...) bepaalde wordt bij deze voor zover de betreffende bepaling voldoet aan de vereisten van de artikelen 6:251 en 252 van het Burgerlijk Wetboek tevens gevestigd en door de koper respectievelijk de verkoper uitdrukkelijk aanvaard als kwalitatieve recht of kwalitatieve verplichting in de zin van de laatstbedoelde artikelen. Deze rechten en verplichtingen gaan mitsdien over op diegenen die het verkochte onder algemene of bijzondere titel verkrijgen. Deze verplichtingen worden in de openbare registers ingeschreven als kwalitatieve verplichtingen. (...)

2.9.

Bij de aankoop van een bungalow heeft nagenoeg iedere eigenaar twee beheersovereenkomsten gesloten, een met de verkoper en een met de stichting. Deze beheersovereenkomsten worden hierna beheersovereenkomst I en beheersovereenkomst II genoemd (afgekort tot BO, waarbij de partijen de nummering I, II en 1, 2 door elkaar gebruiken).

2.10.

Van beheersovereenkomst I zijn verschillende versies. Als voorbeeld is door de vve c.s. aanvankelijk overgelegd een notariële akte van 10 november 1999 met het opschrift ‘Beheersovereenkomst I zonder verplichte verhuur’ tussen Recreatiecentrum Wighenerhorst B.V. als exploitant en [naam] als eigenaar, en vervolgens een notariële akte van 14 september 2000 met hetzelfde opschrift waarbij de eigenaren [naam] en [naam] zijn (geen partijen in deze procedure). In die akte staat onder meer:

(...)

INLEIDING

De comparanten (...) verklaarden:

A. De eigenaar heeft bij een akte van levering (...) gekocht en in eigendom aanvaard, de volgende onroerende zaak: (...)

B. In de gemelde akte van levering heeft de eigenaar zich verbonden jegens de in de akte van levering gemelde verkoper een beheersovereenkomst aan te gaan met de exploitant (...)

C. De eigenaar is met ingang van vandaag lid van de vereniging: Vereniging Eigenaren Bungalowpark “Wighenerhorst” (...) hierna te noemen: de vereniging. (...) Het doel van de vereniging is het behartigen van de belangen van de eigenaren van recreatiebungalows gelegen in het bungalowpark “Wighenerhorst” (...)

D. Ter uitvoering van deze verbintenis zijn de partijen overeengekomen als volgt:

VERPLICHTINGEN EXPLOITANT

Artikel 1

1. De exploitant zal erop toezien en inspecteren dat:

a. (...)

b. er op één of meerdere centrale plaats(en) in het bungalowpark containers word(t)(en) zijn geplaatst voor het inzamelen van huisvuil. (...)

c. (...)

2. De exploitant zal onder meer de volgende werkzaamheden (doen) verrichten:

a. (...)

b. het onderhouden van de noodzakelijke contacten met de kabelexploitant voor een ongestoord functioneren van een net voor de ontvangst van radio- en televisieprogramma’s via CAI alsmede het onderhouden van de noodzakelijke contacten met de openbare nutsbedrijven en overheidsinstanties;

(...)

(...)

VERGOEDING

Artikel 2

1. Voor de hiervoor sub 1 a tot en met c te verrichten inspecties en de onder 2 a tot en met e te verrichten werkzaamheden zal aan de eigenaar een door de exploitant vast te stellen bedrag in rekening worden gebracht. Dit bedrag bedroeg voor het kalenderjaar negentienhonderd zevenennegentig (...) (ƒ 1.600,00) en is verschuldigd op het moment van de oplevering van de recreatiebungalow aan de eigenaar en vervolgens jaarlijks bij vooruitbetaling op één januari van elk jaar. (...) Voor het jaar tweeduizend bedraagt de vergoeding (...) (ƒ 1.675,15).

2. Deze vergoeding is ook verschuldigd, indien niet van alle hiervoor genoemde diensten gebruik wordt gemaakt.

(...)

7. Elke recreatiebungalow beschikt over een eigen meter voor de standen van gas, water en electra. Deze individuele meters komen uit op één centrale meterkast bij de exploitant. De exploitant voldoet het totale bedrag aan verbruik aan de betreffende nutsbedrijven op basis van voorschot en nacalculatie. De exploitant brengt de voorschotten bij de individuele eigenaar in rekening en calculeert na op basis van het reële gebruik aan de hand van de meterstanden in de recreatiebungalow.

8. Elke recreatiebungalow beschikt over een zonnecollector. (...)

INDEXERING VERGOEDING

Artikel 3

1. Het bedrag van de vergoeding zal telkens na verloop van één jaar, voor het eerst op één januari tweeduizend een worden aangepast op basis van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek (...) vastgestelde Consumentenprijsindex werknemers met laag inkomen (C.P.I.-werknemers laag) op basis van 1990=100.

(...)

EIGEN GEBRUIK / VERHUUR

Artikel 4

1. De eigenaar kan zelf gebruik maken van de recreatiebungalow overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan. De eigenaar verklaart zich bekend te zijn met het vigerende bestemmingsplan. (...)

2. Verhuur of ingebruikgeving door de eigenaar (...) aan derden (...) is uitsluitend toegestaan na voorafgaande toestemming en door bemiddeling van de exploitant (...)

3. De eigenaar geeft daartoe onherroepelijk volmacht aan de exploitant (...)

(...)

ARBITRAGE

Artikel 8

Alle geschillen tussen de partijen betreffende de uitvoering en uitleg van de bepalingen van deze overeenkomst, zullen worden voorgelegd aan een arbitrage-commissie. (...)

Partijen zijn verplicht zich te onderwerpen aan het oordeel van de arbitrage-commissie. Het oordeel van de arbitrage-commissie wordt beschouwd als een bindend advies. (...)

(...)

WIJZIGING BEHEERSOVEREENKOMST

Artikel 10

De eigenaar geeft bij deze onherroepelijk volmacht aan het bestuur van de vereniging om met inachtneming van het bepaalde in haar statuten te onderhandelen met en tezamen met de exploitant over te gaan tot het wijzigen van de onderhavige overeenkomst. De eigenaar verklaart zich reeds nu voor alsdan te onderwerpen aan de door de vereniging en de exploitant overeengekomen wijzigingen.

(...)

2.11.

Als voorbeeld van beheersovereenkomst II heeft de vve c.s. een notariële akte van 1 november 1999 met het opschrift ‘Beheersovereenkomst II’ tussen enerzijds de stichting en anderzijds [eiers 3 en 16] als eigenaren in het geding gebracht. In die akte staat onder meer:

(...)

INLEIDING

De comparanten (...) verklaarden:

A. De eigenaar heeft bij een akte van levering (...) gekocht en in eigendom aanvaard, de volgende onroerende zaak: (...)

B. In de gemelde akte van levering heeft de eigenaar zich verbonden jegens de in de akte van levering gemelde verkoper een beheersovereenkomst aan te gaan met de stichting met betrekking tot het onderhoud en de exploitatie van de infrastructuur behorende tot het bungalowpark “Wighenerhorst” (...) en de door de stichting aan hem ten behoeve van de recreatiebungalow en het bungalowpark te verlenen diensten.

C. De eigenaar is met ingang van vandaag lid van de vereniging: Vereniging Eigenaren Bungalowpark “Wighenerhorst” (...) Het doel van de vereniging is het behartigen van de belangen van de eigenaren van recreatiebungalows gelegen in het bungalowpark “Wighenerhorst” (...)

D. Ter uitvoering van deze verbintenis zijn de partijen overeengekomen als volgt:

VERPLICHTINGEN STICHTING

Artikel 1

1. De stichting zal erop toezien en inspecteren dat:

de infrastructuur in het bungalowpark “Wighenerhorst”, waaronder begrepen de terreininrichting en –inventaris, de beplantingen, de parkeerplaatsen, de omheining, de voorzieningen met betrekking tot de toegangscontrole-apparatuur waaronder begrepen slagbomen, in goede staat van onderhoud zijn en zullen blijven.

2. De stichting zal de volgende werkzaamheden (doen) verrichten:

- alle gronden die behoren tot de infrastructuur en de groenvoorziening behorende tot het bungalowpark “Wighenerhorst” (doen) onderhouden waaronder mede zijn begrepen het maaien van gras en het snoeien van struiken en bomen, het in goede staat houden en doen functioneren van terreinverlichting, het schoonhouden van parkeerplaatsen, het onderhouden en zonodig aanbrengen van de omheining en voorzieningen terzake van toegangscontrole-apparatuur en slagbomen.

3. De stichting doet aan zodanige fondsvorming dat hieruit de kosten van groot onderhoud aan casu quo vervanging van haar eigendommen kunnen worden bestreden en dat deze kosten gelijkmatig over de jaren in rekening worden gebracht bij de eigenaren. Eenmaal per vijf jaar, voor het eerst per één januari tweeduizend twee, zal de stichting de uitgangspunten waarop de fondsvorming is gebaseerd door terzake deskundige derden bindend laten vaststellen.

VERGOEDING

Artikel 2

1. Voor de hiervoor in artikel 1 te verrichten werkzaamheden, alsmede de jaarlijkse kosten van de riolering, de persleiding (...) zal aan de eigenaar een door de stichting vast te stellen bedrag in rekening worden gebracht. Dit bedrag bedroeg voor het kalenderjaar negentienhonderd zesennegentig (...) (ƒ 350,00) (...)

(...)

4. De inning van deze vergoeding kan geschieden via de exploitant van het bungalowpark en geschiedt, indien en voor zover mogelijk, door verrekening met de huuropbrengsten op de wijze als is vermeld in de beheersovereenkomst welke is gesloten met genoemde exploitant.

(...)

2.12.

Bij ‘overeenkomst betreffende overdracht exploitatie’ van 2 december 2011 heeft Recreatiecentrum Wighenerhorst B.V. de exploitatie van het bungalowpark formeel overgedragen aan de VOF Bungalowpark Wighenerhorst (de vof). In die overeenkomst staat onder meer:

1 Partijen verklaren hierbij dat Recreatiecentrum Wighenerhorst [de bv, rechtbank] met ingang van 1 juli 2003 reeds feitelijk de exploitatie van Bungalowpark de Wighenerhorst aan V.O.F. Bungalowpark Wighenerhorst met alle lusten en lasten heeft overgedragen. De exploitatie is vanaf dat moment voor rekening en risico van V.O.F. Bungalowpark Wighenerhorst gekomen.

(...)

3 De overdracht van de exploitatie wordt juridisch geformaliseerd met de ondertekening van deze overeenkomst en de levering van het onroerend goed door Recreatiecentrum Wighenerhorst aan de V.O.F. Bungalowpark Wighenerhorst en haar vennoten.

(...)

2.13.

Op 8 juli 2014 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank vonnis gewezen in kort geding tussen de vof en haar vennoten als eisers en de vve en de eigenaren als gedaagden (kenmerk 2987902 VV EXPL 14-50). Het dictum onder 5.1 luidt:

veroordeelt de eigenaren, voor zover zij gezamenlijk eigenaar zijn van een bungalow hoofdelijk in die zin dat als de een betaalt de ander zal zijn bevrijd, aan de Stichting te betalen de op grond van BO I verschuldigde beheersvergoeding zolang zij eigenaar zijn van een bungalow en zolang de overeenkomst bestaat en veroordeelt de eigenaren tot betaling aan de VOF van de achterstallige voorschotnota over de eerste helft van 2014 ad € 499,34, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de vervaldatum van de factuur tot aan de dag der algehele voldoening;

In het dossier bevindt zich een op 2 december 2014 gecorrigeerde versie van het vonnis (productie 25 bij dagvaarding). De correctie ziet op de proceskostenveroordeling onder 5.2.

2.14.

Op 23 oktober 2014 heeft de vve aan de vof bericht:

Onderwerp: Opzegging Beheersovereenkomst 1.

Het bestuur van de Vereniging van Eigenaren richt zich tot u met het volgende:

Namens haar leden, verenigd in de VvE zegt zij de beheersovereenkomst 1 op. In de ALV van zowel 2013 alsook 2014 hebben de eigenaren eenstemming tot deze opzegging besloten. (...)

Motivatie tot opzegging.

Beheersovereenkomst 1 is destijds gesloten tussen elke eigenaar en de exploitant.[in 1997 moesten de woningen nog gebouwd worden, vandaar de naam exploitant. in het kader van een recreatief takenpakket wat de exploitant / parkbeheerder de eigenaren zal gaan aanbieden nadat het park is ingericht als recreatiepark.

Het takenpakket omvat taken die gebaseerd zijn op een bemiddelende functie van de parkbeheerder bij de recreatieve verhuur van de woningen. (...)

De exploitant / verkoper heeft zich verbonden door met de eigenaar een beheersovereenkomst 1 aan te gaan en daardoor aan de eigenaar een aantal diensten te zullen leveren.

De exploitant gaat de volgende verplichtingen aan uit deze verbintenis.

(...)

a. Dit dienstenpakket word niet meer naar behoren uitgevoerd.

(...)

Voor bovenstaande diensten wordt een bedrag van 1000 euro per jaar door elke woningbezitter met een BO 1 betaald. [88.000 euro per jaar] Waarop is dit bedrag nog gebaseerd?? Op een niet uitgevoerd takenpakket??

Voor 80 procent van de eigenaren is bovengenoemde beheersovereenkomst een loze overeenkomst omdat deze eigenaren een gedoogvergunning van de gemeente heeft verkregen. (...) Er is geen recreatieve verhuur. De overeenkomst is destijds gemaakt op recreatieve verhuur.

(...)

Samenvattend komen wij tot het volgende;

Argumenten om tot opzegging te komen zijn o a gelegen in het constateren dat het een loze overeenkomst is. Inhoudelijk voldoet het dienstenpakket wat u als beheerder zou moeten leveren in het geheel niet. (...)

De VvE zegt de beheersovereenkomst 1 gesloten tussen de BV Wighenerhorst en de eigenaren bij deze aan u op.

2.15.

Bij brief van 29 november 2014 aan de directie van Recreatiecentrum Wighenerhorst B.V. e/o Beheerders bungalowpark Wighenerhorst VOF [naam vof] , gedeeltelijk gelijkluidend aan de brief van 23 oktober 2014, heeft de vve onder verwijzing naar het vonnis in kort geding van 8 juli 2014 beheersovereenkomst I opnieuw namens haar leden opgezegd.

2.16.

In 2015 heeft [naam] (eiser 3) als afgevaardigde van de vve in de stichting een analyse van de administratie van de stichting gemaakt. Daarin staat onder meer:

Analyse administratie Stichting SBIBW

1. Voorwoord.

Op verzoek van bestuur VVE hebben ondertekenden een ‘snelle’ analyse gemaakt van de stichtingsadministratie. (...)

2. Gebruikte bronnen.

Deze analyse is gebaseerd op:

De debiteuren – en crediteuren overzichten aangeleverd door [vennoot 1] op 29 april 2015.

De kolommen balans en v & w over 2014, aangeleverd door [vennoot 1] op 29 april 2015.

De boekhouding van een aantal eigenaren, waarvan de debiteuren posities zijn vergeleken met de voornoemde debiteuren lijsten.

Rekeningen, afrekeningen, betalingsherinneringen die de afgelopen jaren aan eigenaren zijn verzonden.

Notulen van vergaderingen van het stichtingsbestuur van de afgelopen jaren.

Accountantsrapport van Flynth over 2013.

3. Conclusies en adviezen.

(...)

Alles overziende hebben we hier eigenlijk te maken met een virtueel failliet bedrijf. Het bestaat alleen nog maar omdat de VOF extern ‘financiert’. Jaar op jaar wordt er een verlies geleden van ruim 20.000 euro. Eerst werd dit geboekt ten laste van het eigen vermogen en nu dat ‘weg’ is gaat het ten laste van met name 1 crediteur. De vooruitzichten voor 2015 zijn niet beter; ook hier lijkt de stichting af te stevenen op een verlies gelijk aan de voorgaande jaren. Er verandert namelijk niets aan kosten en uitgaven.

(...)

2.17.

Bij brief van hun advocaat van 10 maart 2016 hebben de vve en ‘een groot aantal instemmers’ de vof en haar vennoten onder meer bericht:

(...)

Rekening en verantwoording / orde op zaken

SBIBW

Mijn cliënten hebben bij separate brief het bestuur van de SBIBW verzocht rekening en verantwoording af te leggen en voorts om binnen de Stichting (organisatorisch en financieel) orde op zake te stellen. Die brief heeft u in uw hoedanigheid als afgevaardigde van de Vof binnen de SBIBW ontvangen. (...)

Vof

Ten aanzien van de Vof ligt deels dezelfde vraag voor. Mijn cliënten zijn er niet van overtuigd dat de Vof voor circa € 1.200,= per huisje per jaar diensten verleent aan de eigenaren. Ook is het maar zeer de vraag of de prijsstelling nog wel concurrerend is ten opzichte van andere (vergelijkbare) dienstverleners.

Mijn cliënten hebben u daarom verzocht om de dienstverlening door de Vof en de onderliggende kosten te specificeren en in zoverre rekening en verantwoording af te leggen over uw werkzaamheden in relatie tot de in rekening gebrachte kosten. In dat kader is onder andere verzocht om afschriften van de contracten met de leveranciers van G/W/E voor 2016, teneinde de eenheidsprijzen te controleren.

Tot op heden is aan die verzoeken geen gehoor gegeven. Daarmee voedt de Vof de veronderstelling van mijn cliënten dat er een zeer scheve verhouding is ontstaan tussen wat men betaalt en wat men geleverd krijgt en daarmee het wantrouwen met betrekking tot de goede intenties van de Vof.

(...)

Opzegging BOI d.d. 2013

Een groot deel van mijn cliënten heeft eind 2013 de beheersovereenkomst I reeds opgezegd. Die opzegging is destijds niet door u geaccepteerd. In kort geding is de vraag geopperd en onbeantwoord gebleven, of opzegging (individueel) mogelijk zou zijn. Inmiddels is – na aanvullend onderzoek – gebleken dat die individuele opzegging inderdaad geldig is. Een redelijke termijn dient daarbij wel in acht te worden genomen. Gelet op het feit dat u al sinds 2013 ervan op de hoogte bent, dat mijn cliënten de beheersovereenkomst wensen op zeggen, heeft u al sinds die tijd de gelegenheid om uw bedrijfsactiviteiten daarop aan te passen. Zodoende is opzegging tegen 1 januari 2017 een redelijke termijn.

(...)

2.18.

Bij brief van hun advocaat van 24 oktober 2016 hebben de vve en de eigenaren van 38 bungalows (grotendeels dezelfde als de eigenaren die optreden als eisers in deze procedure) de opzegging in de brief van 10 maart 2016 per 1 januari 2017 bekrachtigd. In die brief staat onder meer:

(...)

Opzegging BOI per 1 januari 2017

Een groot deel van mijn cliënten heeft al meerdere malen BOI opgezegd. Met de brief van 10 maart is de opzegging herhaald onder de mededeling dat een redelijke termijn per 1 januari 2017 zou worden aangehouden. Met deze brief wordt de opzegging door mijn cliënten per 1 januari 2017 bekrachtigd. Dit betekent dat mijn cliënten geen BOI bijdrage voor 2017 zullen betalen.

Bijdrage aan collectieve voorzieningen

De opzegging laat onverlet de bereidheid om – op grond van redelijkheid en billijkheid – voor collectieve voorzieningen en diensten, zo die worden geleverd, ook naar rato bij te dragen, voor zover er aanleiding is die voorzieningen en diensten in stand te laten. Deze bijdrage is gebaseerd op de gedachte dat u de exploitatie van het park zult voortzetten en op het gegeven dat niet alle eigenaren zich achter de opzegging scharen. (...)

Voor het bepalen van die bijdrage gaan mijn cliënten uit van de volgende activiteiten:

(...)

Het vorenstaande bij elkaar opgeteld, stellen mijn cliënten voor per huisje, per jaar een bijdrage te doen in de kosten ad € 387,50 inclusief BTW. Stemt u hiermee in?

(...)

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en zie uw reactie met belangstelling tegemoet. Verneem ik niet van u – schriftelijk, inhoudelijk – binnen 14 dagen na heden, dan vertrouw ik u akkoord met de opzegging per 1 januari 2017 en de bijdragen in de gezamenlijke kosten met ingang van 2017.

2.19.

Op 8 juni 2017 heeft het bestuur van de stichting de volgende afspraken gemaakt (‘het stichtingsakkoord’):

Ondergetekenden (...), bestuursleden van [de stichting] hebben met elkaar overleg gehad om te komen tot een normalisatie van de onderlinge verhoudingen en het op orde brengen van de financiële en organisatorische situatie van [de stichting]. Daartoe hebben zij de volgende uitgangspunten geformuleerd en afspraken gemaakt en voorts het volgende besloten:

Vaste gegevens

(...)

GWE

 De Stichting heeft een contract met Hoes voor de levering van gas.

 De Stichting heeft een contract met Vitens voor de levering van water.

 De Stichting heeft een contract met Delta voor de levering van elektra.

 De VvE heeft een contract met Eneco voor de levering van elektra.

 De VOF heeft alle eigenaren een voorschotnota gestuurd voor de betaling van alle GWE. Circa 60 eigenaren betalen alles aan de VOF.

 De VvE heeft alle eigenaren een voorschotnota gestuurd voor de betaling van GWE. Circa 40 eigenaren betalen alles aan de VvE.

Probleemstelling

In het verleden zijn afspraken gemaakt die ertoe hebben geleid dat alle eigenaren één gecombineerde nota voor BO1, BO2, vuilkosten en GWE van de Stichting ontvingen.

Over de jaarlijkse nota’s van afrekening en andere zaken zijn geschillen en conflicten ontstaan. (...)

Al deze conflicten hebben ertoe geleid dat de Stichting er financieel slecht voor staat.

De Stichting heeft op dit moment meer schulden dan geldmiddelen. Over wat de precieze financiële situatie van de Stichting is, bestaat geen overeenstemming.

(...)

De VvE heeft voor een deel van de eigenaren in 2016 en 2017 de betaling van BO2 ontvangen en gereserveerd op de rekening van de VvE.

(...)

Stappen die gezet gaan worden

Samenstelling bestuur

1. Voorzitter [naam] treedt per 19 juni 2017 af als bestuurslid en voorzitter van de Stichting.

2. Het bestuur geeft opdracht aan mr. H.R.T.M. van Ojen om per 19 juni 2017 het bestuur de komende tijd te adviseren en te begeleiden. Voorts zal Van Ojen de bestuursvergaderingen voorzitten. (...)

(...)

GWE

8. Om uit de ontstane GWE-impasse te komen wordt de Stichting vooralsnog ingezet voor de organisatie van de administratie en facturatie m.b.t. GWE.

9. Er wordt een nieuwe bankrekening geopend door de Stichting waarop alleen betalingen plaatsvinden t.b.v. GWE (verder: de GWE-rekening).

(...)

13. De VOF stort op de GWE-rekening de gelden die zij heeft ontvangen van de eigenaren m.b.t. GWE onder aftrek van de gelden die zij t.b.v. GWE heeft betaald. (...)

14. De VVE stort op de GWE-rekening de gelden die zij heeft ontvangen van de eigenaren m.b.t. GWE onder aftrek van de gelden die zij t.b.v. GWE heeft betaald (...)

(...)

Gelden BO2

18. De VVE stort op de rekening van de Stichting de gelden die zij heeft ontvangen van de eigenaren m.b.t. de betaling van BO2. (...)

(...)

Besluiten

35. Besloten wordt Van Ojen opdracht te verlenen om ingaande 19 juni 2017 voor de duur van negen maanden (...) het bestuur te adviseren en te begeleiden. Voorts wordt hierbij besloten dat in het geval binnen het bestuur de stemmen staken, het bindend advies van Van Ojen zal worden gevolgd en dat aldus tot stand gekomen bestuursbesluiten door alle bestuursleden als bestuursbesluit worden gerespecteerd en uitgevoerd.

2.20.

Op 3 november 2017 heeft een aantal eigenaren de belangengroep Bewust Ongebonden Bewoners (BOB) opgericht. In december 2017 is de eerste nieuwsbrief uitgebracht. Daarin staat onder meer:

(...) De BOB is een belangenvereniging voor eigenaren van bungalows op Wighenerhorst die niet zijn aangesloten bij de VVE. (...) Op dit moment hebben de eigenaren van 27 huizen schriftelijk aangegeven lid te willen worden van BOB. Maar wij merken nadrukkelijk dat meer eigenaren belangstelling hebben! (...) Afgelopen maand hebben wij onze belangenvereniging BOB formeel aangemeld bij de VOF Wighenerhorst, exploitant en beheerder van het park. Inmiddels hebben wij een positieve reactie terugontvangen en heeft de VOF Wighenerhorst bevestigd dat BOB gesprekspartner is bij het overleg van parkzaken. (...) Wij zijn uitgenodigd voor deelname aan een buitengewone bestuursvergadering [van de stichting, rechtbank] op maandag 11 december. (...) Wij zijn nieuwsgierig hoe de vergadering gaat verlopen maar onze vertegenwoordiger zal duidelijk aangeven dat de belangenvereniging BOB niet wil dat de administratie, GWE en vuil van de Stichting naar de VVE gaat. (...)

2.21.

Bij brief van 4 november 2017 hebben zes eigenaren (van wie er vier partij zijn in deze procedure) aan [vennoot 1] onder meer bericht:

Op 21 april 2017 liet u door “Via Optima” beslag leggen op de bankrekeningen van de onderstaande personen omdat volgens u de BO1 nota’s door hen niet voldaan zouden zijn.

Het betreft de volgende eigenaren:

[naam]

;

[naam]

.

Deze nota’s zijn echter wel degelijk betaald zodat er geen enkele reden was tot beslaglegging. Bovenstaande eigenaren eisen dan ook onmiddellijke opheffing van de beslaglegging en terugbetaling van de door u geïnde gelden, plus eventuele bijkomende kosten.

(...)

2.22.

Bij brief van 21 december 2017 van haar advocaat heeft de vof het bestuur van de vve aansprakelijk gesteld voor de schade die de vof in haar bedrijfsvoering lijdt als gevolg van toerekenbare tekortkoming in de nakoming van hun verplichtingen en onrechtmatig handelen dan wel nalatigheid van de bestuursleden. In de brief staat onder meer:

Mijn cliënten verwijten de vve en het vve-bestuur in het bijzonder dat deze:

- de eigenaren wederom tot contractbreuk heeft aangezet (opzeggen BO I)

- de eigenaren tot wanbetaling heeft aangezet (BO I, BO II en voorschotbijdragen)

- onrechtmatig en onbevoegd contracten met leveranciers en nutsvoorzieningen heeft afgesloten

- zonder recht of titel bij de eigenaren incasseert

(...)

- de eigenaren onjuist informeert over hun rechten en verplichtingen in verband met parkzaken

(...)

2.23.

Bij brief van 5 februari 2018 heeft Van Ojen als adviseur van het bestuur van de stichting aan de eigenaren onder meer bericht:

Hierbij bericht ik u dat het de afgelopen periode helaas niet mogelijk is gebleken om binnen het bestuur van de stichting tot goede samenwerkingsafspraken te komen over de gaslevering. Om die reden heb ik in een buitengewone bestuursvergadering op 11 december jl. moeten besluiten het gascontract over te dragen aan de Vof. Alles afgewogen hebbende meen ik dat op die wijze de continuïteit van de gaslevering het beste en duurzaam geborgd is.

Per 1 januari 2018 is de Vof dus weer verantwoordelijk voor de gaslevering. Dat betekent dat alle betalingen met betrekking tot het gas per 1 januari 2018 via de Vof lopen. U dient de voorschotten voor het gas vanaf 1 januari 2018 aan de Vof te betalen. Hierover zult u verder worden geïnformeerd door de Vof. De eindafrekening 2017 van het gas zal nog vanuit de Stichting worden verzorgd.

Ook de notakosten worden per 1 januari 2018 weer door de Vof gefactureerd. Ook hier geldt dat de eindafrekening 2017 met betrekking tot de notakosten nog vanuit de Stichting worden verzorgd.

(...)

2.24.

Op 16 maart 2018 heeft het bestuur van de stichting vergaderd. Er zijn notulen van de vergadering opgesteld, gedateerd 19 maart 2018. Die zijn ondertekend door Van Ojen, die de vergadering heeft voorgezeten, maar niet door de bestuursleden [namen bestuursleden] . In die notulen staat onder meer:

(...)

4 Financiën

(...)

Stand van zaken/besluitvorming schuldeisers

Er liggen brieven van mr. Hemrica namens de VOF, van [voormalig voorzitter stichting] , van een incassobureau voor [naam] en van de VVE. De VOF geeft aan € 57.551,74 tegoed te hebben (...)

(...)

De vorderingen van De VOF en [voormalig voorzitter stichting] worden na bindend advies door het bestuur erkend. Daarmee stelt het bestuur vast dat de VOF een vordering van € 57.551,74 (...) heeft.

3 De vorderingen

in conventie

3.1.

In het incidentele vonnis van 19 december 2018 zijn onder 2.1 de vorderingen in conventie weergegeven. Per abuis zijn daar echter alleen de vorderingen opgenomen uit de akte wijziging van eis van 30 mei 2018 (onder 6). De vve en de eigenaren hadden bij dagvaarding van 3 april 2017 bovendien gevorderd dat de rechtbank:

1) voor recht verklaart dat het instandhouden van beheersovereenkomst I geen kwalitatieve verplichting is, althans

2) de vve en de eigenaren ontheft van de instandhoudingsverplichting van beheersovereenkomst I met ingang van 1 januari 2017,

3) voor recht verklaart dat beheersovereenkomst I jegens de vof en de vennoten is beëindigd per 1 januari 2017,

4) voor recht verklaart dat de vof als gevolg van die beëindiging met ingang van 1 januari 2017 geen recht meer heeft op betaling door de vve en de eigenaren van enige vergoeding op grond van beheersovereenkomst I,

5) subsidiair bepaalt dat de door de vve en de eigenaren aangeboden vergoeding van € 387,50 ten behoeve van een bijdrage in de gemeenschappelijke zaken een redelijk bedrag is, welk bedrag de eigenaren jaarlijks bij vooruitbetaling dienen te voldoen op 15 januari van elk jaar,

6) de vof en de vennoten verbiedt het vonnis van 8 augustus 2014 met nummer 2987902 VV EXPL 14-50 ten uitvoer te leggen jegens de vve en de eigenaren,

7) de vof en de vennoten veroordeelt in de proceskosten.

in reconventie

3.2.

In het incidentele vonnis van 19 december 2018 zijn onder 2.3 de vorderingen in reconventie weergegeven. Bij akte van 6 maart 2019 heeft de vof c.s. haar eis gewijzigd. De vordering in reconventie gericht tegen de eigenaren zoals weergegeven in het incidentele vonnis onder 2.3 a en b luidt thans als volgt:

veroordeling van verweerders in reconventie 2 tot en met 38 ieder, hoofdelijk voor zover zij gezamenlijk eigenaar zijn van een bungalow, tota. nakoming van Beheersovereenkomst I, zolang zij of hun rechtsopvolger(s) eigenaar zijn van een bungalow en betaling van de op grond van deze Beheersovereenkomst aan de vof verschuldigde beheersvergoeding, tegen door de vof te geven bewijs van kwijting van achterstallige beheersvergoedingen, op de rekening van de vof;

b. nakoming van Beheersovereenkomst II, zolang zij of hun rechtsopvolger(s) eigenaar zijn van een bungalow en betaling van de op grond van deze Beheersovereenkomst aan de stichting verschuldigde beheersvergoeding, tegen door de vof te geven bewijs van kwijting van achterstallige beheersvergoedingen, op de rekening van de stichting.

4 De beoordeling

in conventie

arbitragebeding en ontvankelijkheid

4.1.

In haar conclusie van 8 augustus 2018 heeft de vof c.s. niet alleen een bevoegdheidsincident opgeworpen, maar ook geconcludeerd tot gedeeltelijke niet-ontvankelijkheid. Het bevoegdheidsincident is gebaseerd op artikel 2 lid 2 aanhef en sub c van de statuten van de vve en is gericht tegen de bevoegdheid van de rechtbank om kennis te nemen van de vorderingen voor zover die zijn ingesteld door de vve. In het incidentele vonnis van 19 december 2018 heeft de rechtbank de vordering in dit bevoegdheidsincident afgewezen. Het beroep op gedeeltelijke niet-ontvankelijkheid is gebaseerd op artikel 8 van beheersovereenkomst I en is gericht tegen de ontvankelijkheid van de eigenaren in hun vorderingen voor zover die zien op tekortkomingen in de nakoming van die beheersovereenkomst. Ter zitting heeft de rechter aan de vof gevraagd hoe het beroep op onbevoegdheid zich verhoudt tot het beroep op niet-ontvankelijkheid. Van de zijde van de vof is toen het standpunt gehandhaafd dat het beroep op onbevoegdheid is gericht tegen de vve en het beroep op niet-ontvankelijkheid tegen de eigenaren. Aangezien het aldus gehandhaafde beroep op niet-ontvankelijkheid is gebaseerd op een arbitragebeding en artikel 1022 Rv aan een beroep op een arbitragebeding het gevolg verbindt van onbevoegdverklaring door de rechter, kan dit beroep daarom niet slagen.

De vorderingen in de dagvaarding

4.2.

De vve en de eigenaren stellen in de dagvaarding (onder 35) dat zij drie vorderingen instellen, namelijk ontheffing van de verplichting om beheersovereenkomst I in stand te houden, een verklaring voor recht met betrekking tot de beëindiging van beheersovereenkomst I en een verbod op executie van het vonnis van 8 augustus 2014. De rechtbank begrijpt dat de eerste vordering correspondeert met de vorderingen onder 1 en 2, de tweede vordering met die onder 3, 4 en 5 en de derde met die onder 6.

1 en 2) instandhouden van beheersovereenkomst I

4.3.

De vve en de eigenaren leggen het volgende ten grondslag aan hun vordering dat de rechtbank voor recht verklaart dat het instandhouden van beheersovereenkomst I geen kwalitatieve verplichting is. Zij betogen onder verwijzing naar artikel 6:252 BW dat sprake is van een kwalitatieve verplichting als de overeenkomst tussen partijen is opgemaakt bij notariële akte en ingeschreven in de openbare registers. Zij stellen echter dat noch de koopovereenkomst, noch de beheersovereenkomst als notariële akte is ingeschreven en dat de leveringsakte alleen maar de verplichting inhoudt om ‘een beheersovereenkomst’ aan te gaan. De vof c.s. voert gemotiveerd verweer. Daartoe betoogt zij onder meer dat de contracten zodanig zijn ingericht dat het niet mogelijk is dat de eigenaar de beheersovereenkomst met de exploitant opzegt.

4.4.

Het is de vve c.s. er in wezen om te doen dat komt vast te staan dat de eigenaren niet meer gebonden zijn aan beheersovereenkomst I. Daarvoor is naar het oordeel van de rechtbank niet van belang of de verplichting om beheersovereenkomst I in stand te houden een kwalitatieve verplichting is in de zin van artikel 6:252 BW (vordering onder 1). Als dat immers niet het geval is, dan leidt dat niet tot de conclusie dat beheersovereenkomst I opzegbaar wordt, maar alleen tot de conclusie dat de verplichting om die overeenkomst in stand te houden niet op grond van de genoemde bepaling overgaat op een opvolgend eigenaar. De verplichting om beheersovereenkomst I in stand te houden vloeit voor de eigenaren voort uit de koopovereenkomsten. In de als voorbeeld overgelegde koopovereenkomst van 25 oktober 1999 is die verplichting opgenomen in artikel 18. Hoewel de vve c.s. onbetwist stelt dat een groot aantal eisers bewoners van het eerste uur is (dagvaarding 40) en een aantal van hen dat dus niet is, heeft de vve c.s. niet gesteld dat er eisers zijn bij wie een dergelijke bepaling niet in de koopovereenkomst is opgenomen. De rechtbank stelt overigens vast dat de verplichting om beheersovereenkomst I in stand te houden niet is opgenomen in de notariële akte van levering, zodat deze verplichting niet op grond van artikel 6:252 BW overgaat op een opvolgend verkrijger (artikel 6:252 lid 2 BW). Bij een verklaring voor recht dat het instandhouden van beheersovereenkomst I geen kwalitatieve verplichting is, heeft de vve c.s. gezien het vorenstaande echter geen belang, zodat die verklaring niet zal worden gegeven (artikel 3:303 BW).

4.5.

Aan de subsidiaire vordering hen te ontheffen van de verplichting beheersovereenkomst I in stand te houden (vordering onder 2), legt de vve c.s. het volgende ten grondslag. Beheersovereenkomst I is opgesteld op basis van het uitgangspunt dat Bungalowpark Wighenerhorst een recreatiepark zou worden. Van de aanvang af bleek echter dat er voor de verkoop van bungalows voor recreatie onvoldoende animo was. Recreatiepark Wighenerhorst B.V. heeft daarop het oorspronkelijke plan aangepast en anders verkaveld, waarna vervolgens woningen verkocht zijn voor permanente bewoning. De vof c.s. was daarvan op de hoogte toen zij de exploitatie van de bv overnam. Door de instandhouding van beheersovereenkomst I als kwalitatieve verplichting te formuleren, komt het er volgens de vve c.s. op neer dat de eigenaren worden geconfronteerd met gedwongen winkelnering bij de vof, ongeacht de prestatie van de vof. De vve c.s. betoogt dat het onredelijk is te verlangen dat zij blijvend aan de grillen van de beheerders onderworpen blijven. Zij beschouwt beheersovereenkomst I in wezen als een opzegbare overeenkomst van opdracht.

4.6.

De vof c.s. stelt hier tegenover dat de contractsvrijheid meebrengt dat partijen kunnen overeenkomen dat een overeenkomst voor onbepaalde tijd wordt aangegaan die niet opzegbaar is. Dat hebben de partijen in dit geval gedaan, wat niet alleen blijkt uit de koopovereenkomsten maar ook uit de leveringsakten, waarin de verplichting niet alleen is opgenomen als kwalitatieve verplichting, maar waarin daaraan ook een kettingbeding en een boetebeding zijn verbonden. Zij stelt voorts dat recreatieve bestemming altijd het uitgangspunt is geweest bij de ontwikkeling van het park en dat dit duidelijk is omschreven in de verkoopbrochure. Volgens de vof c.s. kunnen individuele eigenaren de beheersovereenkomst met de exploitant niet zomaar lostrekken uit de privaatrechtelijke constructie van het park. De bedoeling dat beheersovereenkomst I niet opzegbaar is, blijkt volgens de vof c.s. verder uit de opzet van het park, de toelichting bij de verkoop, concrete bepalingen in de overeenkomst en exclusieve rechten van de exploitant en voorts uit de functie van de stichting (onderhoud infrastructuur) en van de vve (overlegplatform, geen contractspartij).

4.7.

Deze vordering zal worden beoordeeld aan de hand van hetgeen de Hoge Raad heeft overwogen in zijn arrest van 15 april 2016 (ECLI:NL:HR:2016:660). Daar heeft de Hoge Raad opgemerkt (rechtsoverweging 4.4) dat een voor onbepaalde tijd gesloten duurovereenkomst in beginsel opzegbaar is, ook indien wet en overeenkomst niet voorzien in een regeling van opzegging, maar dat dit niet wegneemt dat een dergelijke overeenkomst naar de bedoeling van de partijen niet-opzegbaar kan zijn, met dien verstande dat de wederpartij van degene die zich op de niet-opzegbaarheid beroept onder omstandigheden daartegen een beroep kan doen op de artikelen 6:248 lid 2 BW en 6:258 BW.

4.8.

Zoals hiervoor overwogen, is in de koopovereenkomsten opgenomen dat de kopers zich verplichten beheersovereenkomsten aan te gaan en in stand te houden. De eigenaren hebben de verplichting de te sluiten beheersovereenkomsten in stand te houden in redelijkheid niet anders kunnen begrijpen dan dat deze beheersovereenkomsten voor hen niet opzegbaar zijn. Uit hetgeen de vve c.s. heeft aangevoerd kan niet worden afgeleid dat de eigenaren bij de koop hebben mogen begrijpen dat iets anders is bedoeld. De vve c.s. heeft niet gesteld dat de verkoopinformatie op enig moment is aangepast, bijvoorbeeld in die zin dat permanente bewoning zou worden toegestaan met een aangepaste beheersovereenkomst. Ook heeft zij niet aangevoerd dat een bepaling als artikel 18 in de koopovereenkomsten met de eigenaren (of met enkelen van hen) niet is opgenomen. Aldus wordt geoordeeld dat beheersovereenkomst I niet opzegbaar is omdat de partijen dat zijn overeengekomen.

4.9.

Opzegbaarheid van afzonderlijke beheersovereenkomsten ligt naar het oordeel van de rechtbank ook niet voor de hand. De exploitant (thans de vof) zal immers gehouden blijven op grond van niet-opgezegde beheersovereenkomsten werkzaamheden te verrichten waarvan alle bewoners van het park profijt hebben, dus ook eigenaren die de beheersovereenkomsten zouden opzeggen of aanpassen. Weliswaar leidt niet-opzegbaarheid van beheersovereenkomst I ertoe dat de eigenaren aan de exploitant gebonden zullen blijven (in de woorden van de vve c.s. ‘gedwongen winkelnering’), maar die blijvende gebondenheid is ontstaan doordat de eigenaren ervoor hebben gekozen het bungalowpark ondanks de recreatieve bestemming permanent te gaan bewonen. Dat kunnen zij de exploitant dus niet verwijten. Onder deze omstandigheden is het naar het oordeel van de rechtbank niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat de beheersovereenkomst met de exploitant niet opzegbaar is, zodat een beroep van de vve c.s. op artikel 6:248 lid 2 BW niet kan slagen.

4.10.

Als geoordeeld zou moeten worden dat op enig moment is gebleken dat exploitatie van het bungelowpark met uitsluitend recreatieve bestemming niet haalbaar is, dan geeft dat ook geen grond om op de voet van artikel 6:258 BW de niet-opzegbaarheid aan de beheersovereenkomsten te ontnemen. Voor zover het park immers niet recreatief maar permanent wordt bewoond, is dat slechts op basis van gedoogvergunningen die aan de persoon van de eigenaar zijn gebonden of zelfs zonder die vergunningen, terwijl niet in geschil is dat de bestemming van het bungalowpark in bestuursrechtelijke zin recreatief is en dat er geen zicht op is dat dit zal veranderen, bijvoorbeeld doordat het bungalowpark ‘een wijk zal worden’, zoals van de zijde van de vve c.s. ter comparitie gesuggereerd. De vof c.s. heeft onbetwist gesteld dat de gemeente Wijchen ter zake van het gedogen een ‘uitsterfbeleid’ hanteert, zoals opgenomen bij de feiten. Een beroep van de vve c.s. op onvoorziene omstandigheden die erin zijn gelegen dat de eigenaren het bungalowpark permanent zijn gaan bewonen kan niet slagen omdat deze omstandigheden voor rekening moeten komen van de vve c.s. (artikel 6:258 lid 2 BW). Zoals hiervoor reeds overwogen, is het immers de keuze van de eigenaren geweest het bungalowpark met recreatieve bestemming permanent te gaan bewonen.

4.11.

De conclusie is dat beheersovereenkomst I niet opzegbaar is en dat de rechtbank de vve c.s. niet zal ontheffen van de verplichting die overeenkomst in stand te houden. De vorderingen onder 1 en 2 zullen daarom worden afgewezen.

3, 4 en 5) einde van beheersovereenkomst I en vergoedingen

4.12.

Uit het voorgaande volgt dat opzeggingen door de vve c.s. geen gevolg hebben gehad. De vorderingen onder 3 en 4 (te verklaren voor recht dat beheersovereenkomst I is beëindigd per 1 januari 2017 en dat de vof daarom met ingang van die datum geen recht meer heeft op betaling van enige vergoeding) zullen daarom ook worden afgewezen.

4.13.

Aan de subsidiaire vordering onder 5 (te bepalen dat de door de vve c.s. aangeboden vergoeding van € 387,50 een redelijk bedrag is) legt de vve c.s. het volgende ten grondslag. Omdat de vve c.s. klachten heeft over de wijze waarop de exploitant beheersovereenkomst I uitvoert en omdat de omstandigheden zijn gewijzigd doordat de CAI is komen te vervallen en het bungalowpark hoofdzakelijk voor permanente bewoning wordt gebruikt, wenst een groot deel van de eigenaren de beheersovereenkomst anders in te vullen. Overleg daarover is echter vruchteloos. Het bedrag dat de vve c.s. aanbiedt is een redelijke vergoeding voor de activiteiten en verrichtingen dan wel goederen en diensten die in het belang van het park redelijkerwijs gemeenschappelijk worden ingekocht en doorgeleverd aan de eigenaren, waarbij het gaat om zaken waarvan centrale inkoop voor alle parkbewoners kosten-effectiever en efficiënter is. De vve c.s. laat de rechtbank ruimte voor een nadere afweging door te bepalen dat zij na opzegging op grond van redelijkheid en billijkheid met ingang van 1 januari 2017 het aangeboden bedrag jaarlijks dienen te betalen ter dekking van resterende gemeenschappelijke kosten, waaronder de vuilkosten.

4.14.

De vof c.s. voert gemotiveerd verweer. Zij staat open voor overleg over een andere invulling van de beheersdiensten, maar zij stemt niet in met het schrappen van beheersdiensten en het verlagen van beheerskosten op de grond dat de bewoners het bungalowpark permanent zijn gaan bewonen. De overeengekomen prijs voor het beheer is voor elke eigenaar goed te betalen, maar als dat niet gebeurt, dan is de exploitatie van het bungalowpark gezien de investeringen en de voortdurende werkzaamheden voor de vof c.s. als recreatie-ondernemer niet lonend. De vof c.s. wijst verder op artikel 2.2 van beheersovereenkomst I, waar staat dat de beheersvergoeding ook is verschuldigd indien niet van alle diensten gebruik wordt gemaakt, en op artikel 3 van die overeenkomst, waar staat dat de overeengekomen beheersvergoeding jaarlijks wordt geïndexeerd. Zij concludeert dat de vordering tot verlaging van de beheersvergoeding moet worden afgewezen.

4.15.

Het is de vve c.s. subsidiair in wezen te doen om aanpassing van de inhoud van beheersovereenkomst I, in het bijzonder door beperking van de dienstverlening en verlaging van de prijs die daarvoor moet worden betaald. De rechtbank zal de subsidiaire vordering dat zij zal ‘bepalen dat de door eisers aangeboden vergoeding van € 387,50 (...) een redelijk bedrag is’ in die zin begrijpen. Voor zover de wens van de vve c.s. om de inhoud van beheersovereenkomst I aan te passen is ingegeven door klachten over de dienstverlening van de vof (waarvan een selectie is opgenomen in productie 13; zie ook antwoordakte 2.19 – 2.22), had zij gehele of gedeeltelijke ontbinding kunnen vorderen op grond van een door haar te stellen en bij voldoende tegenspraak te bewijzen tekortkoming in de nakoming door de vof. De vve c.s. heeft echter geen ontbinding gevorderd, ook niet nadat de rechter dit ter comparitie aan de orde heeft gesteld. Langs deze weg is aanpassing van de inhoud van de overeenkomst dus niet mogelijk. Voor zover de wens van de vve c.s. om de inhoud van beheersovereenkomst I aan te passen is ingegeven doordat de eigenaren het bungalowpark permanent bewonen en daarom geen behoefte hebben aan een pakket aan voorzieningen dat is afgestemd op recreatieve bewoning, wordt geoordeeld dat artikel 2.2 van de beheersovereenkomst uitdrukkelijk bepaalt dat de beheersvergoeding ook is verschuldigd indien niet van alle diensen gebruik wordt gemaakt. Voor het overige wordt hierover geoordeeld als overwogen onder 4.9 en 4.10. De conclusie is dat ook de subsidiaire vordering onder 5 zal worden afgewezen.

6) tenuitvoerlegging vonnis van 8 augustus 2014 (8 juli 2014)

4.16.

De vve c.s. maakt in de dagvaarding herhaaldelijk melding van ‘het vonnis van 8 augustus 2014’, ook in het petitum onder 6. Uit productie 16 bij dagvaarding en het kenmerk dat de vve c.s. vermeldt in de wijziging van eis, leidt de rechtbank af dat de vve c.s. hiermee doelt op het vonnis van de voorzieningenrechter van 8 juli 2014 waarvan een deel van het dictum hierboven bij de feiten is weergegeven. Uit de conclusie van antwoord leidt de rechtbank af dat de vof c.s. het ook zo heeft begrepen, al vermeldt zij daar onder 39 als datum van het vonnis 14 juli 2014.

4.17.

De vve c.s. stelt dat de vof de opzegging van 10 maart 2016 en 24 oktober 2016 niet heeft aanvaard en is overgegaan tot het (opnieuw) executeren van het vonnis van 8 juli 2014 jegens een aantal eigenaren. Zij betoogt dat de vof misbruik maakt van haar bevoegdheid tot executeren, niet alleen doordat zij executeert jegens partijen die hebben betaald, maar bovenal omdat de vof vanwege het vonnis geen druk voelt om over beheersovereenkomst I te onderhandelen, wat zij dan ook weigert (dagvaarding 52). Zij stelt verder dat twintig met name genoemde eigenaren beheersovereenkomst I hebben opgezegd tegen 1 januari 2017 en dat zij onder protest hebben betaald voor 2017 en 2018, hetzij om beslaglegging te voorkomen, hetzij na onrechtmatige beslaglegging ‘omdat het bedrag via de nevenrekening van de VvE weldegelijk aan de Vof was betaald, dit is o.a. bij [eiser 13] het geval geweest’ (akte wijziging van eis onder 7.2). Met betrekking tot eigenares [eiser 5] heeft de vve c.s. gesteld dat de vof niet reageert op haar klachten en haar beroep op verrekening met tegenvorderingen niet accepteert, zonder dat de vof dat toelicht (akte wijziging van eis onder 7.3; zie ook antwoordakte 2.5 – 2.9). Ten slotte wijst de vve c.s. op de brief van 4 november 2017 waarin zes eigenaren de vof sommeren beslagen op te heffen en bedragen die op de derdengeldenrekening van de incasserende deurwaarder zouden staan terug te betalen.

4.18.

De vof c.s. voert gemotiveerd verweer. Zij wijst erop dat het vonnis haar een executoriale titel verschaft en dat er geen hoger beroep is ingesteld, zodat het in kracht van gewijsde is gegaan. De vof c.s. betwist voorts dat er aan haar is betaald. Volgens haar hebben enkele eisers aan de incasserende deurwaarder betaald onder de voorwaarde dat deze het geïncasseerde geld niet aan de vof doorbetaalt. Dat is volgens de vof c.s. geen bevrijdende betaling.

4.19.

De vof c.s. is in beginsel gerechtigd het vonnis van 8 juli 2014 te executeren ter incasso van vergoedingen op basis van beheersovereenkomst I ook over de periode na 1 januari 2017. Die overeenkomst is op die datum immers niet geëindigd, zoals hiervoor overwogen, zodat de eigenaren op grond van het vonnis gehouden blijven tot betaling ook na die datum. Executie van het vonnis zou kunnen worden verboden als de vof c.s. misbruik maakt van haar bevoegdheid dat vonnis te executeren. Dat zou het geval kunnen zijn als de vof c.s., mede gelet op de belangen van de vve c.s., er geen in redelijkheid te respecteren belang bij zou hebben die bevoegdheid uit te oefenen. Dat de vof c.s. vanwege het vonnis van 8 juli 2014 geen druk voelt om te onderhandelen over beheersovereenkomst I geeft de vve c.s. mogelijk een belang om dat vonnis dan wel de executie ervan aan te vechten, maar de rechtbank ziet niet in hoe die omstandigheid kan leiden tot het oordeel dat de vof c.s. misbruik maakt van haar executiebevoegdheid volgens de hiervoor gegeven maatstaf. Daarop kan een verbod dus niet worden gegrond. Als zou komen vast te staan dat de vof c.s. het vonnis executeert jegens eigenaren die reeds hebben betaald, dan kan dat grond geven voor een vordering tot terugbetaling, maar niet tot een verbod op executie van het vonnis zoals gevorderd, omdat de eigenaren in het vonnis worden veroordeeld om periodieke betalingen te doen. De conclusie is dat er geen grond is om de executie van het vonnis te verbieden. De vordering onder 6 zal daarom worden afgewezen.

a) terugbetaling beheersvergoedingen 2017 en 2018

4.20.

De vve c.s. vordert na aanvulling van haar eis dat de rechtbank voor recht verklaart dat betalingen over 2017 en 2018 aan de eigenaren moeten worden terugbetaald, volledig dan wel na aftrek van € 387,50 of een in goede justitie vast te stellen ander bedrag (per eigenaar, per jaar). Voor zover deze vordering is gebaseerd op de stelling dat de eigenaren na 1 januari 2017 niets meer verschuldigd zijn omdat zij beheersovereenkomst I hebben opgezegd, is deze niet toewijsbaar omdat de overeenkomst op die datum niet is geëindigd, zoals hiervoor overwogen, zodat de eigenaren op grond van het vonnis gehouden blijven tot betaling ook na die datum. Voor zover de vordering is gebaseerd op de stelling dat eigenaren reeds hebben betaald (‘o.a. [eiser 13] ’) dan wel klachten en verrekenvorderingen hebben (‘ [eiser 5] bijvoorbeeld’), kan deze niet worden toegewezen omdat de vve c.s. niet heeft gesteld welke bedragen de afzonderlijke eigenaren verschuldigd zijn, welke bedragen zij hebben betaald en welke bedragen daarom volgens hen moeten worden terugbetaald. Dat geldt ook voor [eiser 13] en [eiser 5] . De gevorderde verklaring voor recht zal daarom niet worden gegeven. De rechtbank wijst er overigens op dat een verklaring voor recht dat bedragen moeten worden terugbetaald waarvan de hoogte niet kan worden vastgesteld geen titel oplevert die voor executie vatbaar is.

b) afleggen van rekening en verantwoording

4.21.

De vve c.s. vordert na aanvulling van haar eis dat de rechtbank bepaalt dat de vof jegens hen rekening en verantwoording aflegt over de besteding van de op grond van beheersovereenkomst II betaalde bedragen voor het dagelijkse onderhoud. Zij licht die vordering als volgt toe. De stichting is op grond van beheersovereenkomst II gehouden tot het verrichten van werkzaamheden als in die overeenkomst weergegeven. De stichting heeft een deel van deze taken opgedragen aan de vof. De eigenaren betalen op grond van beheersovereenkomst II een bedrag van € 290,28 aan de stichting. Dat bedrag is deels bestemd voor fondsvorming en deels voor het uitvoeren van dagelijks onderhoud. Het is echter onduidelijk welk deel van het bedrag bestemd is voor fondsvorming en welk deel voor het dagelijks onderhoud. Het fonds is leeg. Eigenaren die ontevreden zijn over de werkzaamheden die de vof uitvoert, moeten zich melden bij de stichting. Die functioneert echter niet goed omdat zij in een bestuurlijke impasse verkeert. Daarom verlangt de vve in deze procedure duidelijkheid van de vof omtrent de werkzaamheden die worden verricht in het kader van het dagelijks onderhoud en welke begroting van kosten daaronder zit (akte wijziging eis 4.2 en 4.3).

4.22.

De vof c.s. brengt hier het volgende tegen in. Zij stelt dat zij altijd heeft meegewerkt aan het afleggen van rekening en verantwoording en dat ook de stichting altijd transparantie nastreeft, dat de door de accountant opgestelde jaarrekeningen jaarlijks worden besproken in het stichtingsbestuur en dat de onderliggende administratie toegankelijk is. Zij wijst ter illustratie hiervan op de analyse van de administratie van de stichting die [eiser 3] heeft gemaakt in 2015. Zij stelt verder dat de administratie ter zake van de nutsvoorzieningen ter inzage ligt op de receptie en dat iedere eigenaar die op afspraak kan inzien. Contracten en andere informatie is beschikbaar op een besloten deel van de website van het park, dat na verstrekking van een wachtwoord ook is in te zien. Zij meent ten slotte dat de omvang van haar omzet de administratieve kosten die de vve c.s. van haar vraagt niet rechtvaardigt.

4.23.

Volgens vaste rechtspraak kan een verplichting tot het doen van rekening en verantwoording worden aangenomen indien tussen partijen een rechtsverhouding bestaat of heeft bestaan krachtens welke de een jegens de ander (de rechthebbende) verplicht is om zich omtrent de behoorlijkheid van enig vermogensrechtelijk beleid te verantwoorden. Een zodanige verhouding kan voortvloeien uit de wet, een rechtshandeling of ongeschreven recht. Aan het oordeel dat op grond van ongeschreven recht een verplichting bestaat om zich te verantwoorden over de behoorlijkheid van het over het vermogen van een ander gevoerd beheer, kan bijdragen dat sprake is van een rechtsverhouding die verwantschap vertoont met een of meer in de wet geregelde gevallen waarin een dergelijke verplichting is neergelegd, zoals gemeenschap, opdracht of zaakwaarneming. Voor het overige is het antwoord op de vraag of een zodanige verantwoording geboden is, sterk afhankelijk van de omstandigheden van het geval (Hoge Raad 9 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1089).

4.24.

De rechtbank stelt vast op basis van de onbestreden stellingen van de vve c.s. dat de vof dagelijks onderhoud verricht in opdracht van de stichting, maar niet op grond van enige rechtsverhouding met de vve c.s. Het is immers niet de vof maar de stichting die op grond van beheersovereenkomst II jegens de eigenaren gehouden is om dagelijks onderhoud te verrichten, het is de stichting die aanspraak kan maken op betaling daarvoor en het is de stichting die door de eigenaren op grond van beheersovereenkomst II moet worden aangesproken ter zake van deze verplichting. Uit de stellingen van de vve c.s. kan ook niet worden afgeleid dat de vof jegens haar gehouden is tot fondsvorming. Aldus bestaat er tussen de vve c.s. en de vof c.s. geen rechtsverhouding op grond waarvan de vof jegens de vve c.s. gehouden is tot het afleggen van rekening en verantwoording als door de vve c.s. gevorderd. Dit oordeel wordt niet anders doordat de stichting het dagelijks onderhoud heeft opgedragen aan de vof en ook niet doordat de stichting niet goed functioneert. De vordering onder b zal daarom worden afgewezen.

c) bevoegdheid van de vof te contracteren inzake nutsvoorzieningen en huisvuil

d) respecteren van de overeenkomsten die de vve met leveranciers van nutsvoorzieningen heeft gesloten

4.25.

De vorderingen onder c en d, ingesteld bij akte wijziging van eis, gaan over de bevoegdheid van de vof dan wel de vve om met derden overeenkomsten te sluiten met betrekking tot nutsvoorzieningen (leveren van gas, water en elektriciteit) en het ophalen van huisvuil. De vve c.s. licht die vorderingen als volgt toe. Zij legt beheersovereenkomst I, in het bijzonder de woorden ‘erop toezien en inspecteren’ in artikel 1 lid 1 aanhef en ‘onderhouden van de noodzakelijke contacten’ in lid 2 sub b zo uit dat daarin niet een exclusief recht voor de vof voortvloeit tot het afsluiten van contracten. In samenhang hiermee betoogt zij dat de vof niet de exploitant van het park is, maar de beheerder, opdrachtnemer, die handelt in de uitvoering van een overeenkomst van opdracht van de vve. Zij stelt verder dat in de praktijk is afgeweken van de akte (naar de rechtbank begrijpt beheersovereenkomst I, zie akte wijziging eis onder 4.7), doordat het contract met betrekking tot de huisvuilverwerking vanuit beheersovereenkomst I is overgeheveld naar beheersovereenkomst II en dat de stichting ook jarenlang heeft gefungeerd als contractant van de nutsvoorzieningen. Ook erkent de vof volgens de vve c.s. dat de eigenaren recht op inspraak hebben, maar verleent zij ondanks verzoeken daartoe geen inzage in afgesloten contracten. Het afsluiten van contracten met derden valt binnen de statutaire doelstelling van de vve, namelijk het behartigen van de belangen van de eigenaren in de meest ruime zin van het woord. De vve c.s. heeft voorts een aantal bezwaren tegen de vof als contractant aangevoerd. Ter comparitie is hieraan van de zijde van de vve c.s. toegevoegd dat zij geen antwoord heeft gekregen op de vraag of de vof, die geen rechtspersoon is, wel in staat is om contracten op naam af te sluiten en voorts dat de vve c.s. de contracten in één hand wenst te hebben maar dat daarmee wordt gespeeld.

4.26.

De vof c.s. voert gemotiveerd verweer. Daartoe voert zij het volgende aan. De vof is als exploitant contractueel jegens de collectieve eigenaren verplicht te regelen dat de eigenaren gebruik kunnen maken van nutsvoorzieningen, zulks in overleg met hen, al dan niet via de stichting. Dat houdt onder meer in dat de vof de inkoop verzorgt, de contacten met de leveranciers onderhoudt, de nieuwe eigenaren informeert en onderhoud uitvoert. Zij kan deze werkzaamheden uitbesteden, maar niet aan de vve, reeds omdat een aantal eigenaren dan wel de BOB hiertegen bezwaar heeft gemaakt. Volgens de vof is de vve niet de exploitant en ook niet de beheerder van het park.

4.27.

Hoe de rollen tussen de vof en de vve c.s. op het bungalowpark zijn verdeeld, moet worden vastgesteld door uitleg van de verschillende overeenkomsten die de partijen hebben gesloten, niet alleen de beheersovereenkomsten maar ook de koopovereenkomsten. Naar het oordeel van de rechtbank kan uitleg van die overeenkomsten tot geen andere conclusie leiden dan dat het voor alle partijen bij het sluiten van de koopovereenkomsten duidelijk moet zijn geweest dat het bungalowpark zo is opgezet dat het beheer ervan wordt uitgevoerd door de bv (later door de vof) en de stichting, op grond van daartoe met de eigenaren te sluiten beheersovereenkomsten. Dat blijkt in het bijzonder uit de koopovereenkomsten, waarin de eigenaren zich tot het aangaan en instandhouden van die beheersovereenkomsten hebben verbonden, en in aansluiting daarop uit de ‘overeenkomst betreffende overdracht exploitatie’ van 2 december 2011, waarmee de bv (de oorspronkelijke verkoper) de exploitatie van het bungalowpark formeel heeft overgedragen aan de vof. De afzonderlijke beheersovereenkomsten zijn ook daadwerkelijk gesloten. Uit die beheersovereenkomsten blijkt dat het overeengekomen beheer mede omvat het sluiten van overeenkomsten ten behoeve van de levering van gas, water en elektriciteit en van de afvoer van huisvuil. De woorden die in de beheersovereenkomsten zijn gekozen (zie onder 4.25) kunnen de vve c.s. in redelijkheid niet tot een andere uitleg hebben gebracht, omdat de beheersovereenkomsten moeten worden begrepen in het licht van de koopovereenkomsten, waarin de kopers zich hebben verbonden de beheersovereenkomsten te sluiten. Deze uitleg van de overeenkomsten ligt ook voor de hand, gezien de oorspronkelijke opzet van het bungalowpark als recreatiepark. Dat eigenaren het bungalowpark permanent zijn gaan bewonen, maakt dat niet anders. Dat in de praktijk de taakverdeling tussen de bv dan wel de vof en de stichting niet altijd duidelijk is geweest, kan evenmin leiden tot het oordeel dat de partijen bij de koopovereenkomsten een andere opzet van het park of een andere rol voor de vve voor ogen hebben gehad. Dit oordeel wordt ook niet anders doordat de vve c.s. om uiteenlopende redenen niet meer afhankelijk van de vof wenst te zijn voor de levering van gas, water en elektriciteit en voor het afvoeren van huisvuil. Die wens doet immers niet af aan de werking van de overeenkomsten die de eigenaren met de bv dan wel de vof en de stichting hebben gesloten. Als de vof tekortschiet in de nakoming van haar verplichtingen onder beheersovereenkomst I, dan staat het de eigenaren dan wel de vve namens hen vrij de vof daarop aan te spreken en gebruik te maken van de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt, maar dat houdt geen verband met de bedoeling van de partijen over de rolverdeling binnen het bungalowpark ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomsten. De vorderingen onder c en d stuiten hierop af.

e) door de vve aan de vof in rekening gebrachte bedragen voor nutsvoorzieningen

4.28.

De vordering onder e, die naar de rechtbank begrijpt ertoe strekt de vof te veroordelen tot betaling van niet nader gespecificeerde bedragen voor nutsvoorzieningen, is door de vve c.s. niet afzonderlijk toegelicht. Deze vordering zal worden afgewezen omdat er geen grondslag voor toewijzing is gesteld of gebleken.

f) het opvragen van offertes voor gaslevering

g) aanstelling van een administratiekantoor

h) bevoegdheid vof een overeenkomst voor nutsvoorzieningen en huisvuil te sluiten

4.29.

De vorderingen onder f, g en h strekken ertoe de vof te veroordelen medewerking te verlenen aan het gezamenlijk opvragen van offertes voor gaslevering en aan het aanstellen van een administratiekantoor alsmede de vof te verbieden zonder instemming door de vve overeenkomsten voor nutsvoorzieningen of huisvuil af te sluiten. Voor zover deze vorderingen zijn ingesteld op dezelfde grondslag als de vorderingen onder b en c, worden zij afgewezen om de redenen die bij de beoordeling van die vorderingen zijn gegeven. Voor zover deze vorderingen zijn ingesteld op enige andere grondslag, worden zij afgewezen omdat zij onvoldoende zijn toegelicht.

proceskosten

4.30.

De vve c.s. zal als de in het ongelijk te stellen partij hoofdelijk worden veroordeeld in de proceskosten en de nakosten met rente.

in reconventie

vorderingen tegen de eigenaren

a) nakoming van beheersovereenkomst I en betaling van beheersvergoedingen op de rekening van de vof (gewijzigd)

4.31.

De vof baseert haar vordering om de eigenaren te veroordelen tot nakoming en tot betaling van de aan de vof verschuldigde beheersvergoeding op de rekening van de vof op beheersovereenkomst I. De vof stelt dat zij vanaf januari 2017 de vergoeding op grond van beheersovereenkomst I weer rechtstreeks factureert aan de eigenaren in halfjaarlijkse termijnen en dat ongeveer veertig eigenaren deze vergoeding niet meer betalen. De betalingsachterstand tot januari 2017 (gefactureerd door de stichting) bedroeg volgens de vof ten tijde van de conclusie van eis in reconventie € 17.192,14 en vanaf januari 2017 (gefactureerd door de vof) € 56.117,98 (conclusie van eis in reconventie bladzijde 22 bovenaan).

4.32.

De vve brengt hier het volgende tegenin. Voor zover haar bekend, hebben de eigenaren de vergoeding uit hoofde van beheersovereenkomst I betaald. Het is de vve niet bekend wie van de eigenaren deze vergoeding niet zou hebben betaald en hoe groot hun achterstand dan zou zijn. De vve wijst er voorts op dat de vof het gevorderde bedrag van € 56.117,98 niet onderbouwt en niet specificeert per eigenaar. De individuele eigenaren kunnen daarom niet goed verweer voeren. Voorts beroept de vve zich erop dat diverse eigenaren beheersovereenkomst I hebben opgezegd (conclusie van antwoord in reconventie onder 5).

4.33.

Ter zitting heeft de rechter de vof gevraagd van welke eigenaar welk bedrag wordt gevorderd. Daarop is van de zijde van de vof geantwoord dat de eigenaren niet, voor de helft of onder protest betalen en dat het daarom onoverzichtelijk is geworden. Zij heeft aangeboden een lijst van achterstallige vorderingen in het geding te brengen. Zij is daartoe in de gelegenheid gesteld en heeft bij akte van 6 maart 2019 als productie 18 een gespecificeerd overzicht in het geding gebracht. Daarop staan per eigenaar onbetaald gebleven bedragen vermeld die de stichting heeft gefactureerd over de periode van 2015 tot en met de eerste helft van 2017 (weergegeven in oranje) en onbetaald gebleven bedragen die de vof heeft gefactureerd over de periode van de tweede helft van 2017 tot en met 2019 (weergegeven in groen). Deze onbetaald gebleven bedragen zijn volgens dit overzicht in totaal respectievelijk € 17.815,79 en € 104.630,22, dat is samen € 122.446,01.

4.34.

De vve c.s. is in de gelegenheid gesteld te reageren op het overzicht. Dat heeft zij gedaan. Zij wijst erop dat de voorzieningenrechter van deze rechtbank in het vonnis van 8 juli 2014 onder 4.20 heeft overwogen dat de vordering de eigenaren te veroordelen om beheersvergoedingen te betalen wordt toegewezen met dien verstande dat de bedragen moeten worden overgemaakt op rekening van de stichting zoals sinds 2008 te doen gebruikelijk is. Zij stelt dat de vof tot en met het jaar 2016 de vergoedingen uit hoofde van beheersovereenkomst I al heeft ontvangen van de stichting, althans dat het daarvoor moet worden gehouden, zodat de vof over die periode niets meer te vorderen heeft. Door het vonnis niettemin te executeren heeft de vof volgens haar aanspraak gemaakt op dubbele betaling. De vve c.s. voert voorts verweer voor afzonderlijke eigenaren. Daartoe stelt zij dat de vorderingen zijn voldaan door betaling of verrekening, al dan niet dubbel. Zij onderbouwt deze stellingen aan de hand van bankafschriften, emailberichten en overzichten met verrekende bedragen.

4.35.

De rechtbank oordeelt hierover als volgt. De vof is na de comparitie in de gelegenheid gesteld haar vordering bij akte te specificeren. Zij heeft daarop bij akte als productie een overzicht in het geding gebracht waarop de vordering is uitgesplitst per eigenaar en per periode. Zij heeft bij die akte ook haar eis gewijzigd door aan de vordering tot betaling van hetgeen op grond van beheersovereenkomst I verschuldigd is een algemene vordering tot nakoming van die beheersovereenkomst toe te voegen. Zij heeft echter niet haar eis in die zin gewijzigd dat zij de bedragen vordert zoals die staan opgesomd op het overzicht. Ook een welwillende uitleg van de processtukken kan niet tot het oordeel leiden dat de vof c.s. heeft gevorderd dat elke eigenaar wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag zoals het in het overzicht bij die eigenaar is opgenomen en ook niet dat het collectief wordt veroordeeld tot betaling van het totaal. Uit hetgeen in conventie is overwogen volgt dat beheersovereenkomst I onverkort tussen de vof en de eigenaren geldt (voor zover zij hun bungalows niet hebben verkocht). De partijen bij die overeenkomst zijn dus in het algemeen gehouden tot nakoming daarvan. Bij een afzonderlijke algemene veroordeling daartoe zonder dat die nader is bepaald, heeft de vof c.s. geen belang. Een dergelijke algemene veroordeling zou ook niet ten uitvoer kunnen worden gelegd. De vordering onder a zal daarom worden afgewezen.

b) nakoming van beheersovereenkomst II en betaling van beheersvergoedingen op de rekening van de stichting (gewijzigd)

4.36.

De vof baseert haar vordering om de eigenaren te veroordelen tot nakoming en tot betaling van de aan de stichting verschuldigde beheersvergoeding op de rekening van de stichting op beheersovereenkomst II. Zij doet een beroep op artikel 2 lid 4 van die overeenkomst. Daar staat in dat de inning van de verschuldigde vergoeding kan geschieden via de exploitant van het bungalowpark (conclusie van eis in reconventie 61).

4.37.

De vve c.s. brengt hier het volgende tegen in. Het aangehaalde artikellid bepaalt wel dat de vof de mogelijkheid heeft de verschuldigde vergoeding te innen, maar het staat niet ter vrije beoordeling van de vof om dat te doen, terwijl niet is gebleken dat de stichting de vof daartoe opdracht heeft gegeven. Voorts heeft de vof deze vordering niet gespecificeerd, zodat de afzonderlijke eigenaren niet goed verweer kunnen voeren.

4.38.

Ter zitting heeft de rechter de vof gevraagd van welke eigenaar welk bedrag wordt gevorderd, zoals bij beheersovereenkomst I. Ook voor beheersovereenkomst II is de vof in de gelegenheid gesteld een specificeerd overzicht in het geding te brengen. Daarop heeft zij bij akte van 6 maart 2019 als productie 19 een overzicht in het geding gebracht. Op dat overzicht staan per eigenaar onbetaald gebleven bedragen vermeld die de stichting heeft gefactureerd over de jaren 2016, 2017 en 2018. Het totaal bedraagt volgens dit overzicht € 29.086,57.

4.39.

De vve c.s. is in de gelegenheid gesteld te reageren op het overzicht. Dat heeft zij gedaan. Zij wijst erop dat ieder bewijs ter staving van de juistheid en volledigheid van het overzicht ontbreekt. Volgens haar verklaart [eiser 3] , sinds 2016 als bestuurslid van de stichting betrokken bij de administratie, dat de informatie niet uit die administratie afkomstig is. Volgens hem hebben alle eigenaren de verschuldigde vergoeding betaald.

4.40.

De rechtbank oordeelt hierover als volgt. Partijen bij beheersovereenkomst II zijn de stichting en de eigenaren. De vof is bij die overeenkomst geen partij. In zoverre geeft beheersovereenkomst II de vof geen aanspraak op betaling van de vergoedingen die de eigenaren op grond van die overeenkomst verschuldigd zijn. Dat wordt niet anders doordat artikel 2 lid 4 van beheersovereenkomst II bepaalt dat de inning van die vergoedingen kan geschieden via de exploitant. Deze bepaling ziet immers slechts op de wijze waarop de incasso van de vergoedingen kan plaatsvinden. De vof heeft niet gesteld dat de stichting de vergoedingen in deze procedure int via haar (de vof) als exploitant, met andere woorden dat zij (de vof) de vergoedingen int voor de stichting. Het is ook niet gesteld of gebleken dat artikel 2 lid 4 moet worden beschouwd als een derdenbeding dat de vof een eigen recht op de vergoedingen geeft, laat staan dat de eigenaren dat derdenbeding hebben aanvaard (artikel 6:253 BW). De vordering onder b zal daarom worden afgewezen.

c) betaling van maandelijkse voorschotten voor gas, water en elektriciteit op de nutsrekening van de vof

d) betaling van kosten voor afvoer restafval op de nutsrekening van de vof

e) betaling van de notakosten op de nutsrekening van de vof

4.41.

De vof stelt dat zij vanaf het begin conform artikel 1 en 2 van beheersovereenkomst I de collectieve voorzieningen op het park heeft geregeld (inkopen van gas, water en elektriciteit, onderhouden van de leverancierscontracten, aansluiten op het net, opnemen van meterstanden, onderhoud plegen aan leidingen, enz.). Gas, water en elektriciteit worden via een centraal punt doorgeleverd aan de gebruikers. Ook de afvoer van restafval wordt door de vof geregeld. De contracten met parkleveranciers stonden tot 2009 op naam van de vof. Daarna zijn zij op naam van de stichting gesteld (conclusie van antwoord bladzijde 13/14). De vof meent dat zij contractueel verplicht is te regelen dat de eigenaren gebruik kunnen maken van nutsvoorzieningen (conclusie van antwoord 47). De vof stelt voorts dat zij voornemens is alle noodzakelijke nutscontracten op naam van de vof af te sluiten (conclusie van eis in reconventie 62).

4.42.

De vve c.s. voert verweer, waartoe zij het volgende aanvoert. De vof maakt niet duidelijk welke bedragen ten behoeve waarvan betaald moeten worden. Bovendien ontbreekt een grondslag voor toewijzing van de vordering. Volgens de vve c.s. is de vve sinds november 2016 contractant van Vitens (water) en sinds december 2016 van Eneco en Liander (elektriciteit) en Kenter (bemetering). Zij betwist dat de vof een overeenkomst met Hoes heeft voor de levering van gas omdat een door haar (de vve c.s.) als productie 49 in het geding gebrachte overeenkomst tussen de vof en Hoes van 15 december 2017/19 februari 2018 volgens haar vals is. Huisvuil wordt afgevoerd door Suez op basis van een overeenkomst met de stichting. De vve c.s. herhaalt voorts haar standpunt dat uit beheersovereenkomst I niet voortvloeit dat de vof het exclusieve recht heeft om contracten ter zake van nutsvoorzieningen te sluiten omdat de vof niet de exploitant is van het bungalowpark maar de beheerder/opdrachtnemer die handelt in de uitvoering van een overeenkomst van opdracht met de vve. Subsidiair beroept zij zich erop dat beheersovereenkomst I per 1 januari 2017 is opgezegd. Meer subsidiair betoogt zij dat de vordering te ruim is geformuleerd en daarom niet kan worden toegewezen.

4.43.

Zoals in conventie overwogen, oordeelt de rechtbank dat het voor alle partijen bij het sluiten van de koopovereenkomsten duidelijk moet zijn geweest dat het bungalowpark zo is opgezet dat het beheer ervan wordt uitgevoerd door de bv (later door de vof) en de stichting, op grond van daartoe met de eigenaren te sluiten beheersovereenkomsten. Uit dat oordeel in verband met de artikelen 2 aanhef en sub b in verband met artikel 2 lid 7 van beheersovereenkomst I volgt dat de vof verantwoordelijk is voor de voorziening van de bungalows in het park van gas, water en elektriciteit. Hetzelfde geldt voor de afvoer van restafval, waarvoor beheersovereenkomst I artikel 1 aanhef en sub b voldoende grondslag biedt. Dit alles brengt met zich mee dat het de vof is die hiertoe overeenkomsten sluit met derden en die zorgt voor betaling aan die derden en incasso bij de eigenaren. Als de vve in weerwil daarvan zelf overeenkomsten heeft gesloten met derden, blijft dat voor haar risico. Uit hetgeen in conventie is overwogen volgt voorts dat ook het beroep op opzegging van beheersovereenkomst I niet slaagt.

4.44.

De vof c.s. heeft evenwel niet duidelijk gemaakt over welke periode zij aanspraak maakt op betaling van de afzonderlijke eigenaren, terwijl bovendien gegevens over de hoogte van de door hen te betalen bedragen ontbreken. Deze vorderingen zijn daarmee onvoldoende bepaald. De conclusie is dat de vorderingen onder c, d en e zullen worden afgewezen.

f) betaling van een borgsom van € 1.000,00 op de nutsrekening van de vof

4.45.

Aan de vordering tot betaling van een borgsom legt de vof c.s. het volgende ten grondslag. Zij meent dat het niet redelijk is dat de exploitant alleen het risico draagt voor betaling van de rekeningen van de leveranciers ter zake van de levering van gas, water en elektriciteit, afvoer van restafval en administratieve dienstverlening. De vof ontleent daaraan recht en belang bij zekerheidstelling door de eigenaren. Zij stelt daarom de vordering onder f in, waarbij zij opmerkt dat de borgsom binnen dertig dagen na de eigendomsoverdracht van een bungalow nadat de eindafrekening is opgemaakt en na verrekening met eventueel openstaande vorderingen aan de eigenaar-verkoper worden terugbetaald (conclusie van eis in reconventie onder 67 en 68).

4.46.

De vve c.s. brengt hiertegen in dat de vordering vragen oproept en voorts dat deze geen grondslag vindt in enige overeenkomst en ook niet in de wet.

4.47.

De enkele omstandigheid dat de vof c.s. het niet redelijk vindt dat de vof het risico draagt van de betaling voor de dienstverlening als door haar genoemd, schept voor de eigenaren geen verplichting tot het stellen van zekerheid door het storten van een borgsom van € 1.000,00 of enig ander bedrag. De vordering onder f zal daarom worden afgewezen.

wettelijke rente

4.48.

Aangezien de vorderingen tot betaling worden afgewezen, wordt ook de vordering tot vergoeding van wettelijke rente afgewezen.

vorderingen tegen het vve-bestuur

a) betaling van de vordering van de vof op de stichting van € 57.551,74

4.49.

De vof c.s. betoogt met een beroep op de artikelen 6:2 en 2:8 BW dat het vve-bestuur onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. Daartoe stelt zij het volgende. De houding van het vve-bestuur jegens de vof is vijandig, destructief en onredelijk. Besluitvorming in het stichtingsbestuur wordt daardoor onmogelijk gemaakt. Door te verkondigen dat de eigenaren beheersovereenkomst I kunnen opzeggen en de eigenaren daartoe aan te sporen, roept het vve-bestuur op tot het plegen van wanprestatie. Het vve-bestuur matigt zich bevoegdheden aan die het niet heeft en sluit overeenkomsten met derden zonder daartoe bevoegd te zijn. Daarmee holt het vve-bestuur systematisch de exploitatie door de vof uit. Ter zitting is van de zijde van de vof c.s. verder aangevoerd dat het vve-bestuur niet voldoet aan haar overlegverplichting, dat het vve-bestuur aangifte van fraude tegen haar heeft gedaan en dat het vve-bestuur ertoe heeft opgeroepen haar faillissement aan te vragen. Dit alles is volgens de vof c.s. onrechtmatig jegens haar (conclusie van eis in reconventie 18 tot en met 24). De vof stelt verder dat in het kader van het stichtingsakkoord van 8 juni 2017 het totale debiteuren- en crediteurenbestand van de stichting in kaart is gebracht en dat in de vergadering van 16 maart 2018 de vordering van de vof op de stichting is vastgesteld op € 57.551,74 (conclusie van eis in reconventie bladzijde 22).

4.50.

De vve c.s. voert gemotiveerd verweer, waartoe zij onder meer het volgende aanvoert. De vof c.s. heeft zich er niet in verdiept wie van de aangesproken eigenaren in welke periode bestuurder waren. Zij heeft het bestuur als collectief verwijten gemaakt, maar zij heeft niet duidelijk gesteld wat zij de individuele eigenaren als bestuurders verwijt en wanneer het verweten onrechtmatig handelen heeft plaatsgevonden. De vve c.s. betoogt voorts dat de wettelijke bepalingen waarop de vof c.s. zich beroept, zien op interne aansprakelijkheid (aansprakelijkheid jegens de rechtspersoon), terwijl zij de eigenaren aanspreekt uit hoofde van externe aansprakelijkheid (aansprakelijkheid jegens een derde, te weten de vof). Ter zitting heeft de vve c.s. verder naar voren gebracht dat de vordering van € 57.551,74 onduidelijk is en dat niet is toegelicht wat het verband is tussen het gestelde onrechtmatig handelen en de vordering van de vof c.s. van dat bedrag op de stichting.

4.51.

De rechtbank oordeelt hierover als volgt. Voor zover de vof c.s. het vve-bestuur als collectief heeft willen aanspreken, is de vordering niet toewijsbaar omdat een grondslag voor een dergelijke collectieve aansprakelijkheid ontbreekt. Voor zover de vof c.s. individuele bestuurders heeft willen aanspreken, is de vordering niet toewijsbaar omdat de vof c.s. geen concrete stellingen heeft ingenomen over onrechtmatig handelen van individuele bestuurders. Bovendien blijft onduidelijk wat het verband is tussen de uiteenlopende verwijten die de vof c.s. maakt aan het vve-bestuur dan wel de vve-bestuurders, en de vordering van € 57.551,74 van de vof c.s. op de stichting. Reeds om deze redenen kan de vordering tot betaling van dat bedrag niet worden toegewezen.

b) betaling van buitengerechtelijke incassokosten op te maken bij staat

4.52.

Aangezien de vorderingen tot betaling van beheersvergoedingen, voorschotten, kosten, borgsommen en schadevergoeding zullen worden afgewezen, zal ook de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.

c) verbod om de eigenaren aan te zetten tot het opzeggen van beheersovereenkomst I en om contracten met derden af te sluiten die betrekking hebben op het beheer van het park en daarvoor facturen aan de eigenaren te sturen op straffe van verbeurte van dwangsommen

4.53.

De rechtbank begrijpt dat de grondslag van deze verbodsvordering en het verweer ertegen moeten worden gezocht in hetgeen de partijen over en weer in conventie hebben aangevoerd in verband met de opzegbaarheid van beheersovereenkomst I.

4.54.

Zoals in conventie overwogen, moet het naar het oordeel van de rechtbank voor alle partijen bij het sluiten van de koopovereenkomsten duidelijk zijn geweest dat het bungalowpark zo is opgezet dat het beheer ervan wordt uitgevoerd door de bv (later door de vof) en de stichting op grond van daartoe met de eigenaren te sluiten beheersovereenkomsten; dat de vof verantwoordelijk is voor de voorziening van de bungalows in het park van gas, water en elektriciteit en voor de afvoer van restafval; dat dit alles met zich meebrengt dat het de vof is die hiertoe overeenkomsten sluit met derden en die zorgt voor betaling aan die derden en incasso bij de eigenaren; en dat het voor risico van de vve blijft als zij in weerwil daarvan zelf overeenkomsten sluit met derden. De rechtbank gaat ervan uit dat de partijen dit oordeel zullen respecteren en op deze basis nadere afspraken met elkaar zullen maken als exploitanten en bewoners van het bungalowpark. Daarbij past niet dat de rechtbank verboden op straffe van dwangsommen oplegt. Het achterwege blijven daarvan zal mogelijk kunnen bijdragen aan de normalisering van de verhoudingen tussen de partijen.

proceskosten

4.55.

De vof c.s. zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten en de nakosten met rente.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt de vve en de eigenaren, hoofdelijk voor zover zij gezamenlijk eigenaar zijn van een bungalow, in de proceskosten, tot aan dit vonnis aan de zijde van de vof c.s. begroot op € 618,00 aan griffierecht en € 1.086,00 aan salaris voor de advocaat (twee punten, tarief II), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na heden tot aan de dag der algehele voldoening,

5.3.

veroordeelt de vve en de eigenaren, hoofdelijk voor zover zij gezamenlijk eigenaar zijn van een bungalow, in de nakosten, aan de zijde van de vof c.s. bepaald op € 157,00 voor nasalaris advocaat, te vermeerderen, voor het geval betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden en nodig is geweest, met € 82,00 voor nasalaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na heden tot aan de dag der algehele voldoening,

5.4.

verklaart de veroordeling in de proceskosten en de nakosten met rente uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

5.5.

wijst de vorderingen af;

5.6.

veroordeelt de vof en de vennoten in de proceskosten, tot aan dit vonnis aan de zijde van de vve c.s. begroot op € 1.357,50 aan salaris voor de advocaat (tweeëneenhalve punt, tarief II), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf vijf dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

5.7.

veroordeelt de vof en de vennoten in de nakosten, aan de zijde van de vve c.s. bepaald op € 157,00 voor nasalaris advocaat, te vermeerderen, voor het geval betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden en nodig is geweest, met € 82,00 voor nasalaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf vijf dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

5.8.

verklaart de veroordeling in de proceskosten en de nakosten met rente uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.J. van Acht en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2020.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature