< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

In amfibisch voertuig ingespoten schuim. Waardering bewijs terhandstelling algemene voorwaarden (artikel 6:233 BW). Beoordeling conformiteit (artikelen 6:74 en 7:17 BW ).

Uitspraak



vonnis

_________________________________________________________________ _

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer: NL18.3526

Vonnis van 28 augustus 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidSPLASHTOURS B.V.,gevestigd te Rotterdam,eiseres, hierna te noemen: Splashtours ,advocaat mr. S.A. Voermans te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidRESINS INDUSTRY B.V.,gevestigd te Arnhem,verweerster, hierna te noemen: Resins ,advocaat mr. E.P.C. Duinkerke te Arnhem.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 2 november 2018,

- overlegging van de bewijsstukken 7 en 8 (in het digitale dossier nummers 56 en 58),

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 11 januari 2019,

- de conclusies na enquête van 13 februari 2019.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De vaststaande feiten

2.1. Splashtours is een onderneming die een amfibisch voertuig exploiteert genaamd de Amphibus. De Amphibus kan zowel rijden op de weg als varen in kanalen, grachten en rivieren.

2.2. Splashtours heeft de Amphibus in 2009 voor € 925.000,00 exclusief btw gekocht van Pannenkoekenboot Scheepsmanagement B.V. (verder: Scheepsmanagement). De Amphibus is geleverd bij ake van 31 december 2009. In artikel 5 van de akte staat dat Scheepsmanagement als verkoper alle aanspraken die zij ten aanzien van de Amphibus kan of zal kunnen doen gelden tegenover derden overdraagt aan Splashtours als koper.

2.3. Voorafgaand aan de levering aan Splashtours is de Amphibus gekeurd door de inspectie van Verkeer en Waterstaat. In het keuringsrapport van 17 juli 2009 staat onder meer dat de luchtkasten van de Amphibus moeten worden gevuld met schuim voor extra drijfvermogen.

2.4. In de week van 21 september 2009 heeft Scheepsmanagement aan Resins opdracht gegeven om de luchtkasten van de Amphibus te vullen met schuim. Op 30 september 2009 heeft Resins de luchtkasten gevuld met Benefil RG22 hardschuim. Zij heeft daarvoor een factuur gestuurd voor een bedrag van € 1.095,99 inclusief btw.

2.5. In de productbeschrijving van het gebruikte schuim staat bij ‘duurzaamheid’ dat het product in droge toestand minstens 150 jaar houdbaar is na productie. Voorts is daarin opgenomen dat het product geen oxidatieve eigenschappen heeft.

2.6. Begin januari 2017 werd geconstateerd dat de Amphibus tijdens het varen scheef lag. Begin februari 2017 heeft Splashtours dan wel haar verzekeraar [naam expert] Expertises & Taxaties te IJmuiden opgedragen de Amphibus te inspecteren. In het inspectierapport van 31 mei 2017 staat onder meer:

(...)

Schadeomschrijving

Na ontvangst van de opdracht hebben wij (...) ons (...) naar De Jong Holland te Nijmegen, alwaar de SPLASH TOUR 1 stond opgesteld, begeven en aldaar het volgende gezien en vastgesteld.

(...)

Het in de beun/luchtkasten aangebrachte schuim was inmiddels voor een groot gedeelte verwijderd en afgevoerd (...)

Nadat het schuim was verwijderd werd echter vastgesteld dat de aluminium beplating van de beun/luchtkasten op diverse locaties ernstig was gecorrodeerd.

(...)

Daarnaast bleken diverse spanten, leidingen en ventilatiekanalen ernstig te zijn gecorrodeerd en lekgeraakt.

Aan de onderzijde van de bus, ter hoogte van de beunkasten werden gaten in de beplating aangetroffen.

(...)

Schadeoorzaak

Naar onze mening is voornoemde schade ontstaan als gevolg van een extreem corrosieproces welke is ontstaan in de beun/luchtkasten met eerder omschreven schade tot gevolg.

Corrosie leidt tot sterkteverlies, omdat de corrosieproducten (oxiden en zouten) veel zwakker zijn dan het metaal. De corrosieproducten brokkelen af en de metalen worden dunner waardoor de beunkasten op diverse locaties zijn lekgeraakt.

Op instructie van IL&T werden de beun/luchtkasten van de SPLASH TOUR 1 tijdens de laatste fase van de nieuwbouw gevuld met schuim om extra drijfvermogen te creëren als de bus eventueel beschadigd of lek zou raken bij bijvoorbeeld een aanvaring.

Dit speciale schuim werd in 2009 geleverd en in opdracht van DAT BV aangebracht door Resins Industry BV en betreft een Aminoplast hardschuim van het type Bacel RG22/Benefil 2200.

Volgens de omschrijving heeft dit product geen oxidatieve eigenschappen en zou corrosie dan ook niet mogen optreden in de beun/luchtkasten.

Tevens bleek dit schuim achteraf een absorberende werking te hebben wat niet wenselijk is voor een product dat moet zorgen voor extra drijfvermogen in geval van lekkage.

Daar een duidelijke oorzaak van het corrosie proces in de beunkasten in eerste instantie niet kon worden verklaard werd na overleg een derde partij ingeschakeld welke is gespecialiseerd in het uitvoeren van materiaal metingen.

Onderzoek

Om de oorzaak van het ontstaan van het corrosieproces te achterhalen hebben wij geadviseerd contact op te nemen met de firma Materiaal Metingen Testgroep BV te Ridderkerk om het aangetaste materiaal van de beunkasten door hen te laten onderzoeken.

(...)

Aan de hand van de uitgevoerde pH-metingen van het vochtige schuim werd vastgesteld dat een zuur milieu aanwezig was tussen het aminoplast hardschuim en het plaatmateriaal van de beunkasten.

Dit zuur is naar alle aangrenzende waarschijnlijkheid veroorzaakt door binnendringen van vocht in de beunkasten of het al aanwezig zijn van vocht gedurende de nieuwbouw.

Daar de beunkasten normaliter luchtdicht zijn afgesloten is het niet onwaarschijnlijk dat de aanwezigheid van vocht (restvocht uit het aangebrachte amoniplast hardschuim of condensvorming) tussen het plaatmateriaal van de beunkasten en het aanwezige hardschuim de corrosie en daarmee de lekkage heeft veroorzaakt.

(...)

2.7. In opdracht van Splashtours heeft Materiaal Metingen Testgroep B.V. (verder: MMT) op 21 februari 2017 onder meer gerapporteerd:

1 INLEIDING

Op 02-02-2017 is het Laboratorium van Materiaal Metingen Testgroep (MMT) verzocht een onderzoek te verrichten naar de oorzaak van corrosie aan een beunkast. Na ontvangst van een stuk plaat uit de beunkast en enkele monsters van aminoplast hardschuim op 09-02-2017 (...) is getracht meer inzicht te verkrijgen in de aard van de schade.

De beunkast is onderdeel van een bus van Splashtours. Er is aangegeven dat de bus 4 beunkasten bevat die elektrisch geïsoleerd zijn van de rest van de bus. De beunkasten zijn zowel uitwendig als inwendig niet voorzien van een coating.

De corrosie is aangetroffen tijdens een inspectie, nadat er lekkage van de beunkasten was vastgesteld doordat er water in de beunkasten terechtkwam.

De twee beunkasten aan stuurboordzijde waren lek (het schuim was nat), de twee beunkasten aan bakboordzijde leken vooralsnog dicht te zijn (het schuim was droog).

Na grondig reinigen, zowel mechanisch als met hogedruk water is er geen verschil in de hoeveelheid corrosie aangetroffen, ook de beunkasten aan bakboordzijde die vooralsnog lekvrij waren bleken na grondig reinigen te lekken.

(...)

4 CONCLUSIE

(...)

De pH-metingen van het vochtige schuim en het corrosieproduct duiden op een zuur milieu tussen het aminoplast hardschuim en de beplating.

De corrosie van de onderzochte delen is gevormd vanuit de binnenkant van de beunkast, hoogstwaarschijnlijk door een vochtig en enigszins zuur milieu. De onderzochte delen komen van de bovenzijde van de beunkast. Aan de buitenzijde is hier geen corrosie of lek gevonden. Het is daarom waarschijnlijk dat de corrosie die in het onderzochte deel is waargenomen een gevolg is van het binnendringen van vocht op een andere locatie of al aanwezig vocht.

Op basis van de door de klant verstrekte informatie is het niet onwaarschijnlijk dat de aanwezigheid van vocht (bijvoorbeeld restvocht uit het hardschuim of condensvorming) tussen de beunkast en het hardschuim de corrosie en daarmee lekkage heeft veroorzaakt.

2.8.

Met verlof van de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 22 januari 2018 heeft Splashtours op 23 januari 2018 ten laste van Resins onder Rabobank conservatoir derdenbeslag gelegd. Dit beslag is vervallen omdat Splashtours de hoofdzaak niet tijdig op de juiste wijze aanhangig heeft gemaakt. Op 13 februari 2018 heeft Splashtours met een nieuw verlof opnieuw derdenbeslag onder Rabobank gelegd.

3. De vordering

3.1.

Splashtours vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, primair Resins veroordeelt tot betaling aan haar van € 754.104,50 schadevergoeding te vermeerderen met rente en subsidiair voor recht verklaart dat Resins toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens Splashtours en uit dien hoofde gehouden is schadevergoeding te betalen, op te maken bij staat, onder gelijktijdige veroordeling van Resins tot voldoening van een voorschot van € 500.000,00. Voorts vordert zij de veroordeling van Resins tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. De gevorderde hoofdsom is opgebouwd uit onderzoekskosten (€ 1.518,30), begrote reparatiekosten (€ 30.082,20 voor een noodreparatie en € 405.504,00 voor de definitieve reparatie) en geschatte gederfde winst en geleden verlies (€ 32.000,00 in verband met de noodreparatie en € 285.000,00 in verband met de definitieve reparatie).

4. De verdere beoordeling

algemene voorwaarden, bewijsopdracht

4.1.

Resins stelt dat haar algemene voorwaarden van toepassing zijn. Zij doet een beroep op aansprakelijkheidsbeperkingen die daarin zijn opgenomen. Splashtours betwist dat Resins haar algemene voorwaarden voor of tijdens het sluiten van de overeenkomst ter hand heeft gesteld. Volgens haar zijn zij daarom niet van toepassing. Voor zover nodig heeft Splashtours bij de mondelinge behandeling de algemene voorwaarden vernietigd omdat Resins niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om daarvan kennis te nemen. Als de algemene voorwaarden van Resins van toepassing zijn, wordt de omvang van het geschil aanmerkelijk beperkt. De rechtbank heeft daarom na afloop van de mondelinge behandeling op 21 september 2018 in een mondeling gewezen vonnis Resins opgedragen te bewijzen dat haar algemene voorwaarden toepasselijk zijn verklaard en dat ze ter hand zijn gesteld of omstandigheden te bewijzen in de zin van artikel 6:235 BW , het laatste in relatie tot Scheepsmanagement.

4.2.

Resins heeft vervolgens als bewijsstuk 7 bedrijfsinformatie in het geding gebracht van een aantal ondernemingen waaronder Splashtours. Dat heeft zij mogelijk gedaan met het oog op het deel van de bewijsopdracht dat ziet op de toepasselijkheid van artikel 6:235 BW . De rechtbank gaat hieraan voorbij omdat Resins niet heeft toegelicht hoe deze informatie kan leiden tot het oordeel dat aan Splashtours geen beroep toekomt op de vernietigingsgronden in de artikelen 6:233 en 6:234 BW.

4.3.

Resins heeft voorts als bewijsstuk 8 schriftelijke verklaringen in het geding gebracht van [werknemer gedaagde] , [werknemer gedaagde] en [werknemer gedaagde] , allen werkzaam bij Resins dan wel een dochteronderneming. Voorts heeft de rechtbank op 11 januari 2019 twee getuigen gehoord, namelijk [werknemer gedaagde] , werkzaam bij Resins en betrokken bij de totstandkoming van de overeenkomst, en [werknemer Scheepsmanagement] , als projectleider voor Scheepsmanagement betrokken bij de totstandkoming van de opdracht die aan de orde is.

4.4.

De getuigen [werknemer gedaagde] , [werknemer gedaagde] en [werknemer gedaagde] hebben verklaard dat Resins standaard haar algemene voorwaarden meestuurt als zij offertes uitbrengt. Hun verklaringen gaan over de werkwijze bij Resins in het algemeen, maar niet over de onderhavige overeenkomst in het bijzonder. Daarom zijn deze verklaringen onvoldoende ter zake. De getuige [werknemer gedaagde] heeft verklaard dat hij de offerte aan Scheepsmanagement per gewone post aan [werknemer Scheepsmanagement] heeft gestuurd, dat op de achterkant daarvan de algemene voorwaarden staan afgedrukt en dat er op de voorkant niet op het briefpapier maar in een vast sjabloon wordt verwezen naar als bijlage bijgevoegde algemene voorwaarden. Die verklaring is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende voor het bewijs. [werknemer gedaagde] is immers werkzaam bij Resins (al is hij geen partijgetuige in de zin van artikel 164 lid 2 Rv), hij verklaart over een routinehandeling van tien jaar geleden en zijn verklaring is in zoverre niet overtuigend dat onduidelijk blijft of volgens hem algemene voorwaarden zijn afgedrukt op de achterkant van het briefpapier, of zij als bijlage zijn bijgevoegd, of mogelijk allebei. Daarbij is ook niet duidelijk hoe de verwijzing in het sjabloon luidt. Resins heeft daarover niets gesteld. Daarom kan ook niet worden getoetst of deze verwijzing aan de wettelijke eisen voldoet, al aangenomen dat er een sjabloon is dat daadwerkelijk door Resins werd gebruikt. [werknemer Scheepsmanagement] heeft als getuige verklaard dat hij zich de gang van zaken bij de totstandkoming van de overeenkomst niet meer kan herinneren. De conclusie is dat Resins niet in het bewijs is geslaagd. De algemene voorwaarden zijn dus niet van toepassing en Resins kan zich daarom niet beroepen op beperkingen in de aansprakelijkheid die in die algemene voorwaarden zijn opgenomen.

de grondslag en het verweer

4.5.

Splashtours legt het volgende aan haar vorderingen ten grondslag. Er is schade ontstaan aan de Amphibus. Uit het onderzoek van de expert is gebleken dat deze schade is veroorzaakt door vocht in de luchtkasten, dat naar alle waarschijnlijkheid is ontstaan bij de nieuwbouw van de Amphibus. Er is een direct verband geconstateerd met (het plaatsen van) het hardschuim Benefil RG22. Resins, als partij die het hardschuim heeft gemaakt en geplaatst, is daarvoor verantwoordelijk. Omdat de schade een direct gevolg is van (het plaatsen van) het hardschuim, is Resins aansprakelijk voor de door Splashtours geleden en te lijden schade (procesinleiding 5). Splashtours betoogt nader dat de expert heeft vastgesteld dat de schade is veroorzaakt door het hardschuim dat niet voldoet, dan wel door het bestaan van vocht bij het plaatsen van het hardschuim, waaruit zij concludeert dat de prestatie van Resins niet beantwoordt aan hetgeen is overeengekomen (procesinleiding 9). Splashtours voert verder aan dat het door Resins geleverde schuim niet beantwoordt aan de overeenkomst omdat het niet de eigenschappen bezit die nodig zijn voor het gebruik waarvoor het was voorzien. Zij wijst daarbij op de productomschrijving, waarin staat dat het schuim in droge toestand minstens 150 jaar houdbaar is na productie en dat het geen oxidatieve eigenschappen heeft (procesinleiding 10). Ter onderbouwing van haar vorderingen citeert Splashtours drie hierboven opgenomen passages uit het rapport van [naam expert] over de oxidatieve eigenschappen van het schuim, over de absorberende werking ervan en over de aanwezigheid van vocht als oorzaak van de corrosie (procesinleiding 11). Splashtours beroept zich zowel op artikel 6:74 BW (over schadevergoeding bij een toerekenbare tekortkoming) als op artikel 7:17 BW (over het beantwoorden van de afgeleverde zaak aan de overeenkomst ). Bij de mondelinge behandeling is van de zijde van Splashtours betoogd dat er in de luchtkasten water heeft kunnen binnendringen ten gevolge van de corrosie die aan de binnenzijde van de luchtkasten is ontstaan en die heeft geleid tot lekkage. De corrosie heeft kunnen ontstaan door de zure omgeving die uit het schuim is ontstaan, dan wel uit de onjuiste plaatsing van het schuim. De vordering op Resins tot schadevergoeding is volgens Splashtours aan haar overgedragen bij de levering van de Amphibus aan haar door Scheepsmanagement, die de opdrachtgever van Resins is.

4.6.

Afgezien van haar beroep op aansprakelijkheidsbeperkingen in haar algemene voorwaarden heeft Resins het volgende verweer gevoerd. Zij was op grond van de opdracht tot niet meer gehouden dan het vullen van de luchtkasten van de Amphibus met Benefil (7 m³). Dat heeft zij gedaan. Reeds om die reden is zij niet tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst (verweerschrift 10). Daar komt bij dat de luchtkasten moesten worden gevuld om de Amphibus extra drijfvermogen te geven voor het geval dat deze beschadigd of lek mocht raken. Dat doel is bereikt: er heeft zich een lekkage voorgedaan, maar de Amphibus is daardoor alleen wat scheef komen te liggen en er is geen sprake geweest van gevaar voor passagiers. Ook daaruit leidt Resins af dat zij niet is tekortgeschoten (verweerschrift 11). Resins betwist dat zij zich ertoe heeft verbonden schuim te leveren dat droog zou blijven. Het valt niet uit te sluiten dat het schuim na langdurige blootstelling aan vocht in beperkte mate vocht zal opnemen, maar dat geldt voor iedere soort schuim. Ook als het schuim langdurig aan vocht wordt blootgesteld, behoudt het zijn drijvend vermogen lang genoeg om in geval van lekkage de veiligheid van passagiers te kunnen waarborgen. Resins concludeert dat het schuim voldeed aan de daaraan te stellen eisen (verweerschrift 12). Resins gaat verder in op de drie door Splashtours geciteerde passages uit het rapport van [naam expert] als onder 4.5 aangehaald en betwist de juistheid van de conclusies die Splashtours daaruit trekt.

de inhoud van de overeenkomst

4.7.

Om te kunnen beoordelen of Resins toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst met Scheepsmanagement, dan wel of het door Resins aangebrachte schuim al dan niet aan die overeenkomst beantwoordt, moet allereerst worden vastgesteld wat de inhoud van die overeenkomst was, meer in het bijzonder welke verbintenissen daaruit voor Resins voortvloeiden. Een schriftelijke opdracht van Scheepsmanagement aan Resins is niet voorhanden. Wel heeft Splashtours een productbeschrijving van het ingespoten schuim overgelegd. Dat deze productbeschrijving onderdeel uitmaakt van de overeenkomst is echter gesteld noch gebleken. Splashtours heeft niet aangeboden te bewijzen dat de overeenkomst een bepaalde gestelde inhoud had. Bij deze stand van zaken kan de rechtbank slechts vaststellen dat de partijen het erover eens zijn dat de inspectie van Verkeer en Waterstaat had gerapporteerd dat de luchtkasten van de Amphibus moesten worden gevuld met schuim voor extra drijfvermogen en dat Scheepsmanagement daarom aan Resins opdracht had gegeven deze luchtkasten met schuim te vullen.

de stelling dat het schuim geen water mag absorberen

4.8.

Splashtours stelt dat het toegepaste schuim water absorbeert als het daarmee in aanraking komt. Zij meent dat zij had mogen verwachten dat het schuim niet als een spons zou werken omdat het de bedoeling was dat het extra drijfvermogen zou creëren als de bus eventueel beschadigd of lek zou raken bij bijvoorbeeld een aanvaring. De rechtbank volgt haar daarin niet. Het is weliswaar niet in geschil dat de Amphibus als gevolg van een lekkage scheef is komen te liggen, maar dat het drijfvermogen van de Amphibus is aangetast doordat het schuim in enige mate water heeft geabsorbeerd en dat hierdoor onmiddellijk gevaar voor passagiers of schade is ontstaan, waarop de hiervoor vermelde eis van de inspectie van Verkeer en Waterstaat zal zijn gericht, is gesteld noch gebleken. Het is integendeel goed mogelijk dat de Amphibus ondanks een lek in de luchtkasten is blijven drijven als gevolg van het schuim, ook als dat schuim in enige mate water heeft geabsorbeerd. Naar het oordeel van de rechtbank mocht Splashtours niet verwachten dat het schuim het mogelijk zou maken dat de Amphibus ondanks een lek in de luchtkasten voor langere tijd zou blijven doorvaren. De rechtbank overweegt ten overvloede dat uit de vermelding in de productomschrijving dat het schuim in droge toestand minstens 150 jaar houdbaar is niet kan worden afgeleid dat het schuim geen water absorbeert, zoals Splashtours betoogt. De conclusie is dat de vordering niet toewijsbaar is op grond van de stelling dat het schuim water absorbeert.

de stelling dat het schuim geen oxidatieve eigenschappen mag hebben

4.9.

Splashtours vestigt er de aandacht op dat [naam expert] rapporteert dat het product volgens de omschrijving ‘geen oxidatieve eigenschappen heeft’ en dat corrosie dan ook niet zou mogen optreden in de luchtkasten. Voor zover Splashtours heeft willen betogen dat zij mocht verwachten dat het schuim de vorming van corrosie zou voorkomen, volgt de rechtbank haar daarin niet. De bedoeling van het inbrengen van het schuim was immers slechts het drijfvermogen van de Amphibus te vergroten. Wel mocht Splashtours naar het oordeel van de rechtbank verwachten dat het schuim of het inbrengen daarvan niet de vorming van corrosie zou veroorzaken.

4.10.

Omdat [naam expert] zelf niet kon achterhalen waardoor de corrosie is ontstaan, heeft zij MMT gevraagd daarover te rapporteren. MMT heeft op basis van door Splashtours verstrekte informatie gerapporteerd dat het niet onwaarschijnlijk is dat de aanwezigheid van vocht tussen de beunkast en het hardschuim de corrosie en daarmee lekkage heeft veroorzaakt. Hoe het vocht daar is terechtgekomen, wordt niet duidelijk. MMT geeft als voorbeeld van mogelijkheden: ‘restvocht uit het hardschuim of condensvorming’. Als de corrosie inderdaad is veroorzaakt door de aanwezigheid van vocht in de luchtkasten, kan op basis van deze rapportage van MMT, waarvan [naam expert] de conclusie heeft overgenomen, niet worden geoordeeld dat Resins daarvoor verantwoordelijk is. Alleen indien het om restvocht uit het schuim gaat of de condensvorming het gevolg zou zijn van een verkeerde werkwijze van Resins, zou Resins aansprakelijk kunnen zijn. Dat kan op grond van de rapporten van [naam expert] en MMT echter niet worden vastgesteld. De conclusie is dat de vordering van Splashtours ook niet toewijsbaar is op grond van de stelling dat het schuim of het inbrengen daarvan corrosievorming heeft veroorzaakt. Voor benoeming van een deskundige door de rechtbank is geen aanleiding. De rapporten waarnaar Splashtours verwijst geven geen grond voor het oordeel dat Resins toerekenbaar is tekortgeschoten. Over de toedracht van de schade bestaat op grond van die rapporten geen zekerheid. De gestelde toerekenbare tekortkoming is daarmee door Splashtours onvoldoende onderbouwd. De juistheid van enige daarover ingenomen stelling van Splashtours hoeft dan ook niet door een door de rechtbank te benoemen deskundige te worden onderzocht.

slotsom en proceskosten

4.11.

Aldus kan op grond van de stellingen van Splashtours niet worden geoordeeld dat Resins aansprakelijk is voor door Splashtours geleden schade. De vorderingen van Splashtours zullen daarom worden afgewezen. Splashtours zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten en de nakosten.

4.12.

Resins vordert als onderdeel van de proceskosten vergoeding van € 1.200,00 aan door haar in het kader van de weerlegging van de vorderingen gemaakte deskundigenkosten. Deze kosten kunnen op grond van artikel 239 Rv echter niet als proceskosten ten laste van Splashtours worden gebracht.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Splashtours in de proceskosten, tot aan dit vonnis aan de zijde van Resins begroot op € 3.946,00 aan vast recht, € 9.297,00 aan salaris voor de advocaat (3 punten, tarief VII) en € 518,30 aan getuigentaxe,

5.3.

verklaart de veroordeling in de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Veerman en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2019.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature