< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Relatiebeding, tussenvonnis

Uitspraak



RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Locatie Arnhem

Zaaknummer: 7577893 CV EXPL 19-2912/ 498 en 7738473 VV EXPL 19-49/ 498

Vonnis van 19 juni 2019 in de bodemzaak en in het incident ex artikel 223 Rv

in de bodemzaak van

Gaba Beheer B.V.

gevestigd te Arnhem,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in (voorwaardelijke) reconventie,

gedaagde in het incident,

gemachtigde: mr. M.L.E. Hol, te Tilburg,

tegen

[naam gedaagde] ,wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in (voorwaardelijke) reconventie,

eisende partij in het incident,

gemachtigde: mr. R.W.J.M. Schuurman, te Doetinchem.

Partijen worden hierna [naam gedaagde] en Gaba genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

1.1.

De namens Gaba betekende dagvaarding van 22 februari 2019.

1.2.

De conclusie van antwoord, tevens houdende eis in incident, tevens houdende conclusie van eis in (voorwaardelijke) reconventie van [naam gedaagde] .

1.3.

De incidentele conclusie van antwoord, tevens conclusie van antwoord in (voorwaardelijke) reconventie van Gaba.

1.4.

De vorderingen, zowel de incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening als de vorderingen in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie, zijn behandeld ter zitting van 4 juni 2019. De heer [medewerker eiser] is verschenen namens Gaba, bijgestaan door mr. Hol, en [naam gedaagde] is verschenen, bijgestaan door mr. Schuurman.

1.5.

Beide gemachtigden hebben het standpunt van hun cliënt toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen. De griffier heeft van hetgeen ter zitting (verder) is besproken aantekeningen gemaakt.

2 De feiten

2.1.

[naam gedaagde] is op 20 augustus 2011 bij Gaba in dienst getreden in de functie van Makelaar onroerend goed. In de arbeidsovereenkomst is in artikel 9, lid 1 en 2 een relatiebeding opgenomen, dat luidt als volgt:

‘1. Het is de werknemer zonder voorafgaande toestemming van de werkgever verboden om binnen een tijdvak van twee jaar nadat de arbeidsovereenkomst om welke reden dan ook is beëindigd, hetzij direct, hetzij indirect de onderneming of relaties waarmee werknemer gedurende twee jaar voorafgaand aan het einde van de arbeidsovereenkomst enigerlei zakelijk contact heeft gehad uit hoofde van zijn/haar functie bij werkgever, te benaderen, reclame te maken dan wel onder hen te werven, met de kennelijke bedoeling met hen direct of indirect in de uitoefening van beroep of bedrijf een overeenkomst aan te gaan.

2. Het is de werknemer, of diens eventueel nieuwe werkgever, zonder voorafgaande toestemming van de huidige werkgever verboden om binnen een tijdvak van twee jaar nadat de arbeidsovereenkomst om welke reden dan ook is beëindigd, hetzij direct, hetzij indirect al dan niet voor eigen rekening, danwel in dienst van een ander, opdrachten te aanvaarden, cq werkzaamheden te verrichten voor de ondernemingen of relaties waarmee werknemer gedurende twee jaar voorafgaand aan het einde van de arbeidsovereenkomst enigerlei zakelijk contact heeft gehad uit hoofde van zijn/haar functie bij werkgever, ongeacht op wiens initiatief het contact tot stand komt.’

2.2.

Op overtreding van de boete is in artikel 9 lid 3 van de arbeidsovereenkomst een boete gesteld van € 5.000,- per overtreding, alsmede een boete van € 250,- voor iedere dag dat de overtreding voortduurt.

2.3.

In de arbeidsovereenkomst is geen concurrentiebeding opgenomen.

2.4.

[naam gedaagde] heeft de arbeidsovereenkomst met Gaba met ingang van 1 januari 2018 opgezegd. Gaba heeft [naam gedaagde] , bij de bevestiging van de opzegging bij brief van 11 december 2017, gewezen op handhaving van het relatiebeding.

2.5.

[naam gedaagde] is in februari 2018 in dienst getreden bij [makelaarskantoor] , een makelaarskantoor, waar [naam gedaagde] de gelegenheid kreeg in zijn woonplaats Duiven een nieuw te openen vestiging aan te sturen. [naam gedaagde] is sindsdien op de locatie van [makelaarskantoor] in Duiven werkzaam.

2.6.

[naam gedaagde] heeft in de laatste twee jaar van zijn dienstverband met Gaba contact gehad met [namen klanten Gaba] in verband met een mogelijke opdracht tot verkoop van hun (toenmalige) woning aan de [adres koopwoning] (verder: de woning). [naam gedaagde] heeft hen gesproken, heeft hun woning bezocht en een waardebepaling ten behoeve van een eventuele opdracht tot verkoop gedaan. Tot een opdracht is het niet gekomen.

2.7.

Op 9 september 2018 is de woning van [namen klanten Gaba] via [makelaarskantoor] te koop aangeboden.

2.8

Bij brief van 25 september 2018 heeft Gaba [naam gedaagde] gewezen op de schending van het overeengekomen relatiebeding en in de hoop een regeling te kunnen treffen een, aldus Gaba, beperkte schadevergoeding gevorderd.

3 Het geschil

3.1.

De vordering van Gaba in conventie

Gaba vordert, samengevat, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [naam gedaagde] te veroordelen tot:

- betaling van € 5.039,45 (inclusief de wettelijke rente tot de datum van dagvaarding, zijnde € 39,45), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van dagvaarding tot de dag der algehele voldoening, althans in goede justitie te bepalen bedrag:

- betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 637,50;

- betaling van de kosten van het geding, waaronder begrepen de nakosten.

3.2.

De vordering in het incident, het verweer in conventie en de vordering in (voorwaardelijke) reconventie van [naam gedaagde]

3.2.1.

heeft bij incidentele vordering, als bedoeld in artikel 223 Rv , gevorderd, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, samengevat, de werking van het relatiebeding met ingang van het te wijzen vonnis te schorsen, zulks totdat in een bodemzaak anders zal zijn beslist, althans de werking van het relatiebeding met ingang van het te wijzen vonnis te schorsen, in die zin dat het [naam gedaagde] niet kan worden toegerekend welke personen [makelaarskantoor] al dan niet benadert, zulks totdat in de bodemzaak anders is beslist, met de veroordeling van Gaba in de proceskosten.

3.2.2.

[naam gedaagde] heeft bij wijze van verweer in conventie, samengevat, primair geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen van Gaba, subsidiair geconcludeerd de boete te matigen tot nihil, althans door de rechtbank nader te bepalen bedrag en voorts Gaba te veroordelen in de proceskosten en nakosten.

3.2.3.

[naam gedaagde] heeft in voorwaardelijke reconventie, samengevat, gevorderd om in geval [naam gedaagde] wordt veroordeeld om aan Gaba enige boete te betalen, daaraan de voorwaarde te verbinden dat Gaba binnen 2 × 24 uur na betekening van het vonnis door [naam gedaagde] aan Gaba een lijst ter beschikking dient te stellen met relaties die in de ogen van Gaba onder de werking van het relatiebeding vallen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag dat Gaba daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 25.000,-.

3.2.4

[naam gedaagde] heeft in reconventie voorts, samengevat, gevorderd het relatiebeding zoals opgenomen in artikel 9 van de arbeidsovereenkomst gedateerd 20 augustus 2011 geheel dan wel gedeeltelijk te vernietigen met veroordeling van Gaba in de kosten van de procedure.

3.3.

Gaba heeft bij incidentele conclusie van antwoord, tevens conclusie van antwoord in (voorwaardelijke) reconventie, samengevat, geconcludeerd tot afwijzing van de vordering in het incident en de (voorwaardelijke) reconventie met veroordeling van [naam gedaagde] in de kosten van het geding.

4 De beoordeling

4.1.

In conventie

4.1.1.

Allereerst zal beoordeeld worden of er sprake is van overtreding van het relatiebeding door [naam gedaagde] en hij, als die vraag bevestigend wordt beantwoord, gehouden is de gevorderde boete te betalen. Ter zake wordt als volgt overwogen.

Anders dan namens [naam gedaagde] is gesteld, vallen [namen klanten Gaba] onder de werking van het relatiebeding. [naam gedaagde] heeft in het kader van zijn arbeidsovereenkomst met Gaba zakelijke contacten met [namen klanten Gaba] onderhouden, heeft hen meermaals gesproken en is bij hen thuis geweest voor een uit te brengen waardebepaling in verband met mogelijke verkoop van hun woning en een mogelijke opdracht daartoe. Daarmee is van een relatie als bedoeld in het relatiebeding sprake. Dat er nimmer een verkoopopdracht of andere (betalende) opdracht uit is voortgevloeid doet daaraan niet af. [naam gedaagde] heeft hen uit hoofde van zijn dienstverband leren kennen, kortdurend contact met hen onderhouden en in het kader van oriëntatie op een mogelijke verkoop, voorbereidende werkzaamheden voor hen verricht.

4.1.2.

Nu [namen klanten Gaba] onder de werking van het relatiebeding vallen moet beoordeeld worden of, doordat de woning in september 2018 via [makelaarskantoor] te koop is aangeboden het relatiebeding door [naam gedaagde] is overtreden. [naam gedaagde] heeft betwist dat hij de woning in verkoop heeft gebracht. [naam gedaagde] stelt dat hij in het kader van de verkoopopdracht bij [makelaarskantoor] geen contact met hen heeft gehad en dat de opdracht van [namen klanten Gaba] is aangenomen door een van zijn collega’s op een moment dat hij, [naam gedaagde] , op vakantie was. [naam gedaagde] betoogt dat hij voor eventuele overtreding van het relatiebeding door Gaba niet verantwoordelijk kan worden gehouden.

Met [naam gedaagde] is de kantonrechter van oordeel dat de enkele omstandigheid dat de woning via [makelaarskantoor] te koop is aangeboden niet voldoende is om te concluderen dat [naam gedaagde] het relatiebeding heeft overtreden. Daartoe moet komen vast te staan, althans voldoende aannemelijk zijn dat [naam gedaagde] bij die verkoopopdracht aan [makelaarskantoor] op enigerlei wijze betrokken is geweest. De bewijslast ter zake rust op Gaba. Uit de omstandigheid dat [naam gedaagde] bij [makelaarskantoor] is aangenomen met het oogmerk de vestiging in Duiven op te zetten c.q. te leiden en de feitelijke verkoop van de woning via [makelaarskantoor] , kantoor Duiven, heeft plaatsgevonden wordt voorshands bewezen geacht dat van overtreding van het relatiebeding sprake is. Het ligt op de weg van [naam gedaagde] om, middels eventueel te leveren tegenbewijs, de overtreding van het relatiebeding te ontkrachten. [naam gedaagde] zal, nu hij een gespecificeerd bewijsaanbod heeft gedaan, in conventie tot het leveren van tegenbewijs in de gelegenheid worden gesteld. De zaak zal in conventie voor het nemen van een akte uitlaten tegenbewijs aan de zijde van [naam gedaagde] worden verwezen.

4.2.

In voorwaardelijk reconventie

Op dit moment staat nog niet vast of [naam gedaagde] zal worden veroordeeld tot betaling van enige boete wegens overtreding van het relatiebeding. Daardoor is nu de voorwaarde waaronder [naam gedaagde] heeft gevorderd Gaba te veroordelen om, samengevat weergegeven, een lijst met relaties die volgens Gaba onder het relatiebeding vallen ter beschikking van [naam gedaagde] te stellen, (nog) niet in vervulling gegaan. Derhalve wordt nu aan beoordeling van die vordering nog niet toegekomen.

Desalniettemin zal daarover nu reeds - ten overvloede - het volgende worden overwogen. Indien Gaba [naam gedaagde] aan het relatiebeding wenst te houden ligt het op de weg van Gaba een lijst aan [naam gedaagde] ter beschikking te stellen waarop de relaties die volgens Gaba onder het relatiebeding vallen zijn vermeld. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Gaba desgevraagd gezegd dat het om ca. 15 relaties/panden gaat. Derhalve lijkt het, mede ter voorkoming van verdere geschillen, wenselijk dat Gaba die lijst opstelt en aan [naam gedaagde] verstrekt, vooruitlopend op de eventuele verdere/latere beoordeling van deze vordering.

4.3.

In reconventie

De vordering tot (gedeeltelijke) vernietiging van het relatiebeding zal worden afgewezen. [naam gedaagde] is door Gaba niet door een concurrentiebeding doch enkel door een relatiebeding beperkt in zijn mogelijkheden om na beëindiging van de arbeidsovereenkomst die tussen hen heeft bestaan werkzaamheden (voor [makelaarskantoor] ) te verrichten. Afgezet tegen het belang van [naam gedaagde] om zijn werkzaamheden onbelemmerd te kunnen verrichten staat het belang van Gaba bij bescherming van zijn bedrijfsdebiet door handhaving van het relatiebeding. Dat belang van Gaba wordt als zwaarwegender beoordeeld dan het belang van [naam gedaagde] nu zij elkanders directe concurrenten zijn geworden en niet gezegd kan worden dat [naam gedaagde] door het relatiebeding in ernstige mate in de uitoefening van zijn werkzaamheden wordt belemmerd. De beslissing ter zake wordt aangehouden tot een in conventie te wijzen eindvonnis.

4.4.

In de incidentele vordering ex artikel 223 Rv

Beoordeeld dient te worden of het relatiebeding voor de duur van de bodemprocedure geschorst dient te worden. Daarvoor moet de vraag beantwoord worden of het aannemelijk is dat het relatiebeding in de bodemprocedure zal worden vernietigd. Onder verwijzing naar en overneming van hetgeen hiervoor in r.o. 4.3 is overwogen blijkt dat het relatiebeding niet (ook niet gedeeltelijk) zal worden vernietigd. Voor toewijzing van de gevorderde schorsing is dan ook geen plaats. De vordering in het incident zal worden afgewezen. [naam gedaagde] zal in de kosten van het incident worden veroordeeld.

5 De beslissing

De kantonrechter,

In conventie

stelt [naam gedaagde] in de gelegenheid, bij wijze van tegenbewijs, te bewijzen dat van overtreding van het relatiebeding door hem door enige betrokkenheid bij het in verkoop nemen van de woning van [namen klanten Gaba] aan de [adres koopwoning] geen sprake is;

bepaalt dat [naam gedaagde] zich op de rolzitting van 3 juli 2019 schriftelijk kan uitlaten over de vraag of en, zo ja, hoe hij bewijs wenst te leveren;

bepaalt dat, als [naam gedaagde] bewijs wil leveren door middel van schriftelijke stukken hij deze stukken op de hiervoor vermelde rolzitting over moet leggen;

bepaalt dat als [naam gedaagde] bewijs wil leveren door het horen van getuigen, hij de naam/namen en woonplaats van de te horen getuigen moet opgeven, alsmede verhinderdata van hemzelf, zijn gemachtigde en de getuigen en zo mogelijk van de wederpartij en diens eventuele gemachtigde gedurende een periode van drie maanden na de datum van dit vonnis, waarna een datum voor het houden van het getuigenverhoor zal worden vastgesteld;

bepaalt dat, als een getuigenverhoor gehouden wordt, beide partijen aanwezig moeten zijn om eventueel aansluitend van het verhoor de zaak te kunnen bespreken, onder meer om te bekijken of een schikking tot de mogelijkheden behoort;

houdt iedere verdere beslissing aan.

In (voorwaardelijke) reconventie

houdt iedere beslissing aan.

In het incident ex artikel 223 Rv

wijst de vordering af en veroordeelt [naam gedaagde] in de kosten van de procedure aan de zijde van Gaba begroot op € 150,00 ter zake van salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.W. de Groot, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2019.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature