< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Vorderingen tot nakoming erfdienstbaarheid zijn afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang. Ook leent de zaak zich niet voor behandeling in kort geding.

Uitspraak



Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/621553 / KG ZA 21/1159

Vonnis in kort geding van 13 januari 2022

in de zaak van

[eiser] te [plaats] , gemeente [gemeente] ,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. E.H. de Milliano-Machielse te Katwijk ,

tegen:

[gedaagde] te [plaats] , gemeente [gemeente] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. F.A.E. Ohlenroth te Oegstgeest.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie met producties;

- de op 6 januari 2022 gehouden mondelinge behandeling.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten in conventie en in reconventie

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

[eiser] en [gedaagde] zijn buren van elkaar. [eiser] is vanaf 30 augustus 1994 eigenaar van de woning met aanhorigheden gelegen aan [adres 1] . De zus van [eiser] is vanaf 22 oktober 2010 eigenaar van de woning met aanhorigheden gelegen aan [adres 2] . Beide woningen met aanhorigheden maken deel uit van het perceel kadastraal bekend gemeente [plaats] , [sectie x] nummer [I] . [gedaagde] was in het verleden de geregistreerd partner van de zus van [eiser] en hij is na de ontbinding van het geregistreerd partnerschap eigenaar geworden van de woning met aanhorigheden gelegen aan de [adres 2] .

2.2.

[eiser] is aan een rolstoel gebonden. Bij notariële akte van 22 oktober 2010 tussen [eiser] en zijn zus is afstand gedaan van een eerder bestaande erfdienstbaarheid en is een nieuwe erfdienstbaarheid gevestigd. De erfdienstbaarheid is als volgt omschreven, waarbij [eiser] met ‘ [eiser] ’ wordt aangeduid en zijn zus met ‘ [A] ’:

‘de erfdienstbaarheid van voetpad ten behoeve van het ten name van partij [eiser] staande gedeelte van het perceel (…) (hierna te noemen: “het heersend erf”) en ten laste van het ten name van partij [A] staande gedeelte van het perceel (…) (hierna te noemen “het dienend erf”), om te komen en te gaan naar de openbare weg (zonder straatnaam), over het terras en via het bestaande pad, de carport en/of de garage, behorende tot het dienend erf (hierna te noemen: “het voetpad”), te voet, met een rolstoel, een invalidenwagen dan wel een rijwiel aan de hand (of een daarmee vergelijkbaar vervoermiddel), een en ander zoals schetsmatig met enkele arcering staat aangegeven op een als bijlage aan deze akte gehechte tekening. De erfdienstbaarheid houdt tevens het recht in voor de rechthebbende tot het heersend erf om een personenauto te stallen in de garage, op de voor de rechthebbende tot het dienend erf minst bezwarende wijze.’

2.3.

In diezelfde notariële akte is overeengekomen dat [eiser] , zijn echtgenote en zijn overige gezinsleden een deel van de garage tevens mogen gebruiken als opslagruimte, waarbij zij zich ertoe hebben verplicht dit recht op de minst bezwarende wijze uit te oefenen.

2.4.

In een eerdere kort geding procedure over onder meer de uitvoering van de erfdienstbaarheid zijn partijen het volgende overeengekomen, waarbij [eiser] met ‘eiser’ wordt aangeduid en [gedaagde] met ‘gedaagde’:

‘(…)

5. Gedaagde zal de voorgenomen werkzaamheden aan de garage alle volledig doen uitvoeren in de periode van 30 augustus 2021 tot en met 27 september 2021. Nadien zal de garage weer op de gebruikelijke wijze voor diens spullen en voor diens auto aan eiser ter beschikking staan.

(…)

6. Gedaagde draagt er zorg voor dat de garage uiterlijk …. door eiser op de gebruikelijke wijze als zichtbaar op de tekening (productie 9 bij dagvaarding) ter beschikking staat, dat wil zeggen dat hij volledig toegang heeft met zijn auto en dat de garage met een afstandsbediening te openen en af te sluiten is, zulks tot 30 augustus 2021 en vanaf 28 september 2021.

(…)’

2.5.

[eiser] verblijft vanaf eind november 2021 niet in zijn woning. Op dit moment verblijft hij in een revalidatiecentrum en het is nog niet duidelijk wanneer hij kan terugkeren in de woning.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eiser] vordert – zakelijk weergegeven – [gedaagde] te veroordelen:

- tot nakoming van de erfdienstbaarheid binnen 24 uur na betekening van dit vonnis;

- het deurtje van de garage dat uitkomt op zijn tuin af te sluiten en afgesloten te houden;

een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding.

3.2.

Daartoe voert [eiser] – samengevat – het volgende aan. [gedaagde] maakt het [eiser] op verschillende manieren onmogelijk om gebruik te maken van zijn rechten uit de erfdienstbaarheid. Zo is het door de goederen van [gedaagde] in de garage voor [eiser] bijvoorbeeld niet mogelijk om zijn auto achterwaarts in de garage te parkeren en met zijn rolstoel om de auto te manoeuvreren. Ook wordt er soms een haak op de deur van de garage gedaan waar [eiser] niet bij kan en wordt de stroom uitgeschakeld, waardoor er geen licht in de garage is. Verder sluit [gedaagde] het deurtje van de garage niet altijd af, waardoor de rolstoel en de andere goederen van [eiser] gestolen kunnen worden. Daarnaast is het pad tussen de garage en de woning van [eiser] niet altijd vrij en zijn er pilaren met planten bij de schuifpui geplaatst, waardoor [eiser] geen vrije doorgang heeft. Bovendien wordt de doorgang ook bemoeilijkt doordat de bestrating verzakt is en het geplande herstel hiervan niet door [gedaagde] is uitgevoerd. [gedaagde] handelt hiermee onrechtmatig en [eiser] heeft er een spoedeisend belang bij dat deze inbreuk op zijn rechten eindigt.

3.3.

[gedaagde] voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

in reconventie

3.4.

[gedaagde] vordert – zakelijk weergegeven – [eiser] te veroordelen om binnen één week na betekening van dit vonnis de tekst ter zake van de erfdienstbaarheid aan te laten passen naar één meter ten behoeve van beide partijen, op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van [eiser] in de kosten van dit geding.

3.5.

Daartoe voert [gedaagde] – samengevat – het volgende aan. In de notariële akte van 22 oktober 2010 is ook een erfdienstbaarheid gevestigd op grond waarvan van de woning van [gedaagde] via het erf van [eiser] over een strook grond van één meter breed naar de openbare weg mag worden gelopen. Om verdere misverstanden te voorkomen, is het van belang om ook de in 2.2 genoemde erfdienstbaarheid te beperken tot een strook van één meter.

3.6.

[eiser] voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

in conventie en in reconventie

4.1.

In dit geding is de voorzieningenrechter bevoegd om in spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening is vereist, een dergelijke voorziening te treffen. Daarvoor ziet de voorzieningenrechter hier echter onder de gegeven omstandigheden onvoldoende aanleiding. Daartoe is het volgende redengevend.

4.2.

Volgens [eiser] heeft hij een spoedeisend belang bij zijn vorderingen, omdat het voor hem belastend is om op straat van zijn rolstoel in zijn auto te komen. Bij sneeuwval zou dit bovendien voor hem feitelijk onmogelijk zijn. De voorzieningenrechter stelt voorop dat vast staat dat [eiser] op dit moment niet in de woning verblijft en dat ook nog niet duidelijk is wanneer hij weer in de woning zal terugkeren. Zijn vrouw maakt weliswaar geregeld gebruik van de auto maar zij wil die naar eigen zeggen niet in de garage parkeren. Derhalve is er op dit moment geen evident spoedeisend belang bij een beslissing over (de wijze van) parkeren van de auto in de garage. Hetzelfde geldt voor de opslag van de goederen in de garage. Daargelaten dat deze goederen nu elders zijn opgeslagen is niet gebleken dat [gedaagde] daadwerkelijk verhindert dat er spullen worden teruggeplaatst. Ten aanzien van de vordering in reconventie is overigens evenmin gesteld of gebleken dat [gedaagde] hierbij een spoedeisend belang heeft.

4.3.

Wel is duidelijk dat tussen partijen in geschil is of de huidige indeling van de garage (die op onderdelen door [gedaagde] is gewijzigd, mede omdat hij een voorheen door spullen van [eiser] geblokkeerde uitgang weer zelf wil gaan gebruiken), [eiser] voldoende ruimte zal laten om zijn goederen op te slaan, zijn auto te parkeren en met de rolstoel te manoeuvreren. [gedaagde] meent dat een en ander nog steeds mogelijk is, maar [eiser] betwist dat. Het enkele feit dat [gedaagde] op onderdelen een indelingswijziging wenst door te voeren is – anders dan [eiser] meent – naar voorshands oordeel niet voldoende om reeds daarom diens vordering toe te wijzen. [eiser] heeft weliswaar de rechten die voortvloeien uit de in de notariële akte opgenomen erfdienstbaarheid, maar wel met uitoefening daarvan op de minst bezwarende wijze. Zo is bijvoorbeeld denkbaar dat vooruit inparkeren (in plaats van achteruit zoals [eiser] tot nog toe heeft gedaan) ruimte zou kunnen besparen. Dit kort geding leent zich er niet voor om nader feitelijk onderzoek te doen naar de minst bezwarende opties. Als partijen hierover zelf geen goede afspraken kunnen maken, is het voeren van een bodemprocedure daarvoor de geëigende weg, eventueel bij de buurtrechter. Waarom er op dit moment, vooruitlopend op een eventuele bodemprocedure, reeds een ordemaatregel zou moeten worden getroffen, is niet duidelijk geworden.

4.4.

Partijen hebben, nadat de voorzieningenrechter dit alles bij hen onder de aandacht had gebracht, ter zitting afgesproken om te proberen alsnog in mediation nadere afspraken te maken over het gebruik van de garage en het pad. [eiser] zal daartoe een voorstel voor een mediator doen, die ter plaatse met partijen zal bekijken wat de (on)mogelijkheden zijn voor het gebruik van onder meer de garage door [eiser] . [gedaagde] heeft verder ter zitting toegezegd aan [eiser] een sleutel van het deurtje in de garage te geven, zodat hij het deurtje zo nodig zelf op slot kan doen. Tevens zal hij de plantenbak die vlak bij de schuifpui staat verplaatsen, zodat [eiser] daarvan geen hinder ondervindt. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat [gedaagde] die toezeggingen gestand zal doen.

4.5.

Gelet op het voorgaande zullen de vorderingen in conventie en in reconventie worden afgewezen.

4.6.

Omdat partijen over en weer in het ongelijk worden gesteld, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om te bepalen dat partijen zowel in conventie als in reconventie de eigen proceskosten dragen.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie

5.1.

wijst het gevorderde af;

5.2.

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

in reconventie

5.3.

wijst het gevorderde af;

5.4.

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Hoekstra-van Vliet en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2022.

sg


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature