< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Wrakingsverzoek afgewezen. Uit het proces-verbaal van de zitting blijkt niet dat de rechter enkel aan de wederpartij heeft gevraagd hoe hij de procedure heeft ervaren. Daarnaast heeft de rechter een zekere mate van vrijheid om vragen te stellen, los van de relevantie van die vragen voor de juridische beoordeling.

Uitspraak



Rechtbank den haag

Wrakingskamer

wrakingnummer 2022/41

zaak- /rekestnummer: C/09/632306 / KG RK 22-904

Beslissing van 19 september 2022

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

JuraanZee 14 B.V., vertegenwoordigd door de heer [vertegenwoordiger] ,

hierna te noemen: verzoekster,

gemachtigde: mr. D. Fasseur,

strekkende tot de wraking van

mr. G.P. Kleijn,

rechter in deze rechtbank,

hierna te noemen: de rechter.

1 1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het proces-verbaal van de zitting van 5 juli 2022,

- het schriftelijke wrakingsverzoek van 6 juli 2022,

- de brief van verzoekster van 19 juli 2022 en

- de schriftelijke reactie van de rechter van 31 augustus 2022.

1.2.

Op 5 september 2022 is het verzoek tot wraking ter zitting behandeld. Hierbij zijn verschenen:

de heer [vertegenwoordiger] en mr. D. Fasseur,

mr. [A] en mr. [B] , namens het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk, de wederpartij in de hoofdzaak, als toehoorders.

De rechter heeft laten weten niet te zullen verschijnen.

2 Het wrakingsverzoek

2.1.

Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaken met nummers SGR 19/6709 en 20/5087 tussen verzoekster en de wederpartij, betreffende een door verzoekster ingediend beroep tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting.

2.2.

Verzoekster heeft blijkens het schriftelijke verzoek en de toelichting tijdens de mondelinge behandeling aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat de wederpartij op zitting is gevraagd hoe hij de procedure heeft ervaren, terwijl dat niet tevens aan verzoekster is gevraagd. Deze vraag is irrelevant voor de juridische beoordeling van de zaken. Aldus heeft geen eerlijke en onpartijdige behandeling plaatsgevonden, aldus verzoekster.

2.3.

De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. Die reactie wordt hierna voor zover nodig besproken.

3 De beoordeling

3.1.

Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij of zij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid.

3.2.

De wrakingskamer overweegt dat de stelling van verzoekster dat de rechter op zitting aan de wederpartij heeft gevraagd hoe hij de procedure heeft ervaren terwijl dat niet aan verzoekster zou zijn gevraagd, geen steun vindt in het proces-verbaal van de zitting. Daaruit volgt dat ook de gemachtigde van verzoekster is gevraagd om een reactie en dat de gemachtigde vervolgens van die gelegenheid ruimschoots gebruik heeft gemaakt. Voorts is de wrakingskamer van oordeel dat de rechter een zekere mate van vrijheid heeft om indien nodig vragen te stellen, los van de relevantie van die vragen voor de juridische beoordeling. Niet is gebleken dat de rechter met het stellen van de vraag reeds zijn oordeel had gevormd, zodat dit niet kan worden aangemerkt als een vorm van vooringenomenheid of partijdigheid. Daarom wordt het verzoek afgewezen.

4 De beslissing

De wrakingskamer

4.1.

wijst het verzoek tot wraking af;

4.2.

bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;

4.3.

beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 8:18, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt toegezonden aan:

• verzoekster p/a haar gemachtigde;

• de wederpartij in de hoofdzaak;

• de rechter.

Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, M. Nijenhuis en E.E. Schotte, in tegenwoordigheid van de griffier mr. N. Roelands en in het openbaar uitgesproken op

19 september 2022.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature