E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBDHA:2021:9359
Rechtbank Den Haag, AWB 19/1824 en WAB 19/1825

Inhoudsindicatie:

Eiser heeft sinds 11 oktober 1978 een verblijfsvergunning. Verweerder heeft de verblijfsvergunning ingetrokken omdat eiser bijna 100 keer is veroordeeld voor een misdrijf waar een gevangenisstraf van drie jaar of meer op staat. Ook heeft verweerder eiser een inreisverbod opgelegd voor de duur van tien jaar. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in het bestreden besluit niet alle relevante feiten en omstandigheden in de belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM of sprake is van schending van eisers priv Ć©leven inzichtelijk en kenbaar heeft betrokken. Ook heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom aan eisers verslaving en gebrek aan ondersteuning geen zwaarder gewicht toekomt in het voordeel van eiser. Het beroep is gegrond. Verweerder moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie